<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>
    <channel>
      <title>Ploum</title>
	  <atom:link href="https://www.ploum.nl/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
      <link>https://www.ploum.nl</link>
      <description>Advocaten en notarissen |  Ploum Rotterdam Law Firm</description>
      <language>nl</language>
      
		<item>
		  <title><![CDATA[Het Hof van Justitie brengt nuance aan op het snijvlak van douane- en levensmiddelenrecht]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/het-hof-van-justitie-brengt-nuance-aan-op-het-snijvlak-van-douane-en-levensmiddelenrecht</link>
		  <pubDate>Wed, 30 Sep 2026 9:19:41 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Jikke Biermasz]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p><strong>Wanneer is vis "ongeschikt voor menselijke consumptie" voor douanedoeleinden?</strong></p>

<p>In september 2025 besprak <a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz">Jikke Biermasz</a> de prejudici&euml;le verwijzing van de Deense rechter in de zaak <a href="https://ploum.nl/nieuws/tariefindeling-op-het-snijvlak-van-het-douane-en-levensmiddelenrecht-wanneer-is-vis-ongeschikt-voor-menselijke-consumptie">Skatteministeriet / FF Skagen (C-406/25)</a>. Centraal stond de vraag of vis die op grond van het levensmiddelenrecht niet (meer) voor menselijke consumptie in de handel mag worden gebracht, daarmee automatisch ook voor douanedoeleinden moet worden beschouwd als "ongeschikt voor menselijke consumptie". De zaak raakte daarmee een fundamentele vraag op het snijvlak van het douane- en levensmiddelenrecht: hoe verhouden verschillende Unierechtelijke regelgevingskaders zich tot elkaar wanneer zij dezelfde goederen beoordelen vanuit een verschillende juridische doelstelling?</p>

<p>Met zijn <a href="http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:62025CJ0406" target="_blank">arrest van 10 september 2026</a> heeft het Hof van Justitie hierover meer duidelijkheid verschaft. Het arrest is niet alleen relevant voor de visverwerkende industrie, maar heeft potentieel bredere betekenis voor situaties waarin open begrippen uit de Gecombineerde Nomenclatuur (GN) raken aan begrippen die elders in het Unierecht nader zijn ingevuld.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2><strong>Autonome douanerechtelijke beoordeling blijft uitgangspunt</strong></h2>

<p>Het Hof begint met een bevestiging van vaste douanerechtelijke rechtspraak. De tariefindeling van goederen moet plaatsvinden aan de hand van de objectieve kenmerken en eigenschappen van die goederen zoals die blijken uit de bewoordingen van de GN-posten en de relevante aantekeningen. Voor de rechtszekerheid en een uniforme toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief moet het beslissende criterium in beginsel daarin worden gezocht. Daarbij staat centraal of de betrokken vis op het moment van inklaring geschikt was voor menselijke consumptie.</p>

<p>Het arrest past tevens in de vaste lijn van de rechtspraak over de rol van de bestemming bij de tariefindeling. De bestemming van een product kan slechts dan als objectief indelingscriterium fungeren wanneer zij inherent is aan het product en uit diens objectieve kenmerken en eigenschappen blijkt. Bovendien komt aan de bestemming pas betekenis toe wanneer de indeling niet reeds op grond van de objectieve kenmerken en eigenschappen van het product kan worden vastgesteld. Dat verklaart waarom het Hof de bestemming voor diervoeder wel relevant acht, maar niet beslissend. De beoordeling blijft uiteindelijk gericht op de feitelijke staat en objectieve kenmerken van de vis zelf.</p>

<p>Deze overwegingen zijn van belang omdat zij bevestigen dat de GN een autonoom douanerechtelijk instrument blijft. De tariefindeling wordt niet rechtstreeks bepaald door andere onderdelen van het Unierecht. Het Hof verwerpt daarmee impliciet de gedachte dat een levensmiddelenrechtelijke kwalificatie automatisch zou doorwerken in de douanerechtelijke indeling.</p>

<h2><strong>Het levensmiddelenrecht is niet beslissend, maar wel relevant</strong></h2>

<p>De meest interessante passage van het arrest bevindt zich naar mijn mening in de rechtsoverwegingen 65 tot en met 67. Daar behandelt het Hof uitdrukkelijk de vraag of de Unieregelgeving inzake levensmiddelen en levensmiddelenhygi&euml;ne mag worden betrokken bij de uitleg van het begrip "ongeschikt voor menselijke consumptie". Het Hof antwoordt bevestigend, maar brengt daarbij een belangrijke nuance aan. De levensmiddelenregelgeving is volgens het Hof "op zich niet beslissend" voor de indeling onder een bepaalde GN-post. Zij vormt echter wel een element dat in aanmerking mag worden genomen bij de beoordeling van de objectieve kenmerken en eigenschappen van het product.</p>

<p>Daarmee kiest het Hof voor een tussenweg. Het levensmiddelenrecht bepaalt de tariefindeling niet, maar mag evenmin volledig buiten beschouwing worden gelaten. Anders gezegd: het douanerecht blijft leidend bij tariefindeling, terwijl het levensmiddelenrecht een ondersteunende interpretatieve functie vervult.</p>

<h2><strong>Objectieve aanwijzingen voor ongeschiktheid</strong></h2>

<p>Vervolgens werkt het Hof uit welke factoren relevant kunnen zijn voor de beoordeling of vis naar haar aard of toestand ongeschikt is voor menselijke consumptie.</p>

<p>In de eerste plaats noemt het Hof de toevoeging van azijnzuur of andere zuren aan onverwerkte vis. Daarbij verwijst het Hof naar de levensmiddelenregelgeving waaruit volgt dat dergelijke producten niet als levensmiddel in de handel mogen worden gebracht. Ook het oordeel van de bevoegde voedselautoriteiten dat de vis daardoor ongeschikt is voor menselijke consumptie, mag door de nationale rechter worden meegewogen.</p>

<p>In de tweede plaats kent het Hof betekenis toe aan overschrijding van de TVB-N-grenswaarden. Volgens het Hof kan overschrijding van de relevante TVB&#8209;N-grenswaarden wijzen op een vergevorderde staat van ontbinding en daarmee op een risico voor de menselijke gezondheid. Dergelijke gegevens zeggen iets over de objectieve toestand van het product en zijn daarom relevant voor de douanerechtelijke beoordeling.</p>

<p>Daarnaast acht het Hof ook bulkopslag van vis relevant wanneer binnen een partij exemplaren voorkomen die zich reeds in een vergevorderde staat van ontbinding bevinden. In dat geval kan sprake zijn van besmettings- of verontreinigingsrisico&#39;s die de geschiktheid voor menselijke consumptie be&iuml;nvloeden.</p>

<h2><strong>Belang van hygi&euml;nevoorschriften en bestemming</strong></h2>

<p>Van bijzonder belang is verder dat het Hof uitgebreid aandacht besteedt aan de naleving van de Europese levensmiddelenhygi&euml;newetgeving. Volgens het Hof zijn overtredingen van die regelgeving relevant omdat deze voorschriften juist zijn ontworpen om gezondheidsrisico&#39;s, bederf en verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen. Niet-naleving kan daarom een aanwijzing vormen dat een product objectief bezien niet langer geschikt is voor menselijke consumptie.</p>

<p>Ook handelsdocumenten krijgen een rol in de beoordeling. Het Hof oordeelt dat documenten waaruit blijkt dat de goederen uitsluitend voor de productie van diervoeder zijn gevangen, verkocht of verwerkt, relevante aanwijzingen kunnen vormen voor de objectieve kenmerken en eigenschappen van het product. Bestemming alleen is niet doorslaggevend, maar mag wel worden meegewogen.</p>

<p>Ten aanzien van de ingevoerde visresten acht het Hof bovendien van belang dat deze als categorie 3-materiaal in de zin van Verordening 1069/2009 waren aangemerkt. Ook die omstandigheid kan aanwijzingen opleveren voor de beoordeling of de goederen naar hun toestand ongeschikt zijn voor menselijke consumptie.</p>

<h2><strong>Een evenwichtige benadering van Europese rechtskaders</strong></h2>

<p>Het arrest bevestigt uiteindelijk dat de verschillende regelgevingskaders van het Unierecht niet volledig los van elkaar functioneren. Het Hof houdt vast aan de autonomie van de GN, maar erkent tegelijkertijd dat normen uit het levensmiddelenrecht waardevolle aanwijzingen kunnen bieden voor de invulling van open begrippen zoals "ongeschikt voor menselijke consumptie".</p>

<p>Juist daarin ligt de bredere betekenis van deze uitspraak. Het Hof maakt duidelijk dat het douanerecht en het levensmiddelenrecht weliswaar verschillende functies vervullen, maar in de praktijk regelmatig aan elkaar raken. Levensmiddelenrechtelijke normen bepalen niet de tariefindeling, maar kunnen wel een relevant aanknopingspunt vormen bij de beoordeling van de objectieve kenmerken en eigenschappen van een product. Voor de praktijk betekent dit dat normen uit het levensmiddelenrecht relevant kunnen zijn bij de uitleg van begrippen uit de GN, zonder dat daarmee afbreuk wordt gedaan aan het autonome karakter van de tariefindeling. Dat maakt de uitspraak ook van belang voor toekomstige vraagstukken op het snijvlak van verschillende Europese regelgevingskaders.</p>

<h2><strong>Ploum&rsquo;s praktijkgroep Douane, Handel en Logistiek</strong></h2>

<p>Binnen de praktijkgroep <a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/douanerecht">Douane, Handel en Logistiek</a> van Ploum adviseren wij ondernemingen over douane-, voedsel-, waren- en productregelgeving in Europees en internationaal perspectief. Daarbij gaat het niet alleen om tariefindeling, oorsprong en douaneprocedures, maar ook om de wisselwerking met productveiligheids-, levensmiddelen-, sanctie- en markttoezichtregelgeving. Het arrest FF Skagen laat zien dat vraagstukken op het snijvlak van het douane- en levensmiddelenrecht niet goed kunnen worden beoordeeld vanuit &eacute;&eacute;n rechtsgebied alleen. Juist waar deze rechtskaders elkaar raken, is een ge&iuml;ntegreerde juridische analyse noodzakelijk.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[AI in de juridische praktijk: wat betekent dat voor de advocaat en notaris?]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/ai-in-de-juridische-praktijk-wat-betekent-dat-voor-de-advocaat-en-notaris</link>
		  <pubDate>Mon, 28 Sep 2026 12:11:35 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Miranda Top-Sarneel]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Ploum Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>AI is bezig een vaste plek te krijgen in de juridische praktijk. Uit &#39;Dutch Legal AI Adoption Survey Report&#39;&nbsp;blijkt dat 63,5% van de juridische professionals AI inmiddels dagelijks gebruikt voor juridisch onderzoek. Tegelijkertijd geeft 67,8% aan dat de eerste uitkomst meestal nog niet direct bruikbaar is. Controle, aanvulling en beoordeling blijven nodig.</p>

<p>Dat herkennen wij.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2><strong>Niet technologie, maar toegevoegde waarde</strong></h2>

<p>De discussie over AI gaat vaak over technologie. Voor ons gaat die vooral over toegevoegde waarde. Wij zetten AI niet in omdat het kan of omdat het innovatief klinkt. We zetten technologie in als deze leidt tot betere dienstverlening, hogere kwaliteit of meer ruimte voor onze mensen om zich te richten op werk waar hun expertise het verschil maakt.</p>

<p>Het opzoeken, ordenen en verwerken van informatie wordt steeds sneller. Dat is winst. Maar cli&euml;nten komen niet naar een advocaat omdat die juridische informatie kan vinden. Zij zoeken een adviseur die een situatie begrijpt, risico&#39;s kan inschatten en helpt bij het maken van de juiste keuzes.</p>

<h2><strong>De waarde van juridisch werk verschuift</strong></h2>

<p>Juist daarom verwachten wij dat de waarde van juridisch werk verschuift. Juridische professionals zullen minder tijd besteden aan het verzamelen van informatie en meer aan analyse, strategie, onderhandelingen en het begrijpen van de commerci&euml;le en persoonlijke belangen die achter een juridisch vraagstuk schuilgaan.</p>

<h2><strong>Nieuwe vragen: opleiding en vakmanschap</strong></h2>

<p>Dat brengt ook nieuwe vragen met zich mee. Als AI een deel van het werk sneller kan uitvoeren, hoe zorgen we er dan voor dat jonge juristen voldoende ervaring blijven opdoen? Hoe voorkomen we dat kennis en vaardigheden verloren gaan? En hoe leiden we professionals op die niet alleen met AI kunnen werken, maar de uitkomsten ook kritisch kunnen beoordelen?</p>

<p>Wij zien dat als een belangrijker vraagstuk dan de technologie zelf.</p>

<p>Daarom investeren we niet alleen in tools, maar juist in adoptie. In opleiding. In kennisdeling. In het ontwikkelen van een manier van werken waarin technologie ondersteunend is aan vakmanschap en niet andersom.</p>

<blockquote>
<p>"De grootste vraag is niet welke tool we gebruiken, maar hoe we jonge juristen blijven opleiden tot professionals die AI-uitkomsten kritisch kunnen beoordelen." &ndash; <a href="https://ploum.nl/specialisten/dennis-zieren">Dennis Zieren</a>, partner</p>
</blockquote>

<h2><strong>Kansen voor onze dienstverlening</strong></h2>

<p>Daarnaast kijken we ook naar de gevolgen voor onze dienstverlening. Niet omdat wij verwachten dat het verdienmodel van de advocatuur morgen verandert, maar omdat cli&euml;nten steeds hogere verwachtingen hebben als het gaat om snelheid, toegankelijkheid en transparantie. AI biedt kansen om juridische dienstverlening anders en slimmer te organiseren. Die kansen willen we onderzoeken, altijd met de vraag voor ogen welke concrete waarde dat oplevert voor onze cli&euml;nten.</p>

<p>Dat past bij hoe wij ondernemen.</p>

<p>Nieuwsgierig waar het helpt. Kritisch waar het moet. Geen technologie om de technologie, maar oplossingen die werken.</p>

<h2><strong>Wat niet verandert</strong></h2>

<p>Want uiteindelijk verandert AI misschien de manier waarop juridisch werk wordt uitgevoerd. Wat niet verandert, is waar cli&euml;nten voor komen: deskundigheid, betrokkenheid, gezond verstand en een advocaat die begrijpt wat er echt op het spel staat.</p>

<p><strong>Lees hier het volledige rapport</strong><br />
Ploum heeft als deelnemende organisatie bijgedragen aan <a href="https://www.legalbenchmarks.ai/research/dutch-legal-ai-adoption-survey" target="_blank">Dutch Legal AI Adoption Survey Report</a>, onderdeel van <a href="https://www.legalbenchmarks.ai/research/delta-dutch-legal-research-benchmark" target="_blank">DELTA: The Dutch Legal AI Benchmark</a>. Het rapport biedt een interessant inkijkje in hoe Nederlandse juridische professionals vandaag de dag naar AI kijken en hoe zij de toekomst van het vak zien.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Nederland zet de toon met verbod op handel uit Israëlische nederzettingen]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/nederland-zet-de-toon-met-verbod-op-handel-uit-israelische-nederzettingen</link>
		  <pubDate>Fri, 25 Sep 2026 1:44:35 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Jikke Biermasz]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p style="text-align:justify">Nederland heeft een nationaal sanctiebesluit ingevoerd tegen handel in goederen afkomstig uit Isra&euml;lische nederzettingen in de bezette gebieden. Wat houdt het verbod precies in, waarom kiest Nederland deze route terwijl handelspolitiek in beginsel een EU-bevoegdheid is en wat betekent het besluit voor ondernemingen die internationaal handelen? <a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz">Jikke Biermasz</a> bespreekt het besluit dat 22 september 2026 in werking is gestreden.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2><strong>Nederland zet de toon met verbod op handel uit Isra&euml;lische nederzettingen</strong></h2>

<p>Op 21 juli 2026 is het <a href="http://wetten.overheid.nl/BWBR0052870/2026-09-22/0" target="_blank">Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Isra&euml;l bezette</a> gebieden gepubliceerd in het Staatsblad. Het besluit is twee maanden later &ndash; op 22 september 2026 - in werking getreden. Het besluit is politiek gevoelig, maar juridisch interessant. Bijzonder is dat Nederland deze maatregel nationaal invoert nadat in EU-verband onvoldoende steun bleek te bestaan voor vergelijkbare maatregelen. Het komt niet vaak voor dat Nederland ervoor kiest om zelfstandig handelsbeperkingen op te leggen op een terrein dat in beginsel tot de exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie behoort. Juist daarom verdient dit besluit aandacht van ondernemingen die internationaal actief zijn.</p>

<h2><strong>Waarom neemt Nederland deze maatregel?</strong></h2>

<p>Volgens het kabinet volgt uit het advies van het Internationaal Gerechtshof van 19 juli 2024 en verschillende VN-resoluties dat staten maatregelen moeten nemen om te voorkomen dat handels- of investeringsrelaties bijdragen aan het in stand houden van de volgens Nederland onrechtmatige nederzettingen in de bezette gebieden. Nederland heeft eerst geprobeerd dergelijke maatregelen op EU-niveau tot stand te brengen, maar daarvoor bleek onvoldoende draagvlak te bestaan. Daarom is gekozen voor een nationaal sanctiebesluit op basis van de Sanctiewet 1977. De regering presenteert het besluit nadrukkelijk als een maatregel ter bevordering van de internationale rechtsorde, zoals bedoeld in artikel 90 van de Grondwet.</p>

<h2><strong>Meer dan een invoerverbod</strong></h2>

<p>Op het eerste gezicht lijkt het besluit vooral neer te komen op een invoerverbod. Wie de regeling leest, ziet echter dat de reikwijdte verder gaat. Het besluit bevat een verbod op:</p>

<ul>
	<li>het binnenbrengen op Nederlands grondgebied van goederen afkomstig uit de betrokken onrechtmatige nederzettingen (&ldquo;invoerverbod&rdquo;) (artikel 3);</li>
	<li>de aankoop van dergelijke goederen (&ldquo;aankoopverbod&rdquo;) (artikel 4);</li>
	<li>het in de handel brengen of op de markt aanbieden daarvan (&ldquo;verkoopverbod&rdquo;) (artikel 5);</li>
	<li>het verlenen van tussenhandeldiensten die verband houden met deze goederen; en (&ldquo;verbod verlenen tussenhandeldiensten&rdquo;) (artikel 6), &nbsp;</li>
	<li>activiteiten die tot doel of gevolg hebben deze verboden te omzeilen (artikel 7).</li>
</ul>

<p>Opvallend is bovendien dat het besluit niet alleen ziet op goederen die volledig afkomstig zijn uit de betrokken gebieden. Ook goederen die gedeeltelijk zijn geproduceerd in of verkregen uit een nederzetting kunnen onder de reikwijdte vallen. Het besluit sluit voor de afbakening van de betrokken nederzettingen aan bij de EU-postcodelijst. In de praktijk zal de herkomst van goederen dus moeten worden getoetst aan de door de Europese Commissie gepubliceerde lijst van plaatsen en postcodes die zich in de betrokken gebieden bevinden.</p>

<p>Het besluit richt zich daarmee op de gehele handelsketen en niet uitsluitend op de importeur aan de buitengrens.</p>

<h2><strong>Voorrangsregel: handelsverboden zijn van bijzonder dwingend recht</strong></h2>

<p>Artikel 8 van het besluit verklaart de handelsverboden tot bepalingen van bijzonder dwingend recht in de zin van artikel 9 van de Rome I-Verordening. Daarmee beoogt de regering te verzekeren dat deze verboden niet eenvoudig terzijde kunnen worden geschoven door een rechtskeuze voor buitenlands recht. Volgens de nota van toelichting zijn de bescherming van fundamentele rechten en de bevordering van de internationale rechtsorde daarvoor zwaarwegend genoeg.</p>

<h2><strong>De verhouding tot het Europese recht</strong></h2>

<p>Voor juristen is wellicht de meest interessante vraag of Nederland dit &uuml;berhaupt zelfstandig mag regelen. De gemeenschappelijke handelspolitiek behoort immers in beginsel tot de exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie. Dat betekent dat lidstaten normaal gesproken niet zelfstandig handelsbeperkingen invoeren ten aanzien van derde landen. De regering erkent dit probleem ook en besteedt een aanzienlijk deel van de toelichting aan de verenigbaarheid met het Unierecht.</p>

<p>De kern van de redenering is dat de maatregelen kunnen worden gerechtvaardigd vanuit de uitzondering van de openbare orde. Volgens het kabinet vormen de bescherming van fundamentele normen van internationaal recht en de bevordering van de internationale rechtsorde een voldoende zwaarwegend belang om nationale maatregelen te rechtvaardigen. Of deze constructie uiteindelijk standhoudt, zal moeten blijken. Het zou niet verrassend zijn als hierover in de komende jaren procedures worden gevoerd, mogelijk tot aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.</p>

<h2><strong>Wat betekent het besluit voor ondernemingen?</strong></h2>

<p>Voor ondernemingen ligt de grootste uitdaging bij de herkomst van goederen. Het besluit gaat ervan uit dat ondernemingen voldoende inzicht hebben in hun keten om te kunnen vaststellen waar goederen, grondstoffen en halffabricaten vandaan komen. Bij invoer in de EU via Nederland geldt bovendien een verklaringsplicht. Importeurs die in Nederland een invoeraangifte doen voor goederen van oorsprong uit Isra&euml;l bestemd voor het vrije verkeer van de EU, moeten verklaren dat de goederen niet afkomstig zijn uit de betrokken nederzettingen.</p>

<p>Daarmee wordt <em>supply chain compliance</em> opnieuw belangrijker. Voor veel ondernemingen zal dit betekenen dat zij leveranciersinformatie, oorsprongsdocumentatie en interne controles kritisch moeten beoordelen. Niet alleen directe importeurs, maar ook distributeurs, handelaren, kopers en tussenpersonen kunnen met deze regelgeving worden geconfronteerd.</p>

<h2><strong>Handhaving blijft een uitdaging</strong></h2>

<p>Interessant is dat de regering zelf erkent dat de handhaving van het besluit niet eenvoudig zal zijn. De Douane, FIOD en het Openbaar Ministerie hebben er tijdens de voorbereiding op gewezen dat het in de praktijk lastig kan zijn om de werkelijke herkomst van goederen vast te stellen. Ook de Afdeling advisering van de Raad van State heeft aandacht gevraagd voor deze handhavingsvraagstukken.</p>

<p>Toch heeft het kabinet ervoor gekozen de maatregel door te zetten. Dat onderstreept dat het besluit niet alleen is ingegeven door handhavingsoverwegingen, maar ook door de wens om een juridisch en politiek signaal af te geven.</p>

<h2><strong>Niet-naleving kan verstrekkende gevolgen hebben</strong></h2>

<p>De sancties bij overtreding zijn aanzienlijk. Overtreding van het invoerverbod, aankoopverbod, verkoopverbod, verbod op tussenhandeldiensten of het omzeilingsverbod kwalificeert als economisch delict. Bij opzettelijke overtreding kan sprake zijn van een misdrijf waarop een gevangenisstraf van maximaal zes jaar of een geldboete van de vijfde categorie staat. Daarnaast zijn verbeurdverklaring van goederen, stillegging van ondernemingsactiviteiten en andere bijkomende maatregelen mogelijk. Toezicht, handhaving en opsporing liggen bij de Douane, de FIOD en het Openbaar Ministerie.</p>

<h2><strong>Sanctieregelgeving in stroomversnelling </strong></h2>

<p>Los van de politieke discussie laat dit besluit zien hoe snel het sanctierecht zich de laatste jaren ontwikkelt. Waar sanctieregels vroeger vooral werden geassocieerd met klassieke landenprogramma&#39;s tegen bijvoorbeeld Rusland, Iran of Noord-Korea, zien we steeds vaker maatregelen die rechtstreeks ingrijpen in reguliere handelsketens en uitbreiding en aanscherping van maatregelen om omzeiling tegen te gaan.</p>

<p>Voor ondernemingen is de belangrijkste les niet geopolitiek, maar praktisch: weten met wie zij handelen, waar goederen vandaan komen en wat de risico&rsquo;s in de keten zijn, is steeds meer een juridische verplichting in plaats van een commerci&euml;le keuze.</p>

<h2><strong>Ploums team Douane, Handel en Logistiek</strong></h2>

<p>Internationale handel wordt steeds vaker be&iuml;nvloed door geopolitieke ontwikkelingen, sanctiemaatregelen en veranderende Europese regelgeving. Ploums team <a href="https://ploum.nl/expertises/themas/douane-en-internationale-handel">Douane, Handel en Logistiek</a> ondersteunt ondernemingen bij compliance-vraagstukken, onderzoeken, handhavingstrajecten en procedures op het gebied van douanerecht, sanctierecht, exportcontrole en productregelgeving. Vragen over de gevolgen van het nieuwe sanctiebesluit voor uw organisatie? Wij denken graag met u mee.</p>

<p style="text-align:justify">&nbsp;</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Contracteren onder voorwaarden; waar op te letten om geschillen te voorkomen?]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/contracteren-onder-voorwaarden-waar-op-te-letten-om-geschillen-te-voorkomen</link>
		  <pubDate>Wed, 23 Sep 2026 12:14:21 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Iris Brinkhof]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Geregeld contracteren partijen onder voorbehoud. Hiermee kan een partij voorkomen dat zij onvoorwaardelijk aan een contract is gebonden. Zo wordt in de praktijk gecontracteerd onder het voorbehoud dat de vereiste vergunning is verleend en onherroepelijk is geworden, onder voorbehoud van goedkeuring investeerders of onder het voorbehoud van financiering bij een investeringsronde.&nbsp;</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<p>Een contract kan onder ontbindende of opschortende voorwaarde worden aangegaan. Contracteren onder een opschortende of ontbindende voorwaarde kan echter een verraderlijk onderdeel zijn van contracteren. De wettelijke regeling in Boek 6 Burgerlijk Wetboek (<strong>BW</strong>) is kort, maar de rechtspraak laat zien dat menig conflict zich toespitst op de uitleg van het beding (het voorbehoud), de vraag of en door wie de voorwaarde is vervuld, en de vraag wie zich daarop mag beroepen.</p>

<p>In deze blog over contracteren onder voorwaarden wordt eerst stilgestaan bij de wettelijke regeling en de bewijslastverdeling. Vervolgens worden enkele tips gegeven om te contracteren onder voorbehoud terwijl tegelijkertijd zo veel mogelijk discussies en geschillen worden voorkomen.</p>

<h2>Wettelijke regeling</h2>

<p>In artikel 6:21 BW is bepaald:&nbsp;<em>&ldquo;Een verbintenis is voorwaardelijk, wanneer bij rechtshandeling haar werking van een toekomstige onzekere gebeurtenis afhankelijk is gesteld.&rdquo;&nbsp;</em>In artikel 6:22 BW wordt onderscheid gemaakt tussen de opschortende en ontbindende voorwaarde:&nbsp;<em>&ldquo;Een opschortende voorwaarde doet de werking der verbintenis eerst met het plaatsvinden der gebeurtenis aanvangen&rdquo;</em>, terwijl &ldquo;Een ontbindende voorwaarde doet de verbintenis met het plaatsvinden der gebeurtenis vervallen.&rdquo;</p>

<p>De ontbindende voorwaarde heeft geen terugwerkende kracht. Dit betekent dat wat reeds is geleverd of gepresteerd tot het inroepen van de ontbindende voorwaarde niet onverschuldigd is. Wel ontstaat een zogenaamde ongedaanmakingsverbintenis: de schuldeiser is dan verplicht de verrichte prestaties ongedaan te maken.</p>

<p>Bij een opschortende voorwaarde geldt de verbintenis pas als een bepaalde gebeurtenis heeft plaatsgevonden. Tot het moment van de gebeurtenis komt aan de verbintenis daarom geen werking toe.</p>

<h2>Bewijslastverdeling</h2>

<p>Daarnaast is de bewijslastverdeling een vast aandachtspunt bij contracteren onder een opschortende of ontbindende voorwaarde. De Hoge Raad heeft in&nbsp;zijn arrest van <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:PHR:2005:AT5156" target="_blank">9 september 2005</a>&nbsp;overwogen dat de hoofdregel van bewijslastverdeling inhoudt dat de partij die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten of rechten, de bewijslast van die feiten of rechten draagt en dat derhalve stelplicht en bewijslast ten aanzien van het bestaan van een ontbindende voorwaarde bij de partij liggen die zich op (het vervuld zijn van) deze voorwaarde beroept. In het <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2011:BP6597" target="_blank">arrest Batavus/Race Productions</a>&nbsp;verduidelijkt de Hoge Raad dit: op de partij die de ontbindende voorwaarde heeft ingeroepen, rust ook de bewijslast ten aanzien van feiten en omstandigheden die zij heeft ingeroepen ten gunste van haar uitleg van de ontbindende voorwaarde.&nbsp;</p>

<h2>Hoe voorkom je discussies en geschillen?</h2>

<p>Zoals aangegeven in de inleiding is de wettelijke regeling kort en eenvoudig, maar ontstaan in de praktijk toch geregeld geschillen over de ontbindende of opschortende voorwaarden. Om discussies en geschillen te voorkomen kunnen partijen denken aan het volgende:</p>

<ol>
	<li>Neem expliciet op of de voorwaarde een ontbindende of een opschortende voorwaarde betreft. Dit is van belang in het kader van de inwerkingtreding van de verbintenis en ook voor de bewijslastverdeling.<br />
	&nbsp;</li>
	<li>Omschrijf duidelijk wat de voorwaarde precies inhoudt en wie zich erop mag beroepen. Is dit onduidelijk, dan past de rechter de zogeheten <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:1981:AG4158" target="_blank">Haviltex-maatstaf</a>&nbsp;toe. Deze maatstaf houdt in dat bij de uitleg van een schriftelijke overeenkomst niet enkel gekeken moet worden naar de letterlijke bewoording en de taalkundige betekenis van de tekst, maar ook naar wat partijen over en weer hebben verklaard en wat zij redelijkerwijs uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben mogen afleiden. In het arrest over een bestemmingswijziging naar "landhuis" oordeelde de Hoge Raad dat de vraag of een ontbindende voorwaarde is vervuld, ten nauwste samenhangt met de aan het beding gegeven uitleg, en dat de rechter niet buiten de grenzen van de rechtsstrijd mag treden bij die <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2017:490" target="_blank">uitleg</a>.<br />
	&nbsp;</li>
	<li>Let op met voorwaarden waarvan de vervulling (mede) afhangt van het handelen van een partij zelf, zoals bijvoorbeeld het geval is bij een financieringsvoorbehoud (bij de koop van een huis maar ook als je als start-up mee doet aan een investeringsronde waar voor je een plan moet indienen). Het bepaalde in artikel 6:23 BW geeft een invulling hieraan. Als een partij belang heeft bij het wel (lid 2) of niet (lid 1) vervullen van een (opschortende of ontbindende) voorwaarde dan blijft een beroep op de voorwaarde onder omstandigheden zonder effect. De eisen van&nbsp;redelijkheid en billijkheid kunnen een beroep op een opschortende of ontbindende voorwaarde blokkeren.<br />
	Zo heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een financieringsvoorbehoud voor de koper een inspanningsverplichting meebrengt om daadwerkelijk, tijdig en bij meer dan &eacute;&eacute;n financi&euml;le instelling, pogingen te ondernemen om de financiering te verkrijgen (<a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:1996:ZC2109" target="_blank">HR 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2109</a>).&nbsp;Wordt aan deze inspanningsverplichting niet voldaan, dan kan de betreffende partij zich niet op de ontbindende voorwaarde beroepen, tenzij zij aantoont dat de financiering ook bij voldoende inspanning niet zou zijn verkregen. Het is daarom raadzaam om concreet te omschrijven welke inspanning wordt verlangd om latere discussie over de vraag of "voldoende" is gedaan te voorkomen.<br />
	Zie voorts in dit kader <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2015:1737" target="_blank">het arrest Gemeente Hof van Twente/Landgoed Hof van Twente</a>. De redelijkheid en billijkheid kunnen er niet toe leiden dat een wettelijke bevoegdheidsverdeling binnen een gemeente buitenspel wordt gezet. De zelfstandige beslissingsvrijheid van de gemeenteraad brengt mee dat een wederpartij niet erop mag vertrouwen dat handelingen van het college van B&amp;W de instemming van de gemeenteraad hebben als dat vertrouwen niet mede wordt ontleend aan toedoen van de gemeenteraad zelf.<br />
	&nbsp;</li>
	<li>Zoals hiervoor al vermeld kunnen na het inroepen van een ontbindende voorwaarde ongedaanmakingsverplichtingen voor de schuldeiser ontstaan. Het is tot slot aan te bevelen om in het contract op te nemen hoe reeds verrichte prestaties (betalingen, leveringen, diensten) worden afgewikkeld bij vervulling van de ontbindende voorwaarde, in afwijking van of aanvulling op de wettelijke ongedaanmakingsregeling van artikel 6:24 BW.</li>
</ol>

<h2>Conclusie</h2>

<p>Bij het contracteren onder een opschortende of ontbindende voorwaarde ziet het wettelijk uitgangspunt er eenvoudig uit, maar de praktijk laat zien dat er geregeld discussies ontstaan over de uitleg van het beding en de vraag wie zich erop mag beroepen, de bewijslastverdeling voor het bestaan en de vervulling van de voorwaarde, de mogelijke correctie via artikel 6:23 BW wanneer een partij de vervulling zelf heeft belet of teweeggebracht, en de afwikkeling van reeds verrichte prestaties bij vervulling van een ontbindende voorwaarde op grond van artikel 6:24 BW.</p>

<div class="boxed-text"><strong>Ploum&rsquo;s Pointer:</strong><br />
<br />
Leg bij elk voorbehoud vast w&eacute;lk type het is (opschortend of ontbindend), wie zich erop mag beroepen en welke inspanning daarbij hoort. E&eacute;n zin extra in je contract voorkomt later een kostbare discussie. <a href="http://ploum.nl/specialisten?advanced-filter-categories=start-up-scale-up">Neem gerust contact op</a>, dan denken wij graag met je mee.</div>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Ontslag op staande voet: de belangrijkste vereisten op een rij]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/ontslag-op-staande-voet-de-belangrijkste-vereisten-op-een-rij</link>
		  <pubDate>Wed, 16 Sep 2026 2:22:49 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Anne van Vliet]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Een ontslag op staande voet is de meest ingrijpende manier waarop een werkgever een arbeidsovereenkomst kan be&euml;indigen. De arbeidsovereenkomst eindigt direct, zonder opzegtermijn, en zonder voorafgaande toestemming van het UWV of ontbinding door de kantonrechter. Voor de werknemer zijn de gevolgen groot: het inkomen valt onmiddellijk weg en ook een WW-uitkering ligt niet voor de hand.</p>

<p>Juist vanwege deze verstrekkende gevolgen stelt de wet strenge eisen aan een ontslag op staande voet. In deze blog bespreken wij wanneer een ontslag op staande voet mogelijk is, welke formele vereisten gelden, en welke risico&rsquo;s werkgevers in het oog moeten houden.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2><strong>Wat is een dringende reden?</strong></h2>

<p>Een ontslag op staande voet is alleen mogelijk als sprake is van een <em>dringende reden</em>. Dat is een gedraging of eigenschap van de werknemer die z&oacute; ernstig is dat van de werkgever redelijkerwijs niet kan worden verwacht de arbeidsovereenkomst nog langer te laten voortduren.</p>

<p>De wet noemt verschillende voorbeelden van dringende redenen, zoals diefstal, fraude, mishandeling, ernstige bedreigingen, grove beledigingen, en hardnekkige werkweigering. Deze opsomming is niet limitatief. Ook andere gedragingen kunnen een dringende reden opleveren. In de rechtspraak zijn tal van voorbeelden te vinden. Denk aan het <a href="http://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBROT:2026:8985" target="_blank">vervalsen van urenregistraties</a> of <a href="http://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10263" target="_blank">declaraties</a>, <a href="http://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:5721&amp;showbutton=true&amp;keyword=ontslag%2Bop%2Bstaande%2Bvoet,dringende%2Breden,agressie&amp;idx=2" target="_blank">ongepast</a> of agressief gedrag op de werkvloer, en het <a href="http://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHAMS:2017:2966&amp;showbutton=true&amp;keyword=ECLI:NL:GHAMS:2017:2966" target="_blank">lekken</a> of <a href="http://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:5378&amp;showbutton=true&amp;keyword=ECLI%253aNL%253aRBAMS%253a2026%253a5378&amp;idx=1" target="_blank">overzetten van vertrouwelijke bedrijfsinformatie</a>.</p>

<p>Daarnaast komt regelmatig voor dat niet &eacute;&eacute;n incident, maar een opeenstapeling van gebeurtenissen uiteindelijk de spreekwoordelijke druppel vormt. Bijvoorbeeld <a href="http://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:338" target="_blank">structureel te laat komen</a> of regelmatig niet verschijnen op werk. Eerdere waarschuwingen en een zorgvuldig opgebouwd dossier spelen daarbij een belangrijke rol.</p>

<h2><strong>Alle omstandigheden tellen mee</strong></h2>

<p>De beoordeling of sprake is van een dringende reden is sterk afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Bijvoorbeeld het beleid van de werkgever en de mate waarin dat beleid daadwerkelijk wordt gehandhaafd. Rechters wegen ook onder andere de functie van de werknemer, de duur van het dienstverband, het eerdere functioneren, eventuele eerdere waarschuwingen, de leeftijd van de werknemer, en de persoonlijke gevolgen van het ontslag.</p>

<p>Dat betekent dat hetzelfde gedrag in de ene situatie wel en in een andere situatie niet tot een rechtsgeldig ontslag op staande voet leidt.</p>

<h2><strong>De formele vereisten</strong></h2>

<p>Naast de aanwezigheid van een dringende reden moet een ontslag op staande voet voldoen aan twee formele vereisten: de werkgever moet onverwijld opzeggen &eacute;n de dringende reden onverwijld aan de werknemer mededelen. Het moet voor de werknemer direct duidelijk zijn dat de arbeidsovereenkomst is ge&euml;indigd, waarom dat gebeurt, en welke feiten aan het ontslag ten grondslag liggen. Deze vereisten worden door rechters streng getoetst.&nbsp;</p>

<h3>Onverwijlde opzegging</h3>

<p>De werkgever moet het ontslag geven zodra duidelijk is dat sprake is van een dringende reden. Dat betekent niet dat onmiddellijk handelen altijd noodzakelijk is. Na het ontstaan van een vermoeden van een dringende reden, mag tijd worden genomen voor onderzoek naar de feiten, inwinnen van juridisch advies, intern overleg en toepassen van hoor en wederhoor.</p>

<p>De ruimte daarvoor is echter beperkt. De werkgever moet voortvarend handelen en mag geen onnodige vertraging laten ontstaan. Als een werkgever te lang wacht, kan dat de indruk wekken dat de situatie kennelijk niet dringend genoeg was voor een onverwijld ontslag.</p>

<h3>Onverwijlde mededeling van de dringende reden</h3>

<p>Net als het ontslag zelf moet ook de reden hiervoor onverwijld worden gegeven. De werknemer moet begrijpen waarom hij op staande voet is ontslagen. Algemene verwijten zoals "een vertrouwensbreuk" zijn onvoldoende. De werkgever moet de relevante feiten zo concreet mogelijk omschrijven. De medegedeelde ontslagreden vormt in belangrijke mate het kader van een eventuele procedure. Een werkgever kan de ontslaggrond niet achteraf aanvullen of wijzigen. De formulering van de ontslagbrief verdient daarom bijzondere aandacht.</p>

<p>Het is aan te raden het ontslag mondeling toe te lichten tijdens een ontslaggesprek en vervolgens schriftelijk te bevestigen in de ontslagbrief.</p>

<h2><strong>Gevolgen voor de werknemer</strong></h2>

<p>De gevolgen voor de werknemer zijn vaak groot. Bij een ontslag op staande voet eindigt de arbeidsovereenkomst onmiddellijk. De werknemer heeft per direct geen inkomen, heeft in beginsel geen recht op een WW-uitkering en, als sprake is van ernstig verwijtbaar handelen, geen recht op een transitievergoeding.</p>

<p>De werkgever kan daarnaast de gefixeerde schadevergoeding (ter hoogte van het loon over de opzegtermijn van de werknemer) vorderen van de werknemer of deze verrekenen met eventueel nog uit te betalen bedragen, waaronder het laatste salaris, vakantiedagen en vakantietoeslag. Daarnaast kan onder omstandigheden een schadevergoedingsverplichting voor de werknemer bestaan.</p>

<h2><strong>Wat als de werknemer het ontslag aanvecht?</strong></h2>

<p>Een werknemer die het niet eens is met het ontslag kan de kantonrechter verzoeken het ontslag te vernietigen. Dat moet binnen twee maanden na het ontslag op staande voet. In dat geval stelt de werknemer bijvoorbeeld dat geen sprake was van een dringende reden of dat niet aan de formele vereisten is voldaan.</p>

<p>Als de rechter het ontslag vernietigt, dan wordt de arbeidsovereenkomst geacht nooit te zijn ge&euml;indigd. De werkgever moet de werknemer dan weer toelaten tot het werk en alsnog het loon betalen over de tussenliggende periode, vermeerderd met de wettelijke rente en een wettelijke verhoging wegens te late loonbetaling.</p>

<p>De werknemer kan er ook voor kiezen de be&euml;indiging te accepteren en in plaats daarvan vergoedingen te vorderen, waaronder de transitievergoeding, een gefixeerde schadevergoeding en een billijke vergoeding.</p>

<h2><strong>Conclusie</strong></h2>

<p>Een rechtsgeldig ontslag op staande voet vereist meer dan alleen ernstig verwijtbaar gedrag van een werknemer. De werkgever moet kunnen aantonen dat sprake is van een dringende reden, het ontslag onverwijld geven, en de redenen onverwijld en duidelijk aan de werknemer mededelen. Dat hoeft niet direct: rechtspraak biedt ruimte voor een zorgvuldig onderzoek, mits voortvarend wordt gehandeld. Meer weten over het verrichten van onderzoek naar een dringende reden? Binnenkort publiceren wij een artikel op de website over dit onderwerp.</p>

<p>Juist omdat een ontslag op staande voet grote gevolgen heeft voor zowel werknemer als werkgever, is een zorgvuldige voorbereiding essentieel. Twijfelt u of de omstandigheden een ontslag op staande voet rechtvaardigen? Dan is het verstandig om vooraf juridisch advies in te winnen. Onze specialisten van <a href="http://ploum.nl/specialisten?advanced-filter-categories=arbeidsrecht&amp;advanced-filter-specialists=">Team Arbeidsrecht</a> denken graag met u mee.</p>

<p>Neem gerust contact op, of schrijf u in voor onze&nbsp;<a href="http://nieuwsbrief.ploum.nl/ct/m7/k1/Z6hyKcfgY8YfAz2-mpChjUKv-PyzDBDboWT91rNvK40d3_nAaNw4Uk7_nPqyK2d0/3rfaxqYCKSHcFKV" target="_blank">nieuwsbrief</a>.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[De wet loontransparantie uitgelegd]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/de-wet-loontransparantie-uitgelegd</link>
		  <pubDate>Mon, 07 Sep 2026 1:50:56 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Floor Meershoek]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Vrouwen verdienen minder dan mannen. Anno 2024 lag het uurloon (statistisch gecorrigeerd voor objectieve loonfactoren) van vrouwen 6,1% lager dan dat van mannen. Weliswaar wordt de kloof langzaam smaller, maar het tempo ligt te laag. Eerder genomen maatregelen hebben onvoldoende effect gehad. De Europese Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen beoogt daar verandering in te brengen. We schreven in <a href="https://ploum.nl/nieuws/gewijzigd-wetsvoorstel-loontransparantie-wat-verandert-er-en-wat-betekent-het-uitstel-voor-werkgevers" target="_blank">onze eerdere blog</a> al dat het voorlopige wetsvoorstel ter implementatie van de Europese Richtlijn loontransparantie in Nederland werkgevers aan het werk zet.</p>

<p>Inmiddels is er een concreet wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer: de Wet implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen. De kern van het wetsvoorstel is een verschuiving van &ldquo;de werknemer moet zelf aantonen dat hij/zij ongelijk wordt beloond&rdquo; naar een systeem waarin werkgevers vooraf transparant moeten zijn, beloningsverschillen inzichtelijk moeten maken en objectief moeten kunnen onderbouwen waarom werknemers verschillend worden beloond. Dit wetsvoorstel volgt de Europese richtlijn die EU-lidstaten verplicht maatregelen te nemen voor meer transparantie over beloning en een betere handhaving van gelijke beloning van mannen en vrouwen. Het streven is om de maatregelen betreffende loontransparantie op 1 januari 2027 te laten ingaan.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Waarom loontransparantie?</h2>

<p>Het idee achter het wetsvoorstel is eigenlijk vrij simpel: je kunt ongelijkheid pas aanpakken als het zichtbaar is. Zolang lonen een goed bewaard bedrijfsgeheim zijn, heeft een werknemer nauwelijks een manier om te weten of hij of zij eerlijk wordt betaald ten opzichte van collega&#39;s. En zonder die kennis is een gesprek hierover vrijwel onmogelijk.</p>

<p>Het wetsvoorstel verplicht werkgevers om openheid te geven over salarisbandbreedtes, beloningscriteria en loonverschillen binnen de organisatie. Met die informatie kunnen werknemers verschillen aankaarten en kan een open gesprek worden gevoerd over beloningsverschillen.</p>

<h2>Maatregelen</h2>

<p>Het wetsvoorstel introduceert een heel pakket aan maatregelen, die samen een stevige impact hebben op hoe werkgevers hun beloningsbeleid inrichten.</p>

<h3>Functiewaardering</h3>

<p>Allereerst moeten alle werkgevers &ndash; groot en klein &ndash; beschikken over een systeem voor functiewaardering en -indeling dat gelijk loon voor gelijke of gelijkwaardige arbeid waarborgt. Zo&#39;n systeem maakt inzichtelijk hoe werk gewaardeerd wordt, op welke gronden functies worden ingedeeld en of mensen die vergelijkbaar werk doen ook vergelijkbaar worden betaald. Dit is de basis voor loontransparantie.</p>

<h3>Salarisbandbreedte</h3>

<p>Om transparantie voor indiensttreding te bevorderen, worden werkgevers verplicht om sollicitanten v&oacute;&oacute;r de salarisonderhandelingen te informeren over het loon of de salarisbandbreedte die bij de functie hoort. Vaak gaat een kandidaat een sollicitatiegesprek in zonder enig idee te hebben wat de functie betaalt, terwijl de werkgever dat natuurlijk wel weet. Dat zorgt voor een ongelijke informatiepositie die ongelijkheid in de hand werkt en de onderhandelingspositie van sollicitanten beperkt.</p>

<h3>Salarisgeschiedenis</h3>

<p>De maatregel die in de praktijk misschien wel het grootste directe effect kan hebben betreft het verbod op het vragen naar het salaris bij de vorige werkgever. Wie consequent wordt ingeschaald op basis van zijn of haar vorige salaris, neemt een loonachterstand mee van baan naar baan. Vrouwen die op enig moment lager zijn ingestapt &ndash; door deeltijdwerk, een loopbaanonderbreking of simpelweg doordat ze destijds minder hebben gevraagd &ndash; worden zo telkens opnieuw benadeeld.</p>

<h3>Inzicht in beloningscriteria</h3>

<p>Daarnaast moeten werkgevers hun werknemers toegang verschaffen tot de criteria die worden gebruikt voor het bepalen van het loon, de loonniveaus en de loonontwikkeling. Loonontwikkeling verwijst naar de stappen die een werknemer kan zetten om in loon te stijgen, of dat nu binnen een salarisschaal is of naar een hogere schaal toe. Voor werknemers is dit waardevolle informatie. Het maakt inzichtelijk wat ze kunnen verwachten en wat ze eventueel kunnen doen om door te groeien. Het dwingt werkgevers om die criteria ook daadwerkelijk te formuleren en te documenteren.</p>

<h3>Rapportageplicht</h3>

<p>H&eacute;t doel van het wetsvoorstel is het vergroten van transparantie over loon. Daarom wordt een verplichting ge&iuml;ntroduceerd voor werkgevers om te rapporteren over loonverschillen, in de vorm van een loonrapportage. Deze verplichting geldt voor werkgevers met ten minste honderd werknemers. Wie tussen de 100 en 250 medewerkers heeft, moet dat elke drie jaar doen. Wie meer dan 250 mensen in dienst heeft, mag rekenen op een jaarlijkse verplichting. Kleine werkgevers met minder dan 100 medewerkers zijn vrijgesteld van de rapportageplicht. Dat is bewust een keuze om de administratieve lasten te beperken voor organisaties met minder capaciteit.</p>

<p>De rapportage moet werkgevers en werknemers inzicht geven in de loonverschillen binnen de organisatie en daarmee structuren en beleid op het gebied van loon in kaart brengen. Wanneer uit de rapportage loonverschillen volgen en deze niet kunnen worden gerechtvaardigd op basis van objectieve en genderneutrale criteria, moet de werkgever maatregelen nemen om deze verschillen aan te pakken.</p>

<h2>Rol van de ondernemingsraad</h2>

<p>Het wetsvoorstel betrekt ook werknemersvertegenwoordigers actief bij het beloningsbeleid. Op meerdere punten is betrokkenheid van de ondernemingsraad vereist bij beleid en besluitvorming op ondernemingsniveau. Dat is ook logisch: de ondernemingsraad heeft allerlei rechten en bevoegdheden, waaronder het recht op overleg, recht op informatie en soms zelfs een instemmingsrecht (zie onze <a href="https://ploum.nl/nieuws/invoeren-of-wijzigen-van-het-beloningsbeleid-vergeet-de-ondernemingsraad-niet" style="color:#467886; text-decoration:underline">eerdere blog</a> hierover).&nbsp;</p>

<h2>Wat betekent dit praktisch voor werkgevers?</h2>

<p>De transparantiemaatregelen uit het wetsvoorstel hebben substanti&euml;le gevolgen voor werkgevers en de verplichtingen gaan gepaard met veel administratieve lasten. Vooral voor middelgrote en grote werkgevers betekent dit dat zij hun salarisgebouw, functiehuis en HR-processen beter moeten kunnen onderbouwen. Het is raadzaam om nu al actie te ondernemen. Breng het functiewaarderingssysteem, het salarisgebouw en de gehanteerde beloningscriteria in kaart, en onderzoek waar onverklaarbare loonverschillen bestaan. Door nu orde op zaken te stellen, voorkomt u dat u bij de inwerkingtreding van de nieuwe regels het gehele beloningsbeleid onder tijdsdruk moet herzien.</p>

<p>Bent u al voorbereid op de verplichtingen die de nieuwe EU-richtlijn over loontransparantie meebrengt?</p>

<p>Op donderdag 1 oktober 2026 brengen wij u in onze Ploum Academy over loontransparantie op de hoogte van de ontwikkelingen en verplichtingen die volgen uit deze richtlijn en de Nederlandse implementatiewetgeving. Ook bieden wij een inkijk in hoe u deze verplichtingen in de praktijk kunt brengen. <a href="https://ploum.nl/agenda/ploum-academy-loontransparantie-in-de-praktijk" target="_blank">Meer informatie en inschrijven voor deze Ploum Academy kan hier</a>.</p>

<p>Bij verdere vragen over deze nieuwe wetgeving of andere arbeidsrechtelijke zaken staat ons&nbsp;<a href="http://ploum.nl/specialisten?advanced-filter-categories=arbeidsrecht" target="_blank">team Arbeidsrecht</a>&nbsp;voor u klaar. Neem gerust contact op!</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Valse e-mails uit naam van Ploum]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/valse-e-mails-uit-naam-van-ploum</link>
		  <pubDate>Wed, 02 Sep 2026 3:45:02 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Ploum]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Ploum Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Momenteel worden er opnieuw frauduleuze e-mails verstuurd uit naam van Ploum. Daarin wordt onze naam misbruikt en wordt onder meer verwezen naar vermeende inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten. De e-mails bevatten soms links of bijlagen met zogenaamd bewijsmateriaal.</p>

<p><strong>Deze e-mails zijn niet afkomstig van Ploum.</strong></p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<p>Ontvangt u een dergelijk bericht? Dan adviseren wij u om:</p>

<ul>
	<li>niet te reageren op de e-mail</li>
	<li>niet op links te klikken en geen bijlagen te openen</li>
	<li>geen persoonlijke gegevens te verstrekken</li>
	<li>het bericht door te sturen naar <a href="mailto:info@ploum.nl">info@ploum.nl</a>, zodat wij zicht houden op welke berichten er in omloop zijn</li>
</ul>

<p>Twijfelt u of een bericht echt van Ploum afkomstig is? U kunt de echtheid altijd controleren via onze bekende contactgegevens.</p>

<p>Wij nemen deze vorm van misbruik serieus en hebben de nodige stappen ondernomen om ertegen op te treden.&nbsp;Wij vragen u alert te blijven en verdachte berichten met ons te delen.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Kosten van de ondernemingsraad: wat zegt artikel 22 WOR?]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/kosten-van-de-ondernemingsraad-wat-zegt-artikel-22-wor</link>
		  <pubDate>Thu, 20 Aug 2026 2:58:52 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Anne van Vliet]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Een ondernemingsraad moet zijn werk zelfstandig en deskundig kunnen uitvoeren. Om daarbij een volwaardige gesprekspartner van de ondernemer te kunnen zijn, heeft de ondernemingsraad niet alleen tijd en informatie nodig, maar ook voldoende middelen.</p>

<p>Scholing, externe deskundigen, communicatiemiddelen en soms zelfs juridische ondersteuning brengen kosten mee. Regelmatig rijst dan de vraag welke kosten de ondernemingsraad mag maken en wanneer deze voor rekening van de ondernemer komen. Artikel 22 WOR geeft hiervoor het wettelijke kader. In deze blog bespreken wij welke kosten onder artikel 22 WOR vallen, welke voorwaarden daarbij gelden en hoe ondernemer en ondernemingsraad in de praktijk goede afspraken kunnen maken over het OR-budget en de beheersing van kosten.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Welke kosten vallen onder artikel 22 WOR?</h2>

<p>De kosten die een ondernemingsraad maakt kunnen zeer uiteenlopend zijn. Allereerst gaat het om de faciliteiten die nodig zijn om het medezeggenschapswerk uit te voeren. Daarbij kan worden gedacht aan vergaderruimte, secretari&euml;le ondersteuning, communicatiemiddelen, vakliteratuur en kosten die samenhangen met de communicatie met de achterban.</p>

<p>Daarnaast heeft de ondernemingsraad recht op scholing. In de praktijk volgen OR-leden regelmatig trainingen over onderwerpen als advies- en instemmingsrechten, reorganisaties, arbeidsvoorwaarden of financi&euml;le vraagstukken. Omdat goed functionerende medezeggenschap kennis en deskundigheid vereist, komen deze scholingskosten in beginsel voor rekening van de ondernemer.</p>

<p>Ook kan de ondernemingsraad behoefte hebben aan externe expertise. Zeker bij complexe advies- of instemmingstrajecten. De WOR biedt daarom de mogelijkheid om deskundigen in te schakelen, zoals advocaten, financieel adviseurs of organisatiekundigen. De kosten daarvan komen eveneens voor rekening van de ondernemer, mits de ondernemer vooraf over de te verwachten kosten wordt ge&iuml;nformeerd.</p>

<p>Hetzelfde geldt voor juridische procedures. Wanneer tussen ondernemer en ondernemingsraad een geschil ontstaat over de toepassing van de WOR, kunnen kosten voor juridische bijstand en procedures noodzakelijk zijn. Ook deze kosten kunnen onder artikel 22 WOR vallen, mits zij tijdig bij de ondernemer worden aangekondigd.</p>

<h2>Wanneer komen kosten niet voor rekening van de ondernemer?</h2>

<p>Hoewel artikel 22 WOR een ruime vergoeding van OR-kosten mogelijk maakt, kent de regeling ook grenzen. Kosten die geen relatie hebben met de wettelijke taak van de ondernemingsraad vallen in beginsel buiten de vergoedingsplicht. Hetzelfde geldt voor kosten van deskundigen of juridische procedures waarvan de ondernemer niet vooraf op de hoogte is gesteld of die onredelijk worden geacht.</p>

<p>Ook kunnen partijen discussie krijgen over de redelijkheid van bepaalde uitgaven. De wettelijke maatstaf blijft immers dat de kosten redelijkerwijs noodzakelijk moeten zijn voor de vervulling van de taak van de ondernemingsraad. Die beoordeling zal steeds afhangen van de omstandigheden van het geval. Daarbij kunnen onder meer een rol spelen de aard en complexiteit van het onderwerp, de termijn waarbinnen de ondernemingsraad een standpunt moet innemen, de kennis en ervaring die binnen de ondernemingsraad aanwezig is. Artikel 22 WOR is dus geen vrijbrief voor de ondernemingsraad om naar eigen inzicht kosten te maken. Overleg en transparantie blijven van belang.</p>

<h2>Het belang aan voldoende middelen en duidelijke afspraken</h2>

<p>Artikel 22 WOR dient zowel het belang van de ondernemingsraad als dat van de ondernemer. Voor de ondernemingsraad is het van belang dat voldoende middelen beschikbaar zijn om zijn wettelijke taken goed te kunnen uitvoeren. De onderwerpen waarover ondernemingsraden adviseren of instemmen worden immers steeds complexer, zoals reorganisaties, duurzaamheid, <a href="https://ploum.nl/nieuws/wat-kan-de-ondernemingsraad-met-artificial-intelligence" target="_blank">AI-toepassingen</a> en pensioenvraagstukken. Het is dan ook niet realistisch om te verwachten dat OR-leden alle benodigde expertise zelf in huis hebben. Scholing en de mogelijkheid om externe deskundigen in te schakelen stellen de ondernemingsraad in staat om als volwaardige gesprekspartner deel te nemen aan de besluitvorming binnen de onderneming.</p>

<p>Tegelijkertijd heeft de ondernemer een gerechtvaardigd belang bij inzicht in de kosten van de medezeggenschap. Van de ondernemingsraad mag daarom worden verwacht dat hij uitgaven tijdig aankondigt, de noodzaak daarvan toelicht en zorgvuldig met beschikbare middelen omgaat. Transparantie en goede communicatie voorkomen discussies en dragen bij aan een constructieve samenwerking tussen ondernemer en ondernemingsraad.</p>

<h2>Het OR-budget in de praktijk</h2>

<p>Ondernemingen kunnen ervoor kiezen om met een jaarlijks OR-budget te werken. Een budget kan praktische voordelen hebben voor zowel de ondernemer als de ondernemingsraad. Het geeft vooraf duidelijkheid over de beschikbare middelen en voorkomt dat voor iedere kleine uitgave afzonderlijk overleg nodig is.</p>

<p>Een budget kent echter ook aandachtspunten. Wanneer bepaalde kosten binnen het budget zijn opgenomen, kan overschrijding van dat budget tot discussie leiden. Het is daarom verstandig om vooraf goed vast te leggen welke kosten wel en niet onder het budget vallen en hoe wordt omgegaan met onverwachte uitgaven, zoals een omvangrijk adviestraject of een juridische procedure.</p>

<p>Daarnaast is het belangrijk om te beseffen dat niet iedere ondernemingsraad gebaat is bij een zeer strak budget. Juist omdat niet altijd te voorspellen is welke adviesaanvragen of instemmingsverzoeken zich gedurende het jaar zullen voordoen, kan te weinig financi&euml;le ruimte de effectieve uitoefening van medezeggenschap belemmeren.</p>

<h2>Praktische aandachtspunten</h2>

<ol>
	<li>Maak tijdig afspraken over scholing, deskundigen en overige OR-kosten.</li>
	<li>Leg budget- en faciliteitenafspraken schriftelijk vast.</li>
	<li>Informeer de ondernemer vooraf over kosten van externe deskundigen en juridische procedures.</li>
	<li>Onderbouw grotere uitgaven goed en maak inzichtelijk waarom deze noodzakelijk zijn.</li>
	<li>Evalueer periodiek of de gemaakte afspraken nog aansluiten bij de behoeften van de ondernemingsraad en de onderneming.</li>
</ol>

<h2>Conclusie</h2>

<p>Artikel 22 WOR vormt een belangrijke waarborg voor effectieve medezeggenschap. Een ondernemingsraad moet kunnen beschikken over de middelen die nodig zijn om zijn wettelijke taken goed uit te voeren. Daaronder vallen onder meer faciliteiten, scholing, deskundigenbijstand en in voorkomende gevallen juridische procedures.</p>

<p>Tegelijkertijd hebben ondernemers een gerechtvaardigd belang bij transparantie, redelijke kosten en duidelijke budgetafspraken. In de praktijk blijkt dat de meeste discussies kunnen worden voorkomen wanneer ondernemingsraad en ondernemer tijdig met elkaar in gesprek gaan over de verwachte kosten en de wijze waarop deze worden gefinancierd.</p>

<p>Goede medezeggenschap kost geld, maar moet vooral worden gezien als een investering in zorgvuldige besluitvorming, draagvlak binnen de organisatie en een constructieve samenwerking tussen ondernemer en werknemers. Uiteindelijk zijn zowel de ondernemingsraad als de ondernemer daarbij gebaat.</p>

<p>Heeft u vragen over de kosten van de ondernemingsraad of kostenafspraken met de ondernemer? Onze specialisten bij <a href="http://ploum.nl/specialisten?advanced-filter-categories=arbeidsrecht&amp;advanced-filter-specialists=" target="_blank">Arbeidsrecht</a> helpen u graag hierbij. Neem gerust contact op, of schrijf u in voor onze <a href="http://nieuwsbrief.ploum.nl/ct/m7/k1/Z6hyKcfgY8YfAz2-mpChjUKv-PyzDBDboWT91rNvK40d3_nAaNw4Uk7_nPqyK2d0/3rfaxqYCKSHcFKV" target="_blank">nieuwsbrief</a>.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Transparantievereisten van de AI-Act]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/transparantievereisten-van-de-ai-act</link>
		  <pubDate>Fri, 07 Aug 2026 9:48:08 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Matthijs Gardien, Bine Schoenmaker en Daan Augustijn]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>De Verordening artifici&euml;le intelligentie 2024/1689 (AI-Act) heeft tot doel het gebruik en de ontwikkeling van AI-systemen veiliger te maken, zodat mensen en bedrijven in de EU vertrouwen in deze technologie krijgen en behouden. Per 2 augustus 2026 zijn er nieuwe verplichtingen van toepassing geworden. Vanaf diezelfde datum maakt ook het AI-bureau van de Europese Commissie, samen met de nationale autoriteiten, een aanvang met de handhaving van de AI-Act.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Nieuwe verplichtingen AI-Act</h2>

<p>De nieuwe verplichtingen brengen vooral verder gaande transparantievereisten met zich voor aanbieders van AI-systemen. De maatregelen moeten ervoor zorgen dat gebruikers weten wanneer ze met AI te maken hebben en dat kunstmatig gegenereerde content als dusdanig wordt gelabeld. Op grond van deze transparantieregels moeten bepaalde AI-systemen duidelijk maken wanneer zij met AI interageren en wanneer inhoud erdoor is gegenereerd of gewijzigd. Zo moeten chatbots en andere interactieve AI-systemen gebruikers informeren dat ze met AI te maken hebben en niet met een mens. Daarnaast moeten vanaf 2 augustus 2026 de zogenoemde deepfakes (afbeeldingen, video&rsquo;s of audio bewerkt of gegeneerd door middel van AI) worden ge&euml;tiketteerd. Ook moet inhoud die door AI wordt gegenereerd of gewijzigd een machine leesbare markering bevatten, waarmee deze inhoud makkelijker kan worden gedetecteerd. Zo wordt beoogd om bedrog en manipulatie te verminderen en mensen te helpen weloverwogen keuzes te maken.</p>

<h2>Handhaving door Europese Commissie</h2>

<p>Vanaf 2 augustus 2026 zal het AI-bureau van de Europese Commissie samen met de nationale autoriteiten beginnen met de handhaving van de AI-Act. De Europese Commissie kan vanaf nu afdwingen dat General Purpose AI models (GPAI) zich conformeren aan de regels van de AI-Act. GPAI zijn modellen die een breed scala aan functies en diensten aanbieden, voorbeelden zijn ChatGPT en Copilot. Zo moeten alle aanbieders van GPAI bepaalde informatie bijhouden en verstrekken aan de bevoegde autoriteiten. Ook zal worden gehandhaafd op de voornoemde transparantieverplichtingen en op de zogenoemde <a href="http://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/regulatory-framework-ai#:~:text=for%20AI%20systems%3A-,Unacceptable%20risk,-All%20AI%20systems" target="_blank">verboden AI-praktijken</a>. Hoe effectief de handhaving van de AI Act gaat zijn, zal ook afhankelijk zijn van de lidstaten. Het is aan hen om ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteiten correct zijn aangewezen en beschikken over voldoende middelen.</p>

<p>In Nederland hebben de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor de co&ouml;rdinatie van het toezicht op AI. De AP is belast met het toezicht op de verplichtingen die worden besproken in deze blog. Voor het toezicht op AI is door de AP in 2023 een apart organisatieonderdeel in het leven geroepen, genaamd de Directie Co&ouml;rdinatie Algoritmes (DCA).</p>

<h2>Uitgestelde verplichtingen</h2>

<p>2 augustus 2026 zou ook de dag zijn dat andere verplichtingen in werking treden, deze inwerkingtreding is echter uitgesteld. Een van die verplichtingen had betrekking op de zogenoemde hoog risico AI-systemen. Dit zijn AI-systemen waarvan de toepassing voor serieus risico kan zorgen voor schade op het gebied van gezondheid, veiligheid of de waarborging van fundamentele rechten. De hoog risico AI-systemen zijn opgesomd in bijlage 1 en bijlage 3 van de AI Act. Bijlage 1 gaat over AI-systemen als product of als veiligheidscomponent in reeds streng gereguleerde fysieke producten, bijvoorbeeld speelgoed of medische producten. Bijlage 3 geeft een lijst van specifieke gevoelige toepassingsgebieden en sectoren. Voorbeelden zijn AI-systemen die gebruikt worden in de kritieke infrastructuur, onderwijsinstellingen of het verstrekken van consumentenkrediet.</p>

<p>Deze nog in werking te treden verplichtingen betreffen strikte verplichtingen voor hoog risico AI-systemen. De hoog risico AI-systemen moeten bijvoorbeeld onderhavig zijn aan adequate risicoschattingen en mitigatiesystemen. Ook moeten hoog risico AI-systemen activiteiten bijhouden, zodat de resultaten kunnen worden herleid. De nieuwe verplichtingen moeten er daarnaast voor zorgen dat het risico op de schade die de hoog risico AI-systemen kunnen aanrichten wordt beperkt door het inbouwen van systematische controlemechanismen. De inwerkingtreding van deze verplichtingen voor de hoog risico AI-systemen genoemd in bijlage 3 van de AI Act staat nu gepland op 2 december 2027. De inwerkingtreding van deze verplichtingen voor de AI-systemen uit bijlage 1 van de AI Act staat gepland op 2 augustus 2028.</p>

<p>Met deze nieuw in werking getreden regels met betrekking tot de AI Act is een volgende stap gezet naar een effectief instrumentarium om de veiligheid van AI-systemen te waarborgen. Ploum houdt de laatste ontwikkelingen van de AI-Act strak in de gaten. Meer weten? Neem contact op met Matthijs Gardien, Bine Schoenmaker&nbsp;en/of Daan Augustijn.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Ploum in IP Stars 2026]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/ploum-in-ip-stars-2026</link>
		  <pubDate>Thu, 30 Jul 2026 12:10:37 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Willem Leppink, Sabin Tigu, Paul Trapman en Michelle Roosma]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Ook dit jaar kunnen wij met trots melden dat ons IE-team opnieuw een prachtige ranking in IP Stars 2026 van Managing IP heeft behaald. Ploum is erkend voor zowel Trademark Prosecution als Trademark Disputes. Dit is een mooie bevestiging van de kwaliteit, expertise en toewijding van ons merkenrechtteam.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<p>Daarnaast zijn wij bijzonder trots op de individuele erkenningen binnen het team:</p>

<ul>
	<li><a href="https://ploum.nl/specialisten/willem-leppink" target="_blank">Willem Leppink</a> &ndash; Trademark Star</li>
	<li><a href="https://ploum.nl/specialisten/sabin-tigu" target="_blank">Sabin Tigu</a> &ndash; Trademark Star</li>
	<li><a href="https://ploum.nl/specialisten/michelle-roosma" target="_blank">Michelle Roosma</a> &ndash; Rising Star</li>
	<li><a href="https://ploum.nl/specialisten/paul-trapman" target="_blank">Paul Trapman</a> &ndash; Rising Star</li>
</ul>

<p>Deze rankings vormen een prachtige waardering voor de inzet en expertise van onze specialisten. Wij kijken ernaar uit om onze cli&euml;nten ook de komende jaren te blijven ondersteunen bij het beschermen en versterken van hun merken.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Invoeren of wijzigen van het beloningsbeleid? Vergeet de ondernemingsraad niet!]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/invoeren-of-wijzigen-van-het-beloningsbeleid-vergeet-de-ondernemingsraad-niet</link>
		  <pubDate>Thu, 30 Jul 2026 10:32:49 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Anfernee Leemans en Daniël van Gerven]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Beloningen zijn de belangrijkste tegenprestatie voor verrichte arbeid. In ieder bedrijf zijn beloningen daarom onderwerp van gesprek. Steeds vaker werken bedrijven dan ook met een beloningsbeleid, waarin duidelijke afspraken worden gemaakt over de beloningen van alle werknemers binnen een bedrijf. Een beloningsbeleid biedt namelijk verschillende voordelen. Een goed en duidelijk geformuleerd beloningsbeleid zorgt voor eenheid en transparantie binnen de organisatie en kan worden gebruikt om als organisatie competitief te zijn in de arbeidsmarkt. Ook kan het beloningsbeleid een nuttige manier te zijn om te voldoen aan de aankomende wetgeving op het gebied van loontransparantie (zie onder andere onze <a href="https://ploum.nl/nieuws/gewijzigd-wetsvoorstel-loontransparantie-wat-verandert-er-en-wat-betekent-het-uitstel-voor-werkgevers" target="_blank">eerdere blog</a> hierover).</p>

<p>Daar waar het gaat om het beloningsbeleid, speelt de ondernemingsraad een belangrijke rol. De ondernemingsraad heeft allerlei rechten en bevoegdheden, waaronder het recht op overleg, recht op informatie en soms zelfs een instemmingsrecht. In deze blog gaan wij nader in op het beloningsbeleid en staan wij expliciet stil bij de rol van de ondernemingsraad daarbij. Tot slot geven wij enkele praktische aandachtspunten.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Het beloningsbeleid en toepasselijke regelgeving</h2>

<p>Als gezegd is een beloningsbeleid een geheel aan afspraken over alle vormen van beloning van werknemers binnen een onderneming. Daar vallen financi&euml;le beloningen onder, zoals salarissen, salarisschalen, toeslagen, eindejaarsuitkeringen, bonusregelingen en winstdelingsregelingen. Het is echter ook mogelijk om niet-financi&euml;le beloningen op te nemen, zoals ADV-dagen, opleidingsbudgetten, kortingen op verzekeringen of bepaalde diensten, sportschoolabonnementen, gratis maaltijden, enzovoort.</p>

<p>Elke onderneming is vrij om een beloningsbeleid op te stellen. Een dergelijk beleid kan verschillende vormen aannemen, bijvoorbeeld in een personeelshandboek, arbeidsvoorwaardenreglement of &ndash; indien van toepassing &ndash; een collectieve arbeidsovereenkomst. Werkgevers zijn in beginsel vrij om in een beloningsbeleid alle afspraken daarin op te nemen die zij vinden passen binnen de organisatie. Voor naamloze vennootschappen geldt dat zij verplicht zijn om een beleid op te stellen voor de bezoldiging van het bestuur. Voor andere rechtspersonen geldt een dergelijke verplichting niet, al bepaalt de wet dat de bezoldiging van bestuurders van besloten vennootschappen wordt vastgesteld door de algemene vergadering (tenzij de statuten anders bepalen). &nbsp;</p>

<p>Let op: voor bepaalde sectoren gelden bijzondere regels voor het beloningsbeleid. Denk bijvoorbeeld aan de financi&euml;le sector, waarvoor de Wet op het financieel toezicht (Wft) en de Wet beloningsbeleid financi&euml;le ondernemingen (Wbfo) geldt. Voor beursgenoteerde bedrijven gelden de bijzondere regels van de Nederlandse Corporate Governance Code.</p>

<h2>De rol van de ondernemingsraad bij het beloningsbeleid</h2>

<p>De ondernemingen die een beloningsbeleid hebben opgesteld of zullen opstellen, zullen doorgaans grotere ondernemingen zijn. De grotere ondernemingen hebben vaak ook een ondernemingsraad, als zij tenminste 50 werknemers hebben. Gelet op het belang van beloning binnen de organisatie, is het niet vreemd dat ook de ondernemingsraad spreekwoordelijk een vinger in de pap heeft als het om beloningen gaat. Dat is niet anders voor het beloningsbeleid.</p>

<p>Bij naamloze vennootschappen geldt als gezegd een verplichting om een beleid op te stellen voor de beloning van de bestuurders. Voordat dit beloningsbeleid kan worden vastgesteld, moet de ondernemingsraad (als deze is ingesteld) in de gelegenheid worden gesteld om een standpunt te bepalen. Dat standpunt kan door de ondernemingsraad in de algemene vergadering worden toegelicht.</p>

<p>Voor grote werkgevers met meer dan 100 werknemers geldt de verplichting om de ondernemingsraad ten minste &eacute;&eacute;n keer per jaar schriftelijk te informeren over de hoogte en de inhoud van arbeidsvoorwaardelijke regelingen binnen de onderneming. Dat ziet onder meer op informatie over arbeidsvoorwaarden en beloningsverhoudingen ten aanzien van verschillende groepen werknemers, het bestuur van de rechtspersoon en het toezichthoudend orgaan. Ook moet jaarlijks worden medegedeeld hoe deze arbeidsvoorwaarden en beloningsverhoudingen zich procentueel tot elkaar verhouden en tot die van het voorgaande jaar.</p>

<p>Verder heeft de ondernemingsraad een stimulerende en controlerende taak binnen de onderneming. Zo moet de ondernemingsraad de naleving van de voor de in de onderneming geldende voorschriften op het gebied van arbeidsvoorwaarden zo veel mogelijk bevorderen. Ook moet de ondernemingsraad in het algemeen waken tegen discriminatie in de onderneming en moet de ondernemingsraad de gelijke behandeling van mannen en vrouwen bevorderen. Daarbij kan de ondernemingsraad gebruik maken van de formele medezeggenschapsrechten die hij op grond van de WOR heeft.</p>

<p>De formele medezeggenschapsrechten van de ondernemingsraad bestaan onder meer uit het instemmingsrecht en het recht op overleg. Het instemmingsrecht van de ondernemingsraad ziet op elk voorgenomen besluit van de bestuurder tot vaststelling, wijziging of intrekking van een belonings- of functiewaarderingssysteem. Ook heeft de ondernemingsraad een instemmingsrecht ten aanzien van pensioenregelingen en winstdelingsregelingen. Hiermee kan de ondernemingsraad invloed uitoefenen op het beloningsbeleid binnen de onderneming. Daarnaast kan de ondernemingsraad de arbeidsvoorwaarden en de beloningsverhoudingen binnen de onderneming bespreken in het overleg met de bestuurder, zowel op initiatief van de ondernemingsraad (via art. 23 WOR) of tijdens het art. 24-overleg dat minstens twee keer per jaar plaatsvindt.</p>

<h2>Praktische aandachtspunten</h2>

<p>Het beloningsbeleid kan een nuttige uitkomst bieden binnen uw organisatie, maar vergeet dus niet de ondernemingsraad tijdig te betrekken! Daarbij kunt u de volgende aandachtspunten in het oog houden:</p>

<ol>
	<li><strong>Zorg voor een transparant en goed onderbouwd beloningsbeleid</strong><br />
	Leg duidelijk vast hoe beloningen tot stand komen en welke uitgangspunten worden gehanteerd. Een transparant beleid vergroot het draagvlak binnen de organisatie en helpt discussies over gelijke behandeling en beloningsverschillen te voorkomen.</li>
	<li><strong>Betrek de ondernemingsraad tijdig bij wijzigingen</strong><br />
	Gaat u een belonings- of functiewaarderingssysteem invoeren, wijzigen of intrekken? Controleer dan tijdig of instemming van de ondernemingsraad is vereist. Het niet volgen van de juiste medezeggenschapsprocedure kan leiden tot vertraging of vernietiging van het besluit.</li>
	<li><strong>Controleer of u aan de informatieverplichtingen voldoet</strong><br />
	Werkgevers met meer dan 100 werknemers moeten de ondernemingsraad jaarlijks informeren over de arbeidsvoorwaarden en beloningsverhoudingen binnen de organisatie. Zorg ervoor dat deze informatie volledig, actueel en tijdig wordt verstrekt.</li>
	<li><strong>Houd rekening met sectorspecifieke regelgeving</strong><br />
	Naast de algemene regels kunnen voor bepaalde organisaties aanvullende verplichtingen gelden, bijvoorbeeld in de financi&euml;le sector of voor beursgenoteerde ondernemingen. Controleer daarom altijd welke wet- en regelgeving op uw organisatie van toepassing is voordat u het beloningsbeleid vaststelt of wijzigt.</li>
</ol>

<p>Heeft u vragen over het beloningsbeleid en/of de betrokken van de ondernemingsraad bij beloningen binnen uw organisatie? Onze specialisten bij Arbeidsrecht helpen u graag hierbij. Neem gerust contact op, of schrijf u in voor onze <a href="https://nieuwsbrief.ploum.nl/ct/m7/k1/Z6hyKcfgY8YfAz2-mpChjUKv-PyzDBDboWT91rNvK40d3_nAaNw4Uk7_nPqyK2d0/3rfaxqYCKSHcFKV" target="_blank">nieuwsbrief</a>.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Kwartaalupdate bestuurders- en beroepsaansprakelijkheid Q2 2026]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/kwartaalupdate-bestuurders-en-beroepsaansprakelijkheid-q2-2026</link>
		  <pubDate>Fri, 24 Jul 2026 9:36:37 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Vincent Terlouw]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>In deze laatste week van juli 2026 en met vakantiemaand augustus voor de deur, doen wij u hierbij graag toekomen onze kwartaalupdates over Q2 2026.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Kwartaalupdate bestuurdersaansprakelijkheid</h2>

<p>In de kwartaalupdate bestuurdersaansprakelijkheid trappen wij af met de uitspraak van de Hoge Raad van 12 juni 2026. Daarin wordt het gerechtshof Amsterdam teruggefloten ten aanzien van haar oordeel dat de bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt te maken valt. De Hoge Raad wijst erop dat het hof onvoldoende oog heeft gehad voor de afzonderlijke rechtspersonen binnen de groep en een te ruime informatieverplichting aanneemt voor de bestuurder jegens een schuldeiser van &eacute;&eacute;n van de groepsvennootschappen.</p>

<p>De als 4de besproken uitspraak is van het Gerechtshof Amsterdam en ziet op het faillissement van Miss Etam en de aldaar door de overnemende partij gehanteerde groepsstructuur die leidt tot benadeling van crediteuren (Comsys). Daarnaast is deze uitspraak interessant omdat de curator alles uit de kast haalt om de natuurlijke-persoon bestuurder achter het concern aansprakelijk te kunnen houden vanwege het feit dat doorprikken ex artikel 2:11 BW niet kan vanwege de Zwitserse topholding. Via een omweg weet de curator de bestuurder toch voor het boedeltekort aansprakelijk te kunnen houden. Zeer lezenswaardig voor diegene die zich met bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement bezighouden.</p>

<h2>Kwartaalupdate beroepsaansprakelijkheid</h2>

<p>In onze kwartaalupdate beroepsaansprakelijkheid wordt met een advocaat, belastingadviseur en dierenarts weer een mooi palet aan verschillende beroepsgroepen behandeld. Een drietal interessante uitspraken.</p>

<p><a class="btn btn-primary" href="https://ploum.nl/uploads/Documenten/Kwartaalupdates/Kwartaalupdate_Bestuurders-_en_Beroepsaansprakelijkheid_Q2_2026.pdf" target="_blank">Kwartaalupdate Bestuurders- en Beroepsaansprakelijkheid</a></p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Kroniek Aansprakelijkheidsrecht]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/kroniek-aansprakelijkheidsrecht</link>
		  <pubDate>Fri, 17 Jul 2026 10:44:05 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Caspar Janssens, Eveline Heijdra en Daan Deveer]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Caspar Janssens, Eveline Heijdra en&nbsp;Daan Deveer&nbsp;hebben ook dit jaar weer de Kroniek Aansprakelijkheidsrecht geschreven voor het Advocatenblad.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<p>In deze Kroniek wordt een selectie van de tussen mei 2025 en mei 2026 door de Hoge Raad gewezen uitspraken op het gebied van het aansprakelijk&shy;heidsrecht besproken.</p>

<p><a class="btn btn-primary" href="https://magazine.advocatenblad.nl/2026-06/kroniek-aansprakelijkheidsrecht-2026/" target="_blank">Kroniek Aansprakelijkheidsrecht</a></p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Ploum trotse juridische partner van het Delft Solar Team]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/ploum-trotse-juridische-partner-van-het-delft-solar-team</link>
		  <pubDate>Thu, 16 Jul 2026 9:57:00 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Ploum Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Sinds dit jaar is Ploum de offici&euml;le juridische partner van het <a href="https://delftsolarteam.com/" target="_blank">Delft Solar Team</a>. Het studententeam van de TU Delft neemt eind juli als eerste Europese team ooit deel aan de American Solar Challenge in de Verenigde Staten. De innovatieve en duurzame aanpak van dit studententeam sluit naadloos aan bij onze praktijk. Als juridische partner dragen wij graag bij aan een omgeving waarin innovatie en talent alle ruimte krijgen.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<p>De match is zonneklaar. Waar de Delftse studenten pionieren op het gebied van duurzame mobiliteit en hernieuwbare energie, ondersteunt ons <a href="https://ploum.nl/expertises/sectoren/energie">Team Energie</a> dagelijks cli&euml;nten bij de complexe juridische uitdagingen van de energietransitie. Door deze krachten te bundelen, laten we zien waar deze samenwerking &eacute;cht om draait: samen bouwen aan een duurzame toekomst.</p>

<p><em>"Delft Solar Team laat zien wat mogelijk is als toptalent, technologie en doorzettingsvermogen samenkomen. Als partner zijn wij trots dat we dit bijzondere team mogen ondersteunen op weg naar nieuwe prestaties en innovaties. Hun innovatiekracht, ondernemerschap en ambitie om duurzame mobiliteit verder te brengen sluiten aan bij onze eigen waarden. Wij hebben alle vertrouwen in een fantastisch resultaat tijdens de American Solar Challenge 2026."</em><br />
- Matthijs Gardien, partner Ploum</p>

<p><img alt="" src="https://ploum.nl/uploads/Artikelen_en_Track_Records_en_expertise/Samenwerken_Teams_Overeenkomst/JLOUSBERG_260520_CarRevealNuna13S_R6_7842_HR.jpg.jpeg" style="height:400px; width:600px" /></p>

<h2><strong>Over het Delft Solar Team &amp; de American Solar Challenge</strong></h2>

<p>Het Delft Solar Team bestaat uit <a href="https://delftsolarteam.com/team" target="_blank">14 ambitieuze studenten</a> van de <a href="https://www.tudelft.nl/" target="_blank">TU Delft</a>. Om hun zelfgebouwde zonneauto, Nuna, te ontwikkelen, zetten zij een jaar lang hun studie op pauze. Het team is inmiddels uitgegroeid tot een van de meest succesvolle zonneautoteams ter wereld, met acht wereldtitels in de <a href="https://www.bridgestone.com/bwsc/about/result/" target="_blank">Bridgestone World Solar Challenge</a>.</p>

<p>Dit jaar schrijft het team geschiedenis: als allereerste Europese team ooit nemen zij deel aan de <a href="https://www.americansolarchallenge.org/" target="_blank">American Solar Challenge</a>, die plaatsvindt van 25 juli tot en met 1 augustus. Deze intense 8-daagse race start in Minnesota en finisht in Texas, over onder meer het historische Route 66.</p>

<p><em>"Als solar team zorgen wij ervoor dat we alles uit de zon halen, maar op juridisch vlak is het Ploum die zorgt dat wij ons niet branden aan een juridische kwestie. Of het nu gaat om contracten of een NDA die snel getekend moet worden: ze staan altijd stand-by en begrijpen hoe wij als team functioneren. Dat geeft ons de rust om de focus volledig op de weg en op innovatie te houden. Daarnaast waarderen we de gastvrijheid op het kantoor van Ploum enorm!&rdquo; </em><br />
- Guus van der Donk, teamleider Delft Solar Team</p>

<p><strong>Namens het hele team van Ploum wensen wij het Delft Solar Team ontzettend veel succes in de Verenigde Staten en kijken ernaar uit om hun avontuur te volgen!</strong></p>

<div class="small-text"><img alt="" src="https://ploum.nl/uploads/DSB094750.png" style="height:400px; width:600px" /><br />
<br />
Foto&#39;s: Jorrit Lousberg &amp; Rosa van Wijngaarden</div>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Zomervakantie? Een goed moment om stil te staan bij de rol van de OR]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/zomervakantie-een-goed-moment-om-stil-te-staan-bij-de-rol-van-de-or</link>
		  <pubDate>Mon, 13 Jul 2026 7:48:39 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Michelle Westhoeve]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>De vakantieperiode is voor veel organisaties een drukke tijd. Vakantieaanvragen moeten worden beoordeeld, bezettingen op peil gehouden en soms worden werktijden of roosters aangepast om de continu&iuml;teit van het werk te waarborgen. Juist daarom is dit een mooi moment om eens te kijken naar de vraag: welke rol speelt de ondernemingsraad (OR) eigenlijk bij vakantie-, verlof- en arbeidstijdenbeleid?</p>

<p>Het antwoord is te vinden in artikel 27 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Dat artikel geeft de OR <a href="https://ploum.nl/nieuws/bijzondere-bevoegdheid-van-de-or-het-instemmingsrecht" target="_blank">instemmingsrecht</a> bij een aantal belangrijke regelingen, waaronder regelingen over vakantie en verlof.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Wanneer is instemming van de OR nodig?</h2>

<p>Artikel 27 lid 1 onder b WOR bepaalt dat de ondernemer de <a href="https://ploum.nl/nieuws/alles-over-de-ondernemingsraad-deel-4-het-instemmingsrecht" target="_blank">instemming</a>&nbsp;van de OR nodig heeft voor de vaststelling, wijziging of intrekking van een arbeids- en rusttijdenregeling of een vakantieregeling.</p>

<p>Daaronder vallen bijvoorbeeld regelingen over:</p>

<ul>
	<li>collectieve vakanties of bedrijfssluitingen;</li>
	<li>de procedure voor het aanvragen en plannen van vakantie;</li>
	<li>verlofregelingen;</li>
	<li>ploegendiensten;</li>
	<li>structurele roosters en werktijden.</li>
</ul>

<p>Het gaat daarbij om algemeen beleid, dat herhaaldelijk toepasbaar is op een groep werknemers. Een individuele beslissing &ndash; zoals het afwijzen van &eacute;&eacute;n vakantieaanvraag of het incidenteel wijzigen van het rooster van een werknemer &ndash; valt dus <em>niet</em> onder het instemmingsrecht.</p>

<h2>Niet alles rondom vakantie is instemmingsplichtig</h2>

<p>In de praktijk bestaat hierover regelmatig discussie. De OR heeft namelijk geen instemmingsrecht over <em>primaire</em> arbeidsvoorwaarden. Het aantal vakantiedagen waar werknemers recht op hebben, wordt in de rechtspraak gezien als zo&#39;n primaire arbeidsvoorwaarde. Anders ligt dat bij de manier waarop, en de periode waarin, vakantie binnen de organisatie kan worden opgenomen of gepland. Juist die organisatorische afspraken kunnen w&eacute;l onder artikel 27 WOR vallen.</p>

<h2>Rechtspraak: waar ligt de grens?</h2>

<p>De afgelopen jaren hebben verschillende kantonrechters verduidelijkt hoe artikel 27 WOR moet worden toegepast in discussies over vakantie, arbeidstijd en rusttijd.</p>

<p>Een interessante <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:4774" target="_blank">uitspraak</a>&nbsp;is die van de rechtbank Gelderland uit 2021 over Recticel. Deze werkgever wilde flexibel kunnen op- en afschalen tussen twee- en drieploegendiensten, afhankelijk van de productiebehoefte. De kantonrechter stelde vast dat zo&#39;n besluit inderdaad een arbeids- en rusttijdenregeling is in de zin van artikel 27 WOR. Toch hoefde de werkgever in dit geval geen instemming van de OR te vragen, omdat de toepasselijke ondernemingscao hierover al een uitputtende regeling bevatte. De rechter maakte daarbij wel duidelijk dat het instemmingsrecht weer herleeft zodra zo&#39;n cao-regeling ontbreekt.</p>

<p>Een ander voorbeeld is de uitspraak over <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:7299" target="_blank">Qbuzz</a> uit 2024. Daar weigerde de OR in te stemmen met nieuwe dienstroosters omdat deze volgens hem in strijd waren met de cao. De kantonrechter gaf de OR gelijk en wees het verzoek om vervangende toestemming af. Een OR kan dus goede gronden hebben om instemming te weigeren, wanneer een roosterregeling niet voldoet aan cao-afspraken of de belangen van werknemers onvoldoende beschermt.</p>

<p>Ook de iets oudere <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBMNE:2015:1348" target="_blank">Rijkswaterstaat-uitspraak</a> uit 2015 is relevant. Daar ging het om norm- of jaarroosters voor een groep werknemers. De kantonrechter oordeelde dat zulke roosters de structurele basis vormen voor het werkpatroon en daarom kunnen kwalificeren als een arbeids- en rusttijdenregeling in de zin van artikel 27 WOR. Daarbij maakte de rechter onderscheid tussen het normrooster zelf en de concrete maand- of dagroosters die daaruit voortvloeien. Voor het normrooster kan instemming van de OR nodig zijn, omdat dit een duurzame en herhaalbare regeling is. Voor de latere concrete invulling binnen die kaders &ndash; de maandroosters en dagroosters &ndash; is niet steeds opnieuw instemming vereist.</p>

<h2>Praktische lessen voor de OR</h2>

<p>Voor ondernemingsraden is het bij wijzigingen in vakantie- of werktijdenbeleid verstandig om steeds drie vragen te stellen:</p>

<ul>
	<li>gaat het om een algemene regeling of om een individuele beslissing?;</li>
	<li>valt de regeling onder artikel 27 WOR of gaat het om een primaire arbeidsvoorwaarde?;</li>
	<li>is het onderwerp al inhoudelijk geregeld in een cao, waardoor het instemmingsrecht vervalt?</li>
</ul>

<p>Voor bestuurders geldt hetzelfde. Een regeling die zonder de vereiste instemming wordt ingevoerd, loopt het risico dat de OR de nietigheid van het besluit inroept. Dat kan uiteindelijk leiden tot een procedure bij de kantonrechter.</p>

<h2>Meer dan een zomeronderwerp</h2>

<p>Hoewel vakantiebeleid in de zomer extra zichtbaar is, speelt artikel 27 WOR het hele jaar door een belangrijke rol. Denk aan wijzigingen in ploegendiensten, invoering van nieuwe roosters, aanpassingen in verlofregelingen of afspraken over werktijden. De rode draad in de rechtspraak is duidelijk: zodra een werkgever structurele regels vaststelt over wanneer en hoe werknemers werken of vakantie opnemen, is het verstandig tijdig na te gaan of instemming van de OR vereist is. Dat voorkomt juridische discussies &eacute;n draagt meestal bij aan beter gedragen beleid.</p>

<p>Vragen over de WOR of het instemmingsrecht? Ons team Arbeidsrecht staat de hele zomer voor u klaar. Neem gerust <a href="https://ploum.nl/specialisten?advanced-filter-categories=arbeidsrecht" target="_blank">contact</a>&nbsp;op, of schrijf u in voor onze <a href="https://nieuwsbrief.ploum.nl/ct/m7/k1/Z6hyKcfgY8YfAz2-mpChjUKv-PyzDBDboWT91rNvK40d3_nAaNw4Uk7_nPqyK2d0/3rfaxqYCKSHcFKV" target="_blank">nieuwsbrief</a>!</p>

<div>
<div>
<div class="msocomtxt" id="_com_1">
<p>&nbsp;</p>
</div>
</div>
</div>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Als het internet uitvalt dan staat het verkeer stil]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/als-het-internet-uitvalt-dan-staat-het-verkeer-stil</link>
		  <pubDate>Thu, 09 Jul 2026 5:20:03 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Hugo van Aardenne en Jacob Henriquez]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>De landelijke <a href="http://nos.nl/artikel/2620579-systemen-rijkswaterstaat-komen-weer-op-gang-na-landelijke-storing" target="_blank">internetstoring</a> van zaterdag 27 juni 2026, waardoor de bediening van bruggen, tunnels, sluizen en rode kruizen uitviel, maakte pijnlijk duidelijk hoe afhankelijk onze infrastructuur is van een goed functionerend digitaal netwerk. Zonder internet komt niet alleen de bediening van vitale infrastructuur in gevaar, maar loopt ook het verkeer vast.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Onderhoud bruggen, tunnels, sluizen</h2>

<p>Die gebeurtenis onderstreept een veel grotere uitdaging. De komende jaren staat Nederland voor een enorme onderhoudsopgave: naar schatting is ongeveer &euro; 80 miljard nodig voor het onderhoud en de renovatie van bruggen, tunnels, sluizen en andere essenti&euml;le infrastructuur.</p>

<h2>Cyberbeveiligingswet en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten</h2>

<p>Juist bij deze grootschalige onderhouds- en renovatieprojecten spelen digitale systemen een steeds belangrijkere rol. Dat roept een belangrijke vraag op: welke plaats krijgt cybersecurity bij de begroting, planning en voorbereiding (o.a. contractvoorwaarden) van deze projecten? Als digitale weerbaarheid nog geen vast onderdeel is van die voorbereiding, is dit het moment om daar verandering in te brengen. Op 7 juli 2026 zijn namelijk de Cyberbeveiligingswet (Cbw) en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke) aangenomen door de Eerste Kamer. Beide wetten treden op <a href="http://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2026/07/07/cyberbeveiligingswet-en-wet-weerbaarheid-kritieke-entiteiten-vanaf-15-augustus-2026-van-kracht" target="_blank">15 augustus 2026</a> in werking.</p>

<p>Beide wetten leggen nieuwe verplichtingen op aan organisaties in verschillende vitale sectoren, waaronder de vervoerssector. Daaronder vallen onder meer exploitanten van intelligente vervoerssystemen als bedoeld in artikel 4, onderdeel 1, van <a href="http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=CELEX%3A32010L0040" target="_blank">Richtlijn 2010/40/EU</a>.</p>

<p>Onder intelligente vervoerssystemen worden verstaan:</p>

<p style="margin-left:47px"><em>"Systemen waarin informatie- en communicatietechnologie wordt toegepast op het gebied van het wegvervoer, met inbegrip van infrastructuur, voertuigen en gebruikers, en in het verkeers- en mobiliteitsbeheer, alsook voor interfaces met andere vervoerswijzen."</em></p>

<h2>Impact van de Cbw en de Wwke</h2>

<p>De impact van deze nieuwe wetgeving is daarmee groot voor bedrijven en overheden die betrokken zijn bij de bouw, het beheer en het onderhoud van bruggen, tunnels, sluizen en andere (verkeers)infrastructuur. De Cbw stelt eisen aan de digitale weerbaarheid, terwijl de Wwke zich richt op de fysieke weerbaarheid van kritieke entiteiten zoals vitale infrastructuur. Beide wetten hanteren een brede all hazards-benadering en bevatten uitgebreide, vaak gedetailleerde verplichtingen om risico&#39;s te beheersen.</p>

<p>Daarbij gaat het niet alleen om ruime zorgplichten, maar ook om meldplichten bij incidenten en andere organisatorische maatregelen. Deze verplichtingen vragen om een structurele aanpak die stevig is verankerd in de organisatie en actief wordt gedragen door het bestuur van die organisaties.</p>

<h2>Whitepaper&nbsp;&lsquo;Cybersecurity voor de Bouw en Infrasector&rsquo;</h2>

<p>Wij schreven eerder al een <a href="https://ploum.nl/nieuws/ploum-whitepaper-over-cybersecurity-in-de-bouw-en-infrasector">whitepaper</a> over de gevolgen van deze wetgeving. Staat uw organisatie nog aan het begin van de voorbereidingen, dan helpen wij u graag op weg. Bent u al verder met de implementatie of wilt u toetsen of uw organisatie klaar is voor de nieuwe verplichtingen? Neem vooral contact met ons op. Wij denken graag met u mee.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Waarom GACS meer oplevert dan het kost – Zeven voordelen die veel gebouweigenaren en (ver)huurders nog onderschatten]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/waarom-gacs-meer-oplevert-dan-het-kost-zeven-voordelen-die-veel-gebouweigenaren-en-verhuurders-nog-onderschatten</link>
		  <pubDate>Thu, 09 Jul 2026 11:11:05 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Anton van den Heuvel en Ole Kramer (CEO Saever)]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws, Ploum Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>De verplichting rondom Gebouwautomatisering- en controlesystemen (GACS) is geen toekomstig beleid meer. Sinds&nbsp;<strong>1 januari 2026</strong>&nbsp;moeten utiliteitsgebouwen met een verwarmings- of airconditioningsysteem van meer dan&nbsp;<strong>290 kW nominaal vermogen</strong>&nbsp;beschikken over een GACS dat voldoet aan de wettelijke eisen. De overgangstermijn is verstreken. Daarmee is naleving niet langer een voorbereidingsvraagstuk, maar een actuele verantwoordelijkheid voor gebouweigenaren en ook voor sommige huurders (zoals bij een <em>triple net</em> huurovereenkomst).</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<p>In de praktijk kan het al gaan om gebouwen vanaf ongeveer 2.000 m&sup2;, zoals kantoren, scholen, zwembaden, zorginstellingen, winkelcentra, evenementenhallen en hotels. Om te beoordelen of een (gehuurd) gebouw onder de verplichting valt, is allereerst het nominale vermogen van de verwarmings- en koelinstallatie nodig.</p>

<p>De GACS-verplichting wordt vaak in &eacute;&eacute;n adem genoemd met woorden als regelgeving, deadline en investering. En eerlijk is eerlijk, het vraagt aandacht, tijd en budget. Maar wie GACS uitsluitend ziet als een wettelijke verplichting, kijkt te beperkt. Een goed GACS is geen administratief vinkje. Het is een kans om grip te krijgen op energieverbruik, installaties slimmer te laten functioneren en het gebouw klaar te maken voor de toekomst.</p>

<p>Wanneer je het goed aanpakt, levert GACS meer op dan het kost. Hieronder lichten we zeven voordelen toe die in de praktijk het verschil maken. Een groot deel daarvan is &ndash; afhankelijk van de in de huurovereenkomst gemaakte afspraken &ndash; ook van belang voor huurders.</p>

<h2>1. Lagere energiekosten door slimmer sturen</h2>

<p>Veel gebouwen draaien nog op vaste instellingen die een tijd geleden zijn bepaald. Aanvoertemperaturen staan standaard, hoog ventilatie draait volgens vaste tijdschema&rsquo;s en pompen werken op een vaste snelheid. Dat voelt stabiel, maar het betekent vaak dat installaties meer leveren dan nodig is.</p>

<p>Een goed voorbeeld hiervan zagen we tijdens de COVID-periode. Toen werd de luchtverversing in veel gebouwen bewust verhoogd en zijn luchtbehandelingskasten op volle capaciteit gaan draaien. Dat was logisch op dat moment, maar in de praktijk zien we dat deze instellingen daarna vaak niet meer zijn teruggedraaid. Hierdoor blijft een gebouw structureel meer energie verbruiken dan nodig is.</p>

<p>Een GACS maakt het mogelijk om te sturen op basis van werkelijke vraag. Wordt een verdieping minder gebruikt? Dan kan ventilatie terug. Is de warmtevraag laag? Dan kan de aanvoertemperatuur omlaag.</p>

<p>Dat zijn geen theoretische optimalisaties. In de praktijk zien we dat gebouwen zonder comfortverlies structureel minder energie kunnen verbruiken wanneer ze vraag gestuurd werken. Minder energieverbruik betekent direct lagere kosten.</p>

<p>Omdat in verhuurde gebouwen de energiekosten meestal door de verhuurder worden doorgelegd aan de huurder, ontbreekt soms de incentive voor verhuurders om energiekosten te verlagen. Dit is de zogenaamde <em>split incentive</em>, die ervoor kan zorgen dat besparingsinvesteringen niet door een verhuurder worden getroffen, omdat<em> </em>de besparingsvoordelen aan de kant van de huurder vallen. In sommige huurovereenkomsten zijn daarover al goede (duurzaamheids)afspraken gemaakt, waarmee die <em>split incentive</em> op een redelijke manier wordt opgelost. Ook als dit niet contractueel is geregeld, kunnen verhuurders en huurders daar uiteraard alsnog goede afspraken over maken, waar zij allebei wat aan hebben en bovendien aan de nieuwe wetgeving wordt voldaan.&nbsp;</p>

<h2>2. Minder onverwachte storingen en beter onderhoud</h2>

<p>Installaties vallen zelden ineens uit. Vaak is er eerst sprake van kleine afwijkingen: een pomp die net iets te veel vermogen vraagt, een warmtewisselaar die langzaam vervuilt of een systeem dat ongemerkt tegelijk verwarmt en koelt.</p>

<p>Zonder inzicht blijven deze signalen onopgemerkt. Pas wanneer er klachten komen of een storing optreedt, wordt er ingegrepen.</p>

<p>Een goed GACS maakt afwijkingen zichtbaar voordat ze problemen worden. Door prestaties te volgen en trends te analyseren, ontstaat eerder inzicht in wat niet optimaal functioneert. Dat betekent minder onverwachte stilstand, gerichter onderhoud en uiteindelijk lagere onderhoudskosten.</p>

<h2>3. Vrijstelling van bepaalde inspecties</h2>

<p>Een voordeel is de relatie tussen GACS en de periodieke inspectieverplichting uit de Energieprestatierichtlijn (EPBD). Voor utiliteitsgebouwen met een verwarmings- of airconditioningsinstallatie vanaf 70 kW geldt normaalgesproken een verplichte periodieke keuring.</p>

<p>In Nederland is dit een&nbsp;Scope 14-inspectie. Dat is een onafhankelijke controle waarbij wordt beoordeeld of een verwarmings- of airconditioningsinstallatie nog energie-effici&euml;nt functioneert en correct is ingeregeld. Tijdens zo&rsquo;n inspectie wordt gekeken naar onder andere rendement, regeling, dimensionering en afstemming van het systeem. De bedoeling is om energieverlies en ineffici&euml;nt gebruik tijdig te signaleren.</p>

<p>Wanneer een gebouw echter beschikt over een correct functionerend GACS dat voldoet aan de wettelijke eisen &ndash; en die dus het energieverbruik continu monitort, analyseert en bijsturing mogelijk maakt &ndash; vervalt deze EPBD-inspectieverplichting. De gedachte hierachter is logisch: als het gebouw zelf permanent inzicht heeft in prestaties en afwijkingen kan signaleren, is een losse periodieke keuring niet meer nodig.</p>

<p>Dit scheelt niet alleen terugkerende inspectiekosten, maar ook tijd en administratieve belasting. Uiteraard blijven onderhouds- en veiligheidseisen vanuit andere regelgeving gewoon gelden. Afhankelijk van de afspraken over verantwoordelijkheid voor inspecties in een huurovereenkomst is dit voordeel ook voor huurders van belang.&nbsp;</p>

<p>Een goed ingericht GACS levert daarmee niet alleen technische voordelen op, maar vermindert ook structurele verplichtingen en organisatorische druk.</p>

<h2>4. Een concrete stap richting &lsquo;Paris Proof&rsquo;</h2>

<p>Veel organisaties hebben ambities op het gebied van duurzaamheid. &lsquo;Paris Proof&rsquo; is voor veel vastgoedportefeuilles geen vrijblijvende term meer, maar een concrete doelstelling. En ook huurders stellen steeds hogere eisen aan hun gebouwen en verhuurders, mede in het kader van hun ESG-beleid.</p>

<p>Voor kantoren betekent &lsquo;Paris Proof&rsquo; dat het totale energiegebruik in 2050 niet hoger mag zijn dan&nbsp;70 kWh per vierkante meter per jaar. Dat is een ambitieuze norm. Veel bestaande gebouwen zitten daar nog ruim boven.</p>

<p>Maar zonder inzicht is sturen lastig. Een GACS zorgt voor meetbaarheid: verbruik per component, trends over tijd en inzicht in prestaties. Je ziet niet alleen het totale energiegebruik, maar ook waar het vandaan komt bijvoorbeeld uit verwarming, koeling, ventilatie of pompen.</p>

<p>Wanneer installaties slimmer worden aangestuurd met lagere aanvoertemperaturen, vraaggestuurde ventilatie en betere afstemming tussen opwekking en afgifte daalt het energieverbruik structureel. Dat brengt een gebouw stap voor stap dichter bij die 70 kWh/m&sup2;-doelstelling.</p>

<p>GACS vormt daarmee de basis om duurzaamheidsdoelen niet alleen uit te spreken, maar ook daadwerkelijk te realiseren. Het maakt de route naar &lsquo;Paris Proof&rsquo; concreet, meetbaar en bestuurbaar.</p>

<h2>5. Beter voorbereid op netcongestie en elektrificatie</h2>

<p>Netcongestie is in veel regio&rsquo;s een realiteit. Aansluitingen zijn beperkt en uitbreidingen kosten tijd. Tegelijkertijd neemt de elektrificatie toe door de inzet van warmtepompen en laadvoorzieningen.</p>

<p>Een gebouw dat zijn eigen verbruik niet goed kan monitoren en sturen, heeft weinig flexibiliteit. Met GACS ontstaat inzicht in piekbelasting en wordt het mogelijk om verbruik te verschuiven naar gunstigere momenten. Ook kan lokaal opgewekte energie, bijvoorbeeld via zonnepanelen, slimmer worden benut.</p>

<p>Dat maakt het gebouw weerbaarder in een veranderend energiesysteem.</p>

<h2>6. Een hogere en toekomstbestendige vastgoedwaarde</h2>

<p>De waarde van een gebouw wordt steeds vaker beoordeeld op energieprestaties en toekomstbestendigheid. Huurders, beleggers en financiers kijken kritischer naar energieverbruik, CO&#8322;-uitstoot en de mate van controle over installaties.</p>

<p>Een gebouw met aantoonbare monitoring, energierapportage en actieve optimalisatie laat zien dat het professioneel wordt beheerd. Dat vergroot de aantrekkelijkheid op de markt en verkleint risico&rsquo;s op waardeverlies door toekomstige regelgeving.</p>

<p>Met andere woorden: GACS is niet alleen een technische upgrade, maar ook een strategische investering in de waarde van het vastgoed.</p>

<h2>7. Voldoen aan geldende/toekomstige wetgeving</h2>

<p>Ten slotte is het uiteraard ook een voordeel dat met GACS wordt voldaan aan wetgeving die per 1 januari 2026 geldt voor bepaalde utiliteitsgebouwen (het genoemde nominaal vermogen van 290 kW). En voor gebouwen die dat niet aantikken, gaat de GACS-verplichting per 2030 ook gelden bij de drempel van 70 kW. Partijen die ervoor zorgen dat hun (gehuurde) gebouw nu al voldoet aan deze toekomstige eis, starten eerder met besparen.</p>

<p>Gemeenten en bevoegd gezag hebben inmiddels de mogelijkheid om te controleren of aan de verplichting wordt voldaan. In de markt bestaat echter nog onduidelijkheid over hoe die toetsing concreet plaatsvindt en welke documentatie van gebouweigenaren wordt verlangd. Dat leidt tot een situatie waarin sommige gebouwen formeel onder de verplichting vallen, maar hier nog niet aantoonbaar aan voldoen.</p>

<h4>Van verplichting naar (strategisch) voordeel</h4>

<p>De GACS-verplichting voelt voor sommigen als een extra kostenpost. Maar wanneer je het breder bekijkt, blijkt het vooral een kans om het gebouw structureel beter te laten presteren.</p>

<p>Lagere energiekosten, minder storingen, minder inspecties, hogere vastgoedwaarde, een stap richting &lsquo;Paris Proof&rsquo; en betere voorbereiding op netcongestie: het zijn voordelen die elkaar versterken.</p>

<p>De vraag is daarom niet alleen of je aan de verplichting voldoet. De vraag is hoe je GACS inzet als strategisch instrument voor slimmer gebouwbeheer. Wie die stap zet, ziet al snel dat GACS geen last is, maar juist heel veel voordelen oplevert.</p>

<h3><strong>Neem contact op</strong></h3>

<p>Voor juridische vragen die verband houden met de GACS-verplichting en verplichtingen in dat kader van gebouweigenaren/(ver)huurders kan uiteraard contact worden opgenomen met <a href="mailto:a.vandenheuvel@ploum.nl?subject=GACS">Anton van den Heuvel</a>.</p>

<div class="boxed-text">
<p><strong>Samenwerking Ploum en Saever</strong><br />
Ploum is&nbsp;in 2025 een samenwerking aangegaan met <a href="https://saever.nl/" target="_blank">Saever</a>&nbsp;om de vastgoedmarkt bewust(er) te maken van geldende en toekomstige wet-regelgeving.&nbsp;</p>

<p><img alt="" src="https://ploum.nl/uploads/Ploum_SAEVER__1.jpg" /></p>

<p>Saever helpt eigenaren, beheerders en (ver)huurders van utiliteitsgebouwen om energie te besparen via slimme gebouwsturing of nieuwe gebouwbeheer-systemen. Gemiddeld 10 tot 40% besparing, met een terugverdientijd van 1 tot 3 jaar.&nbsp;Daarnaast helpt Saever gebouwen te laten voldoen aan de GACS-wetgeving. Saever&#39;s oplossing behaalt GACS Klasse A, het hoogst haalbare niveau.&nbsp;</p>

<p>Interesse? Neem contact op met Ole Kramer,&nbsp;<a href="mailto:ole@saever.nl">ole@saever.nl</a> of bel +31 6 3042 3065.</p>
</div>

<div class="small-text">&nbsp;</div>

<div class="small-text">&nbsp;</div>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Beëindiging van de arbeidsovereenkomst: welke routes kent het Nederlandse arbeidsrecht?]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/beeindiging-van-de-arbeidsovereenkomst-welke-routes-kent-het-nederlandse-arbeidsrecht</link>
		  <pubDate>Fri, 01 May 2026 5:11:07 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Astrid van Toledo]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Het Nederlandse arbeidsrecht kent een gesloten stelsel voor de be&euml;indiging van arbeidsovereenkomsten. Dat betekent dat een arbeidsovereenkomst alleen kan eindigen op de manieren die de wet toestaat. In de praktijk gaat het om een beperkt aantal be&euml;indigingsroutes, elk met eigen voorwaarden en gevolgen.</p>

<p>Voor arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd geldt dat be&euml;indiging door de werkgever in beginsel alleen mogelijk is met instemming van de werknemer of na voorafgaande toetsing door het UWV of de kantonrechter. Welke route moet worden gevolgd, hangt af van de ontslaggrond. Daarnaast kent het ontslagrecht enkele bijzondere vormen van be&euml;indiging, zoals proeftijdontslag, ontslag op staande voet en be&euml;indiging van rechtswege.</p>

<p>In deze blog zetten wij de belangrijkste be&euml;indigingsmogelijkheden op een rij en lichten wij de aandachtspunten voor de praktijk toe.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2><strong>A. Opzegging met instemming van de werknemer</strong></h2>

<p>De wet biedt de werkgever de mogelijkheid om de arbeidsovereenkomst op te zeggen met schriftelijke instemming van de werknemer (art. 7:671 BW). Er is in dat geval geen UWV&#8209;toestemming of rechterlijke ontbinding nodig.</p>

<p>Die instemming moet uitdrukkelijk en ondubbelzinnig zijn. Ook hier geldt voor de werknemer een bedenktijd van veertien dagen. In de praktijk wordt deze route vooral gebruikt bij eenvoudige of snel te realiseren be&euml;indigingen, al zien we dat werkgevers vaak kiezen voor een vaststellingsovereenkomst vanwege de grotere contractsvrijheid.</p>

<h2><strong>B. Be&euml;indiging met wederzijds goedvinden (vaststellingsovereenkomst)</strong></h2>

<p>De meest gebruikte route in de praktijk is be&euml;indiging via een <strong>vaststellingsovereenkomst</strong>. Werkgever en werknemer leggen daarin vast dat en onder welke voorwaarden het arbeidsovereenkomst eindigt.</p>

<p>Deze route biedt ruimte voor maatwerk, bijvoorbeeld ten aanzien van:</p>

<ul>
	<li>de einddatum,</li>
	<li>een be&euml;indigingsvergoeding,</li>
	<li>vrijstelling van werkzaamheden,</li>
	<li>de afwikkeling van vakantiedagen en variabele beloning en</li>
	<li>finale kwijting.</li>
</ul>

<p>Belangrijk aandachtspunt is dat de overeenkomst WW&#8209;proof wordt ingericht. Ook bij de vaststellingsovereenkomst geldt een wettelijke bedenktijd van veertien dagen voor de werknemer.</p>

<h2><strong>C. Ontslag via het UWV</strong></h2>

<p>Voor ontslag om bedrijfseconomische redenen of wegens langdurige arbeidsongeschiktheid (langer dan twee jaar) is voorafgaande toestemming van het UWV vereist. Het UWV beoordeelt of aan de wettelijke voorwaarden voor ontslag is voldaan. Daarbij wordt onder meer getoetst of de aangevoerde ontslaggrond voldoende is onderbouwd, of bij bedrijfseconomisch ontslag de juiste werknemer is geselecteerd volgens de afspiegelingsregels en of herplaatsing binnen een redelijke termijn mogelijk is.</p>

<p>Met name bij reorganisaties vraagt een UWV&#8209;procedure om een zorgvuldige en goed gedocumenteerde voorbereiding, omdat onvolkomenheden al snel kunnen leiden tot weigering van de ontslagvergunning.</p>

<h2><strong>D. Ontbinding door de kantonrechter</strong></h2>

<p>Voor in de persoon gelegen ontslaggronden zoals disfunctioneren, verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer en een verstoorde arbeidsverhouding is ontbinding door de kantonrechter de aangewezen route. De rechter beoordeelt of de aangevoerde ontslaggrond voldoende is onderbouwd en of van de werkgever in redelijkheid kan worden verlangd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Daarbij spelen onder meer dossieropbouw, verbetertrajecten en pogingen tot herstel van de arbeidsrelatie een belangrijke rol.</p>

<p>Sinds de invoering van de WAB kan de kantonrechter ook ontbinden op grond van de zogenoemde cumulatiegrond. Op basis daarvan kan de arbeidsovereenkomst worden ontbonden wanneer meerdere ontslaggronden afzonderlijk genomen (net) onvoldoende zijn, maar gezamenlijk wel maken dat voortzetting van het dienstverband niet langer in redelijkheid van de werkgever kan worden gevraagd. Als op de cumulatiegrond wordt ontbonden, kan de rechter een aanvullende vergoeding toekennen bovenop de transitievergoeding.</p>

<h2><strong>E. Overige be&euml;indigingsvormen</strong></h2>

<p><strong>Proeftijd</strong><br />
Tijdens een rechtsgeldige proeftijd kan de arbeidsovereenkomst per direct worden be&euml;indigd, zonder voorafgaande toets. Ook hier gelden grenzen, zoals het verbod op discriminatie.</p>

<p><strong>Ontslag op staande voet</strong><br />
Ontslag op staande voet is voorbehouden aan uitzonderlijke situaties waarin sprake is van een dringende reden. De eisen zijn streng en de financi&euml;le risico&rsquo;s bij een onterecht ontslag aanzienlijk.<br />
<br />
<strong>Einde van rechtswege</strong><br />
Een arbeidsovereenkomst voor <u>bepaalde tijd</u> eindigt in beginsel van rechtswege na het verstrijken van de termijn waarvoor hij is aangegaan. Een arbeidsovereenkomst eindigt ook van rechtswege bij het overlijden van de werknemer of als de arbeidsovereenkomst een <u>pensioenontslagbeding</u> bevat, dat bepaalt dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd of een andere tussen partijen overeengekomen pensioenleeftijd.</p>

<p><strong>Ontbindende voorwaarde</strong><br />
Een arbeidsovereenkomst kan in uitzonderlijke gevallen (van rechtswege) eindigen in het geval zich een vooraf overeengekomen ontbindende voorwaarde voordoet. Deze mogelijkheid wordt echter zeer terughoudend toegepast. De Hoge Raad heeft bevestigd dat een ontbindende voorwaarde alleen toelaatbaar is als:</p>

<ul>
	<li>de voorwaarde objectief bepaalbaar is,</li>
	<li>de vervulling daarvan buiten de invloedssfeer van partijen ligt, en</li>
	<li>toepassing niet neerkomt op een verkapt ontslag zonder toetsing.</li>
</ul>

<p>In de praktijk is de ontbindende voorwaarde dan ook geen volwaardig alternatief voor de reguliere ontslagroutes en leidt toepassing regelmatig tot procedures.</p>

<h2><strong>Tot slot</strong></h2>

<p>Het be&euml;indigen van een arbeidsovereenkomst verlangt een bewuste keuze voor de juiste juridische route. Iedere route kent eigen voorwaarden, risico&rsquo;s en financi&euml;le gevolgen. Tijdige advisering en een zorgvuldig ingericht traject zijn daarbij cruciaal om procedures en claims te voorkomen.</p>

<p>&nbsp;</p>

<div class="boxed-text"><strong>Ploum over Ontslagrecht</strong><br />
Dit is de eerste blog in een reeks over ontslagrecht en gaat over methoden voor be&euml;indiging van de arbeidsovereenkomst (algemeen). Volgende te behandelen onderwerpen betreffen de redelijke gronden voor ontslag, herplaatsing, opzegging via het UWV, opzegging wegens een dringende reden, varia opzegging, de vaststellingsovereenkomst, ontbinding via de kantonrechter en hoger beroep.<br />
<br />
Wij houden u graag op de hoogte over dit onderwerp. Heeft u op dit moment al vragen? Neem gerust contact op met het&nbsp;<a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/arbeidsrecht">Team Arbeidsrecht</a>&nbsp;&ndash; wij denken graag mee. Nog geen abonnee? Meld u dan&nbsp;<a href="https://nieuwsbrief.ploum.nl/ct/m7/k1/Z6hyKcfgY8YfAz2-mpChjUKv-PyzDBDboWT91rNvK40d3_nAaNw4Uk7_nPqyK2d0/3rfaxqYCKSHcFKV" target="_blank">hier</a>&nbsp;aan voor onze&nbsp;nieuwsbrief.</div>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Check uw personeelsgegevens bij KvK: registreer het aantal werkzame personen ]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/check-uw-personeelsgegevens-bij-kvk-registreer-het-aantal-werkzame-personen</link>
		  <pubDate>Fri, 01 May 2026 4:08:20 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Arjen van de Belt & Karin Elsner]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Ondernemingen hebben de wettelijke verplichting om het juiste aantal werkzame personen aan de Kamer van Koophandel (KvK) op te geven. Heeft uw onderneming het afgelopen jaar personele wijzigingen ondergaan?</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<p>In de&nbsp;<strong>eerste weken van mei</strong>&nbsp;vereist het Handelsregisterbesluit 2008, dat het aantal werkzame personen in uw onderneming wordt gecontroleerd en, indien nodig, bijgewerkt in het handelsregister. Dus alle personeelswijzigingen in het afgelopen jaar geeft u nu in &eacute;&eacute;n keer op.</p>

<p>Een kleine moeite, maar in de praktijk zien wij dat dit vaak vergeten wordt. Mogelijk riskant, want dit kan leiden tot bestuursrechtelijke handhaving, of &ndash; in uitzonderlijke gevallen - zelfs strafrechtelijke sancties. Daarnaast kan dit praktische gevolgen hebben, zoals het missen van subsidies. Alle reden dus, om hier even aandacht aan te besteden.</p>

<h2><strong>Hoe werkt het?</strong></h2>

<p><strong>De peildatum</strong><br />
U kijkt naar de bezetting op de <strong>eerste werkdag van mei</strong>.</p>

<p><strong>Wie telt mee?</strong><br />
Iedereen die gemiddeld minimaal <strong>15 uur per week </strong>werkzaam is, inclusief eigenaren, vennoten, personeel in loondienst, inleen- of uitzendkrachten of een meewerkend gezinslid.</p>

<p><strong>Geen wijziging?</strong><br />
Is het aantal personen hetzelfde gebleven als vorig jaar? Dan hoeft u&nbsp;<strong>niets </strong>te doen.</p>

<p><strong>Wel een wijziging?</strong><br />
Geef het nieuwe aantal eenvoudig en digitaal door via: <a href="https://www.kvk.nl/mijn-kvk/over-mijn-kvk/" target="_blank">Mijn KvK</a>, of vraag Ploum om hulp.</p>

<h2><strong>Hoe zit dat met parttime medewerkers?</strong></h2>

<p>Parttime medewerkers werken gemiddeld minder dan 15 uur in het bedrijf.&nbsp;De KvK vraagt om opgave van het aantal parttime medewerkers, maar dit gegeven wordt niet op het uittreksel vermeld.</p>

<h2><strong>Heeft uw onderneming meerdere vestigingen?</strong></h2>

<p>Geef dan per vestiging het juiste aantal werkzame personen bij de KvK op.&nbsp;Zorg dat de registratie van uw bedrijf up-to-date is, om onnodige problemen te voorkomen.</p>

<p>Waar nodig, helpt <strong>Ploum</strong> u graag!</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Help, een datalek! Wat nu? - Deel 3: de inhoud van de meldingen en interne registratie]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/help-een-datalek-wat-nu-deel-3-de-inhoud-van-de-meldingen-en-interne-registratie</link>
		  <pubDate>Tue, 28 Apr 2026 5:22:47 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Lisanne Bruggeman]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>In <a href="https://ploum.nl/nieuws/help-een-datalek-wat-nu-deel-1-datalekken">deel 1</a> van deze reeks &lsquo;Eerste hulp bij datalekken &amp; cyberincidenten&rsquo; stonden we stil bij de vraag wanneer sprake is van een datalek, welke gevolgen een datalek kan hebben en welke eerste stappen gezet moeten worden. In <a href="https://ploum.nl/nieuws/help-een-datalek-wat-nu-deel-2-de-meldplicht-datalekken">deel 2</a> bespraken we de meldplicht datalekken, wanneer een melding moet worden gedaan bij de Autoriteit Persoonsgegevens (&lsquo;<strong>AP</strong>&rsquo;) en wanneer betrokkenen en contractspartijen moeten worden ge&iuml;nformeerd. Ook kwam daarin de handhaving door de AP aan bod.</p>

<p>In dit derde deel gaan we in op de inhoud van de meldingen en de interne registratie van datalekken.</p>

<p>Vragen over dit onderwerp?&nbsp;<a href="https://ploum.nl/specialisten?advanced-filter-categories=privacyrecht" target="_blank">Neem gerust contact met ons op</a>.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2><strong>Inhoud van de melding bij de AP</strong></h2>

<p>Is er sprake van een <a href="https://ploum.nl/nieuws/help-een-datalek-wat-nu-deel-2-de-meldplicht-datalekken">meldplichtig datalek</a>, dan moet de melding aan de AP volledig, zorgvuldig en tijdig (binnen 72 uur na kennisname) worden gedaan. Onvolledige of onduidelijk geformuleerde meldingen kunnen leiden tot aanvullende vragen van de AP.</p>

<p>Voor de melding aan de AP moet <a href="https://datalekken.autoriteitpersoonsgegevens.nl/" target="_blank">het formulier</a> op de website van de AP worden ingevuld. In het formulier moeten uitgebreide vragen over het datalek worden beantwoord. Denk aan vragen over de oorzaak en omvang van het datalek, de gelekte persoonsgegevens, de betrokken personen, de (mogelijke) gevolgen en de getroffen maatregelen. Maar het formulier bevat bijvoorbeeld ook vragen over andere betrokken organisaties, het informeren van de betrokken personen en eventuele meldingen aan andere toezichthouders. Is niet alle informatie direct beschikbaar, dan kan op een later moment een vervolgmelding bij de AP worden gedaan.</p>

<h2><strong>Inhoud van de melding aan betrokkenen</strong></h2>

<p>Wanneer het datalek waarschijnlijk een <a href="https://ploum.nl/nieuws/help-een-datalek-wat-nu-deel-2-de-meldplicht-datalekken">hoog risico</a> inhoudt voor de rechten en vrijheden van de bij het datalek betrokken personen, moeten ook zij <a href="https://ploum.nl/nieuws/help-een-datalek-wat-nu-deel-2-de-meldplicht-datalekken">meestal</a> worden ge&iuml;nformeerd. Deze communicatie moet plaatsvinden in duidelijke en eenvoudige taal en mag niet onnodig technisch of verhullend zijn.</p>

<p>De melding aan betrokkenen bevat ten minste:</p>

<ul>
	<li>Een omschrijving van de aard van het datalek;</li>
	<li>De naam en contactgegevens van de Functionaris voor de Gegevensbescherming (FG) of een ander contactpunt;</li>
	<li>Een beschrijving van de waarschijnlijke gevolgen van het datalek; en</li>
	<li>Een beschrijving van de maatregelen die zijn voorgesteld of genomen, waaronder maatregelen ter beperking van eventuele nadelige gevolgen.</li>
</ul>

<h2><strong>Inhoud van de melding aan contractspartijen</strong></h2>

<p>Vergeet ook niet om eventuele contractspartijen op tijd te informeren. Voor de inhoud van de melding moeten de afspraken worden gevolgd die in het contract hierover zijn gemaakt.</p>

<h2><strong>Interne registratie in het incidenten- en datalekkenregister</strong></h2>

<p>Je bent als organisatie verplicht om datalekken ook intern vast te leggen, zowel in het geval dat deze wel als niet meldplichtig zijn.</p>

<p>Het is daarom belangrijk om een incidenten- en datalekkenregister te voeren. Wij adviseren om daarin bij ieder datalek in ieder geval de volgende informatie op te nemen:</p>

<ul>
	<li>De datum en het tijdstip waarop het datalek is ontdekt;</li>
	<li>De datum en het tijdstip waarop het incident heeft plaatsgevonden;</li>
	<li>Een omschrijving van het incident;</li>
	<li>Een omschrijving van de (potenti&euml;le) gevolgen van het incident;</li>
	<li>Welke corrigerende en preventieve maatregelen zijn getroffen;</li>
	<li>Of het incident is gemeld bij de AP;</li>
	<li>Of het incident is gemeld aan de betrokkenen;</li>
	<li>Of de Functionaris voor de Gegevensbescherming (FG) is geraadpleegd (indien van toepassing);</li>
	<li>Welke andere organisaties of verwerkers bij het datalek betrokken zijn;</li>
	<li>Eventuele aanvullende opmerkingen; en</li>
	<li>De naam van degene die de registratie heeft gedaan.</li>
</ul>

<p>Een zorgvuldig bijgehouden incidenten- en datalekkenregister is niet alleen van belang in het kader van toezicht door de AP, maar helpt ook om inzicht te krijgen in terugkerende risico&rsquo;s en om processen en beveiligingsmaatregelen te verbeteren.</p>

<h2><strong>Eerste hulp bij datalekken &amp; cyberincidenten</strong></h2>

<p>Wat doe je als het misgaat? Het is niet altijd mogelijk om een datalek of ander cyberincident te voorkomen. Om organisaties te helpen, hebben wij een praktisch stappenplan &lsquo;Eerste hulp bij datalekken &amp; cyberincidenten&rsquo; opgesteld. Dit stappenplan bestaat uit de volgende stappen:</p>

<h2><strong>Praktisch stappenplan in 13 stappen</strong></h2>

<ol>
	<li>Breng de situatie in kaart.</li>
	<li>Bel de verzekeraar.</li>
	<li>Stel een crisisteam samen.</li>
	<li>Neem direct maatregelen.</li>
	<li>Check meldplicht bij het NCSC (binnen 24 uur).</li>
	<li>Meld een datalek bij de AP (binnen 72 uur).</li>
	<li>Informeer de betrokken personen.</li>
	<li>Onderzoek alternatieve leveranciers of dienstverleners.</li>
	<li>Doe aangifte bij de politie.</li>
	<li>Werk meldingen tijdig bij.</li>
	<li>Leg het incident vast in het interne register.</li>
	<li>Onderzoek of schade te verhalen is.</li>
	<li>Voorkom herhaling.</li>
</ol>

<p>Via onderstaande knop is het uitgebreide stappenplan in een infographic&nbsp;te bekijken.</p>

<p><a class="btn btn-primary" href="https://ploum.nl/uploads/Stappenplan_-_Eerste_hulp_bij_datalekken_en_cyberincidenten_-_Ploum_2026.pdf.pdf" target="_blank">Stappenplan&nbsp;&lsquo;Eerste hulp bij datalekken &amp; cyberincidenten&rsquo;</a></p>

<p>Zie voor een aantal tips ook ons eerder verschenen blogs:&nbsp;</p>

<ul>
	<li><a href="https://ploum.nl/nieuws/datalekken-in-de-praktijk-drie-tips">Datalekken in de praktijk: drie tips | Ploum&nbsp;</a></li>
	<li><a href="https://ploum.nl/nieuws/help-een-datalek-wat-nu-deel-1-datalekken">Help, een datalek! Wat nu? - Deel 1: datalekken</a></li>
	<li><a href="https://ploum.nl/nieuws/help-een-datalek-wat-nu-deel-2-de-meldplicht-datalekken">Help, een datalek! Wat nu? - Deel 2: de meldplicht datalekken</a></li>
</ul>

<h2><strong>Neem contact met ons op</strong></h2>

<p>Onze privacy-advocaten hebben veel ervaring met het opstellen van meldingen aan de AP, betrokkenen en contractspartijen. Ook kun je bij ons terecht voor een format voor een incidenten- en datalekkenregister.&nbsp;<a href="https://ploum.nl/specialisten?advanced-filter-categories=privacyrecht">Neem gerust vrijblijvend contact met ons op</a>.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[De grootste douanehervorming in bijna 60 jaar: wat betekent dit voor uw merk of bedrijf?]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/de-grootste-douanehervorming-in-bijna-60-jaar-wat-betekent-dit-voor-uw-merk-of-bedrijf</link>
		  <pubDate>Tue, 21 Apr 2026 3:41:11 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Jikke Biermasz en Evianne Roos]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Mogelijk klinkt het bekend: als ondernemer steekt u jaren in het opbouwen van een merk of product, maar ondertussen stromen er via allerlei webshops namaakversies van uw product de EU binnen. U bent niet de enige; in 2024 werden maar liefst 112 miljoen namaakartikelen door Europese douaneautoriteiten onderschept.</p>

<p>Omdat de EU dit probleem ook signaleerde, ging zij aan de slag. Op 26 maart 2026 bereikten de Europese Raad en het Europees Parlement een historisch akkoord dat ziet op de grootste hervorming van het EU-douanestelsel sinds de oprichting van de douane-unie in 1968. Voor ondernemers en merkhouders die hun intellectuele eigendomsrechten actief willen beschermen is dit h&eacute;t moment om op te letten.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>E&eacute;n centraal systeem, veel meer grip</h2>

<p>Tot nu toe moesten importeurs hun gegevens aanleveren bij maar liefst 27 afzonderlijke nationale douaneautoriteiten. De hervorming introduceert &eacute;&eacute;n centrale online omgeving waarop alle import- en exportgegevens samenkomen: de EU Customs Data Hub. Hiermee worden alle douanegegevens verzameld, geanalyseerd en gedeeld via &eacute;&eacute;n onlineplatform.</p>

<p>De EU Customs Data Hub wordt gecombineerd met een nieuwe Europese douaneautoriteit. De Europese douaneautoriteit is gevestigd in Lille en analyseert continu in- en uitvoergegevens om zo risicoanalyses te kunnen co&ouml;rdineren en prioritaire controlegebieden vast te stellen. Daarnaast staat zij in voor crisisbeheer op EU-niveau. De Europese douaneautoriteit zal de lidstaten voorzien van deze data, waarmee er een aanzienlijk scherper en consistenter handhavingsnetwerk ontstaat. Voor merkhouders is dit direct relevant: hoe beter de douane zicht heeft op wat er de EU binnenkomt, hoe groter de kans dat een zending namaakproducten al aan de buitengrens wordt onderschept v&oacute;&oacute;rdat die de doelmarkt bereikt.</p>

<h2>Meer duidelijkheid over aansprakelijkheid bij e-commerce en kleine pakketjes</h2>

<p>De explosieve groei van e-commerce is &eacute;&eacute;n van de grootste uitdagingen voor IE-handhaving aan de grens. Kleine pakketjes zijn een bekend kanaal voor de verspreiding van namaakproducten en stromen massaal de EU binnen via platforms. In 2024 werden er maar liefst 4,6&nbsp;miljard e-commercepakketten onder &euro;&nbsp;150 in de&nbsp;EU ingevoerd, waarvan&nbsp;91% uit China kwam.</p>

<p>Daarom wordt er volgens het akkoord een nieuwe afhandelingsvergoeding op kleine zendingen ingevoerd. Hiermee moeten de stijgende kosten van het toezicht op de kleine pakketjes worden gedekt.</p>

<p>Echter, &eacute;&eacute;n van de meest ingrijpende hervormingen is de nieuwe importeursverantwoordelijkheid voor e-commerceplatforms. Onder de nieuwe regels worden platforms en buitenlandse verkopers die op afstand aan EU-consumenten leveren - denk aan Temu, Shein of AliExpress - aangemerkt als de offici&euml;le importeur. Zij zijn daarmee verantwoordelijk voor alle douaneformaliteiten, heffingen en compliance.</p>

<p>Platforms die structureel in de fout gaan, riskeren bovendien financi&euml;le sancties. Voor merkhouders is dit een gamechanger: de juridische verantwoordelijkheid wordt duidelijk neergelegd bij de platforms en verkopers en het achterhalen van de aansprakelijke partij is geen zoektocht meer. Dit zal het effectief optreden tegen de invoer van namaak vergemakkelijken.</p>

<p>Anderzijds zullen er voor de meest transparante handelaren die uitgebreide informatie verstrekken over het vervoer en de conformiteit van de goederen, de &lsquo;Trust&amp;Check ondernemers&rsquo;, meer gestroomlijnde douaneverplichtingen gelden.</p>

<h2>Wat gaat er nu gebeuren en wat kan u nu al doen?</h2>

<p>De eerste concrete deadline nadert snel: de nieuwe afhandelingsvergoeding op kleine pakketjes zal uiterlijk 1 november 2026 van kracht zijn. De EU Customs Data Hub wordt op 1 juli 2028 in gebruik genomen voor e-commercegoederen. De volledige wetgeving zal twaalf maanden na publicatie in het EU-Publicatieblad in werking treden.</p>

<p>Merkhouders doen er verstandig aan om nu te controleren of hun intellectuele eigendomsrechten correct en actueel zijn geregistreerd bij de douaneautoriteiten via een Application for Action. Alleen wie goed geregistreerd staat, kan straks optimaal profiteren van het nieuwe handhavingsstelsel. Ondernemers die importeren of via e-commercekanalen verkopen, kunnen beter n&uacute; hun compliance processen doorlichten zodat zij straks niet voor verrassingen komen te staan.</p>

<p>Heeft u vragen over hoe u een Application for Action kan indienen? Of andere vragen naar aanleiding van bovenstaande? Neem dan gerust contact op met <a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz" target="_blank">Jikke Biermasz</a>&nbsp;of <a href="https://ploum.nl/specialisten/evianne-roos" target="_blank">Evianne Roos</a>.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Afvalstoffen: geringe straf vanwege de onjuiste vermelding van Eural-codes]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/afvalstoffen-geringe-straf-vanwege-de-onjuiste-vermelding-van-eural-codes</link>
		  <pubDate>Fri, 24 Apr 2026 12:59:11 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Jouko Barensen]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Het komt met enige regelmaat voor dat bedrijven en overheden van mening verschillen over de vraag welke Eural-code aan een bepaalde afvalstof moet worden toegekend. Wij schreven daar eerder ook over (zie <a href="https://ploum.nl/nieuws/de-stichting-advisering-bestuursrechtspraak-adviseert-in-strafrechtelijke-afvalstoffenzaak-tegen-de-nam">De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak adviseert in strafrechtelijke afvalstoffenzaak tegen de NAM | Ploum</a>).</p>

<p>De rechtbank Amsterdam oordeelde op 19 februari jl. in een strafzaak die hierop betrekking had (<a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1814" target="_blank">ECLI:NL:RBAMS:2026:1814</a>).</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Code zonder &ldquo;*&rdquo;</h2>

<p>Het betrokken bedrijf, de verdachte, zou op 27 begeleidingsbrieven opzettelijk een verkeerde Eural-code hebben vermeld. Het OM stelde dat het bedrijf bewust voor een Eural-code zonder &ldquo;*&rdquo; had gekozen; daarmee werd voorgewend dat de betreffende afvalstoffen niet gevaarlijk waren. Volgens het OM waren de afvalstoffen dat echter wel degelijk. Het bedrijf zou deze keuze hebben gemaakt omdat het de betreffende afvalstoffen anders niet mocht innemen. Het OM stelde &ndash; in de tenlastelegging &ndash; dat &eacute;&eacute;n bepaalde specifieke Euralcode had moeten worden gekozen.</p>

<p>Het bedrijf stelde dat sprake was van een administratieve vergissing. Het was wel degelijk de bedoeling om een Euralcode met een &ldquo;*&rdquo; te gebruiken. Dit was ooit misgegaan, en de onopgemerkte fout was nimmer hersteld. De afvalstoffen waren echter wel verwerkt als gevaarlijke afvalstoffen.</p>

<p>De rechtbank oordeelde dat de Euralcode die het bedrijf had gekozen niet de juiste was. Echter, de code waarvan het OM stelde dat deze had moeten worden gekozen was volgens de rechtbank evenmin de enige passende code. De code waarvan de verdediging betoogde dat deze eigenlijk de juiste was, was mogelijk ook passend geweest.</p>

<h2>Opzet</h2>

<p>Het betoog van de verdediging dat de fout niet met opzet was gemaakt vond geen gehoor. De rechtbank oordeelde namelijk dat het bedrijfsproces gebrekkig was ingericht omdat er te weinig controlemechanismen bestonden. Daarmee aanvaardde de verdachte bewust de aanmerkelijke kans dat een onjuiste code zou worden ingevuld, en dat dat vervolgens onopgemerkt zou blijven. Daarmee achtte de rechtbank bewezen dat het bedrijf zich schuldig had gemaakt aan valsheid in geschriften. Volgens de rechtbank kon de onjuiste code gevaar opleveren voor derden (zoals controleurs) die op deze manier niet konden zien dat ze met gevaarlijk afval te maken hadden.</p>

<h2>Straf</h2>

<p>Het verschil in &lsquo;waardering&rsquo; van de feiten tussen het OM en de rechtbank werd wel zichtbaar bij de strafoplegging: daar waar het OM een geldboete had ge&euml;ist van EUR 125.000,- (waarvan EUR 50.000 voorwaardelijk) legde de rechtbank een geheel onvoorwaardelijke geldboete op van EUR 13.500,-. Omgerekend dus EUR 500,- per onjuiste begeleidingsbrief. Dat lijkt gering, gezien het oordeel dat sprake was van opzet.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Ik wil goederen importeren uit het buitenland met mijn start-up! Wat nu?]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/ik-wil-goederen-importeren-uit-het-buitenland-met-mijn-start-up-wat-nu</link>
		  <pubDate>Thu, 16 Apr 2026 1:08:27 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Daan Deveer]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Als je als start-up (of scale-up) voor het eerst goederen uit het buitenland gaat importeren, dan kan het zijn dat je opeens in aanraking komt met een wirwar aan regels en verschillende soorten extra kosten. Waar kan jouw onderneming nu allemaal mee te maken krijgen? Hieronder nemen wij je mee in een kort overzicht van relevante aspecten bij het importeren van goederen.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Goederen importeren! Moet ik nu aangifte bij de douane doen?</h2>

<p>Als je producten uit andere EU-lidstaten importeert, hoeft er geen aangifte te worden gedaan bij de Nederlandse douane. In de EU geldt namelijk het vrije verkeer van goederen, waardoor goederen van binnen de EU vrij op de Europese markt mogen circuleren.</p>

<p>Dat is anders als je goederen gaat importeren uit niet-EU-lidstaten. In dat geval moet je die goederen v&oacute;&oacute;r binnenkomst in Nederland w&eacute;l aangeven bij de Nederlandse Douane. Ook als je een goed uit een EU-lidstaat importeert, maar dit vervolgens vervoert via een niet-EU-lidstaat, of wanneer je goederen wil importeren uit zogeheten uitzonderingsgebieden, moeten bepaalde douaneformaliteiten worden vervuld. Om goederen in het vrije verkeer in de EU te kunnen brengen, moeten daarover belastingen en invoerrechten worden betaald (daarover verderop meer).</p>

<p>Als je voor het eerst invoeraangifte moet doen bij de Nederlandse douane voor import of export van goederen van/naar niet-EU-landen, is het nodig om een EORI-nummer aan te vragen. Dit is een uniek identificatienummer dat een onderneming krijgt toegewezen en dat nodig is als je goederen exporteert, importeert, aangifte moet doen of vergunningen moet aanvragen. Let op: het EORI-nummer moet in sommige gevallen al worden aangevraagd v&oacute;&oacute;rdat de goederen daadwerkelijk in de EU worden ingevoerd.</p>

<h2>Met welke (extra) kosten en heffingen moet ik bij het importeren van goederen rekening houden?</h2>

<p>De EU is een douane-unie, wat inhoudt dat &eacute;&eacute;n invoertarief verschuldigd is op de plaats van binnenkomst in de EU, ongeacht de EU-lidstaat. Deze invoertarieven zijn bepaald op basis van een vastgesteld bedrag per specifieke goederensoorten. Invoerrechten moeten meestal worden betaald over de douanewaarde van het goed. De douanewaarde bestaat uit de prijs van de goederen plus de vervoers- en verzekeringskosten tot aan de grens of haven van binnenkomst in de EU. Voor sommige goederen hangen de invoerrechten niet samen met de douanewaarde. In dat geval moeten invoerrechten worden betaald per gewicht of maat. Het tarief dat aan invoerrechten moet worden betaald, kan vari&euml;ren. Het tarief kan lager zijn als de EU met het betreffende land een handelsverdrag of een speciale regeling heeft gesloten. Daarnaast kan het tarief lager zijn als de goederen die worden ge&iuml;mporteerd (bijna) niet in de EU verkrijgbaar zijn.</p>

<p>Soms moeten er naast invoerrechten ook aanvullende heffingen worden betaald. Dit is bijvoorbeeld het geval bij antidumpingrechten, die van toepassing zijn wanneer een leverancier uit een niet-EU-land goederen tegen een veel lagere prijs aanbiedt (ofwel: &#39;dumpt&#39;) op de Europese markt. Ook wanneer een leverancier uit een derde land overheidssteun ontvangt, kan het zijn dat er heffingen moeten worden betaald. Deze heffingen, ook wel compenserende rechten genoemd, worden door de EU opgelegd om te voorkomen dat de Europese markt wordt verstoord doordat goederen voor een te lage prijs uit een niet-EU-land worden aangeboden.</p>

<p>Naast Europese heffingen bestaan er ook nationale heffingen. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om accijnzen en verbruiksbelastingen, maar ook om btw. De btw mag echter van de btw-aangifte worden afgetrokken als voorbelasting, als je recht hebt op btw-aftrek.</p>

<h2>Let op: sanctiewetgeving</h2>

<p>Bij het importeren van goederen uit bepaalde landen is het tot slot ook belangrijk om rekening te houden met sanctiewetgeving. De EU en Nederland kunnen op grond van internationale afspraken of autonoom sancties opleggen aan bepaalde landen, personen of entiteiten, wat kan betekenen dat het importeren van bepaalde goederen uit die landen geheel verboden of aan strenge voorwaarden gebonden is. Een actueel voorbeeld hiervan zijn de uitgebreide sanctiemaatregelen die de EU heeft opgelegd aan Rusland naar aanleiding van de inval in Oekra&iuml;ne, op grond waarvan een groot aantal Russische goederen niet meer in de EU mag worden ingevoerd. Het overtreden van sanctieregels kan ernstige gevolgen hebben, waaronder hoge boetes en strafrechtelijke aansprakelijkheid. Het is dan ook verstandig om v&oacute;&oacute;r het importeren van goederen na te gaan of er sancties gelden voor het land van herkomst of voor de leverancier waarmee je zakendoet.</p>

<h2>Tot slot</h2>

<p>Er komt veel bij kijken om als start-up goederen te importeren. Twijfel je over hoe het gehele proces in zijn werk gaat of wil je graag informatie over de geldende regels en risico&#39;s voor het importeren van (bepaalde) goederen (uit bepaalde landen)? Wij denken bij Ploum graag mee!</p>

<div class="boxed-text" style="text-align:justify">
<p style="text-align:left"><strong>Ploum&rsquo;s Pointer: </strong></p>

<p style="text-align:left">Heb je vrees dat je wellicht zaken doet met een persoon of partij waar mogelijk sancties op rusten? Op <a href="http://www.sanctionsmap.eu/#/main">de sanctionsmap EU</a>&nbsp;zijn overzichten te vinden van gesanctioneerde personen en ondernemingen. Meer weten? Neem gerust contact op.</p>
</div>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[EU-sancties tegen Rusland: anti-ontwijkingsregels verhogen druk op Europese bedrijfsleven]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/eu-sancties-tegen-rusland-anti-ontwijkingsregels-verhogen-druk-op-europese-bedrijfsleven</link>
		  <pubDate>Fri, 03 Apr 2026 12:44:43 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Jikke Biermasz en Hugo van Aardenne]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<h2>Strengere verplichtingen dwingen ondernemers hun sanctiecompliance te herijken</h2>

<p>De Europese Unie versterkt haar sanctiestelsel met een breed anti&#8209;ontwijkingskader. Strengere due&#8209;diligenceverplichtingen, verplichte contractclausules, groepsgovernance en de uitbreiding van artikel 12 met &lsquo;voorwaardelijk opzet&rsquo; vergroten de verantwoordelijkheid van bedrijven om te voorkomen dat goederen via derde landen alsnog Rusland bereiken.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<p>Wie terugkijkt op de ontwikkeling van de sancties van de Europese Unie (EU) tegen Rusland sinds 2014, ziet een duidelijke rode draad: wat begon als een pakket export&#8209; en investeringsverboden, is uitgegroeid tot een breed juridisch raamwerk dat steeds verder wordt uitgebreid en aangescherpt.</p>

<p>Die aanscherping komt niet uit de lucht vallen. Rusland gebruikt derde landen om Europese exportverboden te omzeilen. De Europese Commissie (hierna: Commissie) bevestigt dit al jaren in de&nbsp;<em>guidance documents&nbsp;</em>die ze op haar website publiceert. Daarin geeft de Commissie ter ondersteuning van nationale toezichthouders en marktdeelnemers richtsnoeren rond de sancties die ze heeft vastgesteld vanwege de militaire agressie van Rusland tegen Oekra&iuml;ne en de betrokkenheid van Belarus daarbij. Europese bedrijven moeten rekening houden met omleidingsroutes, ondoorzichtige handelsstromen en complexe logistieke constructies die legaal lijken, maar bedoeld zijn om sancties te omzeilen.</p>

<h2>Ingrijpende ontwikkeling</h2>

<p>Met recentere sanctiepakketten heeft de EU daarop gereageerd door het sanctiestelsel steeds meer om te vormen tot een anti&#8209;ontwijkingsregime. Niet alleen de verboden zijn aangescherpt, maar ook de verplichtingen voor bedrijven om te voorkomen dat hun handel alsnog Rusland bereikt. Lang niet alle bedrijven realiseren zich hoe ingrijpend die ontwikkeling is. Wat ooit een afgebakend compliancevraagstuk was, vraagt inmiddels om structurele due diligence&#8209;inspanningen. Ook raakt het nieuwe anti-ontwijkingsregime een breed spectrum aan bedrijfsprocessen: van KYC&#8209;procedures, financi&euml;le controles en contractmanagement tot logistiek, supply chains en groepsgovernance.</p>

<p>De Commissie heeft in FAQ&#8209;documenten en&nbsp;<em>guidance notes&nbsp;</em>uiteengezet welke maatregelen ze van ondernemingen verwacht om het ontwijken van sancties te voorkomen. De kern is dat klassieke due diligence&#8209;processen niet langer volstaan. Van bedrijven wordt een diepgaand risicogebaseerd zorgvuldigheidsonderzoek verwacht, dat nadrukkelijk oog heeft voor mogelijke omleidingen via derde landen.</p>

<h2>Geen papieren exercitie</h2>

<p>Vooral&nbsp;<em>common high priority</em>-goederen (CHP) krijgen bijzondere aandacht, zoals elektronische componenten die kunnen worden verwerkt in drones of wapensystemen. De CHP&#8209;lijst bevat goederen die daadwerkelijk in Russische wapensystemen zijn aangetroffen en daarom het grootste militaire risico vormen. De Commissie benadrukt dat bedrijven transacties met dergelijke veelvoorkomende prioritaire producten structureel moeten toetsen aan aanvullende risico&#8209;indicatoren, vari&euml;rend van ongebruikelijke handelsroutes tot onduidelijke eind&shy;gebruikers. Deze&nbsp;<em>enhanced due diligence&nbsp;</em>is geen papieren exercitie, maar een wezenlijk onderdeel van verantwoord handels&#8209; en risicomanagement.</p>

<p>Naast de CHP&#8209;goederen vraagt de Commissie ook bijzondere aandacht voor haar lijst met&nbsp;<em>economically critical goods</em>. Hiermee zijn industriekritische goederen te identificeren die Rusland nodig heeft om zijn (oorlogs)economie draaiende te houden. Die vallen daarom ook onder de verhoogde aandacht van de Commissie. De in februari 2025 geactualiseerde lijst van economisch kritieke goederen bevat producten waarvan Rusland, ondanks de sancties, nog altijd in aanzienlijke mate afhankelijk blijft van Europese toelevering. Zelfs wanneer deze goederen via derde landen worden omgeleid. Het gaat onder meer om ijzer en staal, machines, elektronica, voertuigen, schepen en andere vaartuigen. Daarmee biedt de lijst een kader voor ondernemingen die hun due diligence&#8209;verplichtingen willen versterken. De lijst is ook een belangrijk hulpmiddel voor exporteurs, douanediensten en handhavingsinstanties in partnerlanden van de EU om gerichte maatregelen te nemen tegen pogingen tot sanctieomzeiling.</p>

<p>Bij de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van bepaalde gevoelige goederen aan afnemers buiten de EU moeten bedrijven een contractuele clausule opnemen die de wederuitvoer naar of voor gebruik in Rusland verbiedt. Deze verplichting is met het twaalfde sanctiepakket vastgelegd in artikel 12 octies van Verordening 833/2014. Partnerlanden van de EU zijn uitgezonderd van deze verplichting. De zogenoemde&nbsp;<em>no re&#8209;export to Russia</em>&#8209;clausule moet ook passende corrigerende maatregelen bevatten. Zoals be&euml;indiging van leveringen, boetes, audit&#8209; en informatieverplichtingen. Bij schending door de contractpartij geldt een meldplicht.</p>

<p>Een belangrijk juridisch element is dat af&shy;&shy;nemers van buiten de EU niet automatisch onderworpen zijn aan de beperkende maatregelen van de EU. Hun jurisdictie kan geen of aanzienlijk lichtere maatregelen tegen Rusland kennen. Door de verplichte opname van de no re&#8209;export to Russia&#8209;clausule ontstaat echter een contractuele band, waardoor de EU de reikwijdte van haar beperkende maatregelen feitelijk uitbreidt naar landen buiten de EU. Dit instrument maakt het voor de EU mogelijk om het ontwijken van sancties via derde landen aanzienlijk lastiger te maken, zonder dat de traditionele jurisdictieclausule is gewijzigd.</p>

<h2>Best efforts&#8209;verplichting</h2>

<p>Een fundamentele vernieuwing is ook artikel 8 bis, de&nbsp;<em>best efforts</em>-verplichting. Dit artikel bepaalt dat EU&#8209;bedrijven alles in het werk moeten stellen om te voorkomen dat rechtspersonen, entiteiten of lichamen van buiten de EU waarvan zij eigenaar zijn of waarover zij zeggenschap uitoefenen, meedoen aan activiteiten die de beperkende maatregelen van de EU tegen Rusland ondermijnen. De best efforts-verplichting betekent volgens de Commissie dat ondernemers alle maat&shy;regelen moeten treffen die geschikt, nood&shy;zakelijk en haalbaar zijn om het zojuist genoemde doel te bereiken.</p>

<p>Bij de maatregelen die EU-ondernemingen kunnen nemen, kun je denken aan groepsbrede sanctieprocedures, trainingen, interne rapportagelijnen, beperken van toegang tot intellectueel eigendom of technologie, en voorafgaande goedkeuring van risicovolle transacties. Dit laatste houdt in dat als een niet-EU-dochter een risicovolle transactie zou hebben, het moederbedrijf in de EU intern zou moeten afdwingen dat zij daar vooraf goedkeuring aan geeft. Deze anti-ontwijkingsbepaling zorgt dat het sanctieregime van de EU aanzienlijk aan slagkracht wint en de facto extraterritoriaal werkt.</p>

<p>Traditioneel verbood artikel 12 van Verordening 833/2014 deelname aan activiteiten die tot doel of gevolg hebben dat sancties worden omzeild, wanneer dit bewust en opzettelijk gebeurde. Dit was conform de standaardtekst voor het generieke omzeilingsverbod zoals dat al vele jaren standaard in de beperkende maatregelen van de EU was geformuleerd. Maar in 2024 is de tekst aangescherpt: ook wanneer iemand niet bewust op omzeiling aanstuurt, maar w&eacute;l weet dat deelname aan een activiteit tot ontwijking kan leiden en die kans bewust accepteert, valt dit onder het verbod. Dit is exact wat in het Nederlandse strafrecht &lsquo;voorwaardelijk opzet&rsquo; wordt genoemd.</p>

<p>Het betekent dat bedrijven niet langer alleen in overtreding zijn wanneer ze bewust meewerken aan omzeiling. Ook wanneer ze&nbsp;<em>red flags&nbsp;</em>zien maar niets doen, of risico&rsquo;s op de koop toe nemen, is sprake van een schending. Het lijkt een kleine toevoeging, maar juridisch heeft dit grote gevolgen. Naast bewust en opzettelijk omzeilen van sancties valt nu ook deelname aan activiteiten waarbij een bedrijf w&eacute;&eacute;t dat ontwijking kan optreden en die kans bewust aanvaardt, onder het verbod.</p>

<h2>Verplicht meewerken</h2>

<p>Sinds medio 2023 versterkt artikel 6ter van Verordening 833/2014 de ontwikkeling dat EU&#8209;sanctiemaatregelen in toenemende mate gericht zijn op het actief tegengaan van sanctieontwijking, onder meer door de ingevoerde meldings&#8209; en medewerkingsplicht. Bedrijven moeten relevante informatie die de uitvoering van de sancties vergemakkelijkt, binnen twee weken aan de bevoegde autoriteiten verstrekken. Bovendien zijn ze verplicht om mee te werken aan verificaties, behalve bij vertrouwelijke advocaat&#8209;cli&euml;ntcommunicatie. Hiermee is de informatie&#8209; en medewerkingsplicht een expliciet instrument geworden om ontwijking zichtbaar te maken en tegen te gaan.</p>

<h2>Anti-circumvention tool</h2>

<p>Op 6 februari 2026 maakte de Commissie bekend dat ze met het 20e sanctiepakket tegen Rusland opnieuw scherp inzet op het tegengaan van sanctieontwijking. Hiervoor wil ze de nieuwe&nbsp;<em>anti-circumvention tool&nbsp;</em>activeren. Dit instrument verbiedt de export van risicogoederen, zoals CNC-machines en radioapparatuur, naar derde landen waar een groot risico bestaat dat ze alsnog aan Rusland worden doorverkocht. Het doel is om Russische toegang tot technologie met zowel civiele als militaire toepassingen verder te blokkeren en zo het omzeilen van eerdere sancties effectief te frustreren.</p>

<p>Voor ondernemers betekent de focus op anti-ontwijking dat hun organisatie op meerdere fronten in beweging moet komen. Het is nodig om contracten met afnemers buiten de EU te actualiseren door de vereiste clausules en afdwingbare corrigerende maat&shy;regelen op te nemen. Zoals het recht om leveringen onmiddellijk op te schorten, het contract te be&euml;indigen en een contractuele boete op te leggen bij niet-naleving.</p>

<p>Tegelijkertijd vraagt het sanctieregime om een herijking van het zorgvuldigheidsonderzoek. Bedrijven moeten risico&rsquo;s systematisch beoordelen, documenteren en handel mogelijk weigeren. Daarnaast verschuift de aandacht naar de groepsstructuur. Onder&shy;nemingen moeten een helder sanctiebeleid vastleggen, buitenlandse dochtermaatschappijen actief aansturen en trainen, en naleving aantoonbaar afdwingen.</p>

<h2>Van verboden naar aansprakelijkheid</h2>

<p>De nieuwe EU&#8209;regels tegen sanctieontwijking brengen een verschuiving teweeg van verboden naar aansprakelijkheid voor risico&rsquo;s. Ondernemers moeten niet alleen kijken naar wat ze doen, maar ook naar wat er k&aacute;n gebeuren met hun goederen, kennis en geldstromen in de keten. Met enhanced due diligence, verplichte clausules, best efforts en &lsquo;voorwaardelijk opzet&rsquo; is sanctiecompliance uitgegroeid tot een kerncompetentie.</p>

<p>&nbsp;</p>

<div class="boxed-text">
<h2>Bijdrage in Globe van EVOFenedex over ontwikkelingen in sanctieregelgeving van de EU.</h2>

<p>In Globe Magazine 2026-2 van Evofenedex gaan&nbsp;<a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz">Jikke Biermasz</a>&nbsp;en <a href="https://ploum.nl/specialisten/hugo-van-aardenne">Hugo van Aardenne</a> in op ontwikkelingen in sanctieregelgeving van de EU. Lees <a href="https://www.evofenedex.nl/magazines/eu-sancties-tegen-rusland-anti-ontwijkingsregels-verhogen-druk-op-europese-bedrijfsleven" rel="noopener noreferrer" target="_blank">hier</a> het artikel.</p>
</div>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Voltico: juridische houvast in een snel veranderende energiemarkt]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/voltico-juridische-houvast-in-een-snel-veranderende-energiemarkt</link>
		  <pubDate>Thu, 02 Apr 2026 10:56:48 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Merel van Bunge en Maarten Poot]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Ploum Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p><a href="https://voltico.nl/nl/">Voltico</a>&nbsp;is een technologiebedrijf dat midden in de energietransitie opereert. Mede&#8209;oprichter <a href="https://voltico.nl/nl/team/maarten-poot">Maarten Poot</a> vertelt hoe het softwareplatform bedrijven ondersteunt bij het volledig geautomatiseerd beheren van emissiecertificaten (ERE&rsquo;s): van onboarding en validatie tot inboeking en verhandeling.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<p>&ldquo;Het platform wordt inmiddels gebruikt door partijen als Crisp, de KNVB en Colruyt Group en verwerkt jaarlijks tientallen miljoenen kWh aan voertuiggeladen energie voor tientallen bedrijven. Wat de timing interessant maakt: onder Europese regelgeving (RED III) kunnen dit jaar meer bedrijven en thuisladers aanspraak maken op ERE-inkomsten, zo&rsquo;n 10 cent per geladen kWh.&rdquo;</p>

<p>Voltico biedt partners bovendien een kant-en-klare propositie om dat als extra waardepropositie aan te bieden aan hun eindklanten, zonder dat ze zelf de administratie of verhandeling hoeven in te richten<em>.</em></p>

<h2>Juridische complexiteit in een nieuwe en dynamische markt</h2>

<p>Die dynamiek vertaalt zich direct naar juridische vraagstukken. Voltico is actief als inboekdienstverlener en heeft in die rol specifieke verplichtingen richting de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Tegelijkertijd werkt het bedrijf met een groeiend netwerk van partners &eacute;n met de eindklanten van die partners. Dat vraagt om een heldere juridische structuur waarin verantwoordelijkheden goed zijn belegd en flexibel kunnen meebewegen met veranderende regelgeving. Daarbovenop komt de combinatie van fintech&#8209;principes en energiewetgeving, die vraagstukken oproept rond aansprakelijkheid, verrekening en contractuele verhoudingen binnen de keten.</p>

<blockquote>
<p>&ldquo;We opereren in een relatief nieuw speelveld, en de regels zijn volop in beweging.&rdquo;</p>
</blockquote>

<h2>Ploum als strategisch juridisch partner in de energietransitie</h2>

<p>&ldquo;Ploum denkt met ons mee vanaf een vroeg stadium&rdquo;, aldus Maarten. &ldquo;Ze hebben geholpen bij het opzetten van de juridische structuur, het beoordelen van nieuwe partnerrelaties en het vertalen van nieuwe regelgeving naar concrete afspraken met klanten. Wat ik waardeer is de pragmatische inslag: het gaat niet alleen om wat juridisch waterdicht is, maar ook om wat werkbaar is in een snel groeiende organisatie. Dat meedenken, ook als zaken nog niet zwart-wit zijn, is precies wat je nodig hebt in een sector die zich nog aan het vormen is.&rdquo;</p>

<p><img alt="" src="https://ploum.nl/uploads/Artikelen_en_Track_Records_en_expertise/Energie/DSC_6139_kopie.jpg" style="height:350px; width:350px" /></p>

<div class="boxed-text"><a href="https://nieuwsbrief.ploum.nl/ct/m7/k1/Azd19CvmIkp7W8uA5Xt3X0hXm9JRBmmPpUpH9G-66NPX-17D9YSzJe92TDNsn-8s/w2N3YpTqVa54GK2">Schrijf u in voor onze Energyflash</a> en blijf op de hoogte van de laatste juridische ontwikkelingen in de sector energie.</div>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Mooie rankings en quotes voor Ploum in de Legal 500 2026]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/mooie-rankings-en-quotes-voor-ploum-in-de-legal-500-2026</link>
		  <pubDate>Tue, 08 Sep 2026 5:34:46 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>De prestigieuze Legal 500 heeft hun jaarlijkse rankings&nbsp;weer gepubliceerd. Wij zijn trots te kunnen melden dat Ploum ook in 2026&nbsp;mooie rankings en fantastische quotes heeft mogen ontvangen.&nbsp;</p>

<ul>
	<li>Industry focus: food: TIER 1</li>
	<li>Transport: TIER 1</li>
	<li>Environment and planning:&nbsp;TIER 2</li>
	<li>Insurance: TIER 2</li>
	<li>Intellectual Property: trade marks, copyrights and&nbsp;design rights: TIER 2</li>
	<li>Construction: TIER 3</li>
	<li>Employment: TIER 3</li>
	<li>Data privacy and&nbsp;data protection: TIER 4&nbsp;</li>
	<li>Dispute resolution: commercial&nbsp;litigation: TIER 5&nbsp;</li>
	<li>Commercial, corporate and M&amp;A: TIER 6</li>
</ul>

<p>De &#39;Leading partners&#39; dit jaar zijn:&nbsp;<a href="https://ploum.nl/specialisten/marijn-van-tuijl">Marijn van Tuijl</a>, <a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz">Jikke Biermasz</a>, <a href="https://ploum.nl/specialisten/maayke-maas-cooymans">Maayke Maas-Cooymans</a>, <a href="https://ploum.nl/specialisten/natalie-vloemans">Natalie Vloemans</a>, <a href="https://ploum.nl/specialisten/willem-leppink">Willem Leppink</a>, <a href="https://ploum.nl/specialisten/jacob-henriquez">Jacob Henriquez</a>, <a href="https://ploum.nl/specialisten/rutger-ploum">Rutger Ploum</a>, <a href="https://ploum.nl/specialisten/albert-wiggers">Albert Wiggers</a></p>

<p>De &#39;Next Generation Partners&#39; dit jaar zijn:&nbsp;<a href="https://ploum.nl/specialisten/daniel-van-gerven">Dani&euml;l van Gerven</a></p>

<p>Lees hieronder onze rankings of bekijk ons profiel op de&nbsp;<a href="http://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands/rankings">website van de&nbsp;Legal 500</a>.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Industry focus: Food:&nbsp;TIER 1</h2>

<p><a href="http://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands">Ploum</a>&nbsp;combines in-depth knowledge of food and feed regulatory law with expertise across customs, IP, corporate, and criminal law. The firm demonstrates extensive experience in high-profile litigation, including administrative, civil, and criminal cases involving fraud and enforcement. It also advises on technical matters like contaminants and product liability claims and regularly represents clients against the Netherlands Food and Consumer Product Safety Authority and the Dutch Organic Control Authority. The practice is led by&nbsp;<a href="http://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands/lawyers/2154816-marijn-van-tuijl">Marijn van Tuijl</a>, who handles product recalls and litigation against regulatory authorities. Van Tuijl is supported by&nbsp;<a href="http://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands/lawyers/1045163-willem-leppink">Willem Leppink</a>, who focuses on soft IP, and&nbsp;<a href="http://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands/lawyers/-jikke-biermasz">Jikke Biermasz</a>, who handles international trade and customs law.</p>

<h3>Testimonials</h3>

<ul>
	<li><em>&lsquo;Willem Leppink is an experienced lawyer with great expertise in their field and a strong network to match.&#39;</em></li>
	<li><em>&lsquo;Very creative, state-of-the-art team.&#39;</em></li>
	<li><em>&lsquo;I have known Marijn van Tuijl for a very long period. He is extremely knowledgeable and quick in his responses.&#39;</em></li>
	<li><em>&lsquo;Marijn van Tuijl knows the food sector and relevant legislation.&rsquo;</em></li>
	<li><em>&lsquo;I enjoy working with Jikke Biermasz and Marijn van Tuijl. They are very knowledgeable and approachable. Their advice is always on point.&rsquo;</em></li>
	<li><em>&#39;They have a good understanding of the various dynamics that play a role in international trade, which makes their advice more practical.&rsquo;</em></li>
</ul>

<h3>Work highlights</h3>

<ul>
	<li>Successfully appealed against the decision by Netherlands organic food authority Skal to revoke the licence to operate of DFI Food Sourcing.</li>
	<li>Assisted five agricultural commodity trade associations in a test trial against Netherlands Food and Product Safety Authority on the legal right to notify the authorities of a potential food safety risk.</li>
</ul>

<h3>Leading partners</h3>

<p>Marijn van Tuijl</p>

<h2>Transport: TIER 1</h2>

<p><a href="http://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands">Ploum</a>&nbsp;boasts a &lsquo;robust and highly capable team&rsquo; which is highly sought-after for its depth of expertise in a wide range of transportation mandates. The team is led by the trio of&nbsp;<a href="http://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands/lawyers/-jikke-biermasz">Jikke Biermasz</a>,&nbsp;<a href="http://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands/lawyers/2154816-marijn-van-tuijl">Marijn van Tuijl</a>&nbsp;and&nbsp;<a href="http://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands/lawyers/2146856-albert-wiggers">Albert Wiggers</a>. Biermasz is praised for her &rsquo;creative and hands on approach&rsquo;, which is regularly deployed on customs claims, logistics mandates and road transportation lawsuits. Van Tuijl brings a wealth of shipping experience to the team and is particularly adept at handling corporate negotiations. Wiggers is noted for his capabilities in the negotiation of maritime joint ventures and commercial transportation matters.</p>

<h3>Testimonials</h3>

<ul>
	<li>&lsquo;Jikke Biermasz has extensive experience and works efficiently and responsively.&rsquo;</li>
</ul>

<h3>Work highlights</h3>

<ul>
	<li>Representing a consortium of buyers of 260 BMW cars purchased after being offloaded from the mv Fremantle Highway, a car carrying vessel which endured a widespread fire.</li>
	<li>Supported Customs Support Group in multiple due diligence projects in acquisitions of customs brokering / freight forwarding businesses throughout Europe, supporting the client&rsquo;s buy and build strategy.</li>
	<li>Representing freight forwarder Flexport International in interim relief proceedings concerning the exercise of a right of retention on dozens of shipping containers with merchandise ordered by toy retailer Intertoys.</li>
</ul>

<h3>Leading partners</h3>

<p>Jikke Biermasz and Marijn van Tuijl</p>

<h2>Environment and planning: TIER 2</h2>

<p>Environmental and administrative work is at the heart of&nbsp;<a href="http://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands">Ploum</a>s public law group, which acts for corporates, developers, authorities, and industry bodies. The team is co-led by&nbsp;<a href="http://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands/lawyers/2158758-alexandra-danopoulos">Alexandra Danopoulos</a>, whose&nbsp;practice is devoted to conservation and nitrogen-related matters, alongside&nbsp;<a href="http://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands/lawyers/2158762-maayke-maas-cooymans">Maayke Maas-Cooymans</a>, a trusted advisor on regulatory and compliance issues for renewable energy, LNG, ammonia, and hydrogen projects. Linda Hoeben is &lsquo;impressively strategic&rsquo; during permitting, enforcement, and spatial planning procedures.</p>

<h3>Testimonials</h3>

<ul>
	<li>&lsquo;<em>Good team, they keep agreements and are proactive.&rsquo;</em></li>
	<li><em>&lsquo;They are among the frontrunners in environmental law, especially in cases where the law is not clear, for instance, newly detected substances. </em><em>Their collaboration with the client is excellent.&rsquo;</em></li>
	<li><em>&lsquo;Alexandra Danopoulos is a highly dedicated and knowledgeable partner. Her legal expertise, combined with a deep understanding of our business and the sector in which we operate, is truly outstanding.&rsquo;</em></li>
	<li><em>&lsquo;I&rsquo;ve worked with Ploum for a while now, and what really makes them stand out is how they manage to combine the knowledge and resources of a big law firm with a genuinely personal approach.&rsquo;</em></li>
	<li><em>&lsquo;Working with Alexandra Danopoulos and Linda Hoeben has been an absolute pleasure. They&rsquo;re not only incredibly sharp and quick during negotiations, but also impressively strategic.&#39;</em></li>
	<li><em>&lsquo;What really stood out for us was Ploum&#39;s ability to understand our business and apply this knowledge to our issues.&rsquo;</em></li>
</ul>

<h3>Leading partners</h3>

<p>Maayke Maas-Cooymans</p>

<h2>Insurance: TIER 2</h2>

<p><a href="http://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands">Ploum</a>&nbsp;stands out for its role in complex insurance issues arising from environmental and industrial risks, construction disputes involving CAR and PI coverage, D&amp;O liability matters and professional liability claims. Offering deep experience in domestic and international arbitration,&nbsp;<a href="http://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands/lawyers/2154840-natalie-vloemans">Natalie Vloemans</a>&nbsp;steers the group and stands out on high-stakes insurance and liability disputes, including major calamity claims, Design &amp; Construct insurance matters and complex coverage issues.&nbsp;<a href="http://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands/lawyers/2154868-maurice-verhoeven">Maurice Verhoeven</a>&nbsp;is a key port of call in the field of professional liability, D&amp;O liability, shareholder disputes and Inquiry proceedings.</p>

<h3>Testimonials</h3>

<ul>
	<li>&lsquo;<em>The people have a lot of knowledge, and they are easy to work with.&rsquo;</em></li>
	<li><em>&lsquo;The team operates like a well-oiled machine &mdash; efficient, synchronised, and highly effective in delivering results.&rsquo;</em></li>
	<li><em>&lsquo;Natalie Vloemans brings a strong business-oriented mindset and an exceptional depth of knowledge in her area of expertise. Her level of preparation is truly remarkable &mdash; always thorough, strategic, and several steps ahead.&#39;</em></li>
	<li><em>&#39;Natalie Vloemans&#39; combination of legal insight, precision, and tactical thinking makes her a formidable and highly respected professional.&#39;</em></li>
</ul>

<h3>Leading partners</h3>

<p>Natalie Vloemans</p>

<h2>Intellectual property: trade marks, copyrights and design rights: TIER 2</h2>

<p><a href="http://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands/lawyers/660872-nick-hessels">Ploum</a>&nbsp;is valued for its ability to deliver &lsquo;convincing solutions even in the most complex cases&rsquo; relating to trademark, design, and copyright matters. The team handles IP disputes across diverse sectors, including consumer products, technology, luxury, and regulated industries. Leading the department is&nbsp;<a href="http://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands/lawyers/2154850-sabin-tigu">Sabin Tigu,</a>&nbsp;who focuses on project-driven IP litigation, including customs and parallel trade enforcement; and&nbsp;<a href="http://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands/lawyers/1045163-willem-leppink">Willem Leppink</a>, who brings deep knowhow in soft IP as well as anti-counterfeiting and parallel trade strategies. Paul Trapman is a further key team member.</p>

<h3>Testimonials</h3>

<ul>
	<li><em>&#39;A young and growing team in Rotterdam, strong on advertising law and parallel trade. Easy to work with and very responsive.&#39;</em></li>
	<li><em>&lsquo;As a truly Dutch law firm, Ploum has an excellent local (and also international) network with outstanding market knowledge. Our collaboration with their office in Rotterdam has been excellent, rapid and highly professional.&#39;</em></li>
	<li><em>&lsquo;Willem Lepink and Sabin Tigu are both very responsive, technically excellent and provide excellent service. Paul Trapman is clearly up and coming, technically excellent and has a nice manner.&rsquo;</em></li>
	<li><em>&#39;The practice has strength in depth, they are experts in their area and provide excellent client service.&#39;</em></li>
	<li><em>&lsquo;Ploum&rsquo;s responsiveness and clarity in communication are standout qualities. Willem Leppink and Sabin Tigu are great examples of this. They don&rsquo;t sit on the fence &mdash; they provide clear, actionable recommendations.&rsquo;</em></li>
	<li><em>&lsquo;We are always impressed by how rapidly they are able to present convincing solutions even in the most complex cases.&rsquo;</em></li>
</ul>

<h3>Work highlights</h3>

<ul>
	<li>Organising and coordinating Western Digital and SanDisk&rsquo;s pan-European efforts against counterfeiting and parallel trade across online marketplaces.</li>
	<li>Assisting Coty, a global beauty company, in close cooperation with other counsel in Europe, in its fight against parallel trade, counterfeiting and other unauthorised use of Coty&rsquo;s trademarks.</li>
	<li>Assisting LVMH with its day-to-day customs enforcement against counterfeit perfumes and cosmetic products, as well as counterfeit leather &amp; fashion goods with brands including Christian Dior, Celine, Guerlain, Givenchy, Kenzo, and Sephora.</li>
</ul>

<h3>Leading partners</h3>

<p>Willem Leppink</p>

<h2>Construction: TIER 3</h2>

<p><a href="http://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands">Ploum</a>&nbsp;centres its construction practice around international construction law, renewable energy projects and procurement law issues. Building off its longstanding expertise in negotiating FIDIC contracts, the team is well-versed in representing clients in construction arbitration disputes involving FIDIC issues. Construction specialist&nbsp;<a href="http://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands/lawyers/2154864-jacob-henriquez">Jacob Henriquez</a>&nbsp;spearheads the practice and pairs an engagement in large-scale FIDIC projects with expertise in handling construction disputes. Tjinta Terlien also assists clients with construction and procurement law issues.</p>

<h3>Testimonials</h3>

<ul>
	<li><em>&lsquo;The team is dedicated and committed to the case on hand.&rsquo;</em></li>
	<li><em>&lsquo;A competent, experienced team covering a full range of services from litigation, alternative dispute resolution to general legal services.&rsquo;</em></li>
	<li><em>&lsquo;Jacob Henriquez is very pragmatic and client-oriented.&rsquo;</em></li>
	<li><em>&lsquo;Ploum is unique for combining broad expertise with a pragmatic, business-focused approach.&rsquo;</em></li>
	<li><em>&lsquo;Tjinta Terlien stands out for her sharp legal insight and pragmatic approach. She has the rare ability to translate complex legal matters into clear, practical solutions that truly serve the client&rsquo;s interests. I valued her strategic mindset and strong communication skills.&#39;</em></li>
	<li><em>&#39;Sophie Cairo distinguishes herself through her curiosity, enthusiasm, and perseverance.&rsquo;</em></li>
</ul>

<h3>Work highlights</h3>

<ul>
	<li>Advised Hitachi Energy on various renewable energy projects in the Netherlands.</li>
	<li>Represented Aluchemie in matters relating to the decommissioning of their entire production site in the Netherlands.</li>
	<li>Advised Mineralz Maasvlakte on construction and coordination agreement for their new landfill site to responsibly and permanently store both non-hazardous and hazardous waste.</li>
</ul>

<h3>Leading Partners</h3>

<p>Jacob Henriquez</p>

<h2>Employment: TIER 3</h2>

<p><a href="http://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands">Ploum</a>&nbsp;fields a Rotterdam-based employment and incentives group which focuses on co-determination and works council mandates. The team is also adept at handling employment litigation, dismissals and restructurings. Practice heads&nbsp;<a href="http://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands/lawyers/2145482-rutger-ploum">Rutger Ploum</a>&nbsp;and&nbsp;<a href="http://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands/lawyers/823081-simon-tan">Simon Tan</a>&nbsp;both handle contentious and non-contentious employment matters such as conflicts between companies and work councils or unions, collective labour disputes and termination cases.&nbsp;<a href="http://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands/lawyers/4503262-daniel-van-gerven">Dani&euml;l van Gerven</a>&nbsp;co-chairs the team and has an emphasis on co-determination matters and cross-border M&amp;A.</p>

<h3>Testimonials</h3>

<ul>
	<li>&lsquo;<em>Dani&euml;l van Gerven is a knowledgeable and hands-on partner.&rsquo;</em></li>
	<li><em>&lsquo;Very strong team throughout the ranks. Great partner involvement, always on the ball. Able to overcome all hurdles with a counterparty, very pleasant to work with. Provides strong support, over and over again. Really committed.&rsquo;</em></li>
	<li><em>&lsquo;Simon Tan really stands out. Fantastic service level and client responsiveness. Exceptional lawyer, client-driven. Simon connects the dots very easily. Very pleasant to work with. Fantastic lawyer who is always there to help out. Simon always remain calm, friendly and reliable, even in the storm. He is the kind of lawyer that each client would like to work with!&rsquo;</em></li>
</ul>

<h3>Leading partners</h3>

<p>Rutger Ploum</p>

<h3>Next Generation Partners</h3>

<p>Dani&euml;l van Gerven</p>

<h2>Data privacy and data protection: TIER 4</h2>

<p>&nbsp;</p>

<h2>Dispute resolution: Commercial litigation: TIER 5</h2>

<p><a href="http://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands">Ploum</a>&lsquo;s dispute resolution practice handles contractual disputes, corporate litigation, insurance disputes and insolvency cases. It is also active on contentious regulatory and environmental cases, representing both domestic and international clients.&nbsp;<a href="http://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands/lawyers/2154868-maurice-verhoeven">Maurice Verhoeven</a>&nbsp;leads the practice and focuses on liability issues, shareholder disputes and inquiry proceedings before the Enterprise Chamber. Insurance and liability-related disputes are also handled by&nbsp;<a href="http://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands/lawyers/2154840-natalie-vloemans">Natalie Vloemans</a>.</p>

<h3>Testimonials</h3>

<ul>
	<li><em>&lsquo;Natalie Vloemans is very keen and alert, able to discuss legal matters without pre-fixed opinions.&rsquo;</em></li>
	<li><em>&lsquo;Matthijs Gardien is a fantastic litigator, thoughtful in his advice and aggressive when it counts.&rsquo;</em></li>
	<li><em>&lsquo;The team is alert, open to cooperation and it was a pleasure to cooperate with them.&rsquo;</em></li>
	<li><em>&lsquo;Extremely collaborative team, with precise strategy. Really nice to work with, proactive, communicates well with updates, and help bridge the gap between international clients and Dutch court procedure. &rsquo;</em></li>
	<li><em>&lsquo;The biggest differentiator of this is firm is its easy and collaborative way of working together.&rsquo;</em></li>
	<li><em>&lsquo;Each individual is seriously concerned about our matters. Also they take immediate actions on feedback to elevate their knowledge.&#39;</em></li>
</ul>

<h3>Work highlights</h3>

<ul>
	<li>Assisted Nationale Energie Vergelijker B.V. with a multimillion commercial dispute with Total Energies Power &amp; Gas Nederland B.V. and Total Holdings Nederland B.V..</li>
	<li>Represented Chemours and DuPont in defending the companies against C8 and GenX exposure claims following similar US litigation.</li>
	<li>Represented TUI in a case where an environmental organisation (Reclame Fossielvrij) seeks to ban an advertisement by TUI.</li>
</ul>

<h3>Practice head</h3>

<p>Maurice Verhoeven</p>

<h2>Commercial, corporate and M&amp;A: TIER 6</h2>

<p><a href="https://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands/lawyers/2146856-albert-wiggers">Albert Wiggers</a>,&nbsp;<a href="https://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands/lawyers/660872-nick-hessels">Nick Hessels</a>&nbsp;and&nbsp;<a href="https://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands/lawyers/2146866-tom-ensink">Tom Ensink</a>&nbsp;head the team at&nbsp;<a href="http://www.legal500.com/firms/15473-ploum/c-netherlands">Ploum</a>, which &lsquo;brings a wonderful blend of legal precision and commercial instinct to every transaction&rsquo;. Wiggers focuses on maritime transactions, while Hessels is adept at handling share sales and majority stake acquisitions. Ensink is a &rsquo;very thorough lawyer&rsquo; and is noted for his expertise in manufacturing deals.</p>

<h3>Testimonials</h3>

<ul>
	<li><em>&#39;The team is proactive, responsive, and deeply attuned to the nuances of each the client&rsquo;s business.&#39;</em></li>
	<li><em>&#39;Their collaborative approach and ability to simplify complexity consistently lead to smooth, timely closings and long-term value creation.&rsquo;</em></li>
	<li><em>&#39;Stephan Sluijters offers a wonderful combination of profound legal insight, strategic finesse, and composed leadership.</em></li>
	<li><em>&#39;Their deep understanding of the corporate and commercial dynamics, and deal mechanics, combined with a pragmatic, solution-driven mindset, makes them a standout partner in the Dutch market.&#39;</em></li>
	<li><em>&lsquo;Ploum&rsquo;s commercial, corporate and M&amp;A team brings a wonderful blend of legal precision and commercial instinct to every transaction.&#39;</em></li>
	<li><em>&#39;They were excellent at handling a very difficult client&rsquo;.</em></li>
</ul>

<h3>Leading partners</h3>

<p>Albert Wiggers</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Nederland energieonafhankelijk door windenergie op zee?]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/nederland-energieonafhankelijk-door-windenergie-op-zee</link>
		  <pubDate>Tue, 24 Mar 2026 3:44:46 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Tjinta Scheffer-Terlien en Jacob Henriquez]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>De ontwikkeling van windenergie op zee is essentieel; voor de Nederlandse energietransitie en om Nederland in de toekomst energieonafhankelijk. Zeker in de huidige geopolitieke tijd zal zonne- en windenergie Nederland weerbaarder maken. De afgelopen jaren werd de markt voor windenergie op zee zonder subsidie vergund. Inmiddels zijn de Europese marktomstandigheden flink gewijzigd. De uitrol van windenergie op zee staat onder druk. De ontwikkelkosten voor windparkontwikkelaars zijn sterk gestegen en de opbrengsten onzeker. Daarnaast ontwikkeld de verduurzaming van de industrie zich langzamer. Een ander heeft tot gevolg dat grootschalige verdere ontwikkeling van windenergie op zee achter blijft.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Uitgestelde of mislukte tenders</h2>

<p>Net als in het buitenland, Duitsland, Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Belgi&euml; hebben ook te maken met mislukte of uitgestelde aanbestedingen, om dezelfde redenen, worden de tenders voor windenergie op zee (gedeeltelijk) uitgesteld, of deze mislukken zelfs, zoals bij de tender Nederwiek I-A. Marktpartijen konden tot en met 30 oktober 2025 een aanvraag indienen voor een windpark op kavel I-A in windenergiegebied Nederwiek op de Noordzee. De vergunning zou worden verleend voor de bouw en exploitatie van een windpark met een vermogen van 1 gigawatt (GW).</p>

<p>Bij meerdere aanvragen, zou de vergunning worden verleend aan de aanvrager van wie de vergunning het hoogst in rangorde was ge&euml;indigd. Voor de verlening van een vergunning was gekozen voor een vergelijkende toets op basis van rangschikkingscriteria met een financieel bod. Op deze manier zouden partijen worden gestimuleerd om &ndash; naast het hoofddoel van realisatie van een windpark op zee&nbsp;&ndash; met oplossingsgerichte aanvragen te komen voor gerelateerde maatschappelijke doelen, zoals de inpassing van het windpark binnen de ecologische draagkracht op zee en in het energiesysteem op land. Door een financieel bod toe te voegen, konden partijen &ndash; voor zover er nog financi&euml;le ruimte zou zijn in de businesscase&nbsp;&ndash; ook nog een geldbedrag bieden voor het mogen bouwen en exploiteren van het windpark op zee. Voor deze vergunning zijn in 2025 geen aanvragen ontvangen.</p>

<h2>Marktomstandigheden vragen om subsidietender</h2>

<p>Het gebrek aan aanvragen voor de vergunning Nederwiek I-A was een belangrijk marktsignaal en een bevestiging dat de verdere ontwikkeling van windenergie op zee, zonder maatregelen vanuit de overheid dreigt stil te vallen, met gevolgen voor klimaatdoelen en energieonafhankelijkheid. Met het Actieplan voor windenergie op zee beoogd het kabinet het investeringsklimaat voor de sector te verbeteren. Met het plan wil de overheid meer zekerheid en duidelijkheid bieden aan marktpartijen, zodat nieuwe projecten sneller van de grond kunnen komen. Tegelijkertijd moet het actieplan bijdragen aan een breder, gunstiger klimaat voor investeringen in verduurzaming, doordat een stabiel energiebeleid bedrijven stimuleert om te investeren in duurzame oplossingen. Hierbij wordt gekeken naar ondersteuning van de bouw van windparken, het stimuleren van de elektriciteitsvraag en het gefaseerd uitrollen van windparken op zee.</p>

<p>In dit licht kondigde het kabinet in 2026 een subsidietender van 1 GW windenergie op zee open te stellen voor kavel IJmuiden Ver Gamma-A. Een tender met subsidie fungeert als prijszekerheidsmechanisme en draagt daarmee bij aan een minder risicovolle realisatie van windenergie op zee.</p>

<h2>Kamerbrief</h2>

<p>In een Kamerbrief heeft de minister voor Klimaat en Energie (hierna: Minister) de Kamer ge&iuml;nformeerd over de komende tender voor wind op zee in september 2026 voor kavel IJmuiden Ver Gamma-A. Ook biedt zij de Tweede Kamer het geactualiseerde Ontwikkelkader windenergie op zee aan. In deze brief licht het kabinet de keuze voor 1 GW voor kavel IJmuiden Ver Gamma-A toe door in te gaan op het advies van het Planbureau voor de Leefomgeving (hierna: PBL-advies), de internationale context, het beschikbare budget en het belang van een realistische doorgang van windenergie op zee.</p>

<p>Eerder kondigde het kabinet met het Actieplan aan het uitroltempo van 4 GW naar 2 GW te verlagen. Uit het PBL-advies volgt echter dat het geadviseerde maximum tenderbedrag, gelet op het beschikbare budget, onvoldoende ruimte laat om 2 GW te realiseren. Om die reden kiest het kabinet ervoor nu 1 GW windenergie op zee met subsidie open te stellen.</p>

<h2>Blik op de toekomst</h2>

<p>Met het versturen van deze Kamerbrief is de ontwerpregeling voor IJmuiden Ver Gamma-A openbaar gemaakt. Vanaf dat moment start de internetconsultatie van de ontwerpregeling, die zes weken openstaat voor reactie.</p>

<p>Windparkontwikkelaars krijgen naar verwachting circa negen maanden voorbereidingstijd om een volledige vergunningsaanvraag op te stellen. Na sluiting van de tender worden de ingediende aanvragen beoordeeld en gerangschikt, waarna de winnende aanvraag wordt geselecteerd en de vergunning wordt verleend.</p>

<p style="text-align:justify">&nbsp;</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Einde netwerkvrijstelling bij opstalrechten: wat betekent dit voor u?]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/einde-netwerkvrijstelling-bij-opstalrechten-wat-betekent-dit-voor-u</link>
		  <pubDate>Thu, 02 Apr 2026 3:58:44 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Job van Giessen, Jolande van Loon en Jessica Remeeus]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Er is onlangs een belangrijke wijziging doorgevoerd in de overdrachtsbelasting. Artikel 15 lid 1 onderdeel y van de Wet op belastingen van rechtsverkeer bevat een vrijstelling van overdrachtsbelasting voor de verkrijging &ldquo;<em>van een net gelegen in, op of boven de grond, bestaande uit een of meer kabels of leidingen, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie, of van informatie</em>&rdquo;. Deze zogenoemde netwerkvrijstelling is vooral van belang bij transacties binnen de energie-, telecom- en nutssector.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<p>De Belastingdienst heeft deze vrijstelling lange tijd zo uitgelegd dat zij ook kon gelden voor verkrijging van een recht van opstal, mits dat opstalrecht was gericht op het in eigendom verkrijgen van een net.</p>

<p>Dat was mogelijk omdat een recht van opstal in principe de verticale natrekking (artikel 5:20 BW) doorbreekt. Daardoor kan de opstaller eigenaar worden van een opstal (het net) dat zich in of op de grond bevindt. Voor netten geldt bovendien dat een dergelijke splitsing in eigendom inmiddels ook rechtstreeks mogelijk is op grond van artikel 5:20 lid 2 BW. De netwerkvrijstelling was daarom alleen verdedigbaar als het recht van opstal was gericht op het verkrijgen van de eigendom van een net en niet uitsluitend op het gebruik daarvan.</p>

<p>Op 22 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Financi&euml;n aangegeven dat de netwerkvrijstelling voortaan niet meer geldt bij de verkrijging van een recht van opstal. Omdat de Belastingdienst de vrijstelling eerder ruimer toepaste, is een overgangsregeling ingesteld. Op basis daarvan kon de netwerkvrijstelling nog tot en met 31 december 2025 worden gebruikt bij de verkrijging van een recht van opstal dat was gericht op de eigendom van een net.</p>

<p>Per 1 januari 2026 zijn verkrijgingen van rechten van opstal die zien op de eigendom van een net belast met overdrachtsbelasting. Deze wijziging kan invloed hebben op de fiscale positie bij vastgoed- en infrastructuurtransacties waarin opstalrechten een rol spelen. Het is daarom verstandig om bij toekomstige transacties tijdig te beoordelen welke gevolgen dit voor uw situatie kan hebben.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[De rol van de ondernemingsraad bij het ontslag van een bestuurder]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/de-rol-van-de-ondernemingsraad-bij-het-ontslag-van-een-bestuurder</link>
		  <pubDate>Mon, 23 Mar 2026 2:01:33 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Frans Bakker en Daniël van Gerven]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Het ontslag van een &lsquo;bestuurder&rsquo; is een ingrijpende gebeurtenis: voor de betrokken persoon zelf, maar &oacute;&oacute;k voor de onderneming en haar medewerkers. In sommige gevallen zal de ondernemingsraad voordat tot ontslag besloten wordt om advies moeten worden gevraagd. In deze blog zetten we uiteen wanneer de OR moet worden betrokken, hoe het adviesrecht werkt en waar het in de praktijk vaak misloopt.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Wie wordt gezien als de &lsquo;bestuurder&rsquo;?</h2>

<p>De Wet op de Ondernemingsraden (WOR) kent een eigen definitie van de bestuurder. Dit is de persoon die &ndash; alleen of samen met anderen &ndash; de hoogste zeggenschap heeft over de dagelijkse leiding van de arbeid binnen de onderneming. Deze &lsquo;WOR&#8209;bestuurder&rsquo; is voor de OR de belangrijkste gesprekspartner.</p>

<p>In veel organisaties is de WOR&#8209;bestuurder tevens statutair bestuurder. Dat hoeft echter altijd niet zo te zijn. In (veelal grotere) organisaties kan bijvoorbeeld ook een vestigingsdirecteur, een general manager of de hoogste HR functionaris onder de definitie vallen, zonder dat deze persoon statutaire verantwoordelijkheid heeft. Het draait om feitelijke zeggenschap, niet om de formele titel. Omgekeerd is ook niet iedere <em>statutair</em> bestuurder automatisch bestuurder in de zin van de WOR.</p>

<h2>Het adviesrecht bij ontslag: artikel 30 WOR</h2>

<p>Artikel 30 WOR verplicht de ondernemer om de OR om advies te vragen bij een voorgenomen besluit tot <em>benoeming</em> of <em>ontslag</em> van een bestuurder. In deze update staat het ontslag centraal, maar dat betekent niet dat de benoeming niet relevant is. In een update later dit jaar zullen we een aantal praktische tips geven bij het adviesrecht van de OR ten aanzien van de benoeming van de bestuurder, omdat dit bij uitstek een moment is voor de OR om mee te denken met en te adviseren over de koers van de onderneming.</p>

<p>Wanneer ontstaat de verplichting om advies te vragen? Het begint met een concreet <em>voornemen</em> tot het <em>onvrijwillige</em> ontslag van een bestuurder. Wanneer het voornemen tot ontslag van de bestuurder bestaat, moet de OR om advies worden gevraagd. Neemt een bestuurder zelf ontslag? Dan bestaat er geen adviesrecht (in dat geval ligt het initiatief namelijk bij de bestuurder zelf).</p>

<ul>
	<li>Wanneer sprake is van een voornemen is heel feitelijk. Als de bestuurder in de zin van de WOR &oacute;&oacute;k statutair bestuurder is, dan bestaat het voornemen tot ontslag <em>in ieder geval </em>op het moment dat het bevoegde orgaan het ontslag heeft geagendeerd. In de praktijk wordt aangenomen dat het raadplegen van de OR v&oacute;&oacute;rdat de vergadering (of besluitvorming) buiten vergadering plaatsvindt, nog tijdig is.</li>
	<li>Als er g&eacute;&eacute;n sprake is van een statutair bestuurder dan zou aansluiting gezocht kunnen worden met het indienen van processtukken. Oftewel: het verzoekschrift ingeval van &lsquo;persoonlijke gronden&rsquo; of het indienen van de formulieren bij het UWV ingeval van boventalligheid of langdurige ziekte.</li>
</ul>

<p>De OR moet in staat worden gesteld om zijn advies op zorgvuldige wijze uit te brengen. Dat vereist dat voldoende informatie wordt verstrekt en dat het advies wordt gevraagd (over de beweegredenen van een voorgenomen ontslag) op een moment waarop het nog van wezenlijke invloed kan zijn op het besluit De wet kent g&eacute;&eacute;n termijn voor advies, en in de praktijk zullen er g&eacute;&eacute;n weken uitgetrokken kunnen worden voor een adviestraject: daarvoor is het voorgenomen ontslag van een bestuurder een te &lsquo;disruptieve&rsquo; beslissing, ook voor het individu zelf. De OR doet er over het algemeen goed aan om zich de vraag te stellen:</p>

<ul>
	<li>of er voldoende informatie in de adviesaanvraag is gedeeld;</li>
	<li>of er aanleiding is voor de OR om de bestuurder z&eacute;lf een toelichting te laten geven op het voorgenomen ontslag, of dat visies van beide partijen al afdoende in de door de &lsquo;ondernemer&rsquo; ingediende adviesaanvraag zit;</li>
	<li>of er omstandigheden zijn die de ondernemer moet meewegen buiten datgene wat in de adviesaanvraag is beschreven (denk aan onrust in de organisatie, een communicatieplan, een fallback-scenario etc.).</li>
</ul>

<h2>Een &lsquo;tandeloze tijger&rsquo;?</h2>

<p>Het advies van de OR is, zoals dat ook bij het &lsquo;reguliere&rsquo; adviesrecht het geval is, niet bindend. De ondernemer kan dus besluiten om het advies niet te volgen. Wel geldt dat een afwijking van het OR-advies gemotiveerd moet worden.</p>

<p>Waar echter na afwijking van een gegeven advies bij het &lsquo;reguliere&rsquo; adviesrecht uit artikel 25 WOR het beroepsrecht bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam openstaat (artikel 26 WOR), is dit niet het geval bij het adviesrecht over het voorgenomen ontslag van de bestuurder. Daarmee wordt het adviesrecht uit 30 WOR ook weleens een &lsquo;tandeloze tijger&rsquo; genoemd.</p>

<p>Geheel tandeloos is deze tijger echter niet: integendeel. Ten eerste, wanneer het adviesrecht van de OR wordt genegeerd kan de OR zich op basis van de algemene geschillenregeling conform artikel 36 WOR tot de kantonrechter wenden om de rechtmatigheid van het besluit te laten toetsen. Daarnaast is er het risico dat niet-naleving van artikel 30 WOR, zoals verderop in deze blog wordt beschreven aan de hand van de Eneco-zaak, meeweegt bij de vraag of sprake is van wanbeleid in een enqu&ecirc;te-procedure.</p>

<h2>Be&euml;indiging met wederzijds goedvinden</h2>

<p>Niet zelden leiden gesprekken (nadat het &lsquo;voorlopige&rsquo; voornemen tot ontslag door het bevoegde orgaan is uitgesproken) tot een be&euml;indigingsovereenkomst in plaats van een formeel ontslag, waarin partijen met elkaar afspreken om onder bepaalde voorwaarden met wederzijds goedvinden uit elkaar te gaan. Heeft de OR in dat geval dan een adviesrecht?</p>

<p>Strikt genomen kwalificeert een be&euml;indiging met wederzijds goedvinden niet als een ontslag in de zin van art. 30 WOR. Dat kan onder omstandigheden echter anders zijn, zo oordeelde de Ondernemingskamer in een enqu&ecirc;teprocedure in de <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:2488" target="_blank">Eneco-zaak</a> in juli 2018. In die specifieke kwestie meende de Ondernemingskamer dat aan de met de met de bestuurder gesloten be&euml;indigingsovereenkomst wel een adviesprocedure had moeten worden voorafgegaan, omdat de be&euml;indiging onder die omstandigheden een zodanige gelijkenis vertoonde met een (gedwongen) ontslag dat het hiermee moest worden gelijkgesteld. Het tot ontslag bevoegde orgaan was namelijk v&oacute;&oacute;r het ondertekenen van de vaststellingsovereenkomst al unaniem van mening dat de (statutair) bestuurder moest worden ontslagen.</p>

<p>Uit de Eneco-uitspraak kunnen we concluderen dat een be&euml;indiging met wederzijds goedvinden met een ontslagbesluit moet worden gelijkgesteld wanneer het tot ontslag bevoegde orgaan reeds unaniem uitspreekt dat de positie van de bestuurder onhoudbaar is geworden. Hier is dus al snel sprake van bij ondernemingen waar sprake is van 100% zeggenschap.</p>

<p>Dan is ten slotte nog het moment van het vragen van advies van belang. Staat dat moment gelijk aan het moment waarop het voornemen van het tot ontslag bevoegde orgaan bekend is? Of is dat zodra bekend is dat partijen geen overeenstemming zullen bereiken over een vertrekregeling en het voornemen tot ontslag dus ook daadwerkelijk uitgevoerd lijkt te gaan worden? Over dit punt wordt in de literatuur getwist: waar sommigen menen dat het adviesrecht bestaat indien een ondernemer het enkele initiatief neemt een be&euml;indigingsovereenkomst te sluiten, menen anderen dat het adviesrecht enkel bestaat wanneer het tot ontslag bevoegde orgaan het ontslag agendeert. Het enkel agenderen, ondanks een 100% zeggenschapsverhouding, is wat ons betreft niet het uiterste moment mits er voldoende tijd overblijft om daadwerkelijk wezenlijke invloed uit te oefenen voordat de vergadering is. &nbsp;</p>

<p><strong>Conclusie</strong></p>

<p>Voor de OR vervult artikel 30 WOR een essenti&euml;le waarborgfunctie: zowel bij de benoeming (zoals gezegd, hierover later meer) als bij het ontslag van een bestuurder heeft de OR de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op de koers van de onderneming. De praktijk laat zien dat vooral de vraag wanneer sprake is van een dergelijk voorgenomen besluit en hoe om te gaan met be&euml;indiging met wederzijds goedvinden, tot discussie kan leiden. Heeft u een dergelijke casus aan de orde? Onze <a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/medezeggenschapsrecht" target="_blank">medezeggenschapsrechtspecialisten</a> helpen graag verder.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Ranking Chambers and Partners Global 2026]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/ranking-chambers-and-partners-global-2026</link>
		  <pubDate>Thu, 19 Mar 2026 11:34:07 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Albert Wiggers, Willem Leppink en Sabin Tigu]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>De rankings van Chambers Global 2026&nbsp;zijn bekend. Wij zijn trots te kunnen melden dat het intellectuele-eigendomsrechtteam en het M&amp;A-team&nbsp;van Ploum Rotterdam Law Firm een prachtige&nbsp;<a href="http://De rankings van Chambers Global 2026 zijn bekend. Wij zijn trots te kunnen melden dat het intellectuele-eigendomsrechtteam en het M&amp;A-team van Ploum Rotterdam Law Firm een prachtige ranking heeft gekregen in deze editie van Chambers Global.">ranking</a>&nbsp;heeft gekregen in deze editie van Chambers Global.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Corporate/M&amp;A: band 2</h2>

<p>Rotterdam-based Ploum is a full-service law firm that exhibits skill advising clients on their strategic transactions in the Netherlands. The practice draws upon its expertise to assist with both the buy and sell sides of deals, as well as the corporate aspects of transactions. It counts multinational corporates, investment companies and venture capital firms among its client base, and has further experience acting for shareholders. The team operates across a number of sectors, notably energy, transport, food and medtech.</p>

<p><em>&ldquo;The lawyers are really keen to understand what is important to clients. They are extremely client-focused in order to make sure they constantly provide value for money.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;The Ploum partners are knowledgeable, well experienced and able to communicate well with all stakeholders.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;Ploum is our go-to law firm in the Netherlands. The team is very knowledgeable and provides excellent services. It knows the industry inside out and is able to advise on all aspects of relevance.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;Ploum is very capable of turning complex issues into pragmatic solutions.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;The Ploum team adopts a pragmatic and hands-on approach. It has profound knowledge of the matters and offers quick response times.&rdquo;</em></p>

<h3><strong>Work Highlights</strong></h3>

<p>Ploum advised FIELDS Group on its acquisition of a majority interest in TTNL.</p>

<h3>Notable practitioners</h3>

<p><a href="https://ploum.nl/specialisten/albert-wiggers">Albert Wiggers</a>&nbsp;is a key contact for clients.</p>

<h2><strong>Intellectual Property: General - Mostly Trade Mark/Copyright: band 4</strong></h2>

<p>Ploum acts for clients from the automotive, tech, consumer goods and luxury industries on both contentious and non-contentious soft IP mandates. This ranges from the management of trade mark portfolios to brand enforcement, anti-counterfeiting issues and copyright infringement.</p>

<p><em>&ldquo;I really feel that client service sits at the heart of everything the lawyers do and they consistently deliver.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;The lawyers are very prompt, very thorough and detailed in the advice they give. They are creative problem-solvers.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;The Ploum team is extremely responsive and strategically excellent. The lawyers think proactively and are always available.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;We know that the team will deliver expert advice which is grounded in commerciality. Its focus is always on how to get the client to the place they want to be for the best interests of the business.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;They know our business sometimes even better than we do.&rdquo;</em></p>

<h3>Work Highlights</h3>

<p>Ploum acted for Coty on litigation proceedings concerning counterfeit goods and parallel imports, as well as trade mark infringement actions.</p>

<h3>Notable practitioners</h3>

<p><a href="https://ploum.nl/specialisten/willem-leppink">Willem Leppink</a> and <a href="https://ploum.nl/specialisten/sabin-tigu">Sabin Tigu</a> are key contacts for clients.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Ranking Chambers and Partners Europe 2026]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/ranking-chambers-and-partners-europe-2026</link>
		  <pubDate>Fri, 20 Mar 2026 3:53:26 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Maayke Maas-Cooymans, Natalie Vloemans, Willem Leppink, Sabin Tigu, Simon Tan, Daniël van Gerven, Rutger Ploum, Stephan Sluijters, Albert Wiggers en Jikke Biermasz]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Het prestigieuze Chambers &amp; Partners heeft hun jaarlijkse ranking overzicht met advocatenkantoren weer gepubliceerd. Wij zijn trots te kunnen melden dat ons kantoor ook in 2026&nbsp;weer de nodige rankings in de Europe editie heeft mogen ontvangen.</p>

<p>Onderstaand kunt u een overzicht vinden met de rankings van Ploum.</p>

<p><img alt="" src="https://ploum.nl/uploads/Logo_rankings/Chambers_ranking_-_Europe_guide_2026_-_Ploum.jpg" style="height:168px; width:200px" /></p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Public Law: Planning and Environment: band 3</h2>

<p>Ploum is well reputed for its planning and environment practice. The law firm is frequently seen advising on appeals against the refusal of environmental permits, and has experience handling environmental impact assessments and licensing procedures. The team is also well placed to represent clients in contentious public law matters, representing clients in administrative enforcement actions and appeal proceedings against fines.</p>

<p><em>&ldquo;The team is very hands-on and pragmatic in its approach.&rdquo;</em></p>

<p><em>&nbsp;&ldquo;Ploum has a great, expert team which operates as one.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;The team had a very good understanding of the issues that we faced as a company. This, added to the thorough understanding of its subject matter, made sure we had little challenge at court.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;The lawyers are always available and quick to react, and they act as a true partner.&rdquo;</em></p>

<h3>Work Highlights</h3>

<ul>
	<li>Ploum advised Chemours on permitting applications and enforcement matters in relation to the emission of dangerous substances.</li>
</ul>

<h3>Notable practitioners</h3>

<p><a href="https://ploum.nl/specialisten/maayke-maas-cooymans"><strong>Maayke Maas-Cooymans: band 2 - Public Law: Planning and Environment</strong></a></p>

<p>Maayke Maas-Cooymans is a noteworthy practitioner who is recognised for her contentious and non-contentious environmental permitting practice. She is also well placed to assist clients with zoning plans and offshore wind permitting mandates.</p>

<p><em>&ldquo;Maayke is extremely hands on and razor sharp on legal issues. She is very good at discussing with internal business clients who may be less trained in legal matters. She really gets them to understand the legal issues and holds them by the hand.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;Maayke Maas-Cooymans has been a great partner for years.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;Maayke has a lot of knowledge and experience dealing with media-intensive cases.&rdquo;</em></p>

<p><img alt="" src="https://ploum.nl/uploads/Logo_rankings/Chambers_ranking_-_Europe_guide_2026_-_Maayke.jpg" style="height:168px; width:200px" /></p>

<h2>Insurance: band 3</h2>

<p>Ploum has a solid litigation team with significant experience in professional liability claims, property damage cases, event cancellation insurance matters and product liability disputes. It frequently acts for insured parties on construction all risks mandates, as well as on matters involving environmental contamination. The law firm is also active on contentious matters in the transport sector.</p>

<p><em>&ldquo;Ploum has very experienced lawyers.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;The partners at Ploum can handle complex matters very well.&rdquo;</em></p>

<h3>Work Highlights</h3>

<ul>
	<li>Ploum assisted Chane with an insurance claim against several co-insurers following the shutdown of the Odfjell terminal in 2012.</li>
</ul>

<h3>Notable practitioners</h3>

<p><a href="https://ploum.nl/specialisten/natalie-vloemans"><strong>Natalie Vloemans: band 2 - Insurance</strong></a></p>

<p>Natalie Vloemans represents insured parties in liability, product recalls, CAR and professional indemnity disputes. She also has experience acting for insurers.</p>

<p><em>&ldquo;She does well at communicating and delivering results.&rdquo;</em></p>

<p><em>"Natalie Vloemans fights for her clients&#39; interests and is very knowledgeable."</em></p>

<p><img alt="" src="https://ploum.nl/uploads/Logo_rankings/Chambers_ranking_-_Europe_guide_2026_-_Natalie.jpg" style="height:168px; width:200px" /></p>

<h2>Intellectual Property: General - Mostly Trade Mark/Copyright: band 4</h2>

<p>Ploum acts for clients from the automotive, tech, consumer goods and luxury industries on both contentious and non-contentious soft IP mandates. This ranges from the management of trade mark portfolios to brand enforcement, anti-counterfeiting issues and copyright infringement.</p>

<p><em>&ldquo;The lawyers are very prompt, very thorough and detailed in the advice they give. They are creative problem-solvers.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;The Ploum team is extremely responsive and strategically excellent. The lawyers think proactively and are always available.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;We know that the team will deliver expert advice which is grounded in commerciality. Its focus is always on how to get the client to the place they want to be for the best interests of the business.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;They know our business sometimes even better than we do.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;I really feel that client service sits at the heart of everything the lawyers do and they consistently deliver.&rdquo;</em></p>

<h3>Work Highlights</h3>

<ul>
	<li>Ploum acted for Coty on litigation proceedings concerning counterfeit goods and parallel imports, as well as trade mark infringement actions.</li>
</ul>

<h3>Notable practitioners</h3>

<p><a href="https://ploum.nl/specialisten/willem-leppink"><strong>Willem Leppink:&nbsp;band 3 -&nbsp;Intellectual Property: General - Mostly Trade Mark/Copyright</strong></a></p>

<p>Willem Leppink is particularly known for his work on anti-counterfeiting and parallel trade matters, as well as advising clients on copyright and trade mark infringement cases. He additionally assists clients with the management of their IP portfolios.</p>

<p><em>&ldquo;Willem Leppink has excellent legal and industry knowledge and of our business in particular.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;He is very smart, very sharp in the trade mark field and very good at resolving conflicts.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;Willem Leppink provides sound and reliable advice on trade mark issues.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;Willem is a really good and clever IP lawyer.&rdquo;</em></p>

<p><img alt="" src="https://ploum.nl/uploads/Logo_rankings/Chambers_ranking_-_Europe_guide_2026_-_Willem.jpg" style="height:168px; width:200px" /></p>

<p><a href="https://ploum.nl/specialisten/sabin-tigu"><strong>Sabin Tigu: Up and Coming&nbsp;-&nbsp;Intellectual Property: General - Mostly Trade Mark/Copyright&nbsp;</strong></a></p>

<p>Sabin Tigu offers strategic assistance with trade mark and copyright infringement proceedings, as well as issues concerning design rights and trade secrets. His practice also encompasses anti-counterfeiting measures and brand management.</p>

<p><em>&ldquo;Sabin Tigu really knows how to reconcile the commercial aspects with deep and comprehensive knowledge of all the legal landscape.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;Sabin Tigu is a very sound lawyer who gives practical advice and understands our constraints.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;Sabin Tigu is excellent and easy to communicate with.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;What he once achieved as a top athlete, he now achieves in a spectacular way in IP law.&rdquo;</em></p>

<p><img alt="" src="https://ploum.nl/uploads/Logo_rankings/Chambers_ranking_-_Europe_guide_2026_-_Sabin.jpg" style="height:168px; width:200px" /></p>

<h2>Employment: band 4</h2>

<p>Ploum has a well-regarded employment practice assisting global and Dutch clients with a range of day-to-day employment issues. The law firm assists with privacy-related work and is well versed in providing counsel with regard to terminations. It also assists with labour aspects in connection with large-scale restructuring and corporate reorganisations.</p>

<p><em>&ldquo;Ploum is commercially savvy and understands the business sensitivities well. The lawyers are also equipped to handle complex matters.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;Ploum stands out for its immediate availability, short turnaround times and practical approach.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;The team at Ploum is very commercial, reactive and has good knowledge of working in an international environment.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;The team demonstrates sharp thinking and is very knowledgeable and experienced. It is up to date on all recent developments and covers all aspects of employment law.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;The Ploum team is very knowledgeable, provides excellent services and knows the industry inside out.&rdquo;</em></p>

<h3>Work Highlights</h3>

<ul>
	<li>Ploum represented FNV and CNV in litigation with ASML concerning the applicable collective bargaining agreement.</li>
</ul>

<h3>Notable practitioners</h3>

<p><a href="https://ploum.nl/specialisten/simon-tan"><strong>Simon Tan: band 5 - Employment</strong></a></p>

<p>Simon Tan is an experienced employment lawyer whose practice sees him advise a range of well-known clients on day-to-day employment issues, including privacy-related work. He is additionally well versed in providing counsel with regard to terminations and reorganisations.</p>

<p><em>&ldquo;It is always a pleasure to work with Simon Tan. He has great experience in several jurisdictions and a commercial approach in the best interest of his clients.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;Simon Tan is a fantastic lawyer and trusted adviser. He is always there to help and really understands the market. He delivers high-quality advice and provides very useful solutions.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;Simon Tan is very experienced and knows what is important to you as a client.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;Simon Tan is extremely experienced, sharp and friendly.&rdquo;</em></p>

<p><img alt="" src="https://ploum.nl/uploads/Logo_rankings/Chambers_ranking_-_Europe_guide_2026_-_Simon.jpg" style="height:168px; width:200px" /></p>

<p><a href="https://ploum.nl/specialisten/daniel-van-gerven"><strong>Dani&euml;l van Gerven:&nbsp;band 6 - Employment</strong></a></p>

<p>Dani&euml;l van Gerven draws upon his experience to assist with a variety of employment and co-determination matters, including collective bargaining agreements, individual dismissals, incentive schemes and employee transfers.</p>

<p><em>&ldquo;Dani&euml;l is very knowledgeable, quick and practical in his advice.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;Dani&euml;l van Gerven is an outstanding lawyer. He is very pragmatic, responsive and able to advise from both a legal and commercial perspective.&rdquo;</em></p>

<p><img alt="" src="https://ploum.nl/uploads/Logo_rankings/Chambers_ranking_-_Europe_guide_2026_-_Daniël.jpg" style="height:168px; width:200px" /></p>

<p><strong><a href="https://ploum.nl/specialisten/rutger-ploum">Rutger Ploum: band 6 - Employment</a></strong></p>

<p>Rutger Ploum is a seasoned employment practitioner. His practice often sees him advising on restructurings and co-determination issues.</p>

<p><em>&ldquo;Rutger Ploum is very responsive, engages well with the client and is truly interested in and determined to help his client solve the case.&rdquo;</em></p>

<p><img alt="" src="https://ploum.nl/uploads/Logo_rankings/Chambers_ranking_-_Europe_guide_2026_-_Rutger.jpg" style="height:168px; width:200px" /></p>

<h2>Energy &amp; Natural Resources: band 4</h2>

<p>Ploum has a transactional team with expertise across a variety of renewable energy mandates, from heat and hydrogen projects to offshore solar technology. The law firm&#39;s scope of expertise covers M&amp;A deals, contracts and joint ventures. The team regularly acts for both domestic and international energy companies, providing a full service through its integration with the law firm&#39;s environmental and planning, public procurement and regulatory departments.</p>

<p><em>&ldquo;Ploum offers attention to detail and good relationships.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;The Ploum team knows the business and industry inside out and is able to advise on all aspects. The lawyers are very knowledgeable and provide great service.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;Throughout the ranks and seniority, they deliver wonderful support.&rdquo;</em></p>

<h3>Work Highlights</h3>

<ul>
	<li>Ploum advised SwitcH2 on investments in the company by BW Offshore and Dutch Oceans Capital.</li>
</ul>

<h3>Notable practitioners</h3>

<p><a href="https://ploum.nl/specialisten/stephan-sluijters"><strong>Stephan Sluijters: band 2 - Energy &amp; Natural Resources: Transactional</strong></a></p>

<p>Stephan Sluijters has a strong transactional practice in the renewable energy space. He has expertise handling cross-border acquisitions and is particularly experienced in solar, hydrogen and wind energy matters.</p>

<p><em>&ldquo;Stephan Sluijters is a trusted adviser and a go-to person for energy-related work. He is very responsive and constantly delivers great advice.&rdquo;</em></p>

<p><img alt="" src="https://ploum.nl/uploads/Logo_rankings/Chambers_ranking_-_Europe_guide_2026_-_Stephan.jpg" style="height:168px; width:200px" /></p>

<h2>Corporate/M&amp;A: band 2</h2>

<p>Rotterdam-based Ploum is a full-service law firm that exhibits skill advising clients on their strategic transactions in the Netherlands. The practice draws upon its expertise to assist with both the buy and sell sides of deals, as well as the corporate aspects of transactions. It counts multinational corporates, investment companies and venture capital firms among its client base, and has further experience acting for shareholders. The team operates across a number of sectors, notably energy, transport, food and medtech.</p>

<p><em>&ldquo;The Ploum team adopts a pragmatic and hands-on approach. It has profound knowledge of the matters and offers quick response times.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;The lawyers are really keen to understand what is important to clients. They are extremely client-focused in order to make sure they constantly provide value for money.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;Ploum is our go-to law firm in the Netherlands. The team is very knowledgeable and provides excellent services. It knows the industry inside out and is able to advise on all aspects of relevance.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;Ploum is very capable of turning complex issues into pragmatic solutions.&rdquo;&nbsp;</em></p>

<p><em>&ldquo;The Ploum partners are knowledgeable, well experienced and able to communicate well with all stakeholders.&rdquo;</em></p>

<h3>Work Highlights</h3>

<ul>
	<li>Ploum advised FIELDS Group on its acquisition of a majority interest in TTNL.</li>
</ul>

<h3>Notable practitioners</h3>

<p><strong><a href="https://ploum.nl/specialisten/albert-wiggers">Albert Wiggers: band 3 - Corporate/M&amp;A: &euro;5-50 million</a></strong></p>

<p>Albert Wiggers represents a client base of prominent Dutch and multinational corporates and private equity firms, demonstrating recent strength in M&amp;A deals in the maritime, insurance and manufacturing sectors.</p>

<p><em>&ldquo;Albert Wiggers is very nice to work with. He takes a pragmatic approach and brings solutions to complex matters.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;Albert Wiggers has delivered consistent quality over many years.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;He is always available, responds quickly and manages communications with the other parties in the process in a professional and considerate manner.&rdquo;</em></p>

<p><img alt="" src="https://ploum.nl/uploads/Logo_rankings/Chambers_ranking_-_Europe_guide_2026_-_Albert.jpg" style="height:168px; width:200px" /></p>

<h2>Transportation &ndash; Shipping: band 3</h2>

<p>Ploum is highly regarded for its expertise in the logistics and transport sectors, advising on issues ranging from customs compliance and excise duties to the negotiation of sale agreements and contractual litigation. It also represents clients in disputes involving the recovery and retention of goods and containers.</p>

<p><em>&ldquo;Ploum is result-focused and comes with in-depth knowledge of the many practical, operational and legal aspects of the logistics industry.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;Ploum provides realistic advice and will not pursue lengthy legal proceedings without justification. The team genuinely acts in the client&rsquo;s best interest and approaches matters with that perspective.&rdquo;</em></p>

<h3>Notable practitioners</h3>

<p><strong><a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz">Jikke Biermasz: band 3 - Transportation: Shipping</a></strong></p>

<p>Jikke Biermasz is well known for her experience assisting clients with customs-related matters, including contractual negotiations and contentious work. She also advises on the recovery of goods, as well as cooperation and transactional matters.</p>

<p><em>&ldquo;It is a great pleasure to work with Jikke Biermasz. She responds promptly and has a thorough understanding of the market in which we operate.&rdquo;</em></p>

<p><em>&ldquo;We value her in-depth understanding of the industry.&rdquo;</em></p>

<p><img alt="" src="https://ploum.nl/uploads/Logo_rankings/Chambers_ranking_-_Europe_guide_2026_-_Jikke.jpg" style="height:168px; width:200px" /></p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[1 jaar Wagevoe – geschilbeslechting bij de Ondernemingskamer]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/1-jaar-wagevoe-geschilbeslechting-bij-de-ondernemingskamer</link>
		  <pubDate>Thu, 12 Mar 2026 12:52:16 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Daan de Bruin]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p><em>Dit is de eerste blog van ons Corporate Litigation team. Ieder maand verschijnt op de website een blog over een actueel ondernemingsrechtelijk onderwerp. Deze maand trappen we af met een terugblik op 1 jaar Wagevoe.</em></p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<p>Op 1 januari 2025 is de Wet aanpassing geschillenregeling en verduidelijking ontvankelijkheidseisen enqu&ecirc;teprocedure&nbsp;in werking getreden, in de praktijk vooral bekend onder haar afkorting Wagevoe. Met de Wagevoe zijn verschillende wijzigingen aangebracht in de geschillenregeling voor het beslechten van aandeelhoudersgeschillen. E&eacute;n van deze wijzigingen is dat procedures voor bijvoorbeeld de uitstoting van een minderheidsaandeelhouder voortaan direct bij de Ondernemingskamer kunnen worden ge&iuml;nitieerd. V&oacute;&oacute;r invoering van de Wagevoe dienden deze procedures bij de &lsquo;gewone&rsquo; rechtbank te worden gestart. Deze procedures namen vaak veel tijd in beslag, en van deze mogelijkheid werd in de praktijk weinig gebruik gemaakt.</p>

<p>Hoewel de Ondernemingskamer haar jaarverslag over 2025 nog moet publiceren, is nu al duidelijk dat veelvuldig &ndash; en vaker dan voorheen &ndash; van de nieuwe geschillenregeling gebruik wordt gemaakt. Zo zijn tussen 1 januari 2025 en 20 augustus 2025 51 verzoeken ingediend, waarvan 22 gecombineerd met een enqu&ecirc;teprocedure (een procedure bij de Ondernemingskamer waarin wordt verzocht om een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken binnen een vennootschap).</p>

<p>In totaal zijn op dit moment 16 inhoudelijke uitspraken op Rechtspraak.nl gepubliceerd die in 2025 zijn gewezen, met betrekking tot de nieuwe geschillenregeling. In deze blog wordt, aan de hand van de verschillende procedures waaruit de geschillenregeling bestaat<a href="#_ftn1" name="_ftnref1" title="">[1]</a>, teruggeblikt op de uitspraken in het eerste jaar van de nieuwe geschillenregeling.</p>

<h2>Uitstotings- en uittredingsprocedure</h2>

<p>De uitstotingsprocedure heeft tot doel een medeaandeelhouder te verplichten zijn aandelen over te dragen. Hiervoor is vereist dat het gedrag van deze het belang van de vennootschap zodanig schaadt of heeft geschaad dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet langer kan worden geduld. Het is daarbij niet van belang of deze gedragingen plaatsvinden in hoedanigheid van aandeelhouder. Ook de gedragingen van een aandeelhouder als statutair bestuurder of van een manager uit hoofde van een managementovereenkomst mogen dus worden meegewogen.</p>

<p>Daartegenover staat de uittredingsprocedure, waarin een aandeelhouder of certificaathouder juist beoogt dat zijn aandelen of certificaten gedwongen worden overgenomen door de overige aandeelhouders. Voor toewijzing van een dergelijk verzoek is vereist dat de aandeelhouder door gedragingen van &eacute;&eacute;n of meer (andere) aandeelhouders zodanig in zijn rechten of belangen is geschaad dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap of certificaathouderschap in redelijkheid niet langer van hem kan worden gevergd. Ook hier geldt dat het niet van belang is in welke hoedanigheid deze gedragingen plaatsvinden. Op verzoek kan de Ondernemingskamer tevens bevelen dat de vennootschap zelf de aandelen of certificaten overneemt, indien de benadeling voortvloeit uit gedragingen van &eacute;&eacute;n of meer aandeelhouders of van de vennootschap zelf.</p>

<p>In vijf van de in 2025 gepubliceerde uitspraken over de uitstotings- en uittredingsprocedure is het verzoek toegewezen, terwijl in vier zaken sprake was van een afwijzing. Uit deze uitspraken komt het volgende beeld naar voren.</p>

<p>Het enkele bestaan van verstoorde verhoudingen is doorgaans onvoldoende voor toewijzing van een uittredings- of uitstotingsverzoek. <a href="#_ftn2" name="_ftnref2" title="">[2]</a> Wanneer aandeelhouders het echter erover eens zijn dat een vruchtbare toekomstige samenwerking niet meer mogelijk is, ligt toewijzing eerder voor de hand.</p>

<p>Daarbij moet wel sprake zijn van bijkomende omstandigheden die een gedwongen overdracht van de aandelen rechtvaardigen. Te denken valt bijvoorbeeld aan het buitensluiten van een aandeelhouder, het bestaan van tegenstrijdige belangen bij de besluitvorming, het niet nakomen van belangrijke afspraken of het ontstaan van een onoplosbare impasse. <a href="#_ftn3" name="_ftnref3" title="">[3]</a></p>

<p>Bij de beoordeling van een uittredingsverzoek worden bovendien de belangen van de achterblijvende aandeelhouder en van de vennootschap meegewogen. Zo kan het bijvoorbeeld bijdragen aan de afwijzing van een uittredingsverzoek wanneer de achterblijvende aandeelhouder een aanzienlijke en risicovolle lening zou moeten aangaan om de aandelen over te nemen.<a href="#_ftn4" name="_ftnref4" title="">[4]</a></p>

<h2>Prijsbepalingsprocedure</h2>

<p>Daarnaast bevat de geschillenregeling een prijsvaststellingsprocedure bij vrijwillige overdracht van aandelen of certificaten. In situaties waarin partijen overeenstemming hebben bereikt over het feit dat een aandeelhouder of certificaathouder zijn aandelen zal overdragen, maar nog geen consensus bestaat over de prijs, kunnen zij gezamenlijk de Ondernemingskamer verzoeken de prijs van de aandelen vast te stellen.</p>

<p>Geen van de vijf gepubliceerde prijsbepalingsprocedures is ook als prijsbepalingsprocedure begonnen. Al deze zaken zijn begonnen als een uittredingsprocedure, uitstotingsprocedure en/of enqu&ecirc;teprocedure. In de loop van deze procedure zijn partijen, tijdens de mondelinge behandeling of nadien, tot overeenstemming gekomen dat het beter is dat &eacute;&eacute;n van de partijen de aandelen van de andere partij overneemt. Op dat punt is dan dus geen oordeel van de Ondernemingskamer meer vereist.</p>

<p>In die prijsbepalingsprocedures wordt een deskundige aangewezen die een waardering van de aandelen moet gaan uitvoeren. Over de manier waarop die waardering moet worden uitgevoerd zijn partijen het soms niet eens. De Ondernemingskamer kan dit oplossen door de deskundige meerdere berekeningen te laten maken op basis van verschillende uitgangspunten. Vervolgens mogen beide partijen zich uitlaten over de berekeningen waarna de Ondernemingskamer het oordeel velt over de daadwerkelijke prijs van de aandelen.<a href="#_ftn5" name="_ftnref5" title="">[5]</a></p>

<h2>Conclusie</h2>

<p>In het eerste jaar na invoering van de Wagevoe is al veelvuldig gebruik gemaakt van deze mogelijkheid om aandeelhoudersgeschillen door de Ondernemingskamer te laten beslechten. Wij verwachten dat die lijn zich in 2026 zal voortzetten.</p>

<p>Bij vragen over de Wagevoe, de nieuwe geschillenregeling of andere Corporate Litigation zaken staat ons team voor u klaar. Neem gerust contact met ons op!</p>

<div>&nbsp;
<hr />
<div id="ftn1">
<p>In 2025 is geen uitspraak gepubliceerd over de gedwongen overdracht van het stemrecht van een vruchtgebruiker of pandhouder aan de aandeelhouder (art. 2:342 BW).</p>
</div>

<div id="ftn2">
<p><a href="#_ftnref2" name="_ftn2" title="">[2]</a> Zie bijv.: Hof Amsterdam (OK) 19 juni 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:1618.</p>
</div>

<div id="ftn3">
<p><a href="#_ftnref3" name="_ftn3" title="">[3]</a> Hof Amsterdam (OK) 23 oktober 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2954; Hof Amsterdam (OK) 9 oktober 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2703; Hof Amsterdam (OK) 7 augustus 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2275.</p>
</div>

<div id="ftn4">
<p><a href="#_ftnref4" name="_ftn4" title="">[4]</a> Zie bijv.: Hof Amsterdam (OK) 19 juni 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:1618.</p>
</div>

<div id="ftn5">
<p><a href="#_ftnref5" name="_ftn5" title="">[5]</a> Zie bijv.: Hof Amsterdam (OK) 20 maart 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:703.</p>
</div>
</div>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Belangrijke deadline vereniging/stichting: voldoen uw statuten al aan de WBTR?]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/belangrijke-deadline-vereniging-stichting-voldoen-uw-statuten-al-aan-de-wbtr</link>
		  <pubDate>Wed, 11 Mar 2026 2:13:30 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Arjen van de Belt en Karin Elsner]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Sinds de invoering van de&nbsp;<strong>Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR)</strong>&nbsp;op 1 juli 2021, zijn de regels voor verenigingen en stichtingen omtrent bestuur en toezicht aangepast. Hoewel veel organisaties al stappen hebben ondernomen, nadert voor een specifiek onderdeel nu een belangrijke harde deadline. Goed om hier anno 2026 nog eens aandacht aan te besteden.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Let op het meervoudig stemrecht</h2>

<p>Heeft uw stichting of vereniging een regeling waarbij &eacute;&eacute;n bestuurder of commissaris meer stemmen kan uitbrengen dan de rest van het bestuur tezamen? Bijvoorbeeld een voorzitter die bij een bestuur van twee personen de doorslaggevende stem heeft?</p>

<p>Deze bepaling is voor nu nog geldig, maar vervalt automatisch vanaf <strong>1 juli 2026,</strong> als u niet eerder de statuten wijzigt. Voor zover de bestaande statutaire regeling in strijd is met het wettelijk verbod, krijgt iedere bestuurder/commissaris vanaf dat moment &eacute;&eacute;n stem.</p>

<p><u>NB:</u><strong> </strong>onder &ldquo;commissaris&rdquo; wordt doorgaans ook een lid van een raad van toezicht begrepen.</p>

<h2>Belet en ontstentenis</h2>

<p>Daarnaast bent u verplicht om bij de eerstvolgende statutenwijziging een regeling op te nemen voor &#39;belet en ontstentenis&#39;. Deze regelt wie besluiten neemt als bestuurders/commissarissen tijdelijk of blijvend hun functie niet kunnen uitoefenen. Maar hieraan is geen harde deadline verbonden, zoals bij het meervoudig stemrecht.</p>

<h2>Tegenstrijdig belang</h2>

<p>In oude statuten kunt u nog de tegenstrijdig belangregeling tegenkomen die ziet op de vertegenwoordiging van uw stichting/vereniging naar buiten toe. De nieuwe tegenstrijdig belangregeling ziet op een persoonlijk belang van een bestuurder/commissaris dat strijdig is met het belang van de stichting/vereniging, waardoor die bestuurder/commissaris niet aan beraadslaging en besluitvorming kan deelnemen. De wettelijke regeling geldt van rechtswege, ook als de statuten nog de oude bepaling bevatten. De oude bepaling is daarmee feitelijk uitgewerkt, wat kan zorgen voor &lsquo;ongelukken&rsquo;.</p>

<h2>Wat moet u doen?</h2>

<p>Om ongeldige of aantastbare besluitvorming te voorkomen, adviseren wij u om uw statuten kritisch te (laten) bekijken op:</p>

<ul>
	<li><strong>Stemverhoudingen:</strong>&nbsp;Kan &eacute;&eacute;n persoon de rest overstemmen?</li>
	<li><strong>Afwezigheid/ontbreken:</strong>&nbsp;Is er een moderne regeling voor belet en ontstentenis?</li>
	<li><strong>Tegenstrijdig belang</strong>:&nbsp;is de regeling in de statuten al in lijn met de wet?</li>
</ul>

<p>Mocht u oude bepalingen tegenkomen of twijfelen of uw statuten nog aan de huidige eisen voldoen, dan kijkt&nbsp;<strong>Ploum</strong>&nbsp;graag met u mee. Wij adviseren u over de aanpassingen om de statuten in lijn met de huidige wettelijke regelingen te brengen.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Recht op vakantiedagen? Binnenkort duidelijkheid! ]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/recht-op-vakantiedagen-binnenkort-duidelijkheid</link>
		  <pubDate>Wed, 11 Mar 2026 1:56:09 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Floor Meershoek]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p><a href="https://ploum.nl/nieuws/recht-op-vakantiedagen-ook-na-het-tweede-ziektejaar" target="_blank">We&nbsp;schreven er al eerder over</a>: de vakantieopbouw na het tweede ziektejaar. Toch is er nog altijd onduidelijkheid over de vraag of een werknemer tijdens het slapend dienstverband na twee jaar ziekte nog vakantiedagen opbouwt. Hierover zijn meerdere procedures gevoerd, maar is het tot tegenstrijdige uitspraken gekomen. Daar gaat binnenkort verandering in komen, want de <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBROT:2026:2021&amp;showbutton=true&amp;keyword=rotterdam%2Bprejudiciele%2Bziekte&amp;idx=1" target="_blank">Rotterdamse kantonrechter</a> is voornemens om aan de Hoge Raad een prejudici&euml;le vraag te stellen:</p>

<p>&ldquo;<em>Bouwt een arbeidsongeschikte werknemer &ndash; anders dan artikel 7:634 lid 1 BW bepaalt &ndash; vakantiedagen tegen loonwaarde op tijdens een slapend dienstverband?</em>&rdquo;</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<p>Het gaat in deze zaak om de afwikkeling van een dienstverband van een werkneemster die sinds juli 2023 arbeidsongeschikt is. De loondoorbetalingsverplichting van de werkgever eindigde na 104 weken, per 27 juli 2025. Ongeveer een maand later, op 21 augustus 2025, laat de werkgever weten het dienstverband met de werknemer te be&euml;indigen. Tussen 27 juli 2025 &ndash; toen werkneemster twee jaar arbeidsongeschikt was &ndash; en 21 augustus 2025 is sprake geweest van een slapend dienstverband. De werkneemster vraagt om uitbetaling van vakantiedagen die tijdens dit slapend dienstverband zijn opgebouwd.</p>

<p><a href="https://ploum.nl/nieuws/hoge-raad-zet-streep-door-slapend-dienstverband" target="_blank">Een slapend dienstverband</a> is de periode waarin het dienstverband nog niet is ge&euml;indigd, maar de arbeidsongeschikte werknemer geen recht op loon en geen re-integratieverplichtingen meer heeft. Vakantiedagen worden op grond van artikel 7:634 BW alleen opgebouwd over de arbeidsduur waarover een werknemer loon ontvangt. Het recht op vakantie wordt dus gekoppeld aan het recht op loon. Nu de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever eindigt na het tweede ziektejaar, zou een werknemer gelet op artikel 7:634 BW ook geen vakantiedagen meer opbouwen. Vervolgens kan twee kanten op worden geredeneerd.</p>

<h2>Het Europese recht</h2>

<p>Aan de ene kant vindt men houvast in het Europese recht. In tegenstelling tot Nederland, waar het recht op vakantie wordt gekoppeld aan het recht op loon, koppelt Richtlijn 2003/88/EG het recht op vakantie aan het verrichten van arbeid. Maar daarop is een uitzondering, en dat is ziekte. Voor de opbouw van vakantie wordt geen onderscheid gemaakt tussen werknemers die wegens ziekte geen arbeid verrichten en werknemers die w&eacute;l gewoon hebben gewerkt.</p>

<p>Lidstaten mogen geen aanvullende voorwaarden stellen aan het ontstaan van het recht op vakantie. Nederland doet dat met artikel 7:634 BW wel, maar dat mag in deze uitleg dus niet. Hoezeer de Nederlandse rechter gehouden is tot richtlijnconforme interpretatie, biedt dat hier geen soelaas. Richtlijnconforme uitleg zou in dit geval contra legem (oftewel: tegen de wetsbepaling in) zijn, wat de rechter niet is toegestaan.</p>

<p>Artikel 31 lid 2 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: &lsquo;Handvest&rsquo;) biedt hier echter wel uitkomst. Het Europese Hof van Justitie heeft namelijk in het <em>Max Planck-arrest</em> verduidelijkt dat het aan de nationale rechter is om een nationale regeling in strijd met artikel 31 lid 2 Handvest, buiten toepassing te laten. Dit leidt er dus toe dat artikel 7:634 BW buiten toepassing zou moeten worden gelaten, en de opbouw van vakantie na het tweede ziektejaar gewoon doorgaat.</p>

<h2>Specifieke omstandigheden</h2>

<p>Aan de andere kant kunnen er specifieke omstandigheden zijn die een afwijking op het recht op vakantie rechtvaardigen. Van zulke omstandigheden zou in geval van een slapend dienstverband sprake kunnen zijn.</p>

<p>Kenmerkend voor&nbsp;een slapend dienstverband is namelijk dat de kernverbintenissen van de arbeidsovereenkomst, te weten arbeid en loon, niet meer hoeven te worden nageleefd. De arbeidsovereenkomst is als het ware inhoudsloos geworden. Daarmee verliest het recht op vakantie zijn doel. Vakantiedagen zijn immers bedoeld om werknemers in staat te stellen om uit te rusten en te herstellen van het werk en om over een periode van ontspanning en vrije tijd te beschikken. Aangezien er tijdens een slapend dienstverband geen werk meer is om van te herstellen, kunnen deze doelen niet meer worden behaald.</p>

<p>Daar komt bij dat de werknemer na het tweede ziektejaar vaak terugvalt op een socialezekerheidsuitkering, die in beginsel tijdens vakantie doorloopt zodat op die wijze voorzien wordt in vakantie met behoud van uitkering. Als een werknemer in dezelfde periode ook nog betaalde vakantiedagen opbouwt, is dat dus dubbelop. Het zou dan het meest voor de hand liggen dat de werknemer met een slapend dienstverband na het tweede ziektejaar niet ook nog vakantiedagen opbouwt.</p>

<h2>En nu?</h2>

<p>Over dit onderwerp werden in het najaar van 2025 al <a href="https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?id=2025Z16517&amp;did=2025D38278" target="_blank">Kamervragen</a> gesteld. Volgens het kabinet is de Nederlandse vakantiewetgeving niet in strijd met het Europees recht. Het kabinet was dan ook niet van plan om tot een wetswijziging over te gaan. Toch blijven&nbsp;de literatuur en de rechtspraak verdeeld. Om aan die verdeeldheid een definitief eind te maken, gaat de Rechtbank Rotterdam de Hoge Raad vragen de knoop door te hakken.</p>

<p>Daarmee is deze kwestie misschien nog niet definitief beslecht. Het is goed mogelijk dat de Hoge Raad op zijn beurt weer prejudici&euml;le vragen moet stellen aan het Europese Hof van Justitie. Het kan dus nog wel even duren voordat er een definitief einde komt aan deze (rechts)onzekerheid.</p>

<p>Tot die tijd doen werkgevers er goed aan om voorzichtigheidshalve de arbeidsovereenkomst na afloop van het tweede ziektejaar zo snel mogelijk te be&euml;indigen als er geen arbeidsmogelijkheden meer zijn voor de werknemer, om te voorkomen dat er nog vakantiedagen worden opgebouwd en moeten worden uitbetaald.</p>

<p>Wij houden u graag op de hoogte over dit onderwerp. Heeft u op dit moment al vragen? Neem gerust contact op met het&nbsp;<a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/arbeidsrecht" target="_blank">Team Arbeidsrecht</a> &ndash; wij denken graag mee. Nog geen abonnee? Meld u dan <a href="https://nieuwsbrief.ploum.nl/ct/m7/k1/Z6hyKcfgY8YfAz2-mpChjUKv-PyzDBDboWT91rNvK40d3_nAaNw4Uk7_nPqyK2d0/3rfaxqYCKSHcFKV" target="_blank">hier</a> aan voor onze&nbsp;nieuwsbrief.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Leidt de Herbaria-zaak tot aanpassing van de bio-verordening? ]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/leidt-de-herbaria-zaak-tot-aanpassing-van-de-bio-verordening</link>
		  <pubDate>Mon, 18 May 2026 2:32:45 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Mirjam Louws]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Op 16 december 2025 publiceerde de Europese Commissie (EC) een voorstel tot wijziging van de Verordening (EU) 2018/848 inzake biologische productie en etikettering van biologische producten (de Bio-verordening). Het voorstel bevat ingrijpende herzieningen, waaronder strengere regels voor het gebruik van het EU-bio-keurmerk op producten die uit derde landen worden ge&iuml;mporteerd, zelfs als die landen systemen hebben die gelijkwaardig zijn aan de EU-regelgeving voor biologische productie en controle. De EC beoogt hiermee de markt te harmoniseren en eerlijke concurrentie te waarborgen, maar het voorstel heeft ook veel kritiek uitgelokt. Onder andere IFOAM-Organics International (IFOAM), de koepelorganisatie van de biologische landbouw- en voedingssector, heeft zorgen geuit over de verwachte belemmeringen voor de biologische handel en de potenti&euml;le aantasting van het gelijkwaardigheidsprincipe. In dit artikel wordt het voorstel besproken, met bijzondere aandacht voor de impact op de biologische sector en de rechtszekerheid voor bedrijven.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>De Herbaria-zaak in een notendop: identieke spelregels voor een uit een derde land ingevoerd bio-product?</h2>

<p>Het voorstel van de EC is voornamelijk ingegeven door de zogeheten Herbaria-zaak,<a href="#_ftn1" name="_ftnref1" title="">[1]</a> waarin de uitleg van de etiketteringsbepalingen uit de Bio-verordening centraal stond. In deze zaak klaagde het Duitse kruidenbedrijf Herbaria Kr&auml;uterparadies GmbH (Herbaria) dat het niet toegestaan was om het EU-bio-logo te gebruiken op hun product &ldquo;Blutquick&rdquo; &ndash; een kruidenvoedingssupplement &ndash; ondanks dat het product uit biologische ingredi&euml;nten bestond. Op de verpakking bevinden zich het EU-logo voor biologische productie, het nationale biokeurmerk en een verwijzing naar de herkomst van de ingredi&euml;nten uit &ldquo;gecontroleerd biologische teelt&rdquo;. De Duitse autoriteiten hadden bepaald dat het product de vereisten van de Bio-verordening niet voldeed, omdat het product niet volledig in lijn was met de strikte EU-regels voor de toevoeging van vitaminen en mineralen. Herbaria moest het bio-keurmerk verwijderen. Aan verwerkte producten die de aanduiding biologisch voeren mogen namelijk alleen vitaminen en mineralen worden toegevoegd wanneer het gebruik ervan bij wet is voorgeschreven. Dat was bij Blutquick niet het geval.</p>

<p>Herbaria betoogde echter dat dit onterecht was, aangezien een identiek product uit de Verenigde Staten (VS), dat ook vitaminen en mineralen bevatte, wel als biologisch mocht worden verkocht in de EU. Zowel in beroep als in hoger beroep trok Herbaria aan het kortste eind. Herbaria stapte naar het Hof van Justitie van de Europese Unie om het besluit aan te vechten.<a href="#_ftn2" name="_ftnref2" title="">[2]</a></p>

<p>Herbaria beweerde namelijk dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat Blutquick identiek is aan kruiden van een bedrijf uit de VS, waaraan ook enkele andere niet-biologische ingredi&euml;nten waren toegevoegd. Deze producten kregen wel het predicaat biologisch. Dit zou leiden tot ongelijke behandeling volgens Herbaria. Overigens betwistte Herbaria niet dat Blutquick volgens de EU-regelgeving niet het EU-logo voor biologische productie mocht voeren.</p>

<p>Centraal in deze zaak stond de uitleg van de etiketteringsbepalingen, de artikelen 30 en 33 Bio-verordening. Artikel 30 Bio-verordening gaat over het gebruik van termen die verwijzen naar de biologische productie. Alleen producten die voldoen aan de Bio-verordening mogen het predicaat biologisch dragen en in de EU in de handel worden gebracht. Verder bepaalt lid 2 van artikel 30:</p>

<p style="margin-left:28px">&ldquo;<em>Voorts worden in de etikettering of reclame geen termen, waaronder termen in handelsmerken of firmanamen, of praktijken gebruikt die de consument of gebruiker kunnen misleiden door de indruk te wekken dat de betrokken producten of de ingredi&euml;nten ervan voldoen aan deze verordening</em>.&rdquo;</p>

<p>In artikel 33 Bio-verordening is onder meer bepaald dat het logo voor de biologische productie van de EU mag worden gebruikt in de etikettering en presentatie van producten die aan de Bio-verordening voldoen. Het biologisch logo mag dus niet zomaar worden gebruikt. Alleen producten die voldoen aan de Bio-regelgeving verdienen in de EU het predicaat biologisch.</p>

<p>Het Hof van Justitie van de Europese Unie legde artikel 30 lid 2 en artikel 33 lid 1 Bio-verordening zo uit dat:</p>

<p style="margin-left:28px">&ldquo;<em>noch het logo voor de biologische productie van de Europese Unie, noch in beginsel termen die verwijzen naar biologische productie mogen worden gebruikt voor een <u>verwerkt levensmiddel dat uit een derde land</u> onder de voorwaarden van artikel 45, lid 1, onder b), iii), en artikel 48, lid 1, van deze verordening wordt ingevoerd met het <u>doel om in de Europese Unie als biologische product in de handel te worden gebracht</u> wanneer dat levensmiddel mineralen en vitaminen van niet-plantaardige herkomst bevat en derhalve niet voldoet aan de vereisten van artikel 16, lid 1, van deze verordening, gelezen in samenhang met bijlage II, deel IV, punt 2.2.2, onder f), daarbij. </em></p>

<p style="margin-left:28px"><em>Het logo voor biologische productie van dat derde land mag echter wel in de Unie voor een dergelijk levensmiddel worden gebruikt, zelfs al bevat dat logo termen die verwijzen naar biologische productie in de zin van artikel 30, lid 1, van deze verordening en bijlage IV daarbij.&rdquo; </em>(onderstreping toegevoegd)</p>

<p>Het Hof van Justitie bepaalde dat het EU-logo voor ge&iuml;mporteerde biologische voeding alleen mag worden gebruikt als deze volledig voldoen aan de strikte biologische productienormen van de EU. Als producten uit derde landen hieraan niet voldoen, kan dit verwarring veroorzaken bij consumenten en wordt het &lsquo;gelijke speelveld&rsquo; voor bio-producenten verstoord. De Herbaria II-uitspraak deed nogal wat stof opwaaien in de bio-wereld en zorgde voor onduidelijkheid bij ondernemingen die biologische producten in de EU in de handel wilde brengen onder het &ldquo;gelijkwaardigheidsschema&rdquo;.</p>

<h2>Het nieuwe voorstel van de EC: strengere regels</h2>

<p>Naar aanleiding van onder meer de Herbaria-zaak publiceerde de EC een voorstel om de Bio-verordening aan te passen, met name dat er meer duidelijkheid komt voor de invoer van producten uit derde landen waarvan de systemen voor biologische productie en controle als gelijkwaardig aan die van de EU zijn erkend en eerlijke concurrentie wordt bevorderd. In het voorstel is in de preambule onder meer opgenomen dat:</p>

<ul>
	<li>Het gebruik van het biologische logo voor producten uit derde landen met gelijkwaardige biologische productie- en controlesystemen vormt geen concurrentiebedreiging voor de EU-markt, zolang het product niet op hetzelfde niveau wordt geplaatst als EU-biologische producten en niet de indruk wekt dat het voldoet aan EU-regels (overweging 4);</li>
	<li>Sommige derde landen hebben geen eigen biologisch logo. Derde landen zonder een eigen biologisch logo kunnen biologische productstatus aangeven om gelijke handelsomstandigheden te waarborgen (overwegingen 5 en 6);</li>
	<li>Producten uit derde landen waarvan de systemen gelijkwaardig zijn aan de EU-voorschriften kunnen biologische productstatus gebruiken, op voorwaarde dat zij voldoen aan bepaalde aanvullende voorschriften (overweging 7);</li>
	<li>Het erkennen van derde landen als gelijkwaardig betreft systemen die voldoen aan de EU-doelstellingen en -principes, zelfs als verschillende middelen worden gebruikt. Producten die het EU-logo willen gebruiken, moeten naast gelijkwaardige regels ook voldoen aan aanvullende voorschriften voor eerlijke concurrentie (overweging 11);</li>
	<li>Kleine exploitanten ontspringen de dans en worden vrijgesteld van de certificeringsverplichting en de omzetdrempels moeten worden aangepast (overweging 16);</li>
	<li>De erkenning van derde landen waarvan de systemen voor de bio-productie en controle als gelijkwaardig aan die van de EU zijn erkend, verloopt op 31 december 2026. Deze derde landen moeten tot ten minste 2036 erkend blijven om verstoringen in de handel te voorkomen (overweging 18)</li>
</ul>

<p>Aldus stelt de EC onder meer voor om artikel 30 lid 1 en 2, artikel 32 lid 1 onderdeel b en artikel 33 Bio-verordening te vervangen.<a href="#_ftn3" name="_ftnref3" title="">[3]</a> Onder meer is verhelderd dat het gebruik van het logo voor de biologische productie van de EU facultatief is voor uit derde landen ingevoerde producten. Duidelijk is dat het EU bio-keurmerk strenger wordt en uit derde landen ingevoerde producten (of producten die in de EU zijn gemaakt maar meer dan 5 % ingredi&euml;nten bevatten uit derde landen die de aanvullende eisen niet vervullen) aan aanvullende criteria moeten voldoen. De EC wil zorgen voor eerlijke concurrentie tussen Europese en ge&iuml;mporteerde producten met soortgelijke standaarden. Tegelijkertijd moeten de regels soepeler worden voor kleinschalige telers, zodat zij zich makkelijker kunnen aansluiten bij telersverenigingen. Wordt het gelijkwaarheidsprincipe door het voorstel aangetast?</p>

<h2>Kritische noot</h2>

<p>Het voorstel van de EC heeft binnen het bedrijfsleven gemengde reacties opgeroepen. Terwijl sommige elementen, zoals de verduidelijking van de vrijstelling voor kleine exploitanten, als positief worden beschouwd, uiten organisaties, zoals IFOAM, zorgen over de ondermijning van het gelijkwaardigheidsprincipe. De EC erkent in de overwegingen bij het voorstel dat gelijkwaardigheid inhoudt dat verschillende systemen dezelfde doelstellingen en principes nastreven, ondanks verschillen in detailnormen. Desondanks wil de EC dat producten uit derde landen, die als gelijkwaardig erkend zijn, alleen het EU-biologische logo mogen dragen als ze voldoen aan &ldquo;aanvullende productie- en controlevereisten&rdquo; die nog niet zijn gespecificeerd, maar die in een toekomstige annex van de verordening zullen worden opgenomen. Daarnaast breidt de EC het verbod uit naar producten die in de EU zijn vervaardigd, maar die meer dan 5% ingredi&euml;nten bevatten uit derde landen die niet aan deze aanvullende eisen voldoen. De vrees is dat dit de groei van de biologische sector zal belemmeren. De voorgestelde wijzigingen veranderen de bestaande praktijk van wederzijds logo-gebruik in gelijkwaardigheidsovereenkomsten met derde landen ingrijpend en verzwakken dit mogelijk.</p>

<p>In het huidige geopolitieke klimaat, waarin handelsvergoedingsmaatregelen steeds vaker worden ingezet, kan het voorstel tot spanningen leiden tussen de EU en haar handelspartners. Het idee dat producten uit derde landen, zelfs met gelijkwaardige systemen, niet langer het EU-logo mogen dragen tenzij ze voldoen aan aanvullende eisen, zou kunnen leiden tot juridische geschillen en vergeldingsmaatregelen van handelspartners. Dit zou niet alleen de biologische sector kunnen schaden, maar ook de bredere handelspolitieke verhoudingen tussen de EU en belangrijke handelspartners kunnen verstoren.</p>

<h2>Conclusie</h2>

<p>Het voorstel van de EC introduceert strengere eisen voor het gebruik van het EU-bio-keurmerk op producten die uit derde landen worden ge&iuml;mporteerd, zelfs wanneer deze landen gelijkwaardige biologische productie- en controlesystemen hebben. Hoewel de EC erkent dat de verschillen in de regelgeving tussen de EU en deze derde landen inherent zijn aan de gelijkwaardigheidsregeling (overwegingen 8 en 9), worden er nu aanvullende eisen gesteld boven op de bestaande gelijkwaardige voorschriften. Dit kan duiden op het feit dat sommige verschillen minimaal zijn, maar dat andere fundamenteel belangrijker zijn &ndash; al wordt dit in het voorstel niet nader toegelicht. Dit ondermijnt het gelijkwaarheidsprincipe, vooral gezien het Herbaria-geval, waarbij de vraag rijst of het eerlijk is dat een EU-product zijn bio-keurmerk verliest, terwijl een vergelijkbaar product ingevoerd uit een derde land met gelijkwaardige systemen dit keurmerk mag blijven dragen.&nbsp;</p>

<p>Wat duidelijker is, is dat de nieuwe regels ook van toepassing zijn op in de EU-geproduceerde producten die meer dan 5% ingredi&euml;nten bevatten uit derde landen met gelijkwaardige systemen. Deze strengere vereisten kunnen aanzienlijke gevolgen hebben voor de groei van de biologische handel en de werking van de markt. Het moet de komende tijd blijken welke specifieke aanvullende regels er gelden, en in hoeverre dit de internationale handel in biologische producten be&iuml;nvloedt.</p>

<div>
<hr />
<div id="ftn1">
<p><a href="#_ftnref1" name="_ftn1" title="">[1]</a> HvJ EU 4 oktober 2024, C-240/23, ECLI:EU:C:2024:852. Voor de conclusie: ECLI:EU:C:2024:523.</p>
</div>

<div id="ftn2">
<p><a href="#_ftnref2" name="_ftn2" title="">[2]</a> Overigens is er nog een arrest over de uitleg van artikel 27 lid 1 onderdeel f Bio-verordening naar aanleiding van prejudici&euml;le vragen die de bestuursrechter in eerste aanleg van het <em>Verwaltungsgericht</em> M&uuml;nchen stelde. Na het antwoord op deze vragen, heeft het <em>Verwaltungsgericht</em> M&uuml;nchen het beroep van Herbaria alsnog verworpen. Het HvJ EU verklaarde in Herbaria I voor recht dat artikel 27 lid 1 onderdeel f van de oude Uitvoeringsverordening (889/2008) aldus moest worden uitgelegd dat de wet slechts het gebruik van een in die bepaling bedoelde stof eist, mits een Unierechtelijke regel of een met het Unierecht verenigbare nationaalrechtelijke regel rechtstreeks de toevoeging van deze stof aan een levensmiddel oplegt opdat het algemeen kan worden verhandeld. Het HvH voegde daaraan toe dat de wet het gebruik van een dergelijke stof niet eist wanneer een levensmiddel als voedingssupplement met een voedings- of gezondheidsclaim dan wel als bijzondere voeding bestemd levensmiddel wordt verhandeld, ook al moet dit levensmiddel daartoe tot naleving van de geldende Unierechtelijke bepalingen inzake de toevoeging van stoffen aan levensmiddelen een bepaalde hoeveelheid van de betrokken stof bevatten.</p>
</div>

<div id="ftn3">
<p><a href="#_ftnref3" name="_ftn3" title="">[3]</a> Er worden nog meer artikelen gewijzigd in het voorstel, maar de bespreking daarvan gaat het onderwerp van dit artikel te buiten.</p>
</div>
</div>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Tariefindeling van medische stuwbanden: het Hof van Justitie trekt de grenzen van GN-post 9018 strak aan in het arrest Servoprax ]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/tariefindeling-van-medische-stuwbanden-het-hof-van-justitie-trekt-de-grenzen-van-gn-post-9018-strak-aan-in-het-arrest-servoprax</link>
		  <pubDate>Mon, 23 Feb 2026 2:14:17 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Jikke Biermasz, Arjan Wolkers en Irene Stassen]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>In het douanerecht zijn het soms relatief eenvoudige producten die grote spanning veroorzaken. Dat gold ook in de prejudici&euml;le verwijzingszaak Servoprax GmbH / Hauptzollamt Duisburg (<a href="http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:62023CJ0631">C-631/23</a>), een zaak waarin het Hof van Justitie van de Europese Unie zich boog over de tariefindeling van een medische stuwband. De discussie draaide om een ogenschijnlijk eenvoudig medisch hulpmiddel - een elastische band met kliksluiting om aders tijdelijk af te kunnen knellen - dat aanleiding gaf tot een juridisch debat over de reikwijdte van GN-post 9018 en de vraag of eenvoud een product buiten de categorie &ldquo;medische instrumenten&rdquo; plaatst. In zijn arrest van 20 november 2025 heeft het Hof van Justitie de interpretatie van hoofdstuk 90 merkbaar strak getrokken, waarbij de verhouding tussen technische complexiteit en tariefneutraliteit onder druk komt te staan. <a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz">Jikke Biermasz</a> bespreekt het arrest.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Feiten en procesverloop</h2>

<p>Servoprax, een bedrijf dat medische hulpmiddelen verhandelt, importeerde in de jaren 2017 tot en met 2019 vanuit China stuwbanden die voornamelijk bestaan uit elastisch textiel met een kliksluiting en een schuifgesp. In 2016 had het Hauptzollamt Hannover aan Servoprax een bindende tariefinlichting (BTI) verleend waarin het product werd ingedeeld onder GN-postonderverdeling 6307 90 98: een restpost voor textielwaren met een recht van 6,3%. Servoprax had juist een indeling onder postonderverdeling 9018 90 84 voor ogen in haar BTI-aanvraag: de tariefpost voor andere instrumenten, apparaten en toestellen voor de geneeskunde, die 0% douanerecht kent. In de invoeraangiften die zij in de periode 2017 tot en met 2019 indiende, volgde Servoprax de tariefindeling conform de BTI die aan haar was verleend en zij werd ook dienovereenkomstig belast met 6,3% invoerrecht door het Hauptzollamt Duisburg. Later, op 8 juli 2020, verzocht de onderneming alsnog om terugbetaling van de geheven rechten en betoogde dat de ingevoerde medische stuwbanden hadden moeten worden ingedeeld onder postonderverdeling 9018 90 84. Omdat het douanekantoor te Duisburg geen gevolg gaf aan het verzoek om terugbetaling, leidde dit tot een procedure bij het Finanzgericht D&uuml;sseldorf.</p>

<p>Servoprax baseerde haar verzoek om terugbetaling van 8 juli 2020 niet alleen op de stelling dat de stuwbanden materieel onder post 9018 90 84 GN thuishoren, maar haakte bovendien aan bij een parallel lopende beroepsprocedure bij het Finanzgericht D&uuml;sseldorf. In die andere zaak ging het om eenzelfde type stuwbanden, maar dan over aangiften die tot en met september 2015 waren ingediend, dus v&oacute;&oacute;r afgifte van de BTI. In dat dossier had het Finanzgericht D&uuml;sseldorf inmiddels geoordeeld dat deze stuwbanden w&eacute;l onder GN-postonderverdeling 9018 90 84 GN moesten worden ingedeeld en had bij vonnis van 11 maart 2022 het douanekantoor te Duisburg verplicht de daarover geheven douanerechten terug te betalen. Servoprax verwees naar dit eerdere oordeel om te onderbouwen dat de indeling van de later ingevoerde stuwbanden niet anders zou mogen uitvallen.</p>

<p>Het Finanzgericht D&uuml;sseldorf was weliswaar met Servoprax van oordeel dat de stuwbanden bestemd voor medische doeleinden onder post 9018 zouden moeten worden ingedeeld, maar had niettemin twijfels over de interpretatie van de post. Hoewel de Duitse rechter van oordeel was dat het gebruik van de stuwband duidelijk medisch is - bloedafname is immers een medische handeling - twijfelde hij of de eenvoud van de constructie niet fundamenteel in de weg staat aan indeling onder post 9018. Die spanning tussen gebruik en technische eigenschappen vormt de kern van de eerste prejudici&euml;le vraag.</p>

<p>Het Finanzgericht D&uuml;sseldorf plaatste daarnaast een vraagteken bij de geldigheid van artikel 252, tweede volzin, van Gedelegeerde Verordening 2015/2446, omdat dit artikel bepaalt dat BTI&rsquo;s die v&oacute;&oacute;r 1 mei 2016 zijn afgegeven, vanaf die datum ook bindend zijn voor de houder. Onder het toen geldende oude douanewetboek (artikel 12 CDW) waren BTI&rsquo;s immers alleen bindend voor de douane, niet voor de houder zelf. De Duitse rechter vroeg zich daarom af of de Commissie bevoegd was om via een gedelegeerde handeling de rechtspositie van een BTI&#8209;houder op dit punt met terugwerkende kracht te verzwaren en hoe dat zich verhoudt tot het beginsel van gewettigd vertrouwen.</p>

<h2>De rechtsvragen: indeling en geldigheid van artikel 252 Gedelegeerde Verordening 2015/2446</h2>

<p>De eerste prejudici&euml;le vraag betrof de tariefindeling: vallen deze medische stuwbanden, gezien hun aard en toepassing, onder GN-postonderverdeling 9018 90 84?</p>

<p>De tweede vraag, die alleen relevant zou zijn bij een bevestigende beantwoording van de eerste vraag, zag op de geldigheid van artikel 252, tweede volzin, van Gedelegeerde Verordening 2015/2446, dat bepaalt dat v&oacute;&oacute;r 1 mei 2016 verstrekte BTI&rsquo;s vanaf die datum niet alleen de douaneautoriteiten van de lidstaten maar ook de houder van de beschikking binden. De aan Servoprax afgegeven BTI was onder vigeur van het CDW afgegeven en zij kon daar tot 1 mei 2016 dus wel rechten aan ontlenen, maar de BTI bond haar niet. De overgang naar het DWU per 1 mei 2016 hield in dat Servoprax per die datum ook aan de BTI en de daarin aangegeven tariefindeling was gebonden.&nbsp; Het Hof van Justitie hoefde deze tweede vraag uiteindelijk niet meer te beantwoorden, omdat het de eerste ontkennend beantwoordde.</p>

<h2>Het juridisch kader: instrument, apparaat of toch textielproduct?</h2>

<p>Het Hof van Justitie herhaalt zijn vaste lijn dat tariefindeling gebaseerd moet zijn op objectieve kenmerken van een product, zoals opgenomen in de GN&#8209;tekst en de daarbij behorende aantekeningen. De termen &ldquo;instrumenten, apparaten en toestellen&rdquo; zijn niet gedefinieerd, zodat moet worden gekeken naar hun betekenis in normaal taalgebruik &eacute;n hun context binnen de GN. Daarbij vallen volgens het Hof van Justitie twee elementen op.</p>

<p>Ten eerste blijkt uit de structuur van hoofdstuk 90 dat de categorie producten die daar is ingedeeld primair ziet op geavanceerde, nauwkeurige en zorgvuldig afgewerkte (medische) instrumenten. De GS&#8209;toelichting onderstreept dat dergelijke producten vaak technische verfijning vertonen en voor wetenschappelijke of chirurgische doeleinden worden ingezet. Het Hof verwijst bovendien naar eerdere arresten, zoals <em>Lohmann &amp; Medi Bayreuth</em> en <em>Unomedical</em>, waarin het onderscheid tussen complexe medische apparatuur en eenvoudige hulpmiddelen eveneens centraal stond. In Unomedical werd uitgemaakt dat opvangzakken voor catheters en dialysemachines niet als deel van catheters of dialysemachines onder post 9018 konden worden ingedeeld. Dit verduidelijkt volgens het Hof dat enkel de bestemming van producten voor medische doeleinden onvoldoende is voor indeling onder tariefpost 9018.</p>

<p>Ten tweede bevat de GN&#8209;toelichting bij onderverdeling 9018 90 84 een expliciete passage dat &ldquo;tourniquets&rdquo;, waartoe stuwbanden behoren, niet onder deze onderverdeling vallen en doorgaans worden ingedeeld naar het materiaal waarvan zij zijn gemaakt. Ook dat wijst richting een textielpost en niet naar hoofdstuk 90, aldus het Hof.</p>

<h2>De beoordeling van het Hof van Justitie: eenvoud versus technische precisie</h2>

<p>Het Hof van Justitie benadrukt dat de stuwbanden uit het dossier bestaan uit een elastische band, een kliksluiting en een schuifgesp. Het product werkt eenvoudig: door het aanspannen van de band ontstaat druk op de arm, waardoor bloedvaten tijdelijk worden afgekneld. Deze uitvoering bevat geen technische componenten of precisie-elementen die kenmerkend zijn voor de producten binnen hoofdstuk 90. De band laat zich daardoor moeilijk kwalificeren als &ldquo;instrument&rdquo; of &ldquo;toestel&rdquo; in de zin van post 9018.</p>

<p>Dat medisch personeel de stuwband gebruikt voor een diagnostische handeling, maakt dat niet anders. Het Hof waarschuwt ervoor om het medische gebruik te ruim te interpreteren: niet ieder hulpmiddel dat in de zorg wordt toegepast kwalificeert automatisch als een medisch instrument in tariefrechtelijke zin. Anders gezegd: het gebruik mag de indeling niet onnodig oprekken, zeker niet wanneer het product zelf daar geen aanknopingspunten voor biedt.</p>

<h2>Een opvallend argument: 0% tarief als reden voor enge uitleg</h2>

<p>Het meest opmerkelijke deel van het arrest is wellicht de overweging van het Hof van Justitie dat GN-post 9018, doordat deze een tarief van 0% kent, strikt moet worden uitgelegd. Het Hof verwijst naar zijn jurisprudentie dat vrijstellingen en uitzonderingen niet ruim mogen worden ge&iuml;nterpreteerd. Hoewel de indeling in hoofdstuk 90 geen vrijstelling in formele zin is, vindt het Hof toch aanleiding het tariefniveau te betrekken bij de beoordeling: het 0%-recht vormt volgens het Hof een &ldquo;systematische uitzondering&rdquo; die een enge uitleg zou rechtvaardigen.</p>

<p>Deze redenering staat, naar onze mening, enigszins op gespannen voet met de algemene indelingsregels, die juist tariefneutraliteit veronderstellen. In de algemene indelingsregels voor de interpretatie van de Gecombineerde Nomenclatuur wordt nergens bepaald dat een GN&#8209;post met 0% recht strikter moet worden uitgelegd dan een post met een positief recht. De indeling dient immers uitsluitend op objectieve productkenmerken te worden gebaseerd. Toch kiest het Hof ervoor om, in lijn met zijn bredere benadering van uitzonderingen in het douanerecht, het 0%-tarief als aanvullende reden voor een terughoudende uitleg te gebruiken. Daarmee wordt de grens van hoofdstuk 90 niet alleen door technische kenmerken bepaald, maar &oacute;&oacute;k door de systematische positie van de post binnen het tarief.</p>

<h2>Conclusie: stuwbanden worden ingedeeld onder post 6307, niet onder 9018</h2>

<p>Het Hof komt tot de slotsom dat GN-postonderverdeling 9018 90 84 niet van toepassing is op stuwbanden zoals die van Servoprax. De producteigenschappen zijn daarvoor te eenvoudig, de GN&#8209;toelichting sluit &ldquo;tourniquets&rdquo; uit en de context van hoofdstuk 90 vraagt om een mate van technische verfijning en nauwkeurigheid die ontbreekt. De juiste indeling is daarom postonderverdeling 6307 90 98, als textielwaar. De tweede vraag over de geldigheid van artikel 252 Gedelegeerde Verordening 2015/2446 hoefde niet meer te worden beantwoord.</p>

<h2>Slotbeschouwing</h2>

<p>Met dit arrest heeft het Hof de interpretatie van post 9018 van hoofdstuk 90 nog eens stevig aangetrokken, waarbij vooral het belang van technische precisie en zorgvuldige afwerking centraal staat. Tegelijkertijd werpt het een interessante discussie op over de rol van het tarief bij de interpretatie van de GN. De gedachte dat een 0%-post per definitie eng moet worden uitgelegd is wat ons betreft bepaald niet onomstreden en strookt niet volledig met de tarief-neutrale logica van de algemene indelingsregels. Toch heeft het Hof &nbsp;van Justitie openlijk overwogen dat het een rol speelt.</p>

<p>Of deze spanning in toekomstige rechtspraak wordt weggenomen of juist verder wordt bevestigd, moet nog blijken. Voor nu geldt dat wie een product onder post 9018 wil laten indelen, zal moeten&nbsp; aantonen dat het voldoende technische verfijning bezit. Zonder die kenmerken bestaat het risico dat de douane de indeling eerder strak trekt, zoals bij deze eenvoudige stuwbanden het geval was.</p>

<h2>Douanepraktijk Ploum</h2>

<p>Binnen de <a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/douanerecht">douanepraktijk van Ploum</a> adviseren <a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz">Jikke Biermasz</a>, <a href="https://ploum.nl/specialisten/arjan-wolkers">Arjan Wolkers</a> en hun <a href="http://ploum.nl/specialisten?advanced-filter-categories=douanerecht">team</a> regelmatig over vraagstukken rond tariefindeling, strategie rondom BTI&#8209;aanvragen, verzoeken om terugbetaling en zaken waarin tariefindeling aanleiding geeft tot mogelijke prejudici&euml;le vragen. De zaak Servoprax laat zien hoe snel discussie kan ontstaan over ogenschijnlijk eenvoudige producten en hoe belangrijk een zorgvuldig onderbouwde indeling is. Voor ondernemers die met dit soort douane technische kwesties te maken krijgen, biedt Ploum praktische en juridische ondersteuning om tijdig de juiste koers te bepalen.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Gewijzigd wetsvoorstel Loontransparantie: wat verandert er en wat betekent het uitstel voor werkgevers?]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/gewijzigd-wetsvoorstel-loontransparantie-wat-verandert-er-en-wat-betekent-het-uitstel-voor-werkgevers</link>
		  <pubDate>Mon, 23 Feb 2026 2:14:59 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Michelle Westhoeve]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>We <a href="https://ploum.nl/nieuws/de-nieuwe-richtlijn-loontransparantie-werk-aan-de-winkel-voor-werkgevers" target="_blank">schreven er al eerder over</a>: werkgevers moeten aan de slag om de loonkloof te dichten. Ondertussen krijgt de implementatie van de Europese Richtlijn loontransparantie in Nederland steeds concreter vorm, al lijkt het erop dat Nederland de deadline voor implementatie niet gaat halen. Wat betekent dat laatste voor werkgevers? En wat zijn de wijzigingen in het nieuwe wetsvoorstel?</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Vertraging in de implementatie</h2>

<p>Hoewel de Europese richtlijn uiterlijk 7 juni 2026 moet zijn omgezet, stuurt Nederland op inwerkingtreding per <strong>1 januari 2027</strong>. Wat betekent dit voor werkgevers in de periode na 7 juni 2026? De Europese richtlijn geldt dan immers wel, maar de Nederlandse wet nog niet.</p>

<p>Werkgevers in de private sector zullen hier vrij weinig van merken. Een Europese richtlijn heeft geen horizontale rechtstreekse werking, wat inhoudt dat werknemers zich niet rechtstreeks op de richtlijn kunnen beroepen tegenover hun werkgever. Dat betekent o.a. dat zij geen looninformatie kunnen afdwingen op basis van de richtlijn. Ook gelden er nog geen rapportageverplichtingen voor werkgevers zolang de Nederlandse wet nog niet van kracht is.</p>

<p>Voor werkgevers in de (semi)publieke sector ligt dit iets anders: onder voorwaarden kunnen hun werknemers zich w&eacute;l op de bepalingen van de richtlijn beroepen, mits die bepalingen voldoende duidelijk en concreet zijn.</p>

<p>Wat alle Nederlandse werkgevers in elk geval wel kunnen merken, is dat rechters het nationale recht richtlijnconform moeten uitleggen. In procedures over gelijke beloning kan de Europese richtlijn vanaf 7 juni 2026 dus invloed hebben op de uitleg van bepaalde normen. Let op: de Europese richtlijn kan geen nieuwe nationale verplichtingen cre&euml;ren voor werkgevers, maar dus wel open normen in de bestaande wetgeving invullen en inkleuren.</p>

<h2>Het gewijzigde wetsvoorstel Loontransparantie</h2>

<p>Ondanks de vertraging zit de Nederlandse wetgever dus niet stil. Het oorspronkelijke wetsvoorstel, dat ter internetconsultatie voorlag, is aangepast en ter advisering naar de Raad van State gezonden. De belangrijkste wijzigingen in het <a href="https://wetgevingskalender.overheid.nl/regeling/WGK025384/documenten/Raad%20van%20State/Adviesaanvraag%20aanhangig%20bij%20Raad%20van%20State/1" target="_blank">wetsvoorstel</a>&nbsp;vindt u hieronder.</p>

<p><strong>1. Werkgeversbegrip los van de WOR</strong></p>

<p style="margin-left:24px">In het eerdere voorstel werd aangesloten bij het ondernemingsbegrip uit de <a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/medezeggenschapsrecht" target="_blank">Wet op de ondernemingsraden</a>. Dat geldt nu niet meer. Voortaan geldt als werkgever degene met wie de werknemer een arbeidsovereenkomst of publieke aanstelling heeft. Dit sluit beter aan bij de praktijk en voorkomt discussies binnen concernstructuren.</p>

<p><strong>2. Concernrapportage wordt mogelijk</strong></p>

<p style="margin-left:24px">Nieuw is dat organisaties onder voorwaarden geconsolideerd kunnen rapporteren, bijvoorbeeld wanneer beloningsbeleid centraal op groepsniveau wordt vastgesteld. Dit verlaagt de administratieve lasten voor grote concerns.</p>

<p><strong>3. Aangepaste rol van de ondernemingsraad</strong></p>

<p>De rol van de OR wijzigt op een paar punten:</p>

<ul>
	<li>de OR wordt geraadpleegd over de getrouwheid van de loonrapportage. Het bestuur moet daarbij zelf de juistheid van de informatie bevestigen, in plaats van dat de OR dat moet doen;</li>
	<li>het <a href="https://ploum.nl/nieuws/bijzondere-bevoegdheid-van-de-or-het-instemmingsrecht" target="_blank">instemmingsrecht</a> op het beloningssysteem blijft bestaan. Daarbij wijzigt ook de terminologie: waar het wetsvoorstel eerst sprak van instemming voor het nieuwe begrip &ldquo;loonstructuren&rdquo;, knoopt het nieuwe wetsvoorstel nu weer gewoon aan bij het bekende &ldquo;belonings- of functiewaarderingssysteem&rdquo; uit de WOR</li>
</ul>

<p><strong>4. Uitzendconstructies meegenomen</strong></p>

<p style="margin-left:24px">Werkgevers moeten in rapportages onderscheid maken tussen eigen werknemers en uitgeleende arbeidskrachten. Voor die laatste categorie wordt aangesloten bij informatie die de uitlener van de inlener ontvangt op basis van de informatieplicht uit de WAADI.</p>

<p><strong>5. Gebruik van persoonsgegevens begrensd</strong></p>

<p style="margin-left:24px">Nieuw is dat <a href="https://ploum.nl/nieuws/wat-zijn-persoonsgegevens" target="_blank">persoonsgegevens</a>&nbsp;die worden verwerkt voor transparantie- en rapportageverplichtingen uitsluitend voor gelijkebeloningsdoeleinden mogen worden gebruikt.</p>

<h2>Aan de slag met de loonkloof</h2>

<p>Ook al is de Nederlandse implementatie van de wet vertraagd en merken de meeste werkgevers niet zoveel van de tussenfase, toch is het belangrijk om goed voorbereid te zijn op de nieuwe regels. Werkgevers kunnen nu al aan de slag met het in kaart brengen van de verplichtingen voor hun organisatie per 1 januari 2027 en het opstellen van een stappenplan.</p>

<p>Vanzelfsprekend denken wij graag met u mee en houden wij u op de hoogte van de ontwikkelingen. Wie zich inschrijft voor onze&nbsp;<a href="https://ploum.nl/nieuwsbrief" target="_blank">nieuwsbrief</a>, blijft up to date. Bij vragen over deze nieuwe wetgeving of andere arbeidsrechtelijke zaken staat ons&nbsp;<a href="https://ploum.nl/specialisten?advanced-filter-categories=arbeidsrecht" target="_blank">team Arbeidsrecht</a>&nbsp;voor u klaar. Neem gerust contact op!</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Wanprestatie]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/wanprestatie</link>
		  <pubDate>Wed, 23 Sep 2026 12:06:57 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Danaë Clement]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Als start-up maak je afspraken en denk je: dit zit goed. Totdat de andere partij zich er ineens niet (of niet helemaal) aan houdt. Een levering blijft uit, een dienst wordt niet volgens de afspraken uitgevoerd of een betaling komt maar niet binnen. Juridisch gezien kan er sprake zijn van wanprestatie. Maar wanneer is daar precies sprake van en wat kun je als start-up&nbsp;doen?</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Wanneer is er sprake van wanprestatie?</h2>

<p>Om juridisch te kunnen spreken van wanprestatie moet er sprake zijn van een tekortkoming en deze tekortkoming moet toerekenbaar zijn. Een tekortkoming kan al ontstaan bij het geheel of gedeeltelijk uitblijven van nakoming, maar ook in het geval van niet-tijdige of niet-behoorlijke nakoming kan sprake zijn van een tekortkoming.</p>

<p>Van wanprestatie is sprake als iemand zijn verplichtingen uit een contract niet, niet op tijd of niet correct nakomt. Simpel gezegd: er is iets afgesproken en dat gebeurt niet zoals het hoort. Denk aan een aannemer die het werk slordig oplevert, een leverancier die te laat levert, of een klant die niet betaalt.</p>

<p>Niet bij elke &lsquo;fout&rsquo; is automatisch sprake van wanprestatie. Soms is er sprake van overmacht en is de tekortkoming niet toerekenbaar. In dat geval kan de partij die tekortschiet niet altijd aansprakelijk worden gehouden. Of sprake is van overmacht moet per geval worden bekeken. &nbsp;&nbsp;</p>

<h2>Wat kun je doen bij wanprestatie?</h2>

<p>Als er sprake is van wanprestatie, heb je verschillende opties. Allereerst bestaat het recht op nakoming, tenzij nakoming blijvend of tijdelijk onmogelijk is. Ten tweede geeft wanprestatie het recht op schadevergoeding, in aanvulling op of ter vervanging van de prestatie. Er kan ook schadevergoeding &eacute;n nakoming worden gevorderd. In het geval er sprake is van een wederkerige overeenkomst, kan de wederpartij van de tekortkomende partij tevens de overeenkomst ontbinden of zijn eigen verplichtingen opschorten.</p>

<p>In het geval dat nakoming nog mogelijk is, zal de schuldenaar eerst in verzuim moeten zijn. De tekortkomende wederpartij is in verzuim gedurende de periode waarin de nakoming uitblijft, nadat deze opeisbaar is geworden. In beginsel brengt dit met zich mee dat je de andere partij de kans moet geven om alsnog na te komen. Dat doe je door middel van een ingebrekestelling: een schriftelijke aanmaning waarin je duidelijk aangeeft wat er misgaat en waarin je een redelijke termijn stelt om alsnog aan de verplichting te voldoen. Dat in beginsel een ingebrekestelling nodig is, kent belangrijke uitzonderingen. Het is daarom van belang om te controleren of in het betreffende geval een uitzondering van toepassing is, waardoor verzuim ook zonder ingebrekestelling kan intreden.</p>

<h2>Tot slot</h2>

<p>Concluderend biedt dit een beknopt overzicht van de kern van wanprestatie en de mogelijke rechtsgevolgen die daaruit kunnen voortvloeien. Soms kan het probleem worden opgelost door het gesprek aan te gaan, maar vaker is de situatie complex en vereist deze een nadere analyse, nu iedere beoordeling afhankelijk is van de omstandigheden van het geval.</p>

<p>Twijfel je of er in jouw situatie sprake is van wanprestatie? Bij Ploum denken wij graag met jou mee, of dit nou in de beginfase is of in een verder stadium. &nbsp;</p>

<div class="boxed-text"><strong>Ploum&rsquo;s Pointer:</strong><br />
<br />
Onder omstandigheden kun je jouw eigen verplichtingen opschorten als er sprake is van een opeisbare vordering op jouw schuldeiser.&nbsp;<a href="https://ploum.nl/specialisten?advanced-filter-categories=start-up-scale-up">Neem gerust contact op</a>, dan denken wij met je mee!</div>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Vallen “cyborg-duiven” binnenkort onder het Russische sanctieregime?]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/vallen-cyborg-duiven-binnenkort-onder-het-russische-sanctieregime</link>
		  <pubDate>Tue, 17 Feb 2026 11:27:36 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Zoë Poortvliet]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Berichten over een Russische start-up die duiven op afstand bestuurbaar zou hebben gemaakt via ge&iuml;mplanteerde hersenchips klinken op het eerste gezicht als sciencefiction. Toch roept deze ontwikkeling de vraag op hoe dergelijke technologische innovaties zich verhouden tot het Europese sanctie- en exportcontrolerecht.</p>

<p>Zou in een toekomstig sanctiepakket tegen Rusland ook de uitvoer van dergelijke &ldquo;cyborg-duiven&rdquo; kunnen worden beperkt? En zo ja, ziet een dergelijk verbod op het dier zelf, of op de onderliggende technologie? In deze blog analyseert <a href="{page_1807}" target="_blank">Zo&euml; Poortvliet</a> de relevante juridische kaders en de mogelijke implicaties.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>De technologie: hoe een duif bestuurbaar wordt</h2>

<p>Volgens <a href="https://www.rtl.nl/nieuws/buitenland/artikel/5565288/russen-slagen-er-duiven-op-afstand-te-besturen-met-chip-hersenen" target="_blank">openbare berichtgeving</a> heeft de in Rusland gevestigde start-up &lsquo;Neiry&rsquo; een neurotechnologisch systeem ontwikkeld dat chirurgisch wordt ge&iuml;mplanteerd in het brein van een duif. Via een externe module worden signalen verzonden die specifieke hersengebieden stimuleren, waardoor de vliegrichting kan worden be&iuml;nvloed.</p>

<p>In tegenstelling tot traditionele postduiven, die door training leren navigeren tussen vaste locaties, maakt deze technologie directe externe aansturing mogelijk. Daarmee ontstaat feitelijk een soort bio-drone.</p>

<p>Hoewel door de start-up wordt benadrukt dat de technologie uitsluitend civiele toepassingen heeft &mdash; bijvoorbeeld door de duif te gebruiken bij reddingsoperaties &mdash; is het dual-use karakter evident. Een vogel kan namelijk aanzienlijke afstanden afleggen zonder tussentijdse energievoorziening en is visueel minder detecteerbaar dan een conventionele drone. Deze eigenschappen maken de duif in potentie ook militair relevant. Waar de duif op dit moment slechts is uitgerust met een camera, kan niet worden uitgesloten dat in de toekomst andere systemen worden bevestigd aan de duif en daarmee worden ingezet voor militaire toepassingen. Daarmee rijst de vraag of de cyborg-duif onder het sanctierecht zou moeten vallen.</p>

<h2>Het sanctierechtelijk kader ten aanzien van Rusland</h2>

<p>Voordat wordt ingegaan op deze vraag, is het van belang om in het kort het bredere sanctierechtelijke kader ten aanzien van Rusland te schetsen.</p>

<p>Sinds de illegale annexatie van de Krim in 2014 heeft de Europese Unie een omvangrijk sanctieregime tegen Rusland opgebouwd. Inmiddels zijn negentien sanctiepakketten aangenomen en wordt gewerkt aan <a href="https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/statement_26_318" target="_blank">een twintigste pakket</a>. Het sanctiestelsel bestaat daarmee uit een samenstel van verordeningen waarin onder meer financi&euml;le, economische en handelsbeperkingen zijn neergelegd. Voor de vraag of bepaalde goederen, of dieren in dit geval, naar Rusland mogen worden uitgevoerd &mdash; of daarvandaan mogen worden ingevoerd &mdash; zijn met name <a href="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A02014R0833-20260116" target="_blank">Verordening (EU) 833/2014</a> en <a href="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A02021R0821-20251115" target="_blank">Verordening (EU) 2021/821</a> van belang.</p>

<p>Verordening (EU) 833/2014 bevat economische sancties, waaronder uitvoer- en invoerverboden voor goederen en technologie die kunnen bijdragen aan de militaire of technologische versterking van Rusland. De regeling werkt met bijlagen waarin specifieke goederen aan de hand van goederencodes zijn opgenomen, op basis waarvan kan worden vastgesteld of een product onder een verbod valt. Staat een product op de lijst, dan geldt in beginsel het verbod, tenzij een in de regeling opgenomen uitzondering van toepassing is.</p>

<p>Verordening (EU) 2021/821 reguleert op haar beurt de uitvoer van goederen, software en technologie naar derde landen die zowel civiel als militair kunnen worden toegepast. Zoals wij in <a href="https://ploum.nl/nieuws/hond-huisdier-of-wapen" target="_blank">een eerdere blog</a> bespraken, is daarbij niet doorslaggevend of een product op zichzelf als wapen kwalificeert, maar of het &mdash; gelet op zijn technische eigenschappen en prestaties &mdash; militair inzetbaar kan worden geacht. De regeling werkt, vergelijkbaar met Verordening (EU) 833/2014, met bijlagen waarin producten zijn opgenomen die als &ldquo;dual-use&rdquo; kwalificeren. Anders dan bij Verordening (EU) 833/2014 bevatten deze bijlagen geen goederencodes, maar technische omschrijvingen van producten. Valt een product onder de regeling, dan is voor uitvoer naar derde landen in beginsel een vergunning vereist. Voor uitvoer naar Rusland gelden echter aanvullende beperkingen op grond van Verordening (EU) 833/2014, waardoor in beginsel sprake is van een verbod, behoudens specifieke uitzonderingen.</p>

<h2>Staan duiven binnenkort op de sanctielijst?</h2>

<p>Dan nu de centrale vraag: kan de uitvoer van (cyborg-)duiven naar Rusland op termijn worden verboden? Daarbij dient onderscheid te worden gemaakt tussen het dier enerzijds en de technologie anderzijds.</p>

<p>Hoewel het niet het eerste dier zou zijn waarop sanctiemaatregelen van toepassing zijn &mdash; zo geldt sinds 2023 een uitvoerverbod op paarden (aangemerkt als luxeproduct) naar Rusland &mdash; ligt het in dit geval niet voor de hand dat op korte termijn een verbod zal gelden voor de uitvoer van duiven. De mogelijkheid dat de duif als &ldquo;dual-use&rdquo; zou kwalificeren en daarmee onder het toepassingsbereik van Verordening (EU) 2021/821 zou vallen, kan in ieder geval worden uitgesloten. Zoals wij in een <a href="https://ploum.nl/nieuws/hond-huisdier-of-wapen" target="_blank">eerdere blog</a> bespraken, biedt Verordening (EU) 2021/821 geen grondslag om levende dieren als dual-use aan te merken. Bovendien ontbreekt &mdash; anders dan bij een gevechtshond, die in theorie zelfstandig als militair middel kan worden ingezet &mdash; bij een duif als dier op zichzelf een duidelijke militaire functionaliteit. In dat licht achten wij de kans eveneens beperkt dat de duif als zodanig wordt opgenomen in &eacute;&eacute;n van de bijlagen bij Verordening (EU) 833/2014. De kans dat de duif op zichzelf de militaire of technologische capaciteiten van Rusland wezenlijk versterkt, lijkt gering.</p>

<p>Re&euml;ler in deze context is een beoordeling van de technologie die de duif bestuurbaar maakt. De vraag verschuift daarmee naar de uitvoer van de hersenchip: kan deze op termijn worden verboden? Daarbij dient te worden opgemerkt dat niet bekend is uit welke specifieke componenten en technologie&euml;n de hersenchip bestaat. Gedacht kan worden aan neurostimulatie- of implantaattechnologie, bepaalde sensoren en navigatie- of AI-gestuurde aansturingssoftware.</p>

<p>Vooropgesteld zij dat hersenchips als zodanig thans niet expliciet voorkomen op &eacute;&eacute;n van de bijlagen bij Verordening (EU) 833/2014 of Verordening (EU) 2021/821. Het ligt bovendien niet voor de hand dat een dergelijke categorie als zodanig zal worden toegevoegd. Sanctieregimes richten zich immers veelal niet op het eindproduct, maar op de onderliggende componenten, systemen en technologie&euml;n waaruit een dergelijk product is opgebouwd.</p>

<p>In dat verband is relevant dat bepaalde componenten van de hersenchip, zoals sensoren, reeds voorkomen op de bijlagen bij zowel Verordening (EU) 833/2014 als Verordening (EU) 2021/821. Het is dan ook niet ondenkbaar dat vergelijkbare componenten, systemen of technologie&euml;n die worden gebruikt bij de vervaardiging van een hersenchip reeds onder het toepassingsbereik van deze verordeningen vallen. Tegelijkertijd beschikken wij &mdash; zoals gezegd &mdash; niet over de technische specificaties van de betreffende chip om dit met zekerheid te kunnen vaststellen. Evenzeer is denkbaar dat bepaalde systemen of componenten die momenteel nog buiten het toepassingsbereik vallen, mede in het licht van nieuwe toepassingen zoals hier beschreven, in de toekomst aanleiding kunnen geven tot opname in de relevante bijlagen.</p>

<p>De technologie achter de cyborg-duif kan &mdash; afhankelijk van de technische specificaties &mdash; reeds onder het EU-sanctie- en exportcontroleregime vallen of in de toekomst aan beperkingen worden onderworpen. De duif als dier valt daarentegen niet onder de huidige regelgeving. De opkomst van bestuurbare &ldquo;bio-drones&rdquo; illustreert hoe snel innovatieve technologie&euml;n in een sanctie- en exportcontrolerisicozone terecht kunnen komen. Wilt u laten beoordelen of uw goederen, technologie of dienstverlening onder sanctie- en/of exportcontroleregelgeving vallen? Of wenst u inzicht in de impact daarvan op uw organisatie? Neem dan contact op met <a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz" target="_blank">Jikke Biermasz</a> (<a href="mailto:j.biermasz@ploum.nl">j.biermasz@ploum.nl</a>) of <a href="{page_1807}" target="_blank">Zo&euml; Poortvliet</a> (<a href="mailto:z.poortvliet@ploum.nl">z.poortvliet@ploum.nl</a>).</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[AI op de werkplek: pas op voor een datalek]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/ai-op-de-werkplek-pas-op-voor-een-datalek</link>
		  <pubDate>Wed, 04 Feb 2026 1:54:51 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Michelle Westhoeve]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Over de inzet van <a href="https://ploum.nl/nieuws/ai-op-de-werkvloer-wat-hr-en-management-nu-moeten-weten-over-de-ai-act" target="_blank">AI op de werkplek</a> en <a href="https://ploum.nl/nieuws/zijn-uw-werknemers-al-ai-geletterd" target="_blank">AI-geletterdheid</a> hebben we al vaker geschreven. Dat het ook mis kan gaan, bleek een tijdje geleden: de gemeente Eindhoven meldde een <a href="https://www.eindhoven.nl/nieuws/datalek-openbare-ai-in-eindhoven" target="_blank">datalek</a>, omdat medewerkers persoonsgegevens uploadden in openbare AI-tools. Hoe kunnen werkgevers dit soort situaties voorkomen?</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>De risico&rsquo;s van AI zonder beleid</h2>

<p>De situatie bij de gemeente Eindhoven illustreert de risico&rsquo;s van onbeheerst AI-gebruik door werknemers. Persoonsgegevens werden onbedoeld gedeeld via openbare AI-tools: niet uit kwade opzet, maar door onwetendheid en om het werk gemakkelijker te maken. Het gevolg: <a href="https://ploum.nl/nieuws/wat-zijn-persoonsgegevens" target="_blank">persoonsgegevens</a>&nbsp;van burgers en collega&rsquo;s belanden buiten de organisatie, waarbij de omvang en impact onduidelijk zijn. Dat kan betekenen dat er sprake is van een <a href="https://ploum.nl/nieuws/datalekken-in-de-praktijk-drie-tips" target="_blank">datalek</a>.</p>

<p>Het risico is in elk geval niet theoretisch: bij het gebruik van openbare AI-chatbots zoals ChatGPT kan ingevoerde tekst (bijvoorbeeld bedrijfsdocumenten, code, of persoonlijke gegevens) worden opgeslagen en gebruikt om het model te verbeteren. Als het model later een vergelijkbare vraag krijgt, kan het fragmenten van die oorspronkelijke input weergeven in het antwoord aan een andere gebruiker.</p>

<p>Omdat AI-tools tegenwoordig net zo toegankelijk zijn als e-mail of zoekmachines, ligt het risico niet in de technologie zelf, maar in het dagelijkse gebruik door werknemers. Veel werknemers beseffen niet dat ingevoerde gegevens in openbare AI-tools worden verwerkt op externe servers, mogelijk worden opgeslagen en gebruikt voor modelontwikkeling. Wie persoonsgegevens, bedrijfsgevoelige informatie of vertrouwelijke documenten invoert in zo&rsquo;n openbare tool, verliest de controle over die data, met mogelijke overtredingen van de AVG als gevolg.</p>

<h2>Wat kunnen werkgevers doen?</h2>

<p>Veel werkgevers hebben al beleid over geheimhouding en het omgaan met persoonsgegevens. Zij doen er goed aan om dit beleid nog eens tegen het licht te houden: is het voor werknemers duidelijk genoeg dat zij niet zomaar informatie in openbare AI-tools kunnen uploaden, en waarom?</p>

<p>Net als bij veel andere soorten beleid voor werknemers geldt: wees heel duidelijk, en houd je consequent aan je eigen beleid. Leg dus als werkgever uit:</p>

<ul>
	<li>Welke openbare AI-tools mogen worden gebruikt, en welke juist niet;</li>
	<li>Hoe openbare AI-tools mogen worden gebruikt (bijvoorbeeld wel voor een vertaling van een algemeen stuk zonder gevoelige bedrijfsgegevens of persoonsgegevens, maar niet om een klantenbestand te optimaliseren);</li>
	<li>Welke interne alternatieven beschikbaar zijn, en op welke wijze zij kunnen worden gebruikt;</li>
	<li>Wat de procedure is indien een werknemer twijfelt over de inzet van AI (bijvoorbeeld: &eacute;&eacute;rst overleggen met een leidinggevende of een IT-medewerker);</li>
	<li>Wat de mogelijke sancties zijn bij overtreding van het beleid (zoals een waarschuwing, bijscholing of in het ergste geval ontslag).</li>
</ul>

<h2>Handhaving: wees consequent</h2>

<p>Werkgevers hebben het recht om sancties op te leggen bij overtredingen van het AI-beleid. Dat is niet bedoeld om werknemers te straffen voor elke kleine misstap, maar een vorm van risicobeheersing, vergelijkbaar met andere compliance- en veiligheidsregels. Herhaald of bewust onzorgvuldig omgaan met gevoelige informatie kan leiden tot grote risico&rsquo;s, en daarom kunnen arbeidsrechtelijke maatregelen gepast zijn.</p>

<p>Tegelijkertijd geldt ook dat werknemers het beleid moeten begrijpen. Zorg dus ook voor training en bewustwording op het gebied van AI, zodat werknemers hier veilig mee om kunnen gaan. Medewerkers moeten zich daarnaast ook veilig voelen om vragen te stellen en onzekerheden te bespreken. Wie bang is voor sancties bij elke misstap, zal fouten eerder verbergen dan melden. Wie mee mag praten over de veilige inzet van AI, zal het beleid sneller onderschrijven &eacute;n volgen.</p>

<h2>Aan de slag met AI-beleid voor werknemers</h2>

<p>Kortom: werkgevers doen er goed aan hun richtlijnen over geheimhouding, persoonsgegevens en IT-gebruik nog eens na te lopen, en aan te scherpen waar nodig. Betrek daarbij ook het personeel of de <a href="https://ploum.nl/nieuws/wat-kan-de-ondernemingsraad-met-artificial-intelligence" target="_blank">ondernemingsraad</a>. Zo kom je als organisatie samen tot de veilige inzet van AI, zonder het vertrouwen of de gegevens van klanten, burgers of medewerkers in gevaar te brengen.</p>

<p>Hulp nodig bij het opstellen van beleid? Of wilt u meer weten over AI op de werkvloer, en wat u daar als ondernemer, werknemer of OR-lid mee kunt doen? Neem gerust contact op met ons team&nbsp;<a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/arbeidsrecht" target="_blank">Arbeidsrecht</a>&nbsp;of &eacute;&eacute;n van onze&nbsp;<a href="https://ploum.nl/expertises/themas/artificiele-intelligentie" target="_blank">AI-specialisten</a>. Of schrijf u in voor onze&nbsp;<a href="https://ploum.nl/nieuwsbrief" target="_blank">nieuwsbrief</a>&nbsp;om op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen!</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Voorwaarden voor toepassing van de “laagst aanvaardbare prijs” bij douanewaardering: analyse van Keladis I &amp; II]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/voorwaarden-voor-toepassing-van-de-laagst-aanvaardbare-prijs-bij-douanewaardering-analyse-van-keladis-i-ii</link>
		  <pubDate>Tue, 03 Feb 2026 10:07:53 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Jikke Biermasz]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Lage&#8209;waarde&#8209;textielimporten zorgen al jaren voor veel discussie en onrust in de Europese douanepraktijk. Het is een terrein waar controles scherp zijn, aangegeven douanewaarden regelmatig worden verworpen en navorderingen flink kunnen oplopen. In de praktijk ontstaat daarbij soms bijna een kat&#8209;en&#8209;muisspel: de douane vermoedt structurele onderwaardering, terwijl importeurs vaak te maken hebben met bulkgoederen van lage kwaliteit &mdash; onverpakt, merkloos en tegen lage prijzen ingekocht &mdash; waarbij de waarde ook werkelijk laag kan zijn. Juist in dit spanningsveld tussen vermoedens van fraude en de realiteit van de textielhandel ontstaat een dynamiek die keer op keer &ldquo;stof&rdquo; doet opwaaien.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<p>Het recente arrest van het Hof van Justitie van 29 januari 2026 in de gevoegde zaken Keladis I (C&#8209;72/24) en Keladis II (C&#8209;73/24) valt precies in dat spanningsveld. Het draait om een vraag die misschien technischer klinkt dan hij is, maar in de praktijk miljoenen kan schelen:<br />
mag de douane de waarde van goederen bepalen op basis van een statistisch berekende &ldquo;laagst aanvaardbare prijs&rdquo; (LAP), wanneer de werkelijke waarde niet meer is vast te stellen? <a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz" target="_blank">Jikke Biermasz</a> bespreekt het arrest.</p>

<p>Het is een vraag die raakt aan de kern van het douanewaardesysteem. Het Hof geeft daarop een antwoord dat zowel praktisch als principieel is.</p>

<h2>Een praktijk die steeds digitaler werd</h2>

<p>Europa&rsquo;s douaneautoriteiten digitaliseren in hoog tempo. Data en statistiek vormen de motor achter risicoselectie en controles. Effici&euml;ntie is daarbij het sleutelwoord, maar het risico is duidelijk: wat begint als een ondersteunend signaal, kan gaandeweg veranderen in een bewijsvermoeden.</p>

<p>Dat was precies wat in deze textielzaken dreigde te gebeuren. De douane hanteerde een laagst aanvaardbare prijs voor de douanewaarde van de goederen die werd berekend aan de hand van gegevens uit de statistische gegevensbank Comext van Eurostat en uit het anti-fraude-informatiesysteem AFIS van Europees Bureau voor Fraudebestrijding bureau OLAF. In de praktijk wordt ook wel gesproken over de &ldquo;Fair Price List&rdquo;.<em> </em>Wat ooit was bedoeld als risicoprofiel, werd nu gebruikt als feitelijke douanewaarde. De goederen waren ondertussen niet meer beschikbaar voor fysieke controle. De facturen met vage omschrijvingen gaven onvoldoende houvast. Dus viel de Griekse douane terug op statistiek.</p>

<h2>Korte samenvatting van de feiten</h2>

<p>De zaken Keladis I en Keladis II draaien om de invoer van textielproducten uit Turkije in de periode 2014&ndash;2016. Voor deze importen waren geen douanerechten verschuldigd, maar zij waren w&eacute;l onderworpen aan btw bij invoer, berekend over de opgegeven douanewaarde.</p>

<p>De Griekse douane startte in 2016 een onderzoek na klachten over vermeende onderwaardering. Tijdens het onderzoek concludeerden de autoriteiten dat de douanewaarden die in ruim 289 invoeraangiften waren opgegeven, onzorgvuldig of bewust laag waren vastgesteld. De goederen konden niet meer fysiek worden gecontroleerd, en de omschrijving op de facturen was volgens de douane algemeen en onvoldoende gedetailleerd om de waarde te verifi&euml;ren.</p>

<p>Omdat zij de werkelijke transactiewaarde niet betrouwbaar konden vaststellen, verwierpen de douaneautoriteiten de opgegeven douanewaarden en gebruikten zij een door OLAF ontwikkeld statistisch instrument (AFIS/AMT) om een &ldquo;laagst aanvaardbare prijs&rdquo; (LAP) vast te stellen. Deze LAP werd vervolgens gebruikt als feitelijke douanewaarde.</p>

<p>Op basis daarvan berekende de Griekse douane dat er aan btw bij invoer een bedrag van EUR 6.211.300,18 was ontdoken. Dat leidde tot aanzienlijke naheffingen ten laste van de betrokken personen.</p>

<h2>Verwijzing naar Luxemburg</h2>

<p>De importeurs bestreden zowel de waarderingsmethode als de aansprakelijkheid voor btw. De Griekse rechter legde daarop prejudici&euml;le vragen voor aan het Hof van Justitie.</p>

<p>Volgens het Hof is er een ontwikkeling gaande waarbij de individuele beoordeling van een transactie steeds meer dreigde te worden vervangen door statistische referentiewaarden. Waar de waardering normaal draait om de specifieke omstandigheden van de invoer, leek die nu te worden ingehaald door generieke gemiddelden. Het Hof herhaalt daarom de kern: statistiek is een hulpmiddel, geen waarderingsbeslissing op zichzelf.</p>

<h2>De juridische vraag: is een LAP een verboden minimumwaarde?</h2>

<p>Het douanewaardesysteem is streng: minimumwaarden en fictieve waarden zijn verboden. De douane moet waarderen in een hi&euml;rarchie met de transactiewaarde als uitgangspunt en primair aangewezen methode voor berekening van de douanewaarde. Pas wanneer die niet werkt, komen aanvullende methoden in beeld: identieke goederen, soortgelijke goederen, aftrekmethode, berekende waarde en uiteindelijk de fall&#8209;backmethode van artikel 31 CDW / 74(3) DWU. Deze methode wordt ook wel die van de &ldquo;redelijke middelen&rdquo; genoemd. Hoe verhoudt een statistisch gemiddelde voor goederen van een bepaalde goederencode en ingevoerd met een bepaalde oorsprong zich tot de methode van de redelijke middelen?</p>

<p>De LAP past in geen van de reguliere methoden. De statistische gegevens zijn simpelweg te geaggregeerd. Ze zeggen niets over kwaliteit, merkloosheid, restpartijen, seizoenspartijen of strategische inkooprelaties. Het enige wat ze geven is een gemiddelde per kilogram. En niemand doet juridisch zaken met gemiddelden.</p>

<p>De vraag was dus: is de LAP een verboden minimumwaarde?<br />
Of is er toch ruimte om op een LAP terug te vallen als de feiten onvolledig zijn en de waardering lastig wordt?</p>

<h2>Het oordeel: het mag, maar onder strikte voorwaarden</h2>

<p>Het Hof kiest daarbij niet voor de kant van de douane of die van de importeur, maar houdt vast aan de uitgangspunten van het waarderingssysteem. Rechtsoverweging 101 raakt de kern. &nbsp;Het Hof formuleert het normatief scherp:</p>

<p>&ldquo;<em>Wat verder het in punt 99 van het onderhavige arrest vermelde verbod betreft om de douanewaarde vast te stellen op basis van minimumwaarden, moet, zoals de advocaat-generaal in punt 79 van zijn conclusie in wezen heeft opgemerkt, worden geoordeeld dat het eventuele gebruik van de LAP&rsquo;s dit verbod zou kunnen schenden indien deze administratieve praktijk systematisch zou zijn en de betrokken marktdeelnemer de lagere prijzen op zijn aangifte niet zou mogen rechtvaardigen. In deze laatste situatie zou de weigering om rekening te houden met transactiewaarden onder een dergelijke drempel ertoe leiden dat de aangegeven waarden worden opgetrokken tot die drempel, hetgeen feitelijk neerkomt op een stelsel van minimumwaarden</em>.&rdquo;</p>

<p>Een LAP is verboden zodra zij systematisch wordt toegepast of wanneer de marktdeelnemer niet de mogelijkheid krijgt om een lagere prijs te rechtvaardigen.</p>

<p>Daarmee maakt het Hof duidelijk dat gebruik van een LAP niet per definitie verboden is, maar ook dat zij nooit een harde ondergrens mag worden die de transactiewaarde automatisch vervangt.</p>

<p>Een LAP mag dus wel worden gebruikt, maar alleen binnen de fall&#8209;backmethode, alleen als laatste redmiddel, en alleen als de importeur zijn verhaal kan doen. Het Hof houdt daarmee ruimte open voor digitale controle, maar waarschuwt dat automatisme het systeem uitholt.</p>

<h2>Waarom dit arrest schuurt en waarom het nodig was</h2>

<p>Het arrest schuurt omdat het precies blootlegt waar toezicht en rechtsbescherming elkaar raken. De douane wil snelheid, schaal en data. Bedrijven willen voorspelbaarheid en individuele beoordeling. Het Hof oordeelt: beide belangen zijn legitiem, maar digitalisering mag niet leiden tot simplificatie van complexe handelsrealiteiten.</p>

<p>Een lage prijs is niet verboden. Afwijken van het gemiddelde is geen bewijs.<br />
Statistiek is een hulpmiddel, geen waarheid. Daarmee herinnert het Hof ons eraan dat douanerecht nu eenmaal meer is dan een spreadsheet.</p>

<h2>De factor tijd: wanneer zijn statistische gegevens relevant?</h2>

<p>Een ander cruciaal punt is het tijdvak waarover statistiek wordt verzameld. In deze zaken werkte de douane met data over een periode van 48 maanden. Het Hof overweegt dat dit problematisch is.</p>

<p>Het grijpt terug op de 90&#8209;dagenregel uit de aftrekmethode en zegt: ook bij de fall&#8209;backmethode moet de douane werken met informatie uit dezelfde periode, of nagenoeg dezelfde periode, als de onderzochte invoer. Statistiek van meerdere jaren oud is alleen toelaatbaar wanneer er g&eacute;&eacute;n andere optie is en dat moet de douane expliciet onderbouwen.</p>

<p>Ook hier klinkt een duidelijke waarschuwing door: statistische gegevens mogen niet gedachteloos worden gebruikt. Het blijft essentieel dat de data tijdsrelevant zijn. De douanewaarde van de goederen moet zo precies en waarheidsgetrouw mogelijk worden vastgesteld.</p>

<h2>De douane heeft een motiveringsplicht als zij de douanewaarde wil vaststellen op basis van statistische gemiddelden</h2>

<p>Een van de belangrijkste onderdelen van het arrest en het deel dat voor de praktijk waarschijnlijk het meest gaat doorwerken &mdash; is de sterke nadruk van het Hof op de motiveringsplicht van de douane.</p>

<p>Het Hof is streng. Als de douane wil afwijken van de transactiewaarde, moet zij:</p>

<ul>
	<li>uitleggen waarom de transactiewaarde niet kan worden aanvaard,</li>
	<li>toelichten welke aanvullende informatie is gevraagd,</li>
	<li>aantonen dat de andere methoden echt niet toepasbaar zijn,</li>
	<li>inzicht geven in de gebruikte statistiek,</li>
	<li>onderbouwen waarom gekozen is voor de methode van de redelijke middelen,</li>
	<li>en de importeur gelegenheid bieden om tegenbewijs te leveren.</li>
</ul>

<p>Niet als formaliteit. Maar omdat het waarderingsstelsel daarop is gebaseerd: hoor en wederhoor, transparantie en individuele beoordeling. Het Hof overweegt dat als de douane statistiek wil gebruiken, zij moet uitleggen waarom de concrete zaak dat rechtvaardigt.</p>

<h2>Wat betekent dit voor ondernemingen?</h2>

<p>Het arrest verandert niets aan het feit dat ondernemingen zorgvuldig moeten onderbouwen hoe hun douanewaarde tot stand komt. Het verandert w&eacute;l de manier waarop zij zich kunnen verweren wanneer een douaneautoriteit de <em>Fair Price List</em> gebruikt. In de praktijk betekent dit dat als de douane de douanewaarde voor een statistisch gemiddelde wil vervangen omdat zij twijfelt aan de aangegeven transactiewaarde, dat nog niet einde oefening is. Bedrijven kunnen nog:</p>

<ul>
	<li>alternatieve stukken aandragen,</li>
	<li>aantonen dat bulkgoederen nu eenmaal echt goedkoop zijn,</li>
	<li>wijzen op kwaliteitsverschillen, restpartijen of specifieke inkoopcondities.</li>
</ul>

<p>Documentatie is belangrijker dan ooit. Zeker bij merkloze bulk van lage kwaliteit is het verstandig om grondig aspecten als de volgende te documenteren:</p>

<ul>
	<li>inkoopvoorwaarden,</li>
	<li>productkwaliteit,</li>
	<li>vergelijkbare transacties,</li>
	<li>betalingsbewijzen,</li>
	<li>prijsafspraken.</li>
</ul>

<p>In de praktijk zien we een groeiende behoefte aan <em>&ldquo;</em>value governance<em>&rdquo;: </em>intern vastleggen hoe prijzen worden bepaald en welke commerci&euml;le factoren een rol spelen.</p>

<p>Het Hof geeft bedrijven een belangrijk handvat: het feit dat de waarde van hun import van het gemiddelde afwijkt, is op zich nog g&eacute;&eacute;n bewijs van onderwaardering. Daarmee wordt de discussie teruggebracht naar de plek waar hij hoort: bij de transactiewaarde en het verhaal daarachter.</p>

<h2>Een korte noot over vereenvoudigde aangiften</h2>

<p>De importeurs in deze zaken hadden gebruikgemaakt van de vereenvoudiging waarbij alle goederen onder de hoogste tariefpost worden aangegeven. Interessant is dat het Hof bevestigt dat deze keuze ook doorwerkt bij controles achteraf. Dat betekent dat een importeur die kiest voor eenvoud, ook de gevolgen daarvan draagt bij latere waarderingsdiscussies.</p>

<h2>Het btw&#8209;aspect in de beslissing van het Hof</h2>

<p>Naast de waarderingskwestie behandelde het Hof een afzonderlijk vraagpunt over wie btw bij invoer verschuldigd is.</p>

<p>Volgens artikel 201 van de btw&#8209;richtlijn mogen lidstaten zelf bepalen wie btw&#8209;schuldenaar is bij invoer. Die aanwijzing moet echter wel voldoen aan de eisen van duidelijkheid, precisie en rechtszekerheid: een betrokkene moet uit de nationale regelgeving kunnen afleiden dat hij voor de btw aansprakelijk is.</p>

<p>In de Griekse zaken waren douanerechten niet aan de orde, maar btw bij invoer w&eacute;l. De Griekse douane stelde dat de betrokken personen, onder wie de importeur en een werknemer binnen de handelsketen, als &ldquo;eigenaar van de goederen&rdquo; als btw&#8209;schuldenaar konden worden aangemerkt. Het Hof verduidelijkt dat dit alleen kan wanneer de nationale wetgeving uitdrukkelijk en ondubbelzinnig bepaalt wie voor de betaling van de btw bij invoer wordt geacht eigenaar van de ingevoerde goederen te zijn. &nbsp;</p>

<h2>Waardediscussies buiten de context van fraude: het bredere praktijkbeeld</h2>

<p>Hoewel het arrest is ingebed in een casus waarin de Griekse douane een smokkelnetwerk vermoedde &mdash; het Hof noemt expliciet dat de autoriteiten dergelijke aanwijzingen zagen in een samenstel van 289 onjuiste aangiften &mdash; staat dit niet los van een bredere werkelijkheid in de douanepraktijk. Het beeld dat ontstaat in Keladis is in die zin niet representatief voor alle waardegeschillen.</p>

<p>In de dagelijkse praktijk zien we namelijk veel gevallen waarin er g&eacute;&eacute;n sprake is van smokkel, opzet of frauduleuze onderwaardering, maar waarin de douane t&oacute;ch besluit om de opgegeven transactiewaarde te verwerpen. Dat gebeurt vaak nadat een &ldquo;twijfelprocedure&rdquo; is doorlopen en de douane concludeert dat de waarde &ldquo;niet aannemelijk&rdquo; is.</p>

<p>In die situaties grijpen autoriteiten terug op statistische drempelwaarden zoals een Fair Price List of een vergelijkbare &ldquo;referentiewaarde&rdquo;. Maar in veel dossiers is die lijst voor belanghebbenden niet inzichtelijk, niet herleidbaar en niet controleerbaar. Daardoor ontstaat een juridisch kwetsbare situatie: de douane beroept zich op data die de marktdeelnemer niet kan inzien, terwijl diezelfde data wel de basis vormt voor verwerping van de transactiewaarde.</p>

<p>Ook douanevertegenwoordigers wringt dat in de praktijk. In de verificatiefase worden juist vertegenwoordigers vaak het eerst aangesproken, terwijl zij meestal niet over de commerci&euml;le details als prijsafspraken, kortingen, restpartijen of marktontwikkelingen&nbsp; beschikken die w&eacute;l relevant zijn voor de waardering. Het risico is dat zij in de procedure in een onmogelijke bewijspositie komen: zij moeten uitleggen waarom een waarde correct is, terwijl zij geen toegang hebben tot de data waarmee de douane de waarde verwerpt.</p>

<p>Daarom is de reminder uit Keladis belangrijk: de douane moet transparant zijn over haar motivering, en statistiek mag nooit automatisch de doorslag geven.</p>

<p>Elk dossier vraagt om een individuele beoordeling, met ruimte voor het verhaal achter de waarde, de commerci&euml;le context en de specificiteit van de goederen.</p>

<h2>Praktijkobservatie: waarom textiel soms &eacute;cht spotgoedkoop is</h2>

<p>In de waarderingspraktijk van textiel speelt nog een ander verschijnsel dat de laatste jaren sterk is toegenomen, met name door internationale e&#8209;commerce. Waar de traditionele kledingindustrie vroeger werkte met seizoenscollecties en relatief stabiele volumedruk, zien we nu een ontwikkeling die wordt omschreven als &ldquo;ultra fast fashion&rdquo;: continue vernieuwing van producten, gebaseerd op razendsnelle trends, korte levensduur en massale productiecycli.</p>

<p>Merken en leveranciers produceren daarbij bewust in zeer grote volumes, vaak in tientallen of honderden varianten van hetzelfde basismodel. Er wordt daarbij &ldquo;gegokt&rdquo; op welke uitvoeringen een hit zullen worden - de rest blijft liggen. Wat niet aanslaat, wordt tegen dumpprijzen verkocht, direct afgeprijsd of eindigt uiteindelijk zelfs als onverkochte voorraad op de afvalberg.</p>

<p>Commercieel is dat een strategie: de verliezen op de meerderheid van de varianten worden gecompenseerd door een paar succesvolle modellen. Juridisch leidt dit echter tot een lastige realiteit: veel textiel heeft daardoor daadwerkelijk een extreem lage waarde, soms zelfs onder de kostprijs om ruimte te maken voor nieuwe collecties.</p>

<p>Of deze economische dynamiek wenselijk is - ook gezien duurzaamheid en afvalstromen - is een discussie op zichzelf. Maar het verklaart wel waarom sommige textielzendingen objectief gezien spotgoedkoop zijn. Voor de douanepraktijk betekent dit dat lage douanewaarden niet automatisch een signaal van fraude zijn, maar ook het gevolg kunnen zijn van structurele overproductie en korte productlevenscycli in de moderne kledingketen.</p>

<h2>Tot slot: een arrest dat nuance terugbrengt in het data-gedreven douanelandschap</h2>

<p>Keladis I &amp; II is geen spectaculair, maar wel een fundamenteel arrest. &nbsp;Het herinnert eraan dat douanerecht - hoe digitaal en data&#8209;gedreven ook - een systeem blijft dat draait om context, proportionaliteit en hoor en wederhoor.</p>

<p>Het Hof geeft de douane ruimte om statistiek te gebruiken, maar zorgt ervoor dat het waarderingsstelsel niet verandert in een rekenkundig automatisme.</p>

<p>In een tijd waarin algoritmes steeds vaker bepalen waar de aandacht van de douane naar uitgaat, is dat misschien wel precies de nuance die nodig is.</p>

<h2>Over de douanepraktijk van Ploum</h2>

<p>Het <a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/douanerecht" target="_blank">douaneteam van Ploum</a> ondersteunt ondernemingen dagelijks bij discussies over douanewaarde, onderwaardering, controles achteraf en btw bij invoer. <a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz" target="_blank">Jikke Biermasz</a> en <a href="https://ploum.nl/specialisten/arjan-wolkers" target="_blank">Arjan Wolkers</a> adviseren en procederen regelmatig over de toepassing van waarderingsmethoden, de eisen die uit Europese rechtspraak voortvloeien en de bewijslastverdeling in douanezaken.</p>

<p>Met diepgaande kennis van het DWU, brede proceservaring en begeleiding tijdens bedrijfscontroles, helpt Ploum bedrijven grip te houden op waarderingsrisico&rsquo;s en hun positie te versterken in gesprekken met de douane.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[De Sanctiewet 1977 wordt vervangen]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/de-sanctiewet-1977-wordt-vervangen</link>
		  <pubDate>Mon, 02 Feb 2026 3:29:49 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Jikke Biermasz en Hugo van Aardenne]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>De Sanctiewet 1977 is na bijna 50 jaar hard aan vervanging toe. Dat is ook niet zo vreemd voor een wet uit 1977 en zeker niet gezien het uiterst complexe karakter van veel internationale sanctiemaatregelen in 2026. Op 23 oktober 2025 werd bijvoorbeeld al het 19e EU-sanctiepakket tegen Rusland aangenomen. Maar dat is slechts een van de voorbeelden. EU-sancties gaan vaak zeer snel in, zijn vaak omvangrijk, complex en grijpen in op bedrijven die daar lang niet altijd op voorbereid (kunnen) zijn.&nbsp;</p>

<p>Maar toch worden<a href="https://data.europa.eu/apps/eusanctionstracker/"> sanctiemaatregelen veel vaker ingezet.</a></p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<p><img alt="" src="https://ploum.nl/uploads/Afbeelding_sanctiewet.png" style="height:198px; width:482px" /></p>

<p>Tot nu toe betekent dat in de praktijk dat sancties in Nederland via VN-resoluties en EU-verordeningen vallen onder het bereik van de Sanctiewet 1977, en overtredingen van de Sanctiewet 1977 zijn strafbaar op grond van de Wet op de economische delicten.</p>

<p>Daarmee werkt de Sanctiewet 1977 als een schakel tussen de internationale en Europese sanctiemaatregelen en de nationale uitvoering van die maatregelen. Maar die schakel is dus verouderd.</p>

<p>Er is in dat kader een aantal concrete problemen gesignaleerd bij de huidige handhaving van de steeds complexere sanctiemaatregelen op grond van de Sanctiewet 1977.<a href="#_ftn1" name="_ftnref1" title="">[1]</a></p>

<p>Dit zijn onder andere (1) ontbrekende of onvoldoende grondslagen om gegevens uit te wisselen, (2) het ontbreken van de mogelijkheid om sanctieschendingen bestuursrechtelijk te handhaven, (3) een niet-toereikend systeem voor beheer en bewind, en (4) behoefte bij marktpartijen aan inzicht in mogelijke relaties met gesanctioneerde personen en entiteiten.<a href="#_ftn2" name="_ftnref2" title="">[2]</a></p>

<p>Om deze problemen aan te pakken wordt de Sanctiewet 1977 bijna helemaal vervangen door de &ldquo;Wet internationale sanctiemaatregelen&rdquo;. &nbsp;En bij de totstandkoming van het wetsvoorstel heeft de regering zich in belangrijke mate laten leiden door een rapport van de Nationaal Co&ouml;rdinator Sanctienaleving en Handhaving uit 2022 (Nationaal Co&ouml;rdinator).<a href="#_ftn3" name="_ftnref3" title="">[3]</a> Wij bespreken hierna de hoofdlijnen bij dat voorstel &eacute;n een aantal belangrijke punten uit het advies van december 2025 van de Raad van State bij het wetsvoorstel en u zult zien dat internationale sanctiemaatregelen een bijzondere combinatie zijn van internationaal-, Europees-, straf-, bestuurs- en civielrecht.</p>

<h2>Verbeterde informatie-uitwisseling en algemene grondslag</h2>

<p>De Memorie van toelichting bij het wetsvoorstel benadrukt het belang van een goede informatie-uitwisseling voor de handhaving van internationale sanctiemaatregelen. Zo is de handhaving van internationale sanctiemaatregelen in belangrijke mate gebaseerd op onderzoek naar de personen en entiteiten die zijn verbonden met gesanctioneerde personen en entiteiten, in de kern om achter de eigendoms- en zeggenschapsconstructies te komen van gesanctioneerde partijen. Het is hiermee duidelijk dat informatie-uitwisseling essentieel is voor een goede naleving van internationale sanctiemaatregelen. Maar omdat het niet vanzelfsprekend is dat de internationale of Europese regelgeving automatisch is voorzien van een voldoende grondslag voor informatie-uitwisseling, wordt hier op advies van de Nationaal Co&ouml;rdinator voorzien in een algemene grondslag in het wetsvoorstel (artikel 8.2.5).<a href="#_ftn4" name="_ftnref4" title="">[4]</a></p>

<h2>Invoering bestuursrechtelijke handhaving</h2>

<p>Strafrechtelijke handhaving van de Sanctiewet 1977 is op dit moment het uitgangspunt, waarbij overtreding van de Sanctiewet 1977 wordt gezien als een vorm van financieel-economische criminaliteit.<a href="#_ftn5" name="_ftnref5" title="">[5]</a> De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financi&euml;le Markten (AFM) hebben een taak bij de controle van de administratieve organisatie en interne controle van specifieke instellingen, en daarnaast zijn er ook diverse toezichthouders en uitvoeringsorganisaties betrokken bij de uitvoering van de normen die onder de Sanctiewet 1977 vallen, maar die beschikken niet over de bestuursrechtelijke handhavingsbevoegdheden om die normen te handhaven.</p>

<p>De regering heeft onderzocht in hoeverre de bestuurlijke boete en een last onder dwangsom zouden kunnen bijdragen aan de handhaving bij schending van sanctiemaatregelen. Naar aanleiding van dat onderzoek is de regering tot de conclusie gekomen dat bestuursrechtelijke handhaving voor een deel van de sanctiemaatregelen een nuttige toevoeging zou zijn.<a href="#_ftn6" name="_ftnref6" title="">[6]</a></p>

<p>Een belangrijke overweging is dat het strafrecht onvoldoende &ldquo;proportioneel inzetbaar&rdquo; is gebleken in zaken van een geringe omvang of waarbij herstel het voornaamste doel zou moeten zijn.<a href="#_ftn7" name="_ftnref7" title="">[7]</a> Dat roept overigens wel de vraag op of er de afgelopen jaren zaken strafrechtelijk zijn afgedaan terwijl de inzet van het strafrecht niet proportioneel was in verhouding tot de omvang van de zaak of de ernst van de overtreding.</p>

<p>Daarnaast zou hiermee de schaarse opsporingscapaciteit beter ingezet kunnen worden voor de ernstigere zaken en zou door de inzet van het bestuursrecht de pakkans worden vergroot en daarmee ook de preventieve werking. Overigens wordt dit nauwelijks onderbouwd.</p>

<p>Daarom biedt het wetsvoorstel de mogelijkheid om een last onder bestuursdwang, een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete op te leggen voor overtreding van sanctiemaatregelen.</p>

<p>Waar Nederland dus werkt aan een verdere bestuurlijke verbreding van de handhaving van sanctieregels, beweegt de Europese Unie in tegengestelde richting: EU&#8209;breed wordt sanctiehandhaving juist expliciet naar het strafrecht getrokken. De aanleiding is dat grote verschillen in nationale handhavingspraktijken de effectiviteit van de sanctiemaatregelen van de EU ondermijnen.</p>

<p>Die versnippering vormde voor de EU aanleiding om de schending van EU-sanctiemaatregelen op 28 november 2022 officieel toe te voegen aan de lijst van EU&#8209;misdrijven in de zin van artikel 83, lid 1, VWEU.<a href="#_ftn8" name="_ftnref8" title="">[8]</a> Hiermee werd vastgesteld dat sanctieovertredingen &ldquo;een bijzonder ernstige vorm van criminaliteit met een grensoverschrijdende dimensie&rdquo; zijn en daardoor geharmoniseerde strafrechtelijke aanpak vereisen.</p>

<p>Op basis van dit besluit kon de EU verdergaan met het aannemen van een strafrechtelijke richtlijn. Dat resulteerde in Richtlijn (EU) 2024/1226, die minimumregels bevat voor strafbaarstellingen, definities en boetemaxima voor overtredingen van EU&#8209;sancties. De richtlijn schrijft onder meer voor dat lidstaten gevangenisstraffen moeten kunnen opleggen voor opzettelijke schendingen en dat rechtspersonen &ndash; afhankelijk van de delictscategorie - minimaal boetes tot &euro;40 miljoen of 5% van de wereldwijde jaaromzet moeten kunnen krijgen. Lidstaten moeten deze regels uiterlijk op 20 mei 2025 in nationale wetgeving hebben omgezet.</p>

<p>De Nederlandse regering heeft aangegeven dat Nederland zijn wetgeving niet hoeft aan te passen, omdat bestaande strafbaarstellingen en boeteniveaus volgens het kabinet al voldoen aan de minimumeisen van de richtlijn.</p>

<h2>Bestuursorganen voor de bestuurlijke handhaving van sanctiemaatregelen</h2>

<p>Het wetsvoorstel heeft &ndash; op dit moment &ndash; de volgende bestuursorganen in gedachte voor de bestuursrechtelijke handhaving van sanctiemaatregelen. Dat zijn Douane, het Bureau Toetsing Investeringen (BTI) bij het ministerie van Economische Zaken, het Bureau Financieel Toezicht (BFT) en een (door de algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten bij besluit) aan te wijzen deken.<a href="#_ftn9" name="_ftnref9" title="">[9]</a></p>

<p>Het wetsvoorstel voorziet ook in een grondslag om andere bestuursorganen aan te wijzen in de toekomst omdat niet is te voorzien welke soorten sanctiemaatregelen er in de toekomst bij komen. &nbsp;</p>

<h2>Systeem voor beheer en bewind van ondernemingen</h2>

<p>Het wetsvoorstel voor de Wet internationale sanctiemaatregelen voorziet in een kader voor beheer en bewind van ondernemingen die worden geraakt door internationale en Europese sanctiemaatregelen. Nederlandse ondernemingen kunnen namelijk worden geraakt door sancties tegen de uiteindelijke eigenaar (Ultimate Beneficial Owner), en dat kan weer leiden tot economische schade en ongewenste maatschappelijke gevolgen. Dat kader is er nu onvoldoende. De regering wijst in dat verband op de mogelijke gevolgen van sanctiemaatregelen voor de werkgelegenheid en daarmee de sociale grondrechten, maar ook op de praktische, financi&euml;le en maatschappelijke problemen die kunnen ontstaan bij het onderhoud en beheer van registergoederen die worden geraakt door sanctiemaatregelen.<a href="#_ftn10" name="_ftnref10" title="">[10]</a></p>

<p>De huidige sanctieregelgeving voorziet vaak wel in de mogelijkheid voor de gesanctioneerde zelf om te vragen om ontheffingen. Denk hierbij aan het vragen om het (gedeeltelijk) weer kunnen beschikken over bevroren goederen. Maar dat is vaak slechts incidenteel en daarmee wordt dus ook niet voorzien in een langdurige oplossing voor de problemen waarbij ondernemingen te maken kunnen krijgen als gevolg van sanctiemaatregelen. Een heel praktisch voorbeeld is bijvoorbeeld het onderhoud van en aan gesanctioneerde goederen. Maar zo zijn er nog veel meer praktische en maatschappelijke gevolgen. De mogelijkheden die er zijn, zijn maar in beperkte mate gericht op het beschermen van de maatschappelijke belangen die daarmee samenhangen. &nbsp;</p>

<p>Maar omdat structurele oplossingen betekenen dat de overheid in een dergelijke situatie zou ingrijpen bij private ondernemingen, zou er een wettelijke grondslag nodig zijn. Dit heeft de regering in het wetsvoorstel dan ook willen regelen. En hiermee wordt volgens de Memorie van Toelichting ook voorzien in de aanbeveling van de Europese Commissie om zogenaamde &ldquo;firewalls&rdquo; te implementeren.<a href="#_ftn11" name="_ftnref11" title="">[11]</a></p>

<p>Concreet zou dat betekenen &ndash; als het voorstel in de huidige vorm inwerking zou treden &ndash; dat het mogelijk wordt om de banden te doorbreken tussen de Nederlandse onderneming en de gesanctioneerde moederentiteit of de gesanctioneerde natuurlijk persoon. Het wetsvoorstel wil dat bereiken door de volgende zaken vast te leggen in de wet:</p>

<ul>
	<li>Een regeling voor de continu&iuml;teit en afwikkeling van door sancties getroffen ondernemingen ingeval van negatieve maatschappelijke neveneffecten;</li>
	<li>De mogelijkheid om op verzoek van een onderneming een bewindvoerder aan te stellen; en</li>
	<li>Een regeling voor het beheer van registergoederen.</li>
</ul>

<h2>Meer inzicht voor marktpartijen</h2>

<p>De regering heeft aangegeven dat er &eacute;&eacute;n centraal meldpunt komt voor burgers en bedrijven die onder sanctieregelgeving een melding moet doen. Een ander punt dat in het verlengde hiervan ligt is dat er meer inzicht aan marktpartijen wordt gegeven door meer gebruik te maken van de bevoegdheden om aantekeningen op te nemen in de openbare registers wanneer sanctieregelgeving van toepassing is.</p>

<h2>Advies Raad van State</h2>

<p>In december 2025 heeft de Raad van State advies uitgebracht over dit wetsvoorstel. Wij zullen hierna het advies op hoofdlijnen bespreken.</p>

<h2>Informatie-uitwisseling</h2>

<p>In het advies gaat de Raad van State in op de wijze waarop wordt voorzien in een algemene grondslag voor informatieverstrekking tussen bestuursorganen en toezichthouders met een taak in de uitvoering van sanctiemaatregelen.<a href="#_ftn12" name="_ftnref12" title="">[12]</a> De algemene grondslag moet dan dienen als een soort vangnet voor situaties dat de EU-verordening waarin de sanctiemaatregelen worden bepaald dat niet voldoende regelen en ook de specifieke grondslagen uit het wetsvoorstel niet kunnen worden ingezet.</p>

<p>De Raad van State wijst erop dat het bij de verstrekking van gegevens op grond van dit wetsvoorstel kan gaan om gegevens die vallen onder het recht op een persoonlijke levenssfeer zoals bedoeld in artikel 10 van de Grondwet. De Raad van State adviseert daarom om in die gevallen waarin gebruik wordt gemaakt van de algemene grondslag zo snel mogelijk een wetsvoorstel in te dienen waarmee wordt voorzien in het delen van informatie in die specifieke omstandigheid.</p>

<p>Kortom; als er bij de uitvoering van sanctiemaatregelen informatie uitgewisseld moet worden tussen bestuursorganen of toezichthouders en daarbij een beroep moet worden gedaan om de algemene grondslag, dan moet er voor die situatie &ndash; volgens de Raad van State &ndash; een wetsvoorstel worden ingediend die voorziet in een specifieke grondslag voor die situatie.<a href="#_ftn13" name="_ftnref13" title="">[13]</a></p>

<h2>Bestuursorganen met handhavende bevoegdheden</h2>

<p>Het wetsvoorstel wijst een aantal specifieke bestuursorganen aan, maar het wetsvoorstel voorziet ook in de mogelijkheid om bij sanctiebesluit of sanctieregeling andere (nog niet nader genoemde) bestuursorganen aan te wijzen met handhavende bevoegdheden. En hoewel dat op zich logisch is &ndash; aangezien van tevoren niet te voorzien is welke sanctiemaatregelen in de toekomst van toepassing zullen zijn en welke bestuursorganen dan het meest geschikt zijn &ndash; zullen die bestuursorganen dan op grond van dit artikel ook beschikken over verregaande bevoegdheden (last onder bestuursdwang, last onder dwangsom en opleggen van een bestuurlijke boete). En daarom adviseert de Raad van State om in het wetsvoorstel op te nemen dat indien van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, dat dan onverwijld een wetsvoorstel wordt ingediend waarmee het bewuste bestuursorgaan alsnog in deze wet wordt vastgelegd.<a href="#_ftn14" name="_ftnref14" title="">[14]</a><strong> </strong></p>

<h2>Aanwijzen bewindvoerder</h2>

<p>Het wetsvoorstel cre&euml;ert een kader om in te grijpen bij in Nederland gevestigde ondernemingen die worden geraakt door sanctiemaatregelen. Concreet kan de minister van Economische Zaken ambtshalve een bewindvoerder aanwijzen wanneer de sanctiemaatregelen leiden tot nadelige gevolgen voor de &ldquo;financi&euml;le stabiliteit of continu&iuml;teit&rdquo; van de Nederlandse onderneming en daarmee &ldquo;ernstige maatschappelijke, economische of werkgelegenheidseffecten voor de Nederlandse samenleving kan veroorzaken&rdquo;. <a href="#_ftn15" name="_ftnref15" title="">[15]</a> Overigens kunnen ook het bestuur en de raad van commissarissen van een onderneming een verzoek indienen tot het aanwijzen van een bewindvoerder.<a href="#_ftn16" name="_ftnref16" title="">[16]</a></p>

<p>En hoewel de Raad van State begrijpt dat de regering onder genoemde omstandigheden wil kunnen ingrijpen bij ondernemingen die worden geraakt door sanctiemaatregelen, heeft de Raad van State toch ook scherpe kritiek op de wijze waarop het wetsvoorstel dit nu heeft geregeld.</p>

<p>Die kritiek is in de basis gericht op de effectiviteit van de maatregel. De regering heeft zich namelijk laten inspireren door het financieelrecht en het energierecht.<a href="#_ftn17" name="_ftnref17" title="">[17]</a> Terwijl er volgens de Raad van State (te) veel verschillen zijn in de manier waarop dat in het financieel- en energierecht werkt en hoe dat onder de Wet internationale sanctiemaatregelen zou uitpakken. Zo stelt de Raad van State dat er in de financi&euml;le sector en de energiesector al veel toezicht is en de bedrijven in die sector dus (in zekere zin) gewend zijn aan dat toezicht. Terwijl internationale sanctiemaatregelen juist ook kunnen ingrijpen op bedrijven en in sectoren die veel minder gewend zijn aan toezichthouders. Bovendien is het voorgestelde middel niet een uiterst middel maar het enige middel om in te grijpen.<a href="#_ftn18" name="_ftnref18" title="">[18]</a></p>

<p>Een tweede verschil waar de Raad van State op wijst is dat in de bestaande sectorale wetgeving de bewindvoerder de bestuurder of het bestuur kan vervangen.<a href="#_ftn19" name="_ftnref19" title="">[19]</a> Daarmee is het de vraag of de bewindvoerder niet in een onmogelijke positie komt, juist in een situatie waarin ingrijpen zou zijn vereist &eacute;n het bestaande bestuur geen maatregelen kan of wil nemen.<a href="#_ftn20" name="_ftnref20" title="">[20]</a></p>

<p>Een derde verschil waar de Raad van State op wijst is dat &ndash; anders dan bij bestaande sectorwetgeving &ndash; veel ondernemingen die te maken zouden krijgen met de nieuwe Wet internationale sanctiemaatregelen handelen op basis van overeenkomsten. En in veel zakelijke overeenkomsten en overeenkomsten waarmee ondernemingen worden gefinancierd worden bepalingen opgenomen waarin staat dat er een ontbindende clausule inwerking treedt wanneer er een wijziging in eigendom of zeggenschap plaatsvindt binnen een onderneming. En dan kan het aanwijzen van een bewindvoerder directe gevolgen hebben voor de financiering van een onderneming die (toch al) geraakt wordt door sanctiemaatregelen. Volgens de Raad van State is er onder andere op deze punten eigenlijk te weinig aandacht besteed aan het voorgestelde middel van de bewindvoerder.<a href="#_ftn21" name="_ftnref21" title="">[21]</a> In het bijzonder tegen de achtergrond dat het hier vaak juist niet gaat om falende ondernemingen, maar om ondernemingen die worden geraakt door internationale sanctiemaatregelen als gevolg van een politiek conflict.<a href="#_ftn22" name="_ftnref22" title="">[22]</a> &nbsp;Bovendien wordt eigenlijk ook onvoldoende stilgestaan bij de mogelijkheid dat het ingrijpen bij Nederlandse ondernemingen ook tot internationale (politieke) gevolgen kan leiden. Alles bij elkaar vraagt de Raad van State zich af of het voorgestelde middel in de praktijk ook wel echt effectief kan worden ingezet.</p>

<h2>Enqu&ecirc;teprocedure</h2>

<p>In het bijzonder interessant vinden wij dat de Raad van State nog expliciet aandacht besteed aan de mogelijkheid van de enqu&ecirc;teprocedure bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam.<a href="#_ftn23" name="_ftnref23" title="">[23]</a> Juist in die gevallen waarin ingegrepen zou moeten worden bij een onderneming die wordt geraakt door sanctiemaatregelen. Bijzonder is dat de Raad van State daarbij ook expliciet verwijst naar de zaak rondom Nexperia waarin het gerechtshof binnen 4 uur op een verzoekschrift heeft besloten.<a href="#_ftn24" name="_ftnref24" title="">[24]</a> <a href="#_ftn25" name="_ftnref25" title="">[25]</a>Deze procedure biedt volgens de Raad van State juist veel mogelijkheden om bestuurders van ondernemingen tot de orde te roepen die het belang van de onderneming veronachtzamen, maar dat zou ook mogelijk moeten zijn wanneer het algemeen belang in het geding is. De Raad van State adviseert ook de mogelijkheid van deze procedure te betrekken bij het wetsvoorstel en geeft daarbij in overweging om ook de minister van Economische Zaken directe toegang te geven tot deze procedure. Of de Ondernemingskamer ook in staat zou zijn te anticiperen op de internationale politieke gevolgen, daar zegt de Raad van State niets over. Terwijl dat eerder juist een onderdeel was van de kritiek ten aanzien van het middel van de bewindvoerder. Enfin, dat laat goed zien hoe ongelofelijk complex de regelgeving is rond de uitvoering van sanctiemaatregelen in de praktijk.</p>

<h2>Aanpassing wetsvoorstel</h2>

<p>Het zal interessant zijn om te volgen in hoeverre de (nieuwe) regering het wetsvoorstel gaat wijzigen voordat het naar de Tweede Kamer wordt gestuurd voor de inhoudelijke behandeling. Wij houden die ontwikkelingen uiteraard scherp in de gaten. Heeft u naar aanleiding van dit stuk vragen wat dit voor uw onderneming gaat betekenen neem dan vooral contact met ons op.</p>

<h2>Ploums team douane, export controle en sancties</h2>

<p style="text-align:justify">Dit artikel is geschreven door <a href="https://ploum.nl/specialisten/hugo-van-aardenne">Hugo van Aardenne</a> en <a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz">Jikke Biermasz</a>, advocaten bij Ploum. Binnen Ploum beschikt een <em>dedicated</em> team van specialisten over uitgebreide expertise in <a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/douanerecht">douane, exportcontrole en sanctierecht</a>. Het team adviseert en procedeert dagelijks over complexe vraagstukken op het snijvlak van bestuursrecht, civiel recht en strafrecht. Dankzij deze ge&iuml;ntegreerde benadering kunnen cli&euml;nten rekenen op praktische, strategische en juridisch diepgaande ondersteuning bij de handhaving en naleving van Europese en internationale sanctieregimes.</p>

<div>
<hr />
<div id="ftn1">
<p><a href="#_ftnref1" name="_ftn1" title="">[1]</a> Memorie van toelichting, p. 3.</p>
</div>

<div id="ftn2">
<p><a href="#_ftnref2" name="_ftn2" title="">[2]</a> Memorie van toelichting, p.3.</p>
</div>

<div id="ftn3">
<p><a href="#_ftnref3" name="_ftn3" title="">[3]</a> Rapport van de nationaal co&ouml;rdinator sanctienaleving en handhaving, 15 mei 2022.</p>
</div>

<div id="ftn4">
<p><a href="#_ftnref4" name="_ftn4" title="">[4]</a> Memorie van toelichting, &sect; 3.6, p. 31 en 32.</p>
</div>

<div id="ftn5">
<p><a href="#_ftnref5" name="_ftn5" title="">[5]</a> Memorie van toelichting, &sect; 3.2, p. 10.</p>
</div>

<div id="ftn6">
<p><a href="#_ftnref6" name="_ftn6" title="">[6]</a> Memorie van toelichting, &sect; 3.2, p. 10.</p>
</div>

<div id="ftn7">
<p><a href="#_ftnref7" name="_ftn7" title="">[7]</a> Memorie van toelichting, &sect; 3.2, p. 11.</p>
</div>

<div id="ftn8">
<p><a href="#_ftnref8" name="_ftn8" title="">[8]</a> Via Raadsbesluit (EU) 2022/2332.</p>
</div>

<div id="ftn9">
<p><a href="#_ftnref9" name="_ftn9" title="">[9]</a> Memorie van toelichting, &sect; 3.2, p. 11.</p>
</div>

<div id="ftn10">
<p><a href="#_ftnref10" name="_ftn10" title="">[10]</a> Memorie van toelichting, &sect; 3.4, p. 16.</p>
</div>

<div id="ftn11">
<p><a href="#_ftnref11" name="_ftn11" title="">[11]</a> Memorie van toelichting, &sect; 3.2, p. 16.</p>
</div>

<div id="ftn12">
<p><a href="#_ftnref12" name="_ftn12" title="">[12]</a> Artikel 8.2.5 van het Wetsvoorstel internationale sanctiemaatregelen.</p>
</div>

<div id="ftn13">
<p><a href="#_ftnref13" name="_ftn13" title="">[13]</a> Advies Raad van State Wet internationale sanctiemaatregelen, 3 december 2025, W02.25.00209/II, p. 10.</p>
</div>

<div id="ftn14">
<p><a href="#_ftnref14" name="_ftn14" title="">[14]</a> Advies Raad van State Wet internationale sanctiemaatregelen, 3 december 2025, W02.25.00209/II, p. 11.</p>
</div>

<div id="ftn15">
<p><a href="#_ftnref15" name="_ftn15" title="">[15]</a> Artikel 5.3 van het Wetsvoorstel Wet internationale sanctiemaatregelen.</p>
</div>

<div id="ftn16">
<p><a href="#_ftnref16" name="_ftn16" title="">[16]</a> Artikel 5.5 van het Wetsvoorstel Wet internationale sanctiemaatregelen.</p>
</div>

<div id="ftn17">
<p><a href="#_ftnref17" name="_ftn17" title="">[17]</a> Advies Raad van State Wet internationale sanctiemaatregelen, 3 december 2025, W02.25.00209/II, p. 5.</p>
</div>

<div id="ftn18">
<p><a href="#_ftnref18" name="_ftn18" title="">[18]</a> Advies Raad van State Wet internationale sanctiemaatregelen, 3 december 2025, W02.25.00209/II, p. 6.</p>
</div>

<div id="ftn19">
<p><a href="#_ftnref19" name="_ftn19" title="">[19]</a> Advies Raad van State Wet internationale sanctiemaatregelen, 3 december 2025, W02.25.00209/II, p. 6.</p>
</div>

<div id="ftn20">
<p><a href="#_ftnref20" name="_ftn20" title="">[20]</a> Advies Raad van State Wet internationale sanctiemaatregelen, 3 december 2025, W02.25.00209/II, p. 6.</p>
</div>

<div id="ftn21">
<p><a href="#_ftnref21" name="_ftn21" title="">[21]</a> Advies Raad van State Wet internationale sanctiemaatregelen, 3 december 2025, W02.25.00209/II, p. 6.</p>
</div>

<div id="ftn22">
<p><a href="#_ftnref22" name="_ftn22" title="">[22]</a> Advies Raad van State Wet internationale sanctiemaatregelen, 3 december 2025, W02.25.00209/II, p. 6 en 7.</p>
</div>

<div id="ftn23">
<p><a href="#_ftnref23" name="_ftn23" title="">[23]</a> Advies Raad van State Wet internationale sanctiemaatregelen, 3 december 2025, W02.25.00209/II, p. 7 en 8.</p>
</div>

<div id="ftn24">
<p><a href="#_ftnref24" name="_ftn24" title="">[24]</a> Advies Raad van State Wet internationale sanctiemaatregelen, 3 december 2025, W02.25.00209/II, p. 8.</p>
</div>

<div id="ftn25">
<p><a href="#_ftnref25" name="_ftn25" title="">[25]</a> Zie onder andere ook ECLI:NL:GHAMS:2025:2738.</p>
</div>
</div>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Hoge Raad: Douane mag ‘twijfelprocedure’ van 181bis UCDW/140 UDWU niet alsnog in beroep bij de rechter inzetten, maar wél bewijzen dat DDP nooit écht is afgesproken]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/hoge-raad-douane-mag-twijfelprocedure-van-181bis-ucdw-140-udwu-niet-alsnog-in-beroep-bij-de-rechter-inzetten-maar-wel-bewijzen-dat-ddp-nooit-echt-is-afgesproken</link>
		  <pubDate>Wed, 28 Jan 2026 2:18:08 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Jikke Biermasz]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p><strong>Of douane&#8209; en antidumpingrechten in de koopprijs zijn inbegrepen, staat of valt met de vraag of Delivery Duty Paid daadwerkelijk is afgesproken</strong></p>

<p>De Hoge Raad heeft op 16 januari 2026 arrest gewezen in een langlopende douanezaak over stalen en ijzeren&nbsp; bevestigingsmiddelen (<a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2026:55" target="_blank">ECLI:NL:HR:2026:55</a>). De zaak is terugverwezen naar de douanekamer van het Gerechtshof Amsterdam. Naar aanleiding van een navordering voor douane- en antidumpingrechten, stonden de douanewaarde en de vraag of partijen daadwerkelijk levering onder DDP&#8209;condities waren overeengekomen centraal. Het arrest verbindt materieel douanerecht (artikel 29 CDW respectievelijk artikel 70 DWU en artikel 33(f) CDW respectievelijk artikel 72, lid 1(f) DWU) en procedureel recht (artikel 181bis UCDW respectievelijk artikel 140 UDWU) op duidelijke wijze. <a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz" target="_blank">Jikke Biermasz</a> bespreekt het arrest.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>De aanleiding: Indonesisch Form A, DDP op papier en OLAF in de praktijk</h2>

<p>In 2012 werd een zending bevestigingsmiddelen aangegeven met preferenti&euml;le oorsprong Indonesi&euml; op basis van een Form A, terwijl de factuur uitging van een DDP-levering. Het Europees bureau voor fraudebestrijding OLAF concludeerde na onderzoek dat de goederen feitelijk van Chinese oorsprong waren en dat de Indonesische exporteur geen re&euml;le productiecapaciteit had, maar Chinese bevestigingsmiddelen via Indonesi&euml; doorzette naar de EU. Hierdoor meende de Douane dat douanerechten (3,7%) &eacute;n &ndash; op grond van Verordening (EG) nr. 91/2009 - antidumpingrechten (85%) verschuldigd waren en vorderde deze na.</p>

<p>De inspecteur weigerde de aftrek van deze rechten van de, op basis van de transactiewaarde-methode, aangegeven douanewaarde. De rechtbank gaf belanghebbende gelijk, maar het Hof Amsterdam kwam alsnog tot Chinese oorsprong en tot een naheffing, zij het op basis van een verlaagde douanewaarde.</p>

<h2>De procedure van artikel 181bis UCDW / 140 UDWU</h2>

<p>Voordat we naar het arrest van de Hoge Raad gaan, is het zinvol om stil te staan bij de procedurele kern van het geschil: de 181bis UCDW&#8209;procedure (inmiddels artikel 140 UDWU).</p>

<p>Deze procedure is bedoeld voor situaties waarin de douaneautoriteiten twijfelen aan de juistheid van de op basis van de transactiewaarde-methode aangegeven douanewaarde (artikel 29 CDW respectievelijk artikel 70 DWU). De procedure verplicht de douane tot een aantal stappen:</p>

<ul>
	<li>aanvullende informatie vragen aan de aangever</li>
	<li>de redenen voor de twijfel kenbaar maken</li>
	<li>de aangever de gelegenheid geven daarop te reageren</li>
	<li>pas daarna een besluit nemen over het eventueel verwerpen van de transactiewaarde</li>
</ul>

<p>Deze procedure is dus een voorbereidingsinstrument: het moet worden doorlopen v&oacute;&oacute;r de beschikking waarin de transactiewaarde wordt verworpen.</p>

<p>Toepassing van artikel 181bis UCDW respectievelijk artikel 140 UDWU geeft de inspecteur bovendien een gunstigere bewijspositie, omdat hij toepassing van de transactiewaarde in principe kan verwerpen op basis van niet&#8209;weggenomen twijfel. De procedure past echter niet wanneer de inspecteur niet de transactiewaarde zelf verwerpt, maar uitsluitend stelt dat artikel 33(f) CDW (respectievelijk artikel 72, lid 1(f) DWU) geen aftrek toelaat omdat bijvoorbeeld geen sprake zou zijn van een werkelijk overeengekomen DDP&#8209;levering. Dan blijft men binnen het kader van artikel 29 CDW/ 70 DWU, zonder 181bis UCDW/140 UDWU.</p>

<h2>Wat beslist de Hoge Raad?</h2>

<p>De Hoge Raad corrigeert het Hof Amsterdam op een essentieel punt.</p>

<h2>DDP moet feitelijk worden onderzocht</h2>

<p>Het Hof had moeten onderzoeken of partijen daadwerkelijk DDP waren overeengekomen. Die vraag hoort binnen de systematiek van artikel 29 CDW respectievelijk artikel 70 DWU en de aanpassingen van artikel 33(f) CDW respectievelijk artikel 72, lid 1(f) DWU. Het is dus geen vraag die uitsluitend via een 181bis UCDW/140 UDWU-procedure kan worden behandeld. De Hoge Raad stelt dat het Hof hier een verkeerde rechtsopvatting hanteerde. Voor zover het Hof van een juiste rechtsopvatting is uitgegaan, is sprake van een motiveringsgebrek. Dan heeft het Hof namelijk niet toereikend gemotiveerd waarom hij het standpunt van de Douane dat de belanghebbende en de Indonesische onderneming in werkelijkheid niet de leveringsvoorwaarde DDP zijn overeengekomen, niet heeft behandeld. Het eerste cassatiemiddel van de Staatssecretaris van Financi&euml;n slaagt.&nbsp;</p>

<h2>De twijfelprocedure van 181bis UCDW/140 UDWU mag niet achteraf worden ingezet</h2>

<p>Het Hof had echter w&eacute;l gelijk dat de inspecteur een artikel 140 UDWU&#8209;procedure niet na mededeling van de douaneschuld en na aanvang van het beroep bij de rechtbank alsnog mag starten, om de daaruit verkregen resultaten vervolgens tegen de belanghebbende te gebruiken. Tijdens de rechterlijke fase geldt het verdedigingsbeginsel en mag de inspecteur de belanghebbende niet dwingen informatie te leveren die hij normaal slechts in de voorprocedure en de eerste, administratieve fase van het beroep in de zin van artikel 44 DWU kan afdwingen. Het tweede middel van de staatssecretaris faalt daarom op dit punt.</p>

<p>Het incidentele cassatieberoep van belanghebbende over de oorsprong wordt door de Hoge Raad verworpen. Daarmee blijft het oordeel van het Hof staan dat de bevestigingsmiddelen vermoedelijk Chinees waren, op basis van OLAF&#8209;rapportages.</p>

<h2>DDP en artikel 33(f) CDW/ 72 lid 1(f) DWU: contractuele realiteit staat centraal</h2>

<p>De kern van het geschil draait om een klassiek douanewaarde vraagstuk: moeten bij de leveringsvoorwaarde DDP de (nagevorderde) invoerrechten in mindering worden gebracht op de douanewaarde?</p>

<p>Artikel 33(f) CDW respectievelijk artikel 72, lid 1(f) DWU bepaalt dat rechten bij invoer g&eacute;&eacute;n deel uitmaken van de douanewaarde, mits zij van de transactiewaarde kunnen worden onderscheiden. In DDP&#8209;situaties draagt de verkoper deze rechten contractueel, waardoor ze in de prijs begrepen zijn en daarvan dus kunnen worden uitgesloten. Dat kan zelfs wanneer partijen zich hebben vergist over de oorsprong: het gaat om de overeenkomst, niet om de feitelijke uitkomst van de (niet-)preferenti&euml;le behandeling.</p>

<p>Cruciaal is dus het feitelijke antwoord op de vraag: hebben partijen daadwerkelijk DDP afgesproken? De Hoge Raad maakt duidelijk dat dit een feitenonderzoek vergt dat het Hof alsnog moet uitvoeren.</p>

<h2>De grens tussen waarderingscorrectie en verwerping van de transactiewaarde</h2>

<p>De A&#8209;G Ettema legde in haar conclusie al helder uit dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen:</p>

<ul>
	<li>een waarderingscorrectie binnen artikel 29 CDW/ 70 DWU (zoals: geen DDP afgesproken, dus geen aftrek op grond van artikel 33(f) CDW/ 72 lid 1 (f) DWU); en</li>
	<li>het verwerpen van de transactiewaarde zelf, waarvoor artikel 181bis UCDW respectievelijk artikel 140 UDWU verplicht is.</li>
</ul>

<p>De Hoge Raad bevestigt dit onderscheid. Dat betekent dat rechters en praktijk bij iedere waarderingsdiscussie moeten nagaan in welke categorie de discussie thuishoort.</p>

<h2>De rol van OLAF en het Form A</h2>

<p>Het Hof Amsterdam had reeds vastgesteld dat de OLAF&#8209;bevindingen zwaar wogen en dat de Indonesische exporteur geen productiecapaciteit had om de aangetroffen exportvolumes te verklaren. Dat een Form A niet is ingetrokken door de autoriteiten van het derde land, betekent niet, zelfs niet ten aanzien van de douanerechten, dat douaneautoriteiten eraan gebonden zijn bij autonome regelingen zoals het Algemeen Preferentieel Systeem. De Hoge Raad laat het oordeel van het Hof over oorsprong in stand.</p>

<h2>Antidumpingtarief: 85 % is de standaard</h2>

<p>De verordening schrijft een individueel antidumpingtarief voor dat alleen geldt bij een correcte commerci&euml;le factuur van de betrokken Chinese onderneming volgens bijlage II. Ontbreekt dit, dan geldt het resttarief van 85 procent. Het Hof paste dit terecht toe.</p>

<h2>Praktische lessen voor importeurs</h2>

<ul>
	<li>Leg bij DDP duidelijk vast wie invoerrechten draagt, waarom en hoe die in de prijs zijn verwerkt.</li>
	<li>Bewaar alle contractdocumenten, Incoterms&#8209;specificaties, emailwisselingen en logistieke bewijsstukken.</li>
</ul>

<h2>Wat bevestigt de Hoge Raad nu eigenlijk?</h2>

<p>De Hoge Raad geeft met dit arrest een stevig juridisch anker op drie terreinen. Ten eerste bevestigt hij dat contractuele realiteit leidend is bij de transactiewaarde en dat afspraken over de leveringsvoorwaarde tussen de verkoper en koper zorgvuldig moeten worden onderzocht.</p>

<p>Dat lijkt ons terecht. Het is niet relevant wie als aangever in de invoeraangifte in de EU fungeerde. Veelal zal dat de koper zijn, vanwege het vereiste in de EU douanewetgeving dat de aangever in de EU moet zijn gevestigd. Dat wil nog niet zeggen dat verkoper en koper contractueel niet kunnen hebben afgesproken dat DDP, en dus inclusief invoerrechten in de EU, zou worden geleverd. Die invoerrechten kunnen onvoorspelbaar uitpakken als, al dan niet na een OLAF onderzoek, een navordering volgt.</p>

<p>De inspecteur had gesteld dat de verkoper niets met de Douane te maken had omdat hij niet de aangever was en evenmin de intentie zou hebben gehad de invoerrechten in de EU te betalen. Hier wordt naar onze mening uit het oog verloren dat juist de koper in de EU, die oprecht uit zal zijn gegaan van de oorsprong van de goederen uit een land waarvoor een preferentieel tarief geldt en geen antidumpingrechten van toepassing zijn, geen rekening hield met een navordering. Ook hij had dus niet &ldquo;het plan&rdquo; een hoge heffing te betalen. Het gaat niet om de vraag wie wat voorzag of waarmee rekening hield, maar om de vraag wat verkoper en koper in hun overeenkomst als leveringsconditie overeenkwamen. Bij DDP geldt dat de verkoper zorg moet dragen voor invoerformaliteiten in het land van bestemming en de invoerrechten moet dragen. Bij DDP is de overeengekomen koopprijs inclusief invoerrechten die moeten worden geacht door de verkoper te worden gedragen, ook als niemand rekening hield met die invoerrechten.&nbsp;&nbsp;&nbsp; &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;</p>

<p>Ten tweede bevestigt de Hoge Raad dat artikel 33(f) CDW respectievelijk artikel 72, lid 1(f) DWU re&euml;le werking heeft: rechten bij invoer kunnen uit de douanewaarde worden gehaald wanneer dat contractueel zo is bepaald.</p>

<p>Ten derde bevestigt hij dat de 181bis UCDW/ 140 UDWU&#8209;procedure geen noodverband is dat de Douane nog in de fase van het beroep bij de rechter kan inzetten. Daaraan staan algemene beginselen van procesrecht in de weg.</p>

<h2>Het vervolg: terug naar het Hof</h2>

<p>Het Hof Amsterdam moet nu opnieuw vaststellen of DDP werkelijk overeengekomen was. Daarbij mogen de gegevens uit de late artikel 140 UDWU&#8209;procedure niet worden gebruikt. Het zal interessant worden om te zien wie bewijstechnisch aan het langste eind trekt.</p>

<h2>De douanepraktijk van Ploum</h2>

<p>De <a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/douanerecht" target="_blank">douanepraktijk van Ploum</a> adviseert bedrijven over complexe douanekwesties, waaronder oorsprong, waarde, indeling, antidumping, exportcontrole en sanctieregimes. Daarnaast procederen wij tegen beschikkingen van de douane en begeleiden wij regres- en aansprakelijkheidskwesties die kunnen voortvloeien uit douaneclaims. Bij vragen kunt u contact opnemen met <a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz" target="_blank">Jikke Biermasz</a> en/of&nbsp; <a href="https://ploum.nl/specialisten/arjan-wolkers" target="_blank">Arjan Wolkers</a>.&nbsp;</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Mijn eerste werknemer! Wat nu?]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/mijn-eerste-werknemer-wat-nu</link>
		  <pubDate>Tue, 27 Jan 2026 4:08:09 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Frans Bakker]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Voor veel startups is het een mijlpaal: je neemt je eerste werknemer aan. Tot nu toe deed je alles zelf, met een medeoprichter of met zelfstandigen. Maar groei vraagt vaak om mensen. En zodra je iemand in dienst neemt, stap je een nieuwe juridische werkelijkheid binnen. Wat komt daar allemaal bij kijken?&nbsp;</p>

<p>Wij zetten de belangrijkste aandachtspunten op een rij.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>1. Freelance of in loondienst? Let op schijnzelfstandigheid</h2>

<p>Veel startups beginnen met zzp&rsquo;ers. Dat is flexibel en overzichtelijk. De be&euml;indiging van een overeenkomst van opdracht is vaak eenvoudig, en het betalen van een factuur lijkt makkelijker dan het inrichten van de salarisadministratie. Echter, zodra iemand structureel voor jouw startup werkt, onder jouw gezag en tegen een (vaste) vergoeding, loop je het risico dat je feitelijk gezien w&eacute;l met een werknemer te maken hebt.</p>

<p>De gevolgen hiervan kunnen groot zijn: claims van de werknemer zelf, naheffingen loonbelasting, premies werknemersverzekeringen en mogelijke boetes.</p>

<p>Maak dus voordat je iemand als zelfstandige inhuurt een analyse: werkt deze persoon echt zelfstandig? Wie bepaalt hoe het werk wordt uitgevoerd? In hoeverre wordt er gezag uitgeoefend. Bij twijfel? Neem dan even contact met ons op, laat de situatie beoordelen en neem in ieder geval (contractuele) risico-mitigerende maatregelen. Zie ook onze andere <a href="https://ploum.nl/nieuws/werknemer-of-zelfstandige-twee-beveiligers-twee-verschillende-uitspraken">blogs</a> over <a href="https://ploum.nl/nieuws/schijnzelfstandigheid-bent-u-voorbereid">dit onderwerp</a>.</p>

<h2>2. Het type arbeidsovereenkomst: tijdelijk, vast of flexibel</h2>

<p>Bij de eerste werknemer wordt meestal voor een tijdelijk contract gekozen. Op die manier bestaat langer de tijd om over en weer te beoordelen of de samenwerking een succes wordt.</p>

<p>Een werkgever mag maximaal drie tijdelijke arbeidsovereenkomsten aaneengesloten aanbieden, voor een maximale periode van drie jaar. Na ofwel overschrijding van het maximale aantal, ofwel overschrijding van de maximale duur, volgt automatisch een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.</p>

<p>Wil je een flexibelere optie? In dat geval kan je voor een oproepovereenkomst kiezen (bijvoorbeeld een min-max-overeenkomst) of een uitzend- of payrollovereenkomst. Alle verschillende opties kennen eigen regels en hebben eigen voor- en nadelen, dus laat je daarover goed informeren.</p>

<h2>3. Pensioen en cao: controleer dit regelmatig!</h2>

<p>In beginsel ben je als werkgever en werknemer gehouden aan de voorwaarden die in de arbeidsovereenkomst staan. Toch kan een werkgever ook gebonden zijn aan een algemeen verbindend verklaarde cao (avv-cao), of kan de verplichting bestaan om werknemers deel te laten nemen in een verplichtgestelde bedrijfstakpensioenregeling (bpf).</p>

<p>Een cao kan van toepassing zijn of worden als de bedrijfsactiviteiten van de startup onder de werkingssfeerbepaling van zo&rsquo;n avv-cao vallen. In dat geval moet de cao verplicht worden toegepast.</p>

<p>Het voorgaande geldt ook voor pensioenen: het aanbieden van een pensioenregeling is niet verplicht, maar in sommige sectoren bestaat de verplichting om deel te nemen in een pensioenregeling van een verplichtgesteld bpf. Ook dat hangt weer af van de bedrijfstak van de startup, de werkingssfeerbepaling in de verplichtgestelde regeling en de activiteiten van de startup.</p>

<h2>4. Aandacht voor intellectueel eigendom (IE), geheimhouding en concurrentie</h2>

<p>Voor startups zijn deze onderwerpen vaak cruciaal. Wie is eigenaar van het intellectuele eigendom dat jouw werknemer cre&euml;ert? En in hoeverre is jouw unieke platform, product of bedrijfsmodel beschermd? Hoe kan je voorkomen dat een concurrent hiermee aan de haal gaat?&nbsp;</p>

<p>Maak daarom altijd afspraken over IE, geheimhouding (inclusief een boetebeding) en - indien daar gelet op de specifieke functie aanleiding toe is - concurrerende activiteiten. Let er daarbij op dat een concurrentiebeding (een relatiebeding valt hier ook onder) aan strikte wettelijke eisen moet voldoen. Zo moet het beding schriftelijk met een meerderjarige werknemer worden overeengekomen, en een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd moet worden voorzien van een op de werknemer toegespitste motivering. Maatwerk is hier essentieel. Bescherm wat echt belangrijk is, voorkom te ruime concurrentiebedingen.</p>

<p>Goed om te weten: op dit moment is er een wetsvoorstel Wet modernisering concurrentiebeding in voorbereiding. Het is nog niet duidelijk wanneer deze wet door de Tweede Kamer wordt behandeld, maar in potentie heeft deze wet grote gevolgen voor het overeenkomen en inroepen van concurrentiebedingen.</p>

<h2>5. Diversen: beloning, arbeidsongeschiktheid</h2>

<p>Veel startups lopen tegen eenzelfde probleem aan: hoe trek je talentvolle of ervaren medewerkers aan en hoe zorg je dat je je beste mensen binnenboord houdt? Weet dat er, naast het bieden van &lsquo;regulier&rsquo; salaris, ook mogelijkheden zijn om werknemers op andere manieren te belonen. Bijvoorbeeld door middel van zogenoemde <em>long term incentives </em>(LTI&rsquo;s). In <a href="https://ploum.nl/nieuws/werknemersparticipatie-wat-zijn-de-mogelijkheden" style="color:#467886; text-decoration:underline">deze blog</a> gaan we uitgebreid in op deze beloningsvorm.</p>

<p>Verder van belang: een werknemer kan arbeidsongeschikt raken. Dit kan tijdelijke afwezigheid zijn vanwege een griepvirus maar ook bestaat het risico op langdurige arbeidsongeschiktheid. Denk daarom na over een eventuele arbeidsongeschiktheidsverzekering. Zorg er ook voor dat jouw startup is aangesloten bij een arbodienst of een contract heeft met een bedrijfsarts, zodat de (re-integratie)verplichtingen uit de Wet verbetering Poortwachter worden nagekomen.</p>

<h2>6. Wat als het niet werkt?</h2>

<p>Niemand begint met de intentie om afscheid te nemen, maar het is verstandig om vooruit te kijken. Voer daarom beoordelingsgesprekken, geef continu feedback (en dus niet alleen tijdens de jaarlijkse momenten) en leg dit vast. Werkt de samenwerking niet zoals je het verwacht? Start dan een verbeterplan en geef de werknemer in kwestie een eerlijke kans om zijn of haar functioneren te verbeteren. Als ook dat niet tot het gewenste resultaat leidt, dan is een mogelijke vervolgstap de be&euml;indiging van de arbeidsovereenkomst.</p>

<p>Let daarbij op: de arbeidsovereenkomst &lsquo;gewoon&rsquo; opzeggen kan niet, tenzij sprake is van bijvoorbeeld een ontslag op staande voet of een opzegging in de proeftijd. In de meeste andere gevallen is er toestemming van het UWV nodig (voorbeeld: reorganisatie) of moet je als werkgever de kantonrechter vragen de arbeidsovereenkomst te ontbinden (voorbeeld: disfunctioneren). Laat je hierover goed adviseren. Heb je vragen over dit onderwerp? <a href="https://ploum.nl/specialisten?advanced-filter-categories=start-up-scale-up">Neem gerust contact met ons op!</a></p>

<div class="boxed-text"><strong>Ploum&rsquo;s Pointer:</strong><br />
<br />
Het aannemen van je eerste werknemer is een belangrijke stap in de groei van je startup. Door tijdig stil te staan bij de juridische en praktische aandachtspunten, voorkom je risico&rsquo;s en zet je een stevige basis neer voor duurzame groei.<br />
<br />
Heb je vragen of wil je sparren over jouw specifieke situatie? <a href="https://ploum.nl/specialisten?advanced-filter-categories=start-up-scale-up">Wij denken graag met je mee</a>.</div>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Kwartaalupdate Bestuurders- en Beroepsaansprakelijkheid Q4 2025]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/kwartaalupdate-bestuurders-en-beroepsaansprakelijkheid-q4-2025</link>
		  <pubDate>Tue, 27 Jan 2026 11:23:33 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Vincent Terlouw]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Ze zijn er weer. Onze kwartaalupdates bestuurders- en beroepsaansprakelijkheid Q4 2025. In een nieuw jaar in een nieuw fris jasje gestoken. Samengevoegd in &eacute;&eacute;n document.</p>

<p>Veel leesplezier.</p>

<p><a class="btn btn-primary" href="https://ploum.nl/uploads/Artikelen_en_Track_Records_en_expertise/Kwartaalupdate_Bestuurders-_en_beroepsaansprakelijkheid_Q4_2025.pdf" target="_blank">Kwartaalupdates Bestuurders- en Beroepsaansprakelijkheid</a></p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[De bindende tariefinlichting als zekerheid, maar niet per se de gewenste]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/de-bindende-tariefinlichting-als-zekerheid-maar-niet-per-se-de-gewenste</link>
		  <pubDate>Mon, 19 Jan 2026 2:16:49 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Jikke Biermasz en Arjan Wolkers]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p><em>Over tariefindeling, procederen tegen de BTI-beschikking en vertrouwen</em></p>

<p>Een bindende tariefinlichting (BTI) vraagt men aan om (rechts)zekerheid te krijgen over de tariefindeling van goederen. Die zekerheid kan echter anders uitpakken dan gehoopt. In een recente uitspraak van 28 oktober 2025, (<a href="http://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:3337">ECLI:NL:GHAMS:2025:3337</a>) maakt de meervoudige douanekamer van het Gerechtshof Amsterdam duidelijk dat vertrouwen in de juistheid van een bepaalde tariefpost voor een laadtoestel voor elektrische auto&rsquo;s, dat bij de belanghebbende had postgevat naar aanleiding van een eerder verzoek om terugbetaling, niet zonder meer wordt gehonoreerd bij de tariefindeling in een BTI. Dat zet het verband tussen historisch vertrouwen en BTI-beschikkingen onder spanning. <a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz">Jikke Biermasz</a> bespreekt de uitspraak.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Inleiding</h2>

<p>De bindende tariefinlichting is in het douanerecht h&eacute;t instrument om vooraf zekerheid te verkrijgen over de tariefindeling van goederen. Die zekerheid is van groot belang voor ondernemingen: zij werkt door in kostprijs, contracten, <em>supply chains</em> en is relevant bij compliance-vraagstukken.</p>

<p>Die zekerheid is echter niet noodzakelijkerwijs de zekerheid waarop de aanvrager hoopt. Een BTI kan ook leiden tot een voor de onderneming ongunstige, maar juridisch vaststaande indeling. In dat geval is procederen tegen de BTI-beschikking geen vreemde stap, maar een logisch gevolg van de rechtsbescherming die de wet biedt.</p>

<p>In de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 28 oktober 2025, gepubliceerd op 19 december 2025 komt dit spanningsveld scherp naar voren. De zaak laat zien hoe zekerheid, vertrouwen en tarieftechniek zich tot elkaar verhouden in de BTI-aanvraag, de beschikking en een daarop volgende beroepsprocedure en waarom een BTI geen bevestiging is van wat in het verleden aan vertrouwen heeft postgevat.</p>

<h2>Feiten en achtergrond</h2>

<p>Belanghebbende had bij de Douane een BTI aangevraagd voor een elektrisch laadstation voor voertuigen (in de uitspraak aangeduid als <em>laadtoestel</em>). Het product is technisch complex en vervult meerdere functies, waardoor de tariefindeling niet op voorhand vaststond. In de aanvraag verdedigde belanghebbende een indeling die aansloot bij haar eigen indelingsopvatting en eerdere ervaringen bij een verzoek om terugbetaling van douanerechten.</p>

<p>De Douane gaf een BTI af, maar kende aan het product een andere GN-goederencode toe dan door belanghebbende was gevraagd. Die indeling had voor belanghebbende ongunstige gevolgen. Belanghebbende maakte dan ook bezwaar tegen de BTI-beschikking. Nadat het bezwaar ongegrond was verklaard, stelde zij beroep in bij de Rechtbank Noord-Holland en vervolgens hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam.</p>

<h2>Het product, de indelingsdiscussie en het oordeel van het hof</h2>

<p>De BTI had betrekking op een elektrisch laadtoestel dat is ontworpen om een elektrische auto via de netaansluiting van een woning of bedrijfspand op te laden met wisselstroom (AC). Het toestel wordt aangesloten op een aparte groep in de meterkast en via een laadkabel verbonden met het voertuig.</p>

<p>De bediening vindt plaats via een smartphone-app. Het toestel staat daartoe via 4G, LAN of WiFi in verbinding met het internet. De gebruiker kan het laden starten, laadschema&rsquo;s instellen (bijvoorbeeld &rsquo;s nachts of bij lage stroomprijzen) en informatie over het laadproces aflezen op een display aan de voorzijde. Daarnaast zorgt het laadtoestel ervoor dat de maximale capaciteit van de netaansluiting niet wordt overschreden, om schade aan zekeringen te voorkomen (zogenoemd belastingbeheer).</p>

<h2>Standpunten van partijen</h2>

<p>Belanghebbende betoogde &mdash; overigens pas in hoger beroep &mdash; primair dat het laadtoestel meerdere functies vervult, waarvan stroombeveiliging de hoofdfunctie zou zijn. Het toestel zou daarom moeten worden ingedeeld onder GN-post 8536, meer in het bijzonder onder GN-postonderverdeling 8536 3010 (toestellen voor het beveiligen tegen elektrische stroom).</p>

<p>De Douane stelde zich op het standpunt dat het laadtoestel &eacute;&eacute;n duidelijke functie heeft: het opladen van elektrische voertuigen. Het belastingbeheer is slechts een ondersteunend onderdeel daarvan. Bovendien is het toestel naar zijn aard en complexiteit niet vatbaar voor indeling onder post 8536.</p>

<h2>Afwijzing van post 8536</h2>

<p>Het hof volgt de Douane. Het oordeelt dat het laadtoestel slechts &eacute;&eacute;n functie vervult, namelijk het opladen van elektrische voertuigen. Het belastingbeheer is daar slechts een klein onderdeel van. Indien het de gebruiker primair te doen zou zijn om het beschermen van de netaansluiting, zou hij eenvoudig kunnen afzien van het gebruik van het laadtoestel.</p>

<p>Daarnaast acht het hof indeling onder post 8536 uitgesloten vanwege de aard van het product. Post 8536 ziet op eenvoudige toestellen, zoals zekeringen, schakelaars, relais, stekkers en draadverbindingsklemmen. Het laadtoestel bevat daarentegen veel meer onderdelen, waaronder meerdere <em>printed circuit boards</em> met een groot aantal componenten. Daarmee past het niet binnen de reikwijdte van post 8536.</p>

<h2>Indeling onder post 8537</h2>

<p>Bij deze stand van zaken is tussen partijen niet langer in geschil dat indeling dient plaats te vinden onder GN-post 8537. Het hof acht indeling in die post juist. Het laadtoestel bestaat uit een kunststof kast en is voorzien van onder meer relais, een contactdoos en draadverbindingsklemmen. Het dient voor de elektrische bediening van het laadproces en voldoet daarmee aan de bewoordingen van post 8537. Indeling onder restpost 8543 is daarom niet aan de orde.</p>

<h2>De sub-posten van 8537: programmeerbaar geheugen</h2>

<p>Vervolgens resteert de vraag welke GN-postonderverdeling van post 8537 van toepassing is. De Douane stelde zich op het standpunt dat het laadtoestel moest worden ingedeeld onder GN-postonderverdeling 8537 1091, terwijl belanghebbende pleitte voor GN-postonderverdeling 8537 10 98. Het geschil spitste zich toe op de vraag of het laadtoestel beschikt over een &ldquo;programmeerbaar geheugen&rdquo; als genoemd in postonderverdeling 8537 1091.</p>

<p>Het hof beantwoordt die vraag bevestigend. Uit de stukken blijkt dat het toestel is voorzien van firmware die door middel van updates kan worden gewijzigd. De gebruikershandleiding vermeldt expliciet dat de app een update-menu bevat waarmee de gebruiker firmware-updates kan uitvoeren. Daarmee staat vast dat het laadtoestel beschikt over een programmeerbaar geheugen in de zin van GN-postonderverdeling 8537 1091.</p>

<p>Het hof concludeert dus dat de BTI voor de juiste GN-onderverdeling is afgegeven.</p>

<h2>Vertrouwensbeginsel geeft geen aanspraak op een onjuiste BTI</h2>

<p>Het gerechtshof verwerpt het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel en stelt voorop dat de Douane niet gehouden is een bindende tariefinlichting af te geven voor een goederencode die zij onjuist acht. Ook indien bij de belanghebbende in het verleden vertrouwen is ontstaan over de juistheid van een bepaalde tariefindeling, kan dat vertrouwen niet leiden tot de afgifte van een BTI die in strijd zou komen met een correcte toepassing van het douanerecht. Het gerechtshof sluit hiermee expliciet aan bij de vaste rechtspraak van het Hof van Justitie, met name het arrest <em>Timmermans Transport &amp; Logistics en Hoogenboom Production Ltd.</em> van 22 januari 2004 (gevoegde zaken C-133/02 en C-134/02), waarin is geoordeeld dat douaneautoriteiten een reeds afgegeven BTI mogen intrekken wanneer zij hun interpretatie van de toepasselijke tariefbepalingen wijzigen.</p>

<p>Daarnaast wijst het gerechtshof erop dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat in deze zaak geen sprake was van een precieze, onvoorwaardelijke en overeenstemmende toezegging. Belanghebbende zou zich wellicht met recht op het vertrouwensbeginsel kunnen beroepen als de Douane door precieze, onvoorwaardelijke en overeenstemmende toezegging gegronde verwachtingen zou hebben gewekt. Maar dat was dus niet het geval.</p>

<h2>Het juridische kader: bezwaar en beroep tegen een BTI</h2>

<p>Een BTI is een beschikking in de zin van het Douanewetboek van de Unie en staat open voor een beroep in de zin van artikel 44 DWU. Dat houdt in dat eerst een heroverweging van de Douane in de bezwaarfase plaatsvindt en daarna zo nodig toetsing door de onafhankelijke gespecialiseerde rechter in beroep volgt. Daarna kan nog hoger beroep volgen, zoals in deze zaak, en eventueel cassatie. De rechter toetst daarbij vol of de tariefindeling die in de BTI-beschikking aan het product is toegekend door de Douane, juist is. De beoordeling vindt plaats aan de hand van:</p>

<ul>
	<li>het product zoals omschreven in de aanvraag,</li>
	<li>de objectieve kenmerken en eigenschappen,</li>
	<li>en de GN, de indelingsregels en toelichtingen.</li>
</ul>

<p>Commerci&euml;le benamingen, beoogd gebruik of historische praktijk zijn daarbij niet doorslaggevend.</p>

<h2>Zekerheid en vertrouwen in de BTI-procedure</h2>

<p>De uitspraak laat zien dat een BTI geen bevestiging is van eerdere ervaringen in de praktijk. Dat bij eerdere aangiften of controles een bepaalde indeling is gevolgd, betekent niet dat die indeling juridisch juist was of moet worden bestendigd.</p>

<p>Het hof maakt duidelijk dat een BTI een autonome en nieuwe beoordeling vergt. Vertrouwen dat in het verleden aan een bepaalde tariefpost is ontleend, wordt niet zonder meer gehonoreerd wanneer de Douane tot het oordeel komt dat een andere indeling objectief juist is. Correcte toepassing van het Unierecht prevaleert boven continu&iuml;teit van praktijk.</p>

<h2>Praktijkduiding</h2>

<p>De uitspraak bevat enkele duidelijke lessen voor de praktijk.</p>

<ul>
	<li>een BTI-aanvraag vraagt eigen zekerheid. Wie een BTI aanvraagt, moet zelf al vrijwel zeker zijn van de juridische juistheid van zijn indelingsstandpunt. De BTI is geen proefballon;</li>
</ul>

<ul>
	<li>vertrouw niet zomaar op het verleden. Eerdere aangiften, controles of informele afstemming bieden geen garantie dat de Douane die lijn volgt in een BTI-beschikking;</li>
</ul>

<ul>
	<li>wees voorbereid op en bereid tot procederen. Een BTI kan zekerheid brengen, maar ook ongewenste zekerheid. In dat laatste geval is bezwaar en beroep de enige weg.</li>
</ul>

<h2>Conclusie</h2>

<p>De uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 28 oktober 2025 laat zien dat de BTI een krachtig, maar scherp instrument is. Zij biedt zekerheid, maar niet per se de gewenste. Vertrouwen uit het verleden wordt er niet automatisch door bevestigd en de Douane mag haar koers herzien.</p>

<p>Wie een BTI aanvraagt, vraagt dus niet alleen om zekerheid van de Douane, maar moet ook zelf overtuigd zijn van de juistheid van zijn indelingspositie en bereid zijn die zo nodig te verdedigen in een beroepsprocedure.</p>

<p>Deze uitspraak is illustratief voor de vragen die in de douanepraktijk met enige regelmaat spelen bij BTI-aanvragen. Ondernemingen bouwen in de loop der jaren vaak een zekere mate van vertrouwen op in een gevolgde tariefindeling, bijvoorbeeld naar aanleiding van eerdere aangiften, controles of verzoeken om terugbetaling. Een BTI-aanvraag kan dat vertrouwen bevestigen en resulteren in rechtszekerheid ten aanzien van de indeling van goederen. Echter, keerzijde van die zekerheidsmedaille is dat een BTI-aanvraag dat vertrouwen ook expliciet ter discussie kan stellen en zelfs kan doorbreken.</p>

<h2>Douanepraktijk Ploum</h2>

<p>Binnen de <a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/douanerecht">douanepraktijk van Ploum</a> begeleiden <a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz">Jikke Biermasz</a> en <a href="https://ploum.nl/specialisten/arjan-wolkers">Arjan Wolkers</a> en hun teamleden ondernemingen regelmatig bij dit soort trajecten. Daarbij staat steeds de vraag centraal of een BTI strategisch verstandig is, juist wanneer sprake is van historisch gegroeide indelingspraktijken. Deze uitspraak onderstreept dat een BTI niet alleen zekerheid kan brengen, maar ook spanning kan oproepen tussen historisch gegroeid vertrouwen en een hernieuwde tariefrechtelijke beoordeling. Voor de praktijk bevestigt dit dat een BTI-aanvraag zorgvuldige voorbereiding vergt en dat het essentieel is vooraf kritisch te toetsen of het eigen indelingsstandpunt bestand is tegen een volledige rechterlijke toets. Mocht u vragen hebben over tariefindeling of BTI-aanvragen, dan kunt u contact opnemen.&nbsp;</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak adviseert in strafrechtelijke afvalstoffenzaak tegen de NAM]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/de-stichting-advisering-bestuursrechtspraak-adviseert-in-strafrechtelijke-afvalstoffenzaak-tegen-de-nam</link>
		  <pubDate>Fri, 24 Apr 2026 4:09:10 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Jouko Barensen]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws, Opinie]]></category>
		  <description><![CDATA[<p><a href="http://ECLI:NL:RBOVE:2025:6116, Rechtbank Overijssel, 81.287502.20 (P)" target="_blank">ECLI-nummer: ECLI:NL:RBOVE:2025:6116</a></p>

<p>Op 16 oktober 2025 deed de Rechtbank Overijssel een uitspraak in een opvallende strafzaak waarin het draaide om afvalstoffen. Opvallend, vanwege het aantal zittingsdagen (7). Opvallend, omdat het OM een boete eiste van EUR 20 miljoen. Opvallend, omdat (personen van) de <a href="https://stab.nl/" target="_blank">Stichting Advisering Bestuursrechtspraak</a> (&ldquo;STAB&rdquo;) in de zaak rapporteerde(n) als deskundige. En opvallend, omdat het om de Nederlandse Aardolie Maatschappij (&ldquo;NAM&rdquo;) ging. Maar ook de uitspraak was opvallend, omdat de rechtbank de verdachte vrijsprak.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Tenlastelegging</h2>

<p>Heel kortgezegd betrof de tenlastelegging handelingen met (gevaarlijke) afvalstoffen/afvalstromen die in strijd met het bepaalde in de omgevingsvergunning gedurende een periode van 12 jaar zouden hebben plaatsgevonden. De tenlastelegging bestond uit 6 verschillende verwijten, die samenhingen met verschillende stromen die op verschillende plaatsen in de inrichting ontstonden.</p>

<h2>Gevaarlijke afvalstoffen</h2>

<p>De definitie van het begrip &lsquo;gevaarlijke afvalstof&rsquo; staat in de Kaderrichtlijn Afvalstoffen (&ldquo;Kra&rdquo;) en in de Wet milieubeheer (&ldquo;Wm&rdquo;). Er wordt in beide regelingen verwezen naar Bijlage III bij de Kra, waarin is opgenomen wanneer afvalstoffen gevaarlijke eigenschappen hebben. Daarnaast worden in de Europese afvalstoffenlijst (&ldquo;Eural&rdquo;) afvalstoffen ingedeeld als gevaarlijk of niet-gevaarlijk. Aan elke afvalstof wordt een (6-cijferige) Euralcode toegekend. Dat gebeurt op basis van de herkomst van de afvalstof. Indien, uitgaande van die herkomst, bij een code met een * wordt uitgekomen, dan is sprake van een gevaarlijke afvalstof. Dat leidt nog wel eens tot discussies, omdat in sommige gevallen de praktische vraag ontstaat of de &lsquo;gevaarlijke&rsquo; afvalstof in kwestie wel echt gevaarseigenschappen bezit (vgl. ECLI:NL:GHAMS:2025:1846). Met andere woorden, of het feit dat een afvalstof een code met een * zou moeten krijgen op basis van de herkomst ook per definitie betekent dat een afvalstof zonder gevaarseigenschappen als gevaarlijk wordt aangemerkt.</p>

<p>In deze zaak was de vraag of de afvalstromen die op verschillende plekken in de inrichting vrijkomen bij de winning van aardgas als gevaarlijke afvalstoffen moesten worden aangemerkt.</p>

<h2>STAB als deskundige</h2>

<p>De rechtbank besloot om de STAB in te schakelen voor de beantwoording van die vraag. Het OM en de verdediging kregen de gelegenheid om vragen te formuleren. Voor de beantwoording van die vragen benoemde de rechtbank vervolgens drie personen van de STAB als deskundigen.</p>

<p>We zoomen in op het eerste tenlastegelegde feit. De STAB wees erop dat sprake was van een samengestelde stroom van productiewater uit het aardgaszuiveringsproces en verontreinigd hemelwater. Deze samenvoeging van productiewater en verontreinigd hemelwater was naar de mening van de STAB vergund in de revisievergunning. Daarbij was niet van belang dat bij het verlenen van de vergunning mogelijk niet door het bevoegd gezag was onderkend dat de stroom productiewater moest worden aangemerkt als gevaarlijke afvalstof, aldus de STAB.</p>

<p>De STAB beschouwt die nieuwe, samengestelde stroom van productiewater en verontreinigd hemelwater als een aparte stroom. Daar dient opnieuw een Euralcode voor te worden bepaald. De STAB onderzocht of die Euralcode een code moest zijn met een &ldquo;*&rdquo; (gevaarlijke afvalstof) of niet. Men concludeerde dat wanneer de kwikconcentratie in die stroom 1.000 mg/l of hoger zou bedragen sprake zou zijn van een afvalstof die als gevaarlijk zou hebben te gelden. Uit alle genomen monsters bleek echter dat de hoogste gemeten concentraties ver onder deze grenswaarde lagen. Daarom concludeerde de STAB dat geen sprake was van gevaarlijk afval. De STAB keek dus (ook) naar de eigenschappen van de afvalstof, en niet alleen naar de herkomst.</p>

<h2>Standpunt OM</h2>

<p>Volgens het OM was het productiewater vanwege de herkomst en vanwege het feit dat het productiewater kwik bevat een &ldquo;absoluut gevaarlijke afvalstof&rdquo;. Het OM stelde dat het mengen van die &ldquo;absoluut gevaarlijke afvalstof&rdquo; met het verontreinigde hemelwater nooit vergund mogen worden vanwege het mengverbod in de Regeling Europese afvalstoffenlijst.</p>

<h2>Oordeel rechtbank</h2>

<p>De rechtbank volgde deze redenering echter niet. Zij keek naar artikel 10.54a Wm (oud), waarin het mengverbod was opgenomen (sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is artikel 10.54a Wm vervallen, en zijn specifieke regels in het Besluit activiteiten leefomgeving opgenomen die in sommige gevallen net als voorheen kunnen leiden tot een vergunningplicht). Twee elementen waren van belang: het mengen van gevaarlijke afvalstoffen is verboden (lid 1), tenzij het bij vergunning is toegestaan (lid 2). Daarmee concludeerde de rechtbank dat ook mengen van &ldquo;absoluut gevaarlijke afvalstoffen&rdquo; kan worden vergund. Verder volgde de rechtbank het rapport van de STAB, waardoor de uiteindelijke &ldquo;gemengde&rdquo; afvalstroom door de rechtbank als niet gevaarlijk werd aangemerkt.</p>

<p>De rechtbank verklaarde het eerste tenlastegelegde feit om die reden niet bewezen en sprak de NAM daarvan vrij.</p>

<p>Voor wat betreft de andere 5 tenlastegelegde feiten kwam de rechtbank ook niet tot een bewezenverklaring. Deels omdat niet bewezen kon worden dat het daar om onvergunde afvalstromen ging, en deels omdat niet bewezen kon worden dat het gevaarlijke afvalstoffen betrof. Ook bij de conclusies die de rechtbank ten aanzien van de overige feiten trok waren de bevindingen van de STAB in meer of mindere mate relevant.</p>

<h2>Afronding</h2>

<p>Vanzelfsprekend is de uitspraak een forse tegenvaller voor het OM, dat een zeer hoge boete had ge&euml;ist van EUR 20 miljoen, en ook de beweerdelijke illegale verdiensten van ruim EUR 5,5 miljoen wenste te ontnemen. Het <a href="https://www.om.nl/actueel/nieuws/2025/09/23/om-eist-20-miljoen-van-nam-voor-milieudelicten" target="_blank">persbericht</a> van het OM waarin de strafeis werd toegelicht was niet mis te verstaan. Zo stelde het OM onder andere:</p>

<p>&ldquo;<em>De samenleving moet erop kunnen vertrouwen dat een grote en machtige speler als de NAM zich aan de regels houdt. De historie op het gebied van aardgaswinning en de ontwikkelingen daar omheen in de maatschappij, zou aanleiding moeten zijn om een integere en zorgvuldige houding aan te nemen. Uit verschillende tapgesprekken blijkt echter dat daar geen sprake van was bij de leiding van de NAM. Toen mogelijk ook de rol van leidinggevenden in beeld kwam bij het OM, zijn er vanuit de NAM niet succesvolle pogingen gedaan om op het hoogste politieke niveau invloed uit te oefenen.</em>&rdquo;</p>

<p>Doordat de NAM volledig werd vrijgesproken werd echter geen boete opgelegd, en ook geen voordeel ontnomen.</p>

<p>De rol van de STAB als deskundige in deze strafzaak lijkt van substantieel belang te zijn geweest. Of de STAB in toekomstige strafzaken wederom als deskundige zal optreden moet worden afgewacht. Het is ons niet bekend of het OM in hoger beroep is gegaan. Een nuancering van het eerder uitgevaardigde persbericht hebben we in ieder geval niet aangetroffen.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[De arbeidsrechtelijke wijzigingen in 2026]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/de-arbeidsrechtelijke-wijzigingen-in-2026</link>
		  <pubDate>Thu, 15 Jan 2026 2:43:29 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Tim de Jong]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Een nieuw jaar brengt ook nieuwe arbeidsrechtelijke wijzigingen mee. In deze blog worden de belangrijkste wijzigingen vanaf 1 januari 2026 kort aangestipt. Ook kijken we vooruit door ook kort in te gaan op toekomstige wijzigingen in 2026 en de te verwachten wijzigingen in 2027.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Wijzigingen vanaf 1 januari 2026</h2>

<h3>Indexaties</h3>

<p>Jaarlijks worden een aantal vergoedingen/bedragen ge&iuml;ndexeerd. De belangrijkste indexaties per 1 januari 2026 zullen wij hieronder kort noemen:</p>

<ul>
	<li>Het minimumuurloon is voor 21-jarigen en ouder verhoogd naar &euro; 14,71 per uur.</li>
	<li>Het maximumdagloon is vastgesteld op &euro; 304,25 per dag.</li>
	<li>De onbelaste thuiswerkvergoeding is verhoogd naar &euro; 2,45 per dag.</li>
	<li>De maximale transitievergoeding is verhoogd naar &euro; 102.000,- bruto. Wanneer het salaris hoger is dan de maximale transitievergoeding, bedraagt de maximale transitievergoeding &eacute;&eacute;n bruto jaarsalaris.</li>
	<li>Het algemene bezoldigingsmaximum van de Wet normering topinkomens is verhoogd van &euro; 242.000,- naar &euro; 262.000,- per jaar. De Wet normering topinkomens is bedoeld om hoge salarissen en ontslagvergoedingen bij instellingen in de (semi)publieke sector te normeren en staat ook wel bekend als de &lsquo;Balkenendenorm&rsquo;. Voor het onderwijs, de cultuursector en de media, de woningcorporaties, de zorg en de sector ontwikkelingshulp gelden specifieke bezoldigingsnormen met lagere bezoldigingsmaxima.</li>
</ul>

<p>De onbelaste reiskostenvergoeding is niet verhoogd. Deze bedraagt ook in 2026 &euro; 0,23 per kilometer.</p>

<h3>Nieuwe cao voor uitzendkrachten</h3>

<p>Per 1 januari 2026 geldt er een nieuwe cao voor uitzendkrachten. Vanaf die datum hebben uitzendkrachten die onder deze cao vallen recht op arbeidsvoorwaarden die ten minste gelijkwaardig zijn aan de arbeidsvoorwaarden die bij de opdrachtgever gelden voor werknemers in een gelijke of vergelijkbare functie.</p>

<p>Belangrijk: er geldt een overgangsregeling voor uitzendkrachten die als gevolg van de nieuwe cao een lager inkomen ontvangen. Zij behouden tot en met 1 juli 2026 hun bestaande aanspraken op salaris, vakantieverlof en vakantiebijslag.</p>

<p>Voor de uitzendkracht die v&oacute;&oacute;r 1 januari 2026 arbeidsongeschikt is geworden en op die datum nog arbeidsongeschikt is, geldt eveneens een overgangsperiode tot 1 juli 2026. Tijdens deze overgangsperiode vindt de loondoorbetaling tijdens ziekte plaats op grond van de oude cao, inclusief de daarbij behorende regelingen inzake vakantiedagen en vakantiebijslag.</p>

<p>Voor detachering geldt een andere cao, speciaal voor detacheerders. Deze cao is gebaseerd op de cao voor uitzendkrachten, maar is toegesneden op de detacheringspraktijk door aanpassingen in definities en terminologie.</p>

<h3>Wetsvoorstel Beperking Compensatieregeling Transitievergoeding</h3>

<p>In onze <a href="https://ploum.nl/nieuws/ga-goed-voorbereid-2025-in-aankomende-wijzigingen-in-het-arbeidsrecht">blog</a> van vorig jaar over de arbeidsrechtelijke wijzigingen besteedden wij al aandacht aan het wetsvoorstel om de regeling voor compensatie van de transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid te beperken tot kleine werkgevers. Een kleine werkgever is een werkgever met een loonsom tot en met 25 maal het gemiddeld premieplichtig loon per werknemer per kalenderjaar.</p>

<p>De Raad van State was <a href="http://www.raadvanstate.nl/actueel/nieuws/september/advies-over-beperken-compensatieregeling/">kritisch</a> op dit wetsvoorstel en stelde een meer fundamentele benadering voor: het schrappen van het recht op de transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid. Immers, de werkgever heeft al aanzienlijke kosten gemaakt door het loon tijdens ziekte twee jaar (of soms zelfs drie jaar) door te betalen. Ondanks de kritiek van de Raad van State is het wetsvoorstel zonder wijzigingen aan de Tweede Kamer voorgelegd. De beoogde datum van inwerkingtreding is 1 juli 2026.</p>

<h3>Strengere handhaving door de Belastingdienst op schijnzelfstandigheid</h3>

<p>De problematiek rondom schijnzelfstandigheid en de handhaving hierop door de Belastingdienst houdt de gemoederen al enige tijd bezig. Eerder <a href="https://ploum.nl/nieuws/werknemer-of-zelfstandige-twee-beveiligers-twee-verschillende-uitspraken">schreven</a> wij al over twee gerechtelijke uitspraken die deze problematiek goed weergeven en belangrijke aandachtspunten bevatten voor organisaties die werken met (schijn)zelfstandigen.</p>

<p>Met ingang van 1 januari 2025 heeft de Belastingdienst <a href="https://ploum.nl/nieuws/schijnzelfstandigheid-bent-u-voorbereid">het handhavingsmoratorium opgeheven</a>. Hierdoor kon de Belastingdienst niet alleen bij &lsquo;kwade trouw&rsquo; correctieverplichtingen of naheffingsaanslagen opleggen. Wel gold er een zogenoemde zachte landing in 2025: de Belastingdienst zou geen boetes opleggen. Vlak voor het einde van 2025 is besloten deze zachte landing te <a href="http://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/12/19/gedeeltelijke-verlenging-zachte-landing-handhaving-schijnzelfstandigheid">verlengen</a>. Dit betekent dat de Belastingdienst eerst lichtere maatregelen inzet, zoals een bedrijfsbezoek. Daarmee zet de Belastingdienst in op het aangaan van het gesprek, voordat boetes worden opgelegd. Pas bij evidente schijnzelfstandigheid kunnen boetes volgen.</p>

<h2>Wijzigingen in de loop van 2026</h2>

<h3>Implementatie Richtlijn Loontransparantie</h3>

<p>De Richtlijn Loontransparantie is bedoeld om het verschil in beloning tussen mannen en vrouwen te verkleinen. De richtlijn moet in juni 2026 zijn omgezet in nationale wetgeving. Nederland kiest voor een zuivere implementatie van de richtlijn: het wetsvoorstel sluit nauw aan bij de richtlijn en er wordt geen gebruikgemaakt van de door de richtlijn geboden mogelijkheid aanvullende wetgeving te introduceren. Voor werkgevers betekent dit dat er werk aan de winkel is. Wat precies? Hiervoor verwijzen wij naar een eerdere <a href="https://ploum.nl/nieuws/de-nieuwe-richtlijn-loontransparantie-werk-aan-de-winkel-voor-werkgevers">blog</a> over dit onderwerp.</p>

<h3>Verplichte gedragscode psychosociale arbeidsbelasting</h3>

<p>Naar verwachting zijn organisaties met tien of meer medewerkers vanaf 1 juli 2026 verplicht een formele gedragscode tegen ongewenst gedrag vast te stellen. De ingangsdatum is echter nog niet definitief, aangezien de Eerste en Tweede Kamer het wetsvoorstel nog moeten aannemen. In de gedragscode moet duidelijk omschreven worden welk gedrag binnen de organisatie als ongewenst wordt aangemerkt. Daarnaast moet worden uiteengezet op welke wijze medewerkers melding kunnen maken van incidenten van ongewenst gedrag.</p>

<h2>Te verwachten wijzigingen in 2027</h2>

<h3>Wet toelatingsstelsel arbeidskrachten</h3>

<p>In een eerdere <a href="https://ploum.nl/nieuws/wet-voor-toelatingsstelsel-uitzendarbeid-wtta-aangenomen">blog</a> informeerden wij al over de Wet toelatingsstelsel arbeidskrachten (Wtta) en de gevolgen hiervan voor organisaties die arbeidskrachten inlenen en/of uitlenen. De Wtta houdt kort gezegd in dat alleen uitleners die zijn opgenomen in een openbaar register personeel mogen uitlenen. Hoewel de Wtta naar verwachting op 1 januari 2027 in werking treedt, is het goed hier nu al op te anticiperen door tijdig te inventariseren bij welke organisaties personeel wordt ingeleend en of de overeenkomsten die hieraan ten grondslag liggen, gelet op de Wtta, herzien moeten worden.</p>

<h3>Wetsvoorstel modernisering concurrentiebeding</h3>

<p>Naar verwachting zal het wetsvoorstel modernisering concurrentiebeding in het eerste halfjaar van 2026 worden voorgelegd aan de Tweede Kamer. In een eerdere <a href="https://ploum.nl/nieuws/concurrentiebeding-aan-banden" style="color:#0563c1; text-decoration:underline">blog</a> informeerden wij al over de gevolgen van dit wetsvoorstel.</p>

<h3>Rouwverlof</h3>

<p>Naar alle waarschijnlijkheid volgt in 2026 een wijziging van de Wet arbeid en zorg waarmee een wettelijke regeling voor rouwverlof wordt ingevoerd. Het voornemen is dat werknemers met minderjarige kinderen van wie de partner of een kind overlijdt dan recht krijgen op een werkweek betaald verlof bij een fulltime dienstverband. Mogelijk wordt het rouwverlof gecombineerd met een nieuw, vereenvoudigd verlofstelsel. Een wetsvoorstel hiervoor is nog in voorbereiding.</p>

<p>Kortom, veel aankomende en verwachte wijzigingen. Wie zich inschrijft voor onze <a href="https://ploum.nl/nieuwsbrief">nieuwsbrief</a>, blijft up to date. Bij vragen over deze wetswijzigingen of andere arbeidsrechtelijke zaken staat ons <a href="https://ploum.nl/specialisten?advanced-filter-categories=arbeidsrecht">team Arbeidsrecht </a>voor u klaar. Neem gerust contact op!</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Kwijtschelding van douanerechten en artikel 116 DWU: een gemiste prejudiciële kans]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/kwijtschelding-van-douanerechten-en-artikel-116-dwu-een-gemiste-prejudiciele-kans</link>
		  <pubDate>Fri, 06 Mar 2026 1:14:22 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Jikke Biermasz, Arjan Wolkers, Ferah Taptik en Irene Stassen]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p><em>Het arrest Tenergie (C-259/24) en de - door hun hypothetische formulering - onbeantwoorde vragen over de verplichting van de douaneautoriteiten van de lidstaten om kwijtscheldingsverzoeken aan de Commissie door te zenden. </em><a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz">Jikke Biermasz</a> bespreekt het arrest.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Voor de douanepraktijk veelbelovende vragen, maar geen antwoord uit Luxemburg</h2>

<p>Het arrest van het Hof van Justitie van 18 december 2025 (<a href="http://eur-lex.europa.eu/legal-content/FR/TXT/HTML/?uri=CELEX:62024CJ0259">zaak C-259/24, <em>SAS Tenergie Development</em></a>) leek alles in zich te hebben voor een richtinggevende uitspraak op het terrein van de EU douanewetgeving. Een aanzienlijke navordering voor antidumping- en compenserende rechten, een omvangrijk OLAF-onderzoek, verzoeken om kwijtschelding van douanerechten en daarbovenop een vraag die in de douanepraktijk al jaren speelt: wanneer is een lidstaat op grond van artikel 116 Douanewetboek van de Unie (DWU) verplicht een verzoek om kwijtschelding voor te leggen aan de Europese Commissie?</p>

<p>Wie hoopte op inhoudelijke duidelijkheid, komt echter bedrogen uit. Het Hof van Justitie verklaarde de prejudici&euml;le vragen niet-ontvankelijk. Niet omdat zij juridisch oninteressant waren &ndash; integendeel &ndash; maar omdat zij volgens het Hof van Justitie berustten op een onvoldoende vastgestelde feitelijke premisse. Daarmee blijven de kernvragen onbeantwoord.</p>

<p>Dat is spijtig, maar tegelijkertijd ook leerzaam. Want dit arrest laat zien waar het in de prejudici&euml;le procedure mis kan gaan, en welke lessen de praktijk daaruit kan trekken.</p>

<h2>Feiten &ndash; zonnepanelen, oorsprong en navordering</h2>

<p>SAS Tenergie Development is een Franse onderneming die zonnepanelen importeerde die vanuit Taiwan naar de Europese Unie werden verzonden. Naar aanleiding van een internationaal onderzoek door het Europees bureau voor fraudebestrijding (OLAF) concludeerden de Franse douaneautoriteiten dat deze panelen in werkelijkheid van Chinese oorsprong waren. Dat leidde tot de toepassing van antidumping- en compenserende rechten.</p>

<p>Na een eerste navordering die werd ingetrokken wegens schending van het recht om te worden gehoord, volgde in 2020 een nieuwe navordering ter hoogte van circa<strong> </strong>2,4 miljoen euro. Tenergie diende vervolgens bij de Franse douane verzoeken om kwijtschelding in. Die verzoeken waren gebaseerd op:</p>

<ul>
	<li>artikel 119 DWU (kwijtschelding wegens een vergissing van de bevoegde autoriteiten), en</li>
	<li>artikel 120 DWU (kwijtschelding op grond van billijkheid (bijzondere omstandigheden zonder bedrog of kennelijke nalatigheid van de schuldenaar)).</li>
</ul>

<p>Volgens Tenergie hadden zowel de Franse douane als de Europese Commissie al in een vroeg stadium signalen over de Chinese oorsprong van zonnepanelen die via Taiwan werden uitgevoerd, zonder haar daarover te informeren. Daarnaast voerde zij aan dat de douaneautoriteiten de betrokken aangiften ten invoer herhaaldelijk hadden aanvaard, terwijl alle relevante documenten waren overgelegd en &ndash; gelet op de beschikbare informatie en risicosignalen &ndash; aanleiding bestond voor nader onderzoek. Dat aanvaarden&nbsp; van de aangiften zou, aldus Tenergie, een vergissing van de bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 119 DWU kunnen opleveren. Tot slot meende zij dat de betrokkenheid van de &nbsp;OLAF meebracht dat het dossier op grond van artikel 116 DWU verplicht aan de Commissie had moeten worden doorgezonden. De Franse douane wees de verzoeken af. De zaak belandde uiteindelijk bij de nationale rechter, die besloot prejudici&euml;le vragen te stellen aan het Hof van Justitie.</p>

<h2>Juridisch kader &ndash; terugbetaling, kwijtschelding en artikel 116 DWU</h2>

<p>Artikel 116 DWU vormt het procedurele kader voor zowel terugbetaling als kwijtschelding van douanerechten. Het onderscheid tussen beide begrippen is zuiver procedureel van aard en hangt uitsluitend samen met de vraag of de douanerechten reeds zijn voldaan:</p>

<ul>
	<li>van terugbetaling is sprake wanneer de douanerechten reeds zijn betaald;</li>
	<li>van kwijtschelding is sprake wanneer de douanerechten nog niet zijn betaald.</li>
</ul>

<p>Dit volgt rechtstreeks uit de definities in artikel 5 DWU. Het DWU maakt daarmee geen inhoudelijk onderscheid tussen de gronden voor terugbetaling en kwijtschelding; dezelfde materi&euml;le voorwaarden zijn van toepassing. Het DWU kent vier redenen om tot terugbetaling of kwijtschelding over te gaan, te weten:</p>

<ul>
	<li>bij te veel in rekening gebrachte invoerrechten (artikel 117 DWU);</li>
	<li>feitelijke gebrekkigheid van de goederen of contractuele non-conformiteit (artikel 118 DWU);</li>
	<li>vergissing van de bevoegde douaneautoriteiten (artikel 119 DWU);</li>
	<li>billijkheid (artikel 120 DWU);</li>
</ul>

<p>In deze zaak ging het om verzoeken tot kwijtschelding gebaseerd op:</p>

<ul>
	<li>artikel 119 DWU: een vergissing van de bevoegde autoriteiten die de schuldenaar redelijkerwijs niet kon ontdekken en waarbij hij te goeder trouw heeft gehandeld;</li>
	<li>artikel 120 DWU: betreffende bijzondere omstandigheden waarin geen sprake was van bedrog of kennelijke nalatigheid van de schuldenaar.</li>
</ul>

<p>Artikel 116, lid 3, DWU bepaalt vervolgens in welke gevallen een verzoek om terugbetaling of kwijtschelding door lidstaten wordt voorgelegd aan de Europese Commissie. Dat was de kern van de verwijzingszaak. De kern van de verwijzingszaak was de vraag of de Franse douane in deze omstandigheden tot doorzending had moeten overgaan. Dit artikel bepaalt dat de douaneautoriteiten het dossier met het oog op het verkrijgen van een beschikking van de Commissie aan de Commissie voorleggen als zij van mening zijn dat terugbetaling of kwijtschelding moet worden verleend op basis van artikel 119 of 120 DWU en &eacute;&eacute;n van de volgende situaties zich voordoet:</p>

<ul>
	<li>wanneer de douaneautoriteiten van oordeel zijn dat de bijzondere omstandigheden ex artikel 120 DWU het gevolg zijn van het feit dat de Commissie haar verplichtingen niet is nagekomen;</li>
	<li>wanneer de douaneautoriteiten van oordeel zijn dat de Europese Commissie een vergissing heeft begaan in de zin van artikel 119 DWU;</li>
	<li>wanneer de omstandigheden van het concrete geval verband houden met de resultaten van een door de Unie verricht onderzoek, zoals onderzoek door&nbsp; OLAF;</li>
	<li>wanneer het bedrag waarvoor de betrokkene aansprakelijk kan zijn, als gevolg van een vergissing of bijzondere omstandigheden, het drempelbedrag van EUR 500.000,- haalt of overschrijdt.</li>
</ul>

<p>De kernvraag in <em>Tenergie</em> was of die doorzending verplicht is zodra aan de voorwaarden van artikel 119 of 120 DWU is voldaan.</p>

<h2>De prejudici&euml;le vragen &ndash; juridisch scherp, maar feitelijk kwetsbaar</h2>

<p>De Franse rechter legde het Hof van Justitie drie prejudici&euml;le vragen voor, samengevat:</p>

<ol>
	<li><em>in de hypothese waarin een onderneming, zoals in het onderhavige geval, voldoet aan de voorwaarden genoemd in de artikelen 119 en 120 van het DWU, bestaat er dan een verplichting voor de douane om het dossier aan de Commissie door te zenden? </em></li>
	<li><em>als het antwoord op de eerste vraag is dat de nationale douaneautoriteiten in dat geval gebonden zijn aan hun bevoegdheid om het dossier voor te leggen (lees: de bevoegdheid tot voorleggen, levert tevens een verplichting op) leidt het niet-doorzenden van het dossier dan tot kwijtschelding van de rechten?</em></li>
	<li><em>kan de lidstaat aansprakelijk zijn voor schade bij een onjuiste toepassing van artikel 116 DWU?</em></li>
</ol>

<p>Het Hof van Justitie kwam echter jammer genoeg niet toe aan beantwoording van deze vragen. De reden daarvoor was niet inhoudelijk, maar procesrechtelijk: de vragen waren gebaseerd op de veronderstelling dat aan de voorwaarden van artikelen 119 en 120 DWU was voldaan, zonder dat de verwijzende rechter dit feitelijk had vastgesteld of onderbouwd.</p>

<p>Sterker nog: uit een eerdere uitspraak van diezelfde rechter leek juist het tegenovergestelde te volgen. Desgevraagd gaf de nationale rechter bovendien aan dat hij hierover nog geen definitief oordeel had gevormd.</p>

<p>Daarmee ontbrak de noodzakelijke feitelijke basis, en werden de vragen door het Hof als hypothetisch aangemerkt.</p>

<h2>Aanvaarding van aangiften: vergissing of niet?</h2>

<p>Een wat ons betreft inhoudelijk interessant &ndash; maar onbeantwoord gebleven &ndash; aspect van deze zaak betreft de vraag of het aanvaarden van douaneaangiften ten invoer, terwijl alle vereiste documenten zijn overgelegd, kan kwalificeren als een vergissing van de douaneautoriteiten in de zin van artikel 119 DWU. Tenergie had dat gesteld.</p>

<p>De rechtspraak van het Hof laat zien dat het enkele aanvaarden van een aangifte of het ontbreken van onmiddellijk ingrijpen in beginsel onvoldoende is om van een vergissing te spreken. De douane is niet gehouden om bij iedere aangifte een diepgaand oorsprongs- of antifraude onderzoek te verrichten. Met andere woorden: een vergissing vergt in de regel een actieve gedraging. Echter, dat kan ook een nalaten zijn. Daarmee schuift de discussie van individuele handelingen naar de vraag in hoeverre structurele tekortkomingen in toezicht en risicoselectie aan de autoriteiten kunnen worden toegerekend.</p>

<p>Wij menen dat aanvaarding onder omstandigheden relevant kan zijn. Met name wanneer de douane beschikte over concrete aanwijzingen die aanleiding gaven tot nader onderzoek, haar risicoselectie of controlesystemen structureel tekortschoten of aangiften werden aanvaard die, gelet op de beschikbare informatie en het eigen risicoprofiel van de douane, niet (zonder meer) hadden mogen passeren.</p>

<p>In die gevallen kan naar onze mening worden betoogd dat niet zozeer een individuele handeling, maar de inrichting en werking van het aangifte- en controlesysteem zelf een vergissing oplevert. Juist die systemische dimensie maakt dit punt in de praktijk zo relevant, met name bij complexe oorsprongs- en antidumpingkwesties.</p>

<h2>Wat ging er mis bij het verwijzen van de zaak naar Luxemburg en wat had anders gekund?</h2>

<p>De kern van het probleem in <em>Tenergie</em> is dat de prejudici&euml;le vragen werden gesteld voordat feitelijk was vastgesteld of aan de voorwaarden voor kwijtschelding was voldaan. Daarmee ontbrak de noodzakelijke toegangspoort tot artikel 116 DWU.</p>

<p>Een andere volgorde had mogelijk wel tot een inhoudelijke uitspraak geleid:</p>

<ul>
	<li><em>eerst</em> vaststellen of sprake is van een vergissing (artikel 119 DWU) of bijzondere omstandigheden (artikel 120 DWU);</li>
	<li><em>pas daarna</em> de vraag stellen welke gevolgen dat heeft voor de verplichting tot doorzending aan de Commissie.</li>
</ul>

<p>Het Hof van Justitie grijpt dit arrest aan om nog eens te benadrukken wat de prejudici&euml;le procedure w&eacute;l en vooral n&iacute;et is. Luxemburg is geen plek waar nationale rechters algemene beschouwingen kunnen ophalen of open vragen &ldquo;voor de zekerheid&rdquo; kunnen neerleggen. Het Hof fungeert niet als adviesorgaan en evenmin als academische vraagbaak. Het spreekt zich alleen uit wanneer dat ook echt nodig is voor de beslechting van het concrete geschil dat bij de nationale rechter voorligt. Ontbreekt een voldoende vastgestelde feitelijke basis, of zijn de gestelde vragen opgebouwd rond een hypothetische veronderstelling, dan houdt het Hof de deur gesloten. In <em>Tenergie</em> leidde dat ertoe dat de inhoudelijk interessante vragen over artikel 116 DWU vooralsnog onbesproken bleven.</p>

<h2>En nu? &ndash; uitstel, geen definitief afstel</h2>

<p>Het Hof van Justitie laat in het arrest expliciet de mogelijkheid open dat de nationale rechter opnieuw prejudici&euml;le vragen stelt, mits de rechter de feitelijke onderbouwing aanscherpt. De discussie over artikel 116 DWU is daarmee niet be&euml;indigd, maar lijkt mogelijk slechts te zijn uitgesteld. Het is uiteraard nog wel afwachten of er een vervolg komt. Samenvattend: wie Luxemburg een vraag stelt, moet eerst zelf durven beslissen.</p>

<h2>Praktische lessen voor de douanepraktijk</h2>

<p>Het arrest <em>Tenergie </em>laat allereerst zien dat een beroep op terugbetaling of kwijtschelding van douanerechten staat of valt met een zorgvuldige feitelijke onderbouwing. Het vergt precisie dus. Zonder een duidelijke vaststelling dat daadwerkelijk sprake is van een vergissing in de zin van artikel 119 DWU of van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 120 DWU, komt de toepassing van artikel 116 DWU eenvoudigweg niet in beeld.</p>

<p>Tegelijkertijd is het naar onze mening echt spijtig dat het Hof zich niet inhoudelijk heeft kunnen uitlaten over een voor de praktijk wezenlijke vraag: verleent artikel 116, lid 3, DWU de douaneautoriteiten slechts een bevoegdheid om een dossier aan de Commissie voor te leggen, of schept die bepaling onder omstandigheden een daadwerkelijke verplichting? Hoe moeten de woorden: &lsquo;<em>Indien de douaneautoriteiten van mening zijn</em>&rsquo; worden ge&iuml;nterpreteerd?&nbsp; Evenmin is duidelijk geworden in hoeverre de nationale rechter kan toetsen of de douane van mening had moeten zijn dat aan de voorwaarden van artikel 119 of 120 DWU was voldaan, of dat de douane dit oordeel, mogelijk ten onrechte, autonoom kan afwijzen zonder effectieve rechterlijke controle. Daarmee blijft ook de vraag open hoe moet worden omgegaan met situaties waarin de douane weigert een zaak voor te leggen, juist op het punt waar de rechtsbescherming van marktdeelnemers het meest wringt. Daarmee raakt deze bepaling direct aan de vraag of marktdeelnemers effectieve rechterlijke bescherming genieten tegen een (mogelijk onjuiste) weigering tot doorzending.</p>

<p>Ten slotte bevat <em>Tenergie </em>een duidelijke les over de prejudici&euml;le procedure zelf. Inhoudelijk veelbelovende vragen bereiken Luxemburg alleen wanneer zij rusten op een stevig vastgestelde feitelijke basis. Wie het Hof om richting vraagt, zal eerst zelf de knopen moeten doorhakken. Zonder die volgorde blijft het antwoord uit &ndash; hoe relevant de vraag voor de douanepraktijk ook is.</p>

<h2>Douanepraktijk Ploum</h2>

<p>De <a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/douanerecht">douanepraktijk van Ploum</a> adviseert en procedeert over alle aspecten van het Europese douanerecht, waaronder antidumping- en compenserende maatregelen, oorsprong en waardering, douaneschulden en kwijtschelding van rechten. Onder andere <a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz">Jikke Biermasz</a> en <a href="https://ploum.nl/specialisten/arjan-wolkers">Arjan Wolkers</a> staan binnen deze praktijk marktdeelnemers bij in complexe douane- en handelsrechtelijke vraagstukken, zowel in advies als in procedures voor nationale rechters en het Hof van Justitie van de Europese Unie.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[A new legal regime redefining contractor’s liability: a cautionary tale when contracting (FIDIC) projects in the Netherlands]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/a-new-legal-regime-redefining-contractors-liability-a-cautionary-tale-when-contracting-fidic-projects-in-the-netherlands</link>
		  <pubDate>Tue, 13 Jan 2026 11:16:40 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[EUDR uitgesteld en vereenvoudigd: wat Verordening (EU) 2025/2650 écht verandert]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/eudr-uitgesteld-en-vereenvoudigd-wat-verordening-eu-2025-2650-echt-verandert</link>
		  <pubDate>Mon, 05 Jan 2026 3:10:04 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Jikke Biermasz]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Op 23 december 2025 is Verordening (EU) 2025/2650 gepubliceerd: de langverwachte wijziging van de Europese Ontbossingsverordening (EU Deforestation Regulation (EUDR), Verordening (EU) 2023/1115). De timing was cruciaal. Zonder deze wijziging zou de EUDR op 30 december 2025 van toepassing zijn geworden. Na maanden van politieke discussie bereikten Europees Parlement en Raad op 4 december 2025 een politiek akkoord, dat medio december formeel werd aangenomen en op 23 december werd gepubliceerd. <a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz" style="color:#0563c1; text-decoration:underline">Jikke Biermasz</a> bespreekt de wijzigingsverordening.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<p>Het tijdstip van de publicatie van de wijziging en het uitstel was, voor wie oog heeft voor symboliek, niet zonder ironie. Op de dag v&oacute;&oacute;r kerstavond &ndash; traditioneel het moment waarop in miljoenen Europese huiskamers een gekapte kerstboom wordt opgetuigd &ndash; werd een verordening gepubliceerd die de toepassing van het EU-ontbossingskader uitstelt en vereenvoudigt. Daarmee werd het uitstel geformaliseerd op het symbolische hoogtepunt van Europa&rsquo;s grootste, sociaal geaccepteerde jaarlijkse ontbossingsritueel.</p>

<p>De boodschap voor het bedrijfsleven is tweedelig:</p>

<ul>
	<li>ondernemingen krijgen meer tijd, en</li>
	<li>voor bepaalde partijen in de keten worden de administratieve verplichtingen aanzienlijk verlicht.</li>
</ul>

<p>De fundamentele doelstelling blijft echter ongewijzigd: producten die verband houden met ontbossing en bosdegradatie mogen niet op de EU-markt worden gebracht of worden uitgevoerd.</p>

<h2>Uitstel van de inwerkingtreding</h2>

<p>De EUDR is niet langer van toepassing per 30 december 2025, maar:</p>

<ul>
	<li>met ingang van 30 december 2026 voor middelgrote en grote marktdeelnemers en handelaren;</li>
	<li>met in gang van 30 juni 2027 voor marktdeelnemers die zich uiterlijk op 31&nbsp;december 2024 hebben gevestigd als natuurlijke persoon of als micro- of kleine onderneming in de zin van artikel&nbsp;3, lid&nbsp;1, respectievelijk lid&nbsp;2, eerste alinea, van Richtlijn 2013/34/EU, ongeacht hun rechtsvorm.</li>
</ul>

<p>Dit uitstel is bedoeld om ondernemingen, lidstaten en derde landen in staat te stellen hun systemen, processen en IT-infrastructuur aan te passen. Tegelijkertijd moet deze periode worden gebruikt om het centrale Europese informatiesysteem robuuster te maken.</p>

<p>Het uitstel betekent echter geen inhoudelijke afzwakking van de EUDR-doelstellingen. De verplichtingen schuiven op, maar zijn niet van de baan.</p>

<h2>Beperking van de productscope: bepaalde gedrukte producten geschrapt uit het toepassingsbereik</h2>

<p>Een relatief kleine, maar concrete wijziging betreft de reikwijdte van bijlage I bij de EUDR. Bepaalde gedrukte producten (hoofdstuk 49 van de Gecombineerde Nomenclatuur) zijn uit de scope verwijderd. Dit betreft artikelen van uitgeverijen, van de pers of van een andere grafische industrie, geschreven of getypte teksten en plannen, van papier, dus onder meer boeken, kranten en andere papieren drukindustrieproducten.</p>

<p>Voor alle andere relevante grondstoffen (runderen, cacao, koffie, oliepalm, rubber, soja en hout) en hun afgeleide producten blijft de EUDR onverkort gelden. De schrapping van relevante producten &ldquo;ex 49&rdquo; van de relevante grondstof hout uit bijlage I bij de EUDR wordt in de overwegingen niet afzonderlijk gemotiveerd. Zij past evenwel in de bredere vereenvoudigingsdoelstelling van de wetgever, die toezicht en rapportage wil concentreren op producten met daadwerkelijke ontbossingsrelevantie en administratieve lasten wil verminderen waar het ontbossingsrisico beperkt is.</p>

<h2>Nieuwe ketenstructuur: downstreammarktdeelnemers</h2>

<p><em><u>Van &ldquo;alles en iedereen&rdquo; naar een gelaagde keten</u></em></p>

<p>De oorspronkelijke EUDR werd bekritiseerd omdat zij de indruk wekte dat ieder bedrijf in de keten opnieuw volledige <em>due diligence</em> zou moeten uitvoeren. Verordening 2025/2650 corrigeert dit door een expliciet onderscheid te maken tussen:</p>

<ul>
	<li>(primaire) marktdeelnemers (<em>first placement on the EU market</em>),</li>
	<li>downstreammarktdeelnemers, en</li>
	<li>handelaren.</li>
</ul>

<p>Nieuw is vooral de categorie downstreammarktdeelnemers: partijen die producten op de markt brengen of uitvoeren die zijn vervaardigd met gebruikmaking van relevante producten die al onder een <em>due diligence</em>-verklaring of vereenvoudigde aangifte op de EU-markt zijn gebracht.</p>

<p><em><u>Slechts &eacute;&eacute;n &ldquo;eerste downstream&rdquo; met volledige traceerbaarheid</u></em></p>

<p>Een cruciale vereenvoudiging is dat alleen de eerste downstreammarktdeelnemer (of eerste downstreamhandelaar) verplicht is om:</p>

<ul>
	<li>de referentienummers van <em>due diligence</em>-verklaringen, of</li>
	<li>de aangifte-identificatienummers van vereenvoudigde aangiften</li>
</ul>

<p>te verzamelen en te bewaren.</p>

<p>Downstreamactoren verderop in de keten zijn daarvan vrijgesteld. Zij hoeven geen referentienummers te verzamelen en hoeven geen <em>due diligence</em>-verklaring in te dienen. Dit voorkomt een cumulatie van administratieve lasten.</p>

<p>Niet-kmo downstreammarktdeelnemers en niet-kmo handelaren moeten zich wel registreren in het centrale EUDR-informatiesysteem.</p>

<h2>Verplichtingen van downstreammarktdeelnemers en handelaren</h2>

<p>Hoewel downstreammarktdeelnemers geen <em>due diligence</em> hoeven uit te voeren, zijn zij niet &ldquo;vrijgesteld&rdquo; van verplichtingen. Zij moeten:</p>

<ul>
	<li>gegevens verzamelen over hun leveranciers en afnemers;</li>
	<li>referentienummers of aangifte-ID&rsquo;s bewaren (alleen als hun leverancier een marktdeelnemer is);</li>
	<li>deze informatie vijf jaar bewaren;</li>
	<li>bevoegde autoriteiten informeren bij signalen van mogelijke non-conformiteit.</li>
</ul>

<p><em>Concrete aanwijzingen</em></p>

<p>De gewijzigde EUDR maakt onderscheid tussen:</p>

<ul>
	<li>concrete aanwijzingen (met voldoende redenen onderbouwde claims op basis van objectieve en verifieerbare informatie betreffende non-conformiteit), en</li>
	<li>andere relevante informatie.</li>
</ul>

<p>Bij concrete aanwijzingen gelden zwaardere verplichtingen voor niet-kmo downstreammarktdeelnemers en handelaren: zij moeten verifi&euml;ren dat <em>due diligence</em> is uitgevoerd en mogen het product alleen op de markt brengen als het risico verwaarloosbaar blijkt. In andere gevallen volstaat het informeren van de bevoegde autoriteiten.</p>

<h2>Vereenvoudigd regime voor micro- en kleine primaire marktdeelnemers</h2>

<p>Een belangrijke wijziging betreft de introductie van de categorie primaire micro- of kleine marktdeelnemers, gedefinieerd in het ingevoegde artikel 2, punt 15 bis van de EUDR.</p>

<p>Voor deze groep geldt een sterk vereenvoudigd regime:</p>

<ul>
	<li>geen volledige due diligence-verklaring per product;</li>
	<li>slechts een eenmalige vereenvoudigde aangifte in het informatiesysteem;</li>
	<li>toekenning van een aangifte-identificatienummer;</li>
	<li>mogelijkheid om geolocatie te vervangen door een postadres;</li>
	<li>vrijstelling indien gelijkwaardige gegevens al beschikbaar zijn in bestaande systemen.</li>
</ul>

<h2>Toezicht, controles en sancties: kern blijft overeind</h2>

<p>De controle-architectuur blijft stevig. Lidstaten moeten jaarlijkse controles uitvoeren op basis van risicoprofielen (3% standaard, 9% hoog risico, 1% laag risico). Sancties kunnen oplopen tot ten minste 4% van de totale EU-jaaromzet.</p>

<h2>Vereenvoudigingsevaluatie in 2026</h2>

<p>De Commissie moet uiterlijk op 30 april 2026 een vereenvoudigingsreview uitvoeren. Dit betekent dat de EUDR ook na deze wijziging nog niet in beton is gegoten.</p>

<h2>Praktisch aandachtspunt: de overgangsperiode 2026&ndash;2027</h2>

<p>Een open vraag blijft hoe downstreammarktdeelnemers moeten omgaan met de periode van 30 december 2026 tot 30 juni 2027, waarin de EUDR al geldt voor downstreamactoren maar nog niet voor micro- en kleine primaire marktdeelnemers. Nadere verduidelijking ligt hier voor de hand.</p>

<h2>Conclusie</h2>

<p>Verordening (EU) 2025/2650 brengt verlichting, maar geen vrijblijvendheid. De kern blijft: ontbossingsvrije producten zijn een harde markttoegangseis. Het extra jaar moet worden benut om compliance-systemen robuust &eacute;n flexibel in te richten, met oog voor verdere wijzigingen na april 2026.</p>

<p>Wie deze periode uitsluitend als uitstel beschouwt en verdere voorbereiding laat liggen, loopt het risico dat de aangekondigde vereenvoudiging op korte termijn omslaat in een complexe en tijdkritische implementatie.</p>

<h2>Over Ploums praktijkgroep Douane, Handel &amp; Logistiek</h2>

<p>Ploums praktijkgroep <a href="https://ploum.nl/expertises/themas/douane-en-internationale-handel">Douane, Handel &amp; Logistiek</a> adviseert en procedeert over alle aspecten van internationale handel en logistiek. Het team heeft diepgaande expertise in het EU douanerecht, internationale handelsrecht, productregelgeving en logistieke vraagstukken, en begeleidt ondernemingen zowel bij strategische compliance vraagstukken als in bestuursrechtelijke en civiele procedures tegen toezichthouders en andere partijen in de handels- en logistieke ketens.</p>

<p>Voor vragen over de EUDR en de gevolgen daarvan voor uw organisatie kunt u contact opnemen met <a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz">Jikke Biermasz</a>, <a href="https://ploum.nl/specialisten/marijn-van-tuijl">Marijn van Tuijl</a> en/of <a href="https://ploum.nl/specialisten/michael-hajdasinski">Michael Hajdasinski</a>. Zij denken graag met u mee over de juridische en praktische impact van de EUDR voor uw bedrijf en binnen uw toeleveringsketen.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Jaaroverzicht medezeggenschap 2025]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/jaaroverzicht-medezeggenschap-2025</link>
		  <pubDate>Wed, 31 Dec 2025 3:10:41 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Astrid van Toledo]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>2025 markeert een bijzonder jaar voor het medezeggenschapsrecht. De Wet op de Ondernemingsraden (WOR) vierde haar 75-jarig bestaan. Wij schreven er <a href="https://ploum.nl/nieuws/75-jaar-wet-op-de-ondernemingsraden-de-ontwikkeling-van-de-ondernemingsraad" target="_blank">dit blog</a> over.</p>

<p>In 2025 zijn artikel 25 (adviesrecht) en artikel 27 (instemmingsrecht) WOR weer meermaals in de rechtspraak aan de orde geweest. In eerdere blogs bespraken wij de reikwijdte van <a href="https://ploum.nl/nieuws/alles-over-de-ondernemingsraad-deel-3-het-adviesrecht" target="_blank">het adviesrecht</a> en <a href="https://ploum.nl/nieuws/bijzondere-bevoegdheid-van-de-or-het-instemmingsrecht" target="_blank">het instemmingsrecht</a>. In dit jaaroverzicht belichten wij de belangrijkste uitspraken uit 2025 die deze rechten verder hebben ingevuld.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h1>Instemmingsrecht</h1>

<h2>Be&euml;indiging aandelenregeling</h2>

<p>Een Nederlandse vennootschap, behorend tot een internationale groep, wilde een aandelenregeling be&euml;indigen zonder instemming van de OR. De OR had instemming onthouden en riep de nietigheid in van het zonder zijn toestemming genomen besluit tot be&euml;indiging van de aandelenregeling. De vennootschap vroeg vervolgens vervangende toestemming aan de kantonrechter. <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:6639" target="_blank">Die oordeelde</a> dat de aandelenregeling een arbeidsvoorwaardenregeling betrof en dat het afschaffen daarvan onder artikel 27 WOR viel. Dat het besluit om de aandelenregeling te be&euml;indigen was genomen door de moedermaatschappij maakte dit niet anders. Het besluit van de moedermaatschappij greep volgens de rechtbank namelijk rechtstreeks in op de secundaire arbeidsvoorwaarden van een relevante groep werknemers van de vennootschap. Vervangende toestemming werd geweigerd omdat de weigering van de OR om instemming te verlenen niet onredelijk werd geoordeeld in verband met het ontbreken van een (aanvullende) compensatieregeling.</p>

<h2>Wijziging van bonusregeling</h2>

<p>In de hoger beroepszaak van <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:1894" target="_blank">PPD/Thermo Fisher</a> vernietigde het hof Den Haag <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBROT:2024:9798" target="_blank">de beslissing van de rechtbank</a> Rotterdam dat de overgang van het Long-Term Incentive Program (LTI) naar het Thermo Fisher Equity Award Program (EAP) na een overname door een Amerikaans bedrijf instemmingsplichtig was. Onder het LTI kregen alle werknemers in functieschaal 8 en hoger een gegarandeerde bonus. Bij het EAP werd de toekenning afhankelijk van prestaties, budget en voordracht</p>

<p>Volgens de rechtbank veranderde met deze overgang het beoordelingskader wezenlijk: waar voorheen iedere werknemer binnen de schaal recht had op een bonus, kreeg nu slechts een beperkt aantal medewerkers die beloning. Dat zag de rechtbank als een trendbreuk, omdat de onderlinge rangorde van beloningen veranderde.</p>

<p>Het hof komt echter tot een tegenovergesteld oordeel. Volgens het hof is er g&eacute;&eacute;n sprake van een wijziging van de beloningssystematiek. De functiegroepen die in aanmerking komen voor een langetermijnbeloning zijn immers hetzelfde gebleven. Ook het doel van de regeling &ndash; een beloning op lange termijn voor hogere functies &ndash; bleef ongewijzigd. Dat de toekenning niet langer gegarandeerd is, maar afhankelijk van prestaties en budget, raakt volgens het hof alleen de hoogte en verdeling van de beloning, niet de systematiek van waardering tussen functies.</p>

<h2>Wijziging hybride werkregeling</h2>

<p>Asus Europe wilde het aantal verplichte kantoordagen verhogen binnen een hybride werkregeling, zonder instemming van de OR. De <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:3782" target="_blank">rechtbank Amsterdam</a> oordeelde dat een thuiswerkregeling of een regeling over hybride werken is aan te merken als een regeling op het gebied van arbeidsomstandigheden en dus het instemmingsrecht van de OR van toepassing is. Zonder instemming van de OR mag de regeling niet worden gewijzigd. Deze uitspraak bevestigt dat structurele wijzigingen in thuiswerkbeleid instemmingsplichtig zijn.</p>

<h2>Bovenwettelijk instemmingsrecht?</h2>

<p>De OR stelde dat hij een bovenwettelijk instemmingsrecht had verkregen ten aanzien van de regeling maaltijdvergoeding. De OR beriep zich op artikel 32 lid 2 WOR en voerde aan dat de regeling in 2013 met instemming van de OR was ingevoerd en sindsdien niet zonder instemming gewijzigd mocht worden. <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:14926" target="_blank">Rechtbank Den Haag</a> oordeelde echter dat als er geen schriftelijke overeenkomst is waarin een bovenwettelijk instemmingsrecht is vastgelegd, moet worden beoordeeld of dit recht op een andere manier is overeengekomen. De OR moet daarbij feiten stellen en &ndash; bij betwisting &ndash; bewijzen waaruit dit kan worden afgeleid. De OR slaagde daarin niet, waarbij de rechtbank erop wees dat:</p>

<ul>
	<li>Er geen schriftelijke overeenkomst was gesloten waarin een bovenwettelijk instemmingsrecht was vastgelegd.</li>
	<li>Uit de Handleiding, e-mailwisselingen en overlegmomenten niet ondubbelzinnig blijkt dat een instemmingsrecht is overeengekomen.</li>
	<li>De OR niet mocht vertrouwen op het bestaan van een instemmingsrecht op basis van stilzwijgen of het uitblijven van correctie door de werkgever na het inroepen van de nietigheid van een besluit door de OR.</li>
</ul>

<h1>Adviesrecht</h1>

<h2>Concernbesluit zonder lokale afweging</h2>

<p>Micro Focus nam een reorganisatiebesluit op concernniveau waarbij in Nederland 12 arbeidsplaatsen kwamen te vervallen en legde dit zonder voldoende lokale informatie voor aan de OR van de Nederlandse werkmaatschappij. <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:1299" target="_blank">De Ondernemingskamer</a> oordeelde dat de informatieverstrekking aan de OR onvoldoende was geweest omdat een duidelijke onderbouwing van de impact op de Nederlandse organisatie en een zelfstandige belangenafweging tussen het concernbelang en het lokale belang ontbrak.</p>

<p>De verwijzing naar een wereldwijd Business Optimization Plan was niet genoeg; ook lokale gevolgen moeten inzichtelijk worden gemaakt. De conclusie was dan ook dat Micro Focus bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen.</p>

<h2>Onvoldoende adviestraject</h2>

<p>In deze zaak stond het adviesrecht centraal. Escience had een strategisch besluit genomen met aanzienlijke gevolgen voor de organisatie en het personeel, zonder het advies van de OR daarover af te wachten. <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:1794" target="_blank">De Ondernemingskamer</a> licht toe dat er twee voorwaarden gelden voordat een ondernemer een besluit mag nemen zonder het advies van OR af te wachten: (i) de OR moet voldoende gelegenheid hebben gehad om te adviseren, maar heeft dit desondanks niet tijdig gedaan en (ii) van de ondernemer kan in redelijkheid niet worden verwacht nog langer te wachten met het nemen van een besluit. De Ondernemingskamer concludeert in dit geval dat Escience bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot het besluit.</p>

<h1>Varia</h1>

<h2>Geheimhouding</h2>

<p>In deze zaak stond de vraag centraal of een vervoersbedrijf in redelijkheid geheimhouding mocht opleggen aan de OR over een voorgenomen besluit om niet in te schrijven op een concessie voor openbaar vervoer in een bepaalde regio. De OR wilde de achterban en vakbonden raadplegen over het besluit, mede omdat het personeel mogelijk zou overgaan naar een andere entiteit binnen het concern in plaats van de concessiehouder. De ondernemer stelde echter dat openbaarmaking van deze informatie concurrentiegevoelig was en schadelijk kon zijn binnen het aanbestedingstraject. <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:2448" target="_blank">De kantonrechter</a> oordeelde in kort geding dat de ondernemer in redelijkheid geheimhouding mocht opleggen. De OR mocht alternatieve scenario&rsquo;s bespreken met de achterban, zolang niet werd onthuld dat het niet-inschrijven de voorgenomen strategie was. Geheimhouding op grond van artikel 20 WOR kan dus gerechtvaardigd zijn bij strategische en concurrentiegevoelige besluiten, mits de OR voldoende ruimte houdt om zijn medezeggenschapstaak uit te voeren binnen redelijke grenzen.</p>

<h2>Instellen gemeenschappelijke ondernemingsraad &nbsp;</h2>

<p>In deze hoger beroep zaak is door <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:1370" target="_blank">hof Amsterdam</a> geoordeeld dat Albert Heijn in redelijkheid het besluit heeft kunnen nemen tot instelling van een gemeenschappelijke ondernemingsraad (GEMOR). Volgens het hof is voldoende aannemelijk gemaakt dat instelling van een GEMOR &ndash; in verband met de structuur van de organisatie en de verwevenheid van de werkmaatschappijen - bevorderlijk is voor een goede toepassing van de WOR in de betrokken ondernemingen.</p>

<h1>Reflectie</h1>

<p>De rechtspraak van 2025 bevestigt opnieuw dat medezeggenschap geen formaliteit is. Of het nu gaat om instemmingsrecht bij thuiswerkbeleid, advies bij reorganisaties of de grenzen van geheimhouding: medezeggenschap speelt op veel vlakken een belangrijke rol.</p>

<p style="text-align:justify">Meer weten over medezeggenschap? Klik&nbsp;<a href="https://ploum.nl/overzicht/tag/ondernemingsraad" target="_blank">hier</a>&nbsp;voor onze andere blogs over dit onderwerp. U kunt zich ook inschrijven voor onze&nbsp;<a href="https://ploum.nl/nieuwsbrief" target="_blank">nieuwsbrief</a>. Of neem contact op voor een&nbsp;<a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/medezeggenschapsrecht/trainingsaanbod-medezeggenschapsrecht" target="_blank">cursus of workshop medezeggenschap op maat</a>!</p>

<p style="text-align:justify">Bent u OR-lid, bestuurder, HR-professional of legal counsel en hebt u vragen over medezeggenschap? Neem dan contact op met onze specialisten uit het&nbsp;<a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/medezeggenschapsrecht" target="_blank">team Arbeidsrecht</a>. We denken graag met u mee!</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Wanneer van de douanewetgeving alles aan de kerstboom mag]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/wanneer-van-de-douanewetgeving-alles-aan-de-kerstboom-mag</link>
		  <pubDate>Mon, 22 Dec 2025 12:53:48 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<h2>Over glitter, handel en een kleine maar betekenisvolle GN-aantekening&nbsp;</h2>

<p>Het is weer die tijd van het jaar. Winkels hangen vol. Niet alleen met rood, zilver en goud, maar met pastel, zwart-wit, Scandinavisch hout, Barbie-roze en minimalistisch beton. Kerstbomen zijn tegenwoordig geen bomen meer, maar thema&rsquo;s. Je koopt ze afgestemd op je interieur, je identiteit, of gewoon op wat dit jaar &ldquo;in&rdquo; is.</p>

<p>En ergens tussen de lichtslingers zonder lampjes, de glazen paddenstoelen, de abstracte vormen en de plastic ornamenten zonder enige kerstsymboliek, rijst dan de vraag: wanneer is iets eigenlijk een kerstartikel? Die vraag is verrassend genoeg niet alleen filosofisch of commercieel, maar ook juridisch. <a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz">Jikke Biermasz</a> brengt een in dit verband relevante wijziging in een aanvullende GN-aantekening uit 2022 in de herinnering.&nbsp;</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Kerst als handelswaar</h2>

<p>Kerst is al lang niet meer uitsluitend een Christelijk religieus feest. Het is een commercieel seizoen, een logistieke operatie, een wereldwijd handelsmoment. Containers vol kerstdecoratie komen maanden eerder binnen, worden opgeslagen, doorverkocht en herverpakt, vaak zonder dat er ook maar &eacute;&eacute;n kerstman, rendier of ster op te zien is.</p>

<p>Juist daardoor vervaagde in de douanepraktijk jarenlang de grens:</p>

<ul>
	<li>Is iets een kerstartikel omdat het zo heet?</li>
	<li>Of omdat het zo voelt?</li>
	<li>Of omdat het in de maand december wordt verkocht?</li>
</ul>

<p>Het douanerecht heeft daar een uitgesproken nuchter antwoord op.</p>

<h2>De Gecombineerde Nomenclatuur: nuchter tussen de kerstballen</h2>

<p>De Gecombineerde Nomenclatuur (GN) bepaalt onder welke tariefpost een product valt en welk invoerrecht bij invoer in de EU geldt. Daarbij zijn niet alleen de posten en sub-posten relevant, maar ook de aantekeningen die bij de hoofdstukken horen.</p>

<p>Voor kerstartikelen gaat het om GN-post 9505 van Afdeling XX, Hoofdstuk 95, die luidt:</p>

<p><em>&ldquo;9505 &ndash; Feestartikelen, carnavalsartikelen en andere ontspanningsartikelen, benodigdheden voor het goochelen en fop- en schertsartikelen daaronder begrepen&rdquo; </em></p>

<p>Binnen deze post valt onder meer de sub-post 9505 10:</p>

<p><em>&ldquo;9505 10 &ndash; kerstfeestartikelen&rdquo; </em></p>

<p>Deze bewoordingen zijn bewust breed geformuleerd. Ze geven geen uitputtende opsomming, maar vormen het vertrekpunt. De nadere afbakening volgt &mdash; zoals zo vaak &mdash; uit de aantekeningen.</p>

<p>Die aantekeningen zijn geen voetnoten. Ze zijn juridisch bindend. Algemene indelingsregel 1 bepaalt immers: &ldquo;[&hellip;] <em>voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken en &ndash; voor zover dit niet in strijd is met de bewoordingen van bedoelde posten en aantekeningen &ndash; de navolgende regels</em>.&rdquo;</p>

<p>Bij kerstfeestartikelen van 9505 10 hoort &ndash; als geen tariefpreferenties van toepassing zijn &ndash; een douanerecht van 0% als zij van glas zijn gemaakt en een douanerecht van 2,7% als zij van andere stoffen zijn gemaakt. Een nultarief c.q. een laag invoerrecht is uiteraard aantrekkelijk.</p>

<h2>Wat de Commissie in 2022 verduidelijkte</h2>

<p>Met Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1638 heeft de Europese Commissie een aanvullende aantekening bij GN-hoofdstuk 95 aangepast, specifiek voor kerstboomversiering die onder sub-post 9505 10 kan vallen. Over de interpretatie van de formulering van de laatste zin van de aanvullende aantekening zoals die tot dan toe gold, liepen de meningen uiteen. De Commissie overweegt dan ook dat in het belang van de rechtszekerheid moet worden verduidelijkt dat decoratieve artikelen voor kerstbomen wat het thema betreft geen verband hoeven te houden met het kerstfeest, maar dat zij alleen een ontwerp moeten hebben dat ze herkenbaar maakt als decoratieve artikelen voor kerstbomen.</p>

<p>Sindsdien luidt de kern van de aanvullende aantekening 1, punt b):</p>

<p><em>&ldquo;decoratieve artikelen voor kerstbomen. </em></p>

<p><em>Deze artikelen zijn ontworpen om in een kerstboom te hangen (lichte, doorgaans uit niet-duurzame materialen vervaardigde kerstboomversiering).&rdquo;</em></p>

<p>Daarbij is dus niet meer vereist een kerstthema, een religieuze afbeelding of een traditionele kerstbalvorm.</p>

<p>Een ornament hoeft dus geen kerstbal meer te zijn om juridisch als kerstboomversiering te gelden. Dat past naadloos bij het straatbeeld van nu.</p>

<h2>Juridische nuchterheid in een creatieve kerstwereld</h2>

<p>Waar winkels steeds creatiever worden, blijft het douanerecht consequent.<br />
Het kijkt niet naar marketing, sfeer, emotie of de vraag of iets gevoelsmatig bij kerst hoort.</p>

<p>Het kijkt naar ontwerp, functie, objectieve kenmerken, zoals gewicht.</p>

<p>Is een artikel ontworpen om in een kerstboom te hangen? Dan valt het, mits verder passend, onder post 9505, sub-post 9505 10 GN. Ook als het lila is, ook als niemand meteen een associatie met kerst heeft.</p>

<p>Juist doordat het douanerecht loskomt van symboliek, blijft er ruimte voor wat kerst voor mensen persoonlijk betekent. De wet hoeft geen oordeel te vellen over de inhoud van het feest. Zij laat dat over aan de gebruiker, de winkel, het gezin, de boom.</p>

<p>Of je kerst viert als religieuze herdenking, cultureel ritueel, familietraditie of gewoon als moment van licht in de donkere maanden, de kerstboom blijft een plek waar betekenis wordt opgehangen letterlijk en figuurlijk.</p>

<h2>Tot slot</h2>

<p>Uitvoeringsverordening 2022/1638 is geen grote hervorming. Het is een kleine, technische precisering. Maar wel een die perfect past bij de moderne tijd waarin kerst steeds veelzijdiger wordt, en waarin het recht nuchter meebeweegt zonder de magie weg te nemen.</p>

<h2>Over de praktijk Douane, Handel en Logistiek van Ploum</h2>

<p>Ploum beschikt over een gespecialiseerde praktijk Douane, Handel en Logistiek die ondernemingen bijstaat bij complexe vraagstukken op het gebied van het douanerecht en het internationale handelsverkeer. Het team adviseert en procedeert onder meer over tariefindeling, douanewaarde, oorsprong, vergunningen, sanctierecht en handhaving door de douane, evenals over productregelgeving en transportrecht. Daarnaast begeleidt Ploum cli&euml;nten bij bezwaar- en beroepsprocedures tegen douanebeschikkingen en bij strategische vraagstukken rondom compliance en risicobeheersing binnen internationale handelsketens.</p>

<p>Voor vragen naar aanleiding van deze blog kunt u contact opnemen met <a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz">Jikke Biermasz</a> of <a href="https://ploum.nl/specialisten/arjan-wolkers">Arjan Wolkers</a>.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Meerdere banen tijdens ziekte: hoe ver reikt goed werknemerschap?]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/meerdere-banen-tijdens-ziekte-hoe-ver-reikt-goed-werknemerschap</link>
		  <pubDate>Wed, 17 Dec 2025 11:42:30 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Michelle Westhoeve]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Wie tijdens arbeidsongeschiktheid nevenwerkzaamheden verricht zonder toestemming, begeeft zich op glad ijs.</p>

<p>Steeds meer werknemers hebben tegenwoordig twee of zelfs meer banen. Dat is op zichzelf niet verboden. Sinds maart 2022 is het verrichten van nevenwerkzaamheden wettelijk geregeld in artikel 7:653a BW. Dit artikel beschermt werknemers tegen een algemeen verbod op nevenwerkzaamheden. Tegelijkertijd biedt het de werkgever de mogelijkheid om beperkingen op te leggen wanneer daarvoor een objectieve reden bestaat, zoals de gezondheid van de werknemer.</p>

<p>Maar wat als een werknemer ziek is en tegelijkertijd elders aan het werk blijkt te zijn? Recente rechtspraak laat zien dat dit tot conflicten kan leiden.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Goed werknemerschap tijdens ziekte</h2>

<p>Een werknemer dient zich als goed werknemer te gedragen. Tijdens ziekte betekent dit dat de werknemer zich inspant voor herstel en re-integratie, transparant is over nevenwerkzaamheden en geen handelingen verricht die herstel kunnen belemmeren of het vertrouwen van de werkgever schaden. Dit werd bijvoorbeeld bevestigd door de <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:7146" target="_blank">rechtbank Oost-Brabant</a>&nbsp;in een zaak waarin een medewerker op een assemblage-afdeling tijdens ziekte werkte in zijn eigen autobedrijf. Het ontslag op staande voet werd rechtsgeldig geacht.</p>

<p>Het verrichten van nevenwerkzaamheden tijdens arbeidsongeschiktheid is dus risicovol. Dat volgt ook uit een <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7907" target="_blank">recente uitspraak</a>&nbsp;van de Rechtbank Amsterdam, over een werkneemster met maar liefst drie fulltime dienstverbanden. Ook zij handelde in strijd met het goed werknemerschap. Hoewel zij volledig arbeidsongeschikt was verklaard bij haar eerste werkgever, ging zij twee andere fulltime dienstverbanden aan zonder dat te melden. Zij diende dus wekelijks 120 uur te werken. De kantonrechter oordeelde dat zij had moeten begrijpen dat zij bij drie werkgevers tekort zou schieten. Zij handelde in strijd met goed werknemerschap en werd veroordeeld tot een schadevergoeding van ruim<br />
&euro; 73.000 aan haar werkgever.</p>

<h2>Wanneer zijn nevenwerkzaamheden tijdens ziekte ontoelaatbaar?</h2>

<p>Uit rechtspraak blijkt dat rechters vooral kijken naar de volgende factoren:</p>

<ul>
	<li>Transparantie: heeft de werknemer openheid gegeven over de nevenactiviteiten, en had dat van de werknemer verwacht mogen worden?</li>
	<li>Invloed op herstel: belemmeren de werkzaamheden het herstel of de re-integratie? Vaak is hiervoor aanvullende informatie vanuit de bedrijfsarts nodig.</li>
	<li>Toestemming: is er een nevenwerkzaamhedenbeding van toepassing?</li>
	<li>Intentie en vertrouwen: heeft de werknemer bewust onwaarheden verteld of informatie verzwegen?</li>
</ul>

<p>Wanneer een werknemer eerlijk is, toestemming vraagt en werkzaamheden verricht die herstel niet hinderen, zal een ontslag op staande voet doorgaans geen stand houden. Maar bij verzwijgen, misleiding of belangenverstrengeling raakt het vertrouwen vaak onherstelbaar beschadigd, waardoor de werkgever de arbeidsovereenkomst niet zal willen voortzetten.</p>

<h2>Advies voor werkgevers</h2>

<p>In de praktijk wordt een werknemer regelmatig op staande voet ontslagen wanneer blijkt dat hij of zij tijdens ziekte elders werkt. Dit blijft echter een risico. Een werkneemster die fulltime als teamleider voor haar werkgever werkte, trad daarnaast op basis van een min-max contract elders in dienst als masseuse. Toen de werkgever ontdekte dat zij, ondanks haar arbeidsongeschiktheid, bij een andere werkgever actief was, werd zij op staande voet ontslagen. <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:1934" target="_blank">Het Gerechtshof Den Haag oordeelde</a> echter dat, hoewel sprake was van verwijtbaar gedrag, geen dringende reden bestond voor een ontslag op staande voet.</p>

<p>Voor een werkgever is het daarom belangrijk om de juiste ontslagroute te kiezen. Voor ontslag op staande voet is een dringende reden vereist. Wanneer dit twijfelachtig is, kan een ontbindingsverzoek op grond van artikel 7:671b BW een optie zijn. In veel gevallen is sprake van verwijtbaar handelen of een verstoorde arbeidsverhouding, zoals in de casus met de masseuse. Let wel: de opzegverboden blijven van kracht. Ontbinding van de arbeidsovereenkomst tijdens ziekte is alleen mogelijk wanneer het verzoek geen verband houdt met de omstandigheden waarop het opzegverbod ziet. Zorgvuldigheid is dus geboden.</p>

<p>Daarnaast is het verstandig om een duidelijk nevenwerkzaamhedenbeding op te nemen, inclusief de verplichting om eventuele (geplande) nevenactiviteiten vooraf te melden bij de werkgever. Zo&rsquo;n beding zorgt voor duidelijkheid en helpt conflicten voorkomen. Het geeft de werkgever ook een basis om in te grijpen als een werknemer tijdens ziekte werkzaamheden verricht die het herstel of het vertrouwen kunnen schaden.</p>

<h2>Conclusie</h2>

<p>De rode draad in de rechtspraak is helder. Werknemers die meerdere banen combineren zonder volledige transparantie, lopen een aanzienlijk juridisch risico, maar toch is het niet altijd een gelopen race voor de werkgever. Werkgevers doen er goed aan een helder beleid te formuleren &eacute;n zorgvuldig te handelen, want niet elke nevenwerkzaamheid rechtvaardigt de zwaarste sanctie.</p>

<p>Meer weten over nevenwerkzaamheden of ontslag, al dan niet op staande voet? Neem dan contact op met ons <a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/arbeidsrecht" target="_blank">team Arbeidsrecht</a>, of schrijf u in voor de <a href="https://ploum.nl/nieuwsbrief" target="_blank">nieuwsbrief</a>.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Rechtsvormen voor start-ups en scale-ups]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/rechtsvormen-voor-start-ups-en-scale-ups</link>
		  <pubDate>Tue, 27 Jan 2026 4:08:07 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Inge van Sliedregt]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Enthousiast een start-up of scale-up begonnen?<strong> </strong>&nbsp;Dan komt al snel de vraag: welke rechtsvorm past nu &eacute;cht bij jouw ambitie en plannen? Rechtsvormen zijn er in alle soorten en maten, elk met hun eigen kenmerken, voordelen en nadelen. De juiste rechtsvorm kiezen is cruciaal voor succes en rust in je hoofd. Vanaf daar kun je verder opbouwen. Denk goed na over de mate van aansprakelijkheid, fiscale voordelen, en de mogelijkheid om samen te werken met anderen.</p>

<p>Laat je dus goed informeren, ook fiscaal.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Meest voorkomende rechtsvormen voor start-ups en scale-ups</h2>

<p>De meest voorkomende rechtsvormen zijn een BV, een stichting of een co&ouml;peratie. Deze rechtsvormen bezitten rechtspersoonlijkheid, wat betekent dat de rechtsvorm zelfstandig drager is van rechten en plichten. De rechtsvorm kan bijvoorbeeld zelf contracten aangaan. De personen achter de betreffende rechtsvorm zijn in beginsel niet aansprakelijk.</p>

<p>Voor bepaalde rechtsvormen, zoals een eenmanszaak, vennootschap onder firma, maatschap, commanditaire vennootschap of informele vereniging is geen akte van de notaris nodig.<br />
Een BV, NV, co&ouml;peratie, stichting en formele vereniging kunnen alleen worden opgericht bij notari&euml;le akte.</p>

<p>Hieronder geven we een korte uitleg over de meest voorkomende rechtsvormen.</p>

<h2>BV (besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid)</h2>

<p>De BV is misschien wel de bekendste rechtsvorm voor ondernemers. De BV is een kapitaalvennootschap met een in aandelen verdeeld kapitaal. Het heeft een bestuur en een algemene vergadering, en kan tevens een raad van commissarissen hebben. Een BV mag winst maken en mag dit uitkeren aan de aandeelhouders. Een BV is vrij flexibel in te richten. In aanvulling op de statuten kunnen de aandeelhouders hun onderlinge verhouding met betrekking tot de vennootschap regelen in een aandeelhoudersovereenkomst.</p>

<p><em>Voordelen en nadelen BV</em></p>

<p>Het grote voordeel van een BV is dat je als aandeelhouder in principe niet priv&eacute; aansprakelijk bent voor schulden van de BV. Dat geeft een gerust gevoel, zeker als je investeerders wilt aantrekken. Bovendien kun je aandelen certificeren (waarbij winstrecht en recht op uitkeringen gesplitst worden) of winstrechtloze en/of stemrechtloze aandelen cre&euml;ren.</p>

<p>Een nadeel van een BV is dat de jaarlijkse kosten en de belastingen voor een BV hoger zijn dan bij bijvoorbeeld een eenmanszaak. Verder is voor een overdracht of uitgifte van aandelen altijd een notari&euml;le akte nodig.</p>

<h2>Stichting</h2>

<p>Wil je bijdragen aan een goed doel of sociale impact maken zonder winstoogmerk? Dan kan de stichting uitkomst bieden. Een stichting heeft geen leden of aandeelhouders en werkt met een bestuur (en eventueel een toezichthoudende raad van commissarissen). De stichting is zeer flexibel in te richten.</p>

<p><em>Voordelen en nadelen stichting</em></p>

<p>Met een ANBI- of SBBI-status van de Belastingdienst kan de stichting belastingvoordeel krijgen bij schenkingen of erfenissen.</p>

<p>Een groot nadeel van de stichting is dat winst maken wel mag, maar alleen als dit wordt gebruikt voor het doel van de stichting. De winst moet namelijk worden benut ten behoeve van het doel en mag niet uitgekeerd worden aan oprichters of aan degenen die deel uitmaken van het bestuur of de raad van commissarissen, tenzij de uitkeringen een ide&euml;le of sociale strekking hebben.</p>

<h2>Co&ouml;peratie</h2>

<p>Als laatste is er de co&ouml;peratie: &nbsp;een als co&ouml;peratie opgerichte vereniging, met een bestuur en leden. Bij de co&ouml;peratie staat samenwerking centraal. Denk aan zzp&rsquo;ers die samen inkopen of zorgverleners die gezamenlijk diensten aanbieden. Leden van een co&ouml;peratie delen mee in de winst en hebben invloed op het beleid. Een co&ouml;peratie heeft geen in aandelen verdeeld kapitaal, maar statutair kunnen wel (verplichte) stortingen op de ledenrekening van de leden zijn voorgeschreven.</p>

<p>Bij de oprichting kies je hoe je de aansprakelijkheid van de leden regelt: (i) de leden zijn niet aansprakelijk voor schulden, (ii) de leden zijn aansprakelijk tot een maximum bedrag of (iii) de leden zijn elk voor een gelijk deel aansprakelijk.</p>

<p><em>Voordelen en nadelen co&ouml;peratie</em></p>

<p>Bij de&nbsp; co&ouml;peratie is sprake van een onderlinge samenwerking tussen de leden, hetgeen de betrokkenheid vergroot. De samenwerking kan ook leiden tot schaalvoordelen, bijvoorbeeld bij inkoop. De toe- en uittreding van leden kan met een onderhandse akte plaatsvinden, dus je hoeft hiervoor niet naar de notaris. Verder heeft de co&ouml;peratie enkele fiscale voordelen ten opzichte van de BV.</p>

<p>Gezien de democratische besluitvorming kan de besluitvorming wat traag zijn (dit ligt uiteraard aan het aantal leden). Voorts kunnen individuele belangen en die van de co&ouml;peratie met elkaar botsen. Een co&ouml;peratie kan ook geen ANBI-status krijgen, zodat deze rechtsvorm minder geschikt is om fondsen te werven voor ide&euml;le doelen.</p>

<h2>Slot</h2>

<p>Kies je voor een BV, &nbsp;stichting, co&ouml;peratie of andere rechtsvorm? Elke &nbsp;vorm vraagt om een goed doordachte keuze en professioneel advies. Zo weet je zeker dat jouw onderneming een vliegende start maakt. Meer weten over rechtsvormen of heb je vragen over dit onderwerp? <a href="http://ploum.nl/specialisten?advanced-filter-categories=start-up-scale-up" target="_blank">Neem gerust contact met ons op! </a>&nbsp;</p>

<p>&nbsp;</p>

<div class="boxed-text"><strong>Ploum&rsquo;s Pointer:</strong><br />
<br />
Vraag eerst goed <u>fiscaal</u> advies met betrekking tot de oprichting van een rechtsvorm (en de beoogde structuur) voor je kosten maakt voor de oprichting van de rechtsvorm. De ene rechtsvorm biedt wellicht meer fiscale voordelen dan de andere.<br />
&nbsp;</div>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[AI op de werkvloer: wat HR en management nu moeten weten over de AI Act]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/ai-op-de-werkvloer-wat-hr-en-management-nu-moeten-weten-over-de-ai-act</link>
		  <pubDate>Wed, 17 Dec 2025 11:42:59 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Michelle Westhoeve]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>De inzet van AI in HR-processen is niet langer een toekomstscenario, maar een actuele uitdaging. Werkgevers doen er daarbij goed aan zich voor te bereiden op de Europese AI-Verordening, ook wel <a href="https://ploum.nl/nieuws/nieuwe-regels-ai-verordening-van-toepassing" target="_blank">AI Act</a>. De AI Act treedt in delen in werking: zo gaat op 2 augustus 2026 de regelgeving over hoogrisicosystemen in. Wat moeten werkgevers hierover weten en hoe kunnen zij zich voorbereiden?</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Wanneer valt AI onder &lsquo;hoog risico&rsquo;?</h2>

<p>De AI Act deelt systemen in op basis van risico. Op basis van de risicocategorie waarin een systeem is ingedeeld, worden meer of minder vergaande verplichtingen opgelegd aan makers en gebruikers van deze systemen. Werkgevers zullen doorgaans gebruikers zijn.</p>

<p>Voor HR geldt: zodra AI invloed heeft op de loopbaan of arbeidsvoorwaarden van sollicitanten of medewerkers, is er sprake van een hoogrisicosysteem. Denk bijvoorbeeld aan automatische selectie van sollicitanten, algoritmes die bonussen of promoties bepalen, geautomatiseerde roosterplanning of disciplinaire beslissingen (ontslag, waarschuwing, verbetertraject) door een AI-systeem.</p>

<p>Veel AI-systemen binnen HR zullen kwalificeren als hoogrisicosysteem. Werkgevers die dergelijke systemen gebruiken, doen er dus goed aan zich voor te bereiden op de nieuwe verplichtingen vanaf 2 augustus 2026.</p>

<p>Let op: sommige AI-systemen binnen HR kunnen zelfs verboden zijn. Denk aan AI-systemen die emoties herkennen op de werkplek, of die zijn bedoeld om met biometrische gegevens van werknemers gevoelige informatie (bijvoorbeeld over ras, seksuele voorkeur of politieke overtuigingen) af te leiden.</p>

<h2>Wat de AI Act straks van werkgevers met hoogrisicosystemen vraagt</h2>

<p><strong><u>Houd je aan de handleiding</u></strong><br />
<br />
Het spreekt misschien voor zich, maar een AI-tool moet gebruikt worden conform de handleiding en instructies van de maker van de tool. Werkgevers moeten dus zorgen dat hun personeel goed is opgeleid en in staat is om deze instructies te volgen.</p>

<p><strong><u>Menselijk toezicht is verplicht</u></strong><br />
<br />
AI mag nooit de enige beslisser zijn. Een medewerker moet beslissingen kunnen tegenhouden, corrigeren of uitleggen. Bijvoorbeeld: als een algoritme een kandidaat afwijst, moet de recruiter kunnen uitleggen waarom, &eacute;n die beslissing kunnen aanpassen of tegenhouden.</p>

<p><strong><u>Risicobeheer: bewijs dat je het hebt onderzocht</u></strong><br />
<br />
Werkgevers die AI inzetten voor hun personeel en controle hebben over de data waarmee de AI-tool wordt getraind of getest, moeten kunnen aantonen:</p>

<ul>
	<li>Dat de gebruikte datasets representatief en relevant zijn voor het doel;</li>
	<li>Dat er actief is gezocht naar bias;</li>
	<li>Dat de risico&rsquo;s in kaart zijn gebracht en gemitigeerd.</li>
</ul>

<p>Voorbeeld: een AI-tool die kandidaten selecteert en rangschikt kan zijn getraind op een ogenschijnlijk neutrale en representatieve dataset, zoals het personeelsbestand van de werkgever. In de praktijk kan echter blijken dat deze data toch als gevolg hebben dat bepaalde personen lager worden geplaatst door het systeem, bijvoorbeeld omdat kandidaten met een parttime dienstverband of carri&egrave;reonderbreking een minder hoge score krijgen. Als deze groep (vooral) bestaat uit vrouwen, levert dat (onbedoeld) discriminatie op.</p>

<p>Een werkgever moet een dergelijke bias vooraf al in kaart hebben gebracht, en maatregelen hebben getroffen om deze bias uit het systeem te halen. Let op: dit is geen eenmalige oefening, maar een doorlopende verplichting.</p>

<p><strong><u>Transparantie: werknemers en sollicitanten moeten weten wat er speelt</u></strong><br />
<br />
Betrokkenen hebben volgens de AI Act recht op:</p>

<ul>
	<li><strong>Inzicht</strong> in welk AI-systeem wordt gebruikt, en voor welk doel;</li>
	<li><strong>Uitleg</strong> over hoe het systeem beslissingen be&iuml;nvloedt;</li>
	<li><strong>Toegang</strong> tot een klachtenprocedure als ze het niet eens zijn met de uitkomst.</li>
</ul>

<p>Let op: de regels van het privacyrecht en gelijkebehandelingsrecht kunnen ook van toepassing zijn. Een betrokkene kan mogelijk ook met een beroep op de AVG of de gelijkebehandelingswetgeving bepaalde informatie opvragen of een klacht indienen.</p>

<p><strong><u>Logging: elke beslissing moet achteraf te reconstrueren zijn</u></strong></p>

<p>Een werkgever moet kunnen aantonen hoe een beslissing tot stand is gekomen. Dat betekent dat moet worden bijgehouden wat de input in de AI-tool was, welk proces er vervolgens heeft plaatsgevonden, en wat daarvan de output was. Als de beslissing daarna is getoetst door een mens, moet dat ook worden vastgelegd. Met andere woorden: de inzet van AI mag geen &lsquo;black box&rsquo; zijn, maar juist een open boek.</p>

<h2>De rol van de <a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/medezeggenschapsrecht" target="_blank">ondernemingsraad</a></h2>

<p>Hiernaast is er een <a href="https://ploum.nl/nieuws/wat-kan-de-ondernemingsraad-met-artificial-intelligence" target="_blank">rol voor de medezeggenschap</a>&nbsp;weggelegd. Als een werkgever een hoogrisicosysteem wil invoeren op de werkplek, moeten de werknemers &eacute;n de werknemersvertegenwoordigers (zoals een OR, PVT of vakbond) eerst worden ge&iuml;nformeerd. Daarnaast zal de OR vaak <a href="https://ploum.nl/nieuws/alles-over-de-ondernemingsraad-deel-4-het-instemmingsrecht" target="_blank">instemmingsrecht</a> hebben bij het invoeren van bepaalde systemen.</p>

<h2>Praktische stappen: zo kom je in actie als organisatie</h2>

<ol>
	<li><strong>Inventariseer</strong>: welke AI-systemen worden al gebruikt binnen de organisatie? Welke vallen onder &lsquo;hoog risico&rsquo;?</li>
	<li><strong>Leg vast</strong>: leg vast hoe je beslissingen neemt, risico&rsquo;s analyseert en toezicht organiseert.</li>
	<li><strong>Betrek de OR</strong>: zorg dat de OR tijdig aan boord komt als de organisatie AI wil inzetten voor HR-gerelateerde doeleinden.</li>
	<li><strong>Train</strong>: HR-medewerkers en leidinggevenden moeten weten hoe ze AI-beslissingen kunnen toetsen en corrigeren. Zorg dus dat zij <a href="https://ploum.nl/nieuws/zijn-uw-werknemers-al-ai-geletterd" target="_blank">AI-geletterd</a>&nbsp;zijn en de juiste training en scholing kunnen volgen.</li>
</ol>

<p>Meer weten over AI op de werkvloer, en wat u daar als ondernemer, werknemer of OR-lid mee kunt doen? Neem gerust contact op met ons team <a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/arbeidsrecht" target="_blank">Arbeidsrecht</a>&nbsp;of &eacute;&eacute;n van onze <a href="https://ploum.nl/expertises/themas/artificiele-intelligentie" target="_blank">AI-specialisten</a>. Of schrijf u in voor onze <a href="https://ploum.nl/nieuwsbrief" target="_blank">nieuwsbrief</a> om op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen!</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[De prijs van een procedurefout in het douanerecht]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/de-prijs-van-een-procedurefout-in-het-douanerecht</link>
		  <pubDate>Mon, 15 Dec 2025 3:19:34 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Jikke Biermasz, Arjan Wolkers en Ferah Taptik]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p><strong>Over Soprop&eacute;, Kamino en de vaste lijn van de Hoge Raad</strong></p>

<p>Afgelopen 12 december 2025 wees de Hoge Raad opnieuw <a href="http://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2025:1794" target="_blank">arrest</a> in een douanezaak die al decennia voortsleepte (ECLI:NL:HR:2025:1794). Op het eerste gezicht is het een technisch arrest, passend in een bekende lijn over de betekenis van (schending van) het verdedigingsbeginsel in het douanerecht. Toch roept juist deze zaak de vraag op waarom zij &uuml;berhaupt nog aan de Hoge Raad werd voorgelegd. Het antwoord daarop zegt veel over de spanning tussen rechtsbescherming en effici&euml;ntie in het douanerecht. <a href="http://www.google.com/search?q=jikke+biermasz" target="_blank">Jikke Biermasz</a> bespreekt de uitspraak.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<p>De zaak draaide om uitnodigingen tot betaling (&ldquo;<strong>UTB&rsquo;s</strong>&rdquo;) die al jaren eerder (in 2003) waren opgelegd en vervolgens vernietigd wegens schending van het verdedigingsbeginsel. De inspecteur had de belanghebbende destijds niet vooraf gehoord. Dat leidde, geheel in lijn met de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU, tot vernietiging van de UTB&rsquo;s. Daarna volgde echter geen einde van het geschil, maar een nieuw begin. De inspecteur legde opnieuw UTB&rsquo;s op (in 2017), ditmaal na w&eacute;l hoor en wederhoor te hebben toegepast.</p>

<p>De belanghebbende accepteerde dat niet. Na jaren procederen werd betoogd dat hernieuwde navordering, zo lang na dato en na eerdere vernietiging, in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel. De vraag die uiteindelijk bij de Hoge Raad belandde, was niet zozeer of het hoorrecht oorspronkelijk was geschonden &ndash; dat stond vast &ndash; maar of het bestuursorgaan na al die tijd nog wel opnieuw mocht heffen.</p>

<p>Dat is de vraag waarop de Hoge Raad in december 2025 antwoord moest geven. En dat antwoord was bevestigend.</p>

<h2>Een oude discussie in een nieuwe context</h2>

<p>Wie het arrest leest, ziet geen koerswijziging. De Hoge Raad bevestigt dat de vernietiging van een UTB wegens een procedurele fout niet betekent dat de onderliggende douaneschuld is vervallen. Zolang niet inhoudelijk over de schuld is beslist, de verjaringstermijn niet is verstreken en het verdedigingsbeginsel alsnog correct wordt toegepast, blijft navordering mogelijk. Wel kent de Hoge Raad een vergoeding voor immateri&euml;le schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure.</p>

<p>Waarom kwam deze zaak dan toch opnieuw tot de Hoge Raad? Omdat zij zich bevond op het snijvlak van twee lijnen: enerzijds de vaste rechtspraak over het verdedigingsbeginsel, anderzijds de pregnante vraag hoe ver rechtszekerheid reikt in (extreem) langdurige douaneprocedures. De belanghebbende probeerde die lijnen tegen elkaar uit te spelen. De Hoge Raad heeft die poging stellig afgewezen, maar daarmee ook expliciet gemaakt hoe bewust de systematiek is ingericht.</p>

<h2>Soprop&eacute; en Kamino als fundament</h2>

<p>Die systematiek vindt haar oorsprong in Luxemburg. In het arrest Soprop&eacute; (HvJ EU 18 december 2008, C-349/07) bepaalde het Hof van Justitie dat het verdedigingsbeginsel een algemeen beginsel van Unierecht is. Ook in het douanerecht moet een belanghebbende vooraf worden gehoord voordat een voor hem nadelig besluit wordt genomen. Wordt dat beginsel geschonden, dan is het besluit onrechtmatig.</p>

<p>In het Kamino &amp; Datema arrest (HvJ EU 3 juli 2014, C-129/13 en C-130/13) is dat uitgangspunt bevestigd, verfijnd en genuanceerd. De sanctie op schending van het verdedigingsbeginsel is vernietiging van het bestreden besluit, tenzij vaststaat dat de schending geen invloed kon hebben op de uitkomst. Het Hof van Justitie voegde het zogenoemde &ldquo;andere afloop criterium toe&rdquo;. Opnieuw bleef het Hof van Justitie weg van een oordeel over de douaneschuld zelf. Maar het &ldquo;tenzij-oordeel&rdquo;, maakte op zich duidelijk dat er kennelijk een onderscheid bestaat tussen de douaneschuld en de mededeling daarvan (het besluit om de schuld mede te delen met het rechtsgevolg dat deze moet worden betaald).&nbsp;</p>

<p>Dat is geen terughoudendheid, maar een bewuste afbakening. Het Hof van Justitie beschermde de procedure: niet door de inhoud prijs te geven, maar door zorgvuldige besluitvorming af te dwingen.</p>

<h2>Codificatie in het DWU</h2>

<p>Deze rechtspraak is sinds medio 2016 verankerd in het Douanewetboek van de Unie (&ldquo;<strong>DWU</strong>&rdquo;). Artikel 22, lid 6, DWU verplicht de douane om een aanvrager van een beschikking te horen v&oacute;&oacute;r het nemen van een besluit met nadelige gevolgen. Artikel 29 DWU bepaalt dat deze regel ook geldt voor beschikkingen van de douaneautoriteiten die zonder voorafgaande aanvraag worden genomen, zoals mededelingen van een douaneschuld. &nbsp;</p>

<p>Ook hier is de keuze zichtbaar. De wetgever verbindt geen materi&euml;le sanctie aan een procedurele fout. De douaneschuld verdwijnt niet automatisch. Het systeem is erop gericht &nbsp;zorgvuldige besluitvorming te waarborgen, niet om aanspraken prijs te geven.</p>

<h2>Arresten van de Hoge Raad</h2>

<p>De Hoge Raad heeft deze Unierechtelijke lijn sinds zijn arrest van 16 september 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2077) consequent gevolgd. Uit dat arrest kan worden afgeleid dat vernietiging van een UTB wegens schending van het verdedigingsbeginsel niet meebrengt dat de douaneschuld vervalt. Het latere arrest van de Hoge Raad van 26 juni 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1144) bevestigt dat uitgangspunt.</p>

<p>Het recente arrest is daarom geen noviteit, maar wel een bevestiging onder druk. De zaak kwam bij de Hoge Raad omdat zij de grenzen van rechtszekerheid en tijdsverloop opzocht. Belanghebbende verwees daarbij naar artikel 44, lid 4, DWU, dat lidstaten verplicht ervoor te zorgen dat de beroepsprocedure tegen beschikkingen van de douaneautoriteiten op grond van het douanerecht zodanig is ingericht dat zij een snelle bevestiging of correctie van die beschikkingen mogelijk maakt, betoogde dat dit een verplichting inhield om een einde aan een zaak te maken en plaatste een en ander in de context van de rechtszekerheid.</p>

<p>De Hoge Raad heeft duidelijk gemaakt dat ook in gevallen die zeer lang duren de systematiek standhoudt. Correctie vindt plaats via vernietiging van in strijd met het verdedigingsbeginsel genomen besluiten en zo nodig door toekenning van immateri&euml;le schadevergoeding wegens termijnoverschrijding van de behandeling van de beroepsprocedure, maar niet via het laten vervallen van de schuld.</p>

<h2>Effici&euml;ntie en werkelijkheid</h2>

<p>Onder deze rechtspraak ligt een stille maar krachtige effici&euml;ntie overweging. Het Europese douanerecht functioneert in een context van massale goederenstromen en Europese eigen middelen. Een stelsel waarin elke procedurele fout zou leiden tot het vervallen van een douaneschuld zou dat systeem ernstig ontwrichten. De gekozen oplossing is daarom procedureel streng, maar materieel terughoudend.</p>

<p>Tegelijkertijd schuurt dit met de praktijk. Het hoorrecht wordt niet altijd kenbaar benut. In de praktijk ervaren wij dat regelmatig in besluiten niet of nauwelijks zichtbaar wordt of en zo ja hoe de inbreng van de belanghebbende is meegewogen. De tekst van de UTB is dan min of een meer een &ldquo;copy-paste&rdquo; van de vooraankondiging. Als de belanghebbende tegen het einde van de dertig dagen termijn voor de reactie op het voornemen reageert, valt de UTB regelmatig al daags daarna op de deurmat. De vraag rijst dan of er &uuml;berhaupt tijd was om de reactie serieus mee te wegen bij de besluitvorming. Formeel voldoet dat vaak aan artikel 22, lid 6, DWU. Materieel roept het de vraag op of het verdedigingsbeginsel altijd zijn volle betekenis krijgt. Dat is zeer relevant. Met een louter spreekwoordelijke &ldquo;rituele dans&rdquo; is de belanghebbende niet geholpen, zeker niet wanneer hij tijd en kosten moet maken om een besluit dat zonder (re&euml;el) hoorrecht is genomen (en inhoudelijk betekenis mist), vernietigd te krijgen, terwijl hij daar uiteindelijk weinig aan heeft omdat het besluit vervolgens opnieuw wordt genomen en een adequate kostenveroordeling uitblijft. Daarbij mag niet uit het oog worden verloren dat tijdsverloop doorgaans geen gunstig effect heeft op de mogelijkheid om bewijs te leveren. In die zin kan deze praktijk de belanghebbende daadwerkelijk schaden, niet alleen financieel, maar ook in zijn processuele positie en kansen.</p>

<h2>Tot slot</h2>

<p>Het arrest van 12 december 2025 laat zien waarom deze discussie blijft terugkomen. Niet omdat het recht onduidelijk is, maar omdat het schuurt met het rechtsgevoel. Het douanerecht beschermt de procedure zonder de inhoud prijs te geven. Dat is effici&euml;nt en voorspelbaar, maar vraagt blijvende aandacht voor de kwaliteit van besluitvorming. De rechtsbescherming is re&euml;el, maar de uitkomst heeft voor marktdeelnemers soms het karakter van een Pyrrusoverwinning.</p>

<p>Niet gehoord zijn betekent geen besluit, althans de vernietiging daarvan als een andere afloop mogelijk was geweest. Maar ook na ruim tien jaar procederen geldt: schending van het beginsel van eerbiediging van de rechten van de verdediging, betekent nog steeds niet automatisch geen douaneschuld. Dat is de harde, maar inmiddels vaste lijn.</p>

<h2>Over Ploums team Douane, Handel &amp; Logistiek</h2>

<p>Ploum beschikt over een gespecialiseerd team Douane, Handel en Logistiek dat cli&euml;nten bijstaat bij internationale handels- en douanevraagstukken, productregelgeving en transportrecht. Het team adviseert en procedeert onder meer over tariefindeling, douanewaarde, oorsprong, export controle, sanctieregelgeving en handhaving door toezichthouders. Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen, dan kunt u contact opnemen met <a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz">Jikke Biermasz</a> of <a href="https://ploum.nl/specialisten/arjan-wolkers">Arjan Wolkers</a>.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Bescherming van ondernemingsraadsleden]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/bescherming-van-ondernemingsraadsleden</link>
		  <pubDate>Mon, 15 Dec 2025 12:01:27 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Bo Leeuwestein]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Ondernemingsraadsleden nemen binnen de onderneming een bijzondere positie in. Zij krijgen veel vertrouwelijke <a href="https://ploum.nl/nieuws/deel-5-van-alles-over-de-ondernemingsraad-het-informatierecht" target="_blank">informatie</a>, <a href="https://ploum.nl/nieuws/alles-over-de-ondernemingsraad-deel-3-het-adviesrecht" target="_blank">adviseren</a> over en <a href="https://ploum.nl/nieuws/bijzondere-bevoegdheid-van-de-or-het-instemmingsrecht" target="_blank">stemmen in</a> met belangrijke besluiten, beoordelen <a href="https://ploum.nl/nieuws/de-invloed-van-de-ondernemingsraad-op-arbeidsvoorwaarden" target="_blank">beleid en voorwaarden</a>, en bieden waar nodig tegenwicht aan de bestuurder in het belang van de onderneming en <a href="https://ploum.nl/nieuws/ondernemingsraad-en-achterbanoverleg-toestaan-of-niet" target="_blank">collega&rsquo;s</a>. Dat kan spanning opleveren. Om te voorkomen dat ondernemingsraadsleden vanwege deze rol nadeel ondervinden in hun arbeidsrechtelijke positie, kent de wet hen bescherming toe in de vorm van het benadelings- en opzegverbod.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Het benadelingsverbod</h2>

<p>Een ondernemingsraadslid <a href="https://wetten.overheid.nl/BWBR0002747/2023-02-18/#HoofdstukIII_Artikel21" target="_blank">mag niet worden benadeeld</a> vanwege het lidmaatschap van de ondernemingsraad of vanwege (de manier van) het vervullen van de medezeggenschapstaak. Deze bescherming ziet op alle facetten van de arbeidsrelatie en is dus niet beperkt tot ontslag. Ook beslissingen over bijvoorbeeld salaris, beoordeling, promotie, (her)plaatsing, opleiding, of functiewijziging vallen onder het benadelingsverbod.</p>

<p>Benadeling is niet altijd direct zichtbaar. Het kan gaan om subtiele vormen, zoals onthouding van ontwikkelkansen of negatieve beoordelingen zonder goede onderbouwing. Daarbij is niet nodig dat de werkgever beoogt het OR-lid te benadelen. Doorslaggevend is of een verband bestaat tussen de OR-activiteiten en het nadeel dat de werknemer ondervindt.</p>

<p>Het benadelingsverbod geldt ook voor andere personen dan ondernemingsraadsleden, zoals de ambtelijk secretaris en commissieleden. De ondernemingsraad zelf, zijn leden, en deze andere personen, kunnen een procedure starten bij de kantonrechter als sprake is van (vermeende) benadeling. De rechterlijke beoordeling is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, zoals de timing van een besluit, eerdere beoordelingen, interne communicatie, en of vergelijkbare besluiten ook voor niet-OR-leden zijn genomen.</p>

<p>Als een ondernemingsraadslid aannemelijk maakt dat sprake is van benadeling die mogelijk verband houdt met het OR-werk, dan moet de werkgever aantonen dat het besluit op andere, objectieve gronden is genomen. De kantonrechter kan verschillende maatregelen opleggen afhankelijk van het soort benadeling, zoals het intrekken van een beoordeling, terugdraaien van het ontslag, of het alsnog aanbieden of betalen van wat eerder niet was toegekend.</p>

<h2>Het opzegverbod</h2>

<p>Naast het benadelingsverbod kent de wet voor ondernemingsraadsleden een zogenaamd <a href="https://wetten.overheid.nl/BWBR0005290/2025-07-18/#Boek7_Titeldeel10_Afdeling9_Artikel670" target="_blank"><em>tijdens-opzegverbod</em></a>. De arbeidsovereenkomst mag niet worden opgezegd tijdens en tot twee jaar na het lidmaatschap van de (centrale of groeps)ondernemingsraad of van een OR-commissie, of tijdens de plaatsing op een kandidatenlijst. Zolang een werknemer deze status heeft, kan de arbeidsovereenkomst niet worden opgezegd.</p>

<p>Het opzegverbod gaat niet zo ver dat een ondernemingsraadslid nooit kan worden ontslagen. De wet kent <a href="https://wetten.overheid.nl/BWBR0005290/2025-07-18/#Boek7_Titeldeel10_Afdeling9_Artikel670a" target="_blank">uitzonderingen</a>. Het opzegverbod geldt bijvoorbeeld niet als de werknemer met de opzegging instemt, bij een proeftijdontslag, of bij een ontslag op staande voet. Bij een reorganisatie geldt het opzegverbod niet als sprake is van een bedrijfssluiting, of als het ondernemingsraadslid langer dan 26 weken werkzaam is op de arbeidsplaats die vervalt. De 26-wekeneis is bedoeld om misbruiksituaties te voorkomen, waarbij het ondernemingsraadslid op een functie wordt geplaatst die kort daarna vervalt door een reorganisatie. Ontbinding van de arbeidsovereenkomst van ondernemingsraadsleden via de kantonrechter is mogelijk als daarvoor een redelijke grond voor ontslag bestaat die geen verband houdt met het OR-lidmaatschap. Bijvoorbeeld verwijtbaar handelen, disfunctioneren, en een verstoorde arbeidsverhouding, die kunnen worden <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:PHR:2023:92" target="_blank">geabstraheerd</a> van het OR-lidmaatschap en op zichzelf nog voldoende zijn voor ontslag.</p>

<p>De rechter toetst ook hier alle feiten en omstandigheden om te beoordelen of sprake is van een verband tussen het ontslagvoornemen en het OR-lidmaatschap. Het ondernemingsraadslid dat zich op het opzegverbod beroept moet dit verband aannemelijk maken. Als dit lukt, zal de werkgever moeten aantonen dat van een verband met het OR-lidmaatschap geen sprake is. Lukt dit de werkgever niet, omdat een duidelijke en objectieve onderbouwing ontbreekt, dan zal de kantonrechter de arbeidsovereenkomst niet ontbinden.</p>

<h2>Beschermd, maar niet absoluut</h2>

<p>Het benadelingsverbod en het opzegverbod vormen een belangrijk fundament voor de onafhankelijke positie van de ondernemingsraad. Ondernemingsraadsleden lopen hierdoor minder persoonlijke risico&rsquo;s bij het vervullen van hun medezeggenschapstaak. Het beschermingsregime draagt bij aan een goed functionerende medezeggenschap. Voor ondernemers is bij beslissingen die een ondernemingsraadslid raken extra zorgvuldigheid is geboden. Benadeling of ontslag is niet onmogelijk, maar objectieve motivering en een goed dossier zijn daarbij essentieel.</p>

<p>Meer weten? Neem dan contact op met onze sectie&nbsp;<a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/arbeidsrecht" target="_blank">Arbeidsrecht</a>.</p>

<p>Nog geen abonnee? Meld u dan aan voor onze&nbsp;<a href="https://ploum.nl/nieuwsbrief" target="_blank">nieuwsbrief</a>.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Help, een datalek! Wat nu? - Deel 2: de meldplicht datalekken]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/help-een-datalek-wat-nu-deel-2-de-meldplicht-datalekken</link>
		  <pubDate>Wed, 29 Apr 2026 10:48:22 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Lisanne Bruggeman]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<h2>Eerste hulp bij datalekken en cyberincidenten &ndash; deel 2: de meldplicht datalekken</h2>

<p>In dit blog staan we stil bij de vraag wanneer en aan wie een datalek gemeld moet worden. Dit blog is het tweede deel in onze blogreeks &lsquo;Eerste hulp bij datalekken &amp; cyberincidenten&rsquo;. Lees hier het eerste deel waarin we ingaan op wat een datalek is: <a href="https://ploum.nl/nieuws/help-een-datalek-wat-nu-deel-1-datalekken" target="_blank">Help, een datalek! Wat nu? - Deel 1: datalekken | Ploum</a>.</p>

<p>Vragen over dit onderwerp? <a href="https://ploum.nl/specialisten?advanced-filter-categories=privacyrecht" target="_blank">Neem gerust contact met ons op.</a></p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Meldplicht datalekken</h2>

<p>Nadat is vastgesteld dat het incident kwalificeert als een datalek, is het belangrijk om na te gaan of het datalek ook gemeld moet worden aan:</p>

<ul>
	<li>De Autoriteit Persoonsgegevens (de &lsquo;<strong>AP</strong>&rsquo;);</li>
	<li>De personen van wie persoonsgegevens bij het datalek betrokken zijn (de &lsquo;<strong>betrokkenen</strong>&rsquo;); en</li>
	<li><strong>Andere partijen</strong>, als daar contractuele afspraken mee zijn gemaakt.</li>
</ul>

<p>Het melden van een datalek aan de AP en de betrokkenen is een verplichting van de verwerkingsverantwoordelijke. Maar als verwerker moet je datalekken wel op tijd aan de verwerkingsverantwoordelijke melden, volgens de contractuele afspraken die daarover zijn gemaakt.</p>

<p>Het kan zijn dat een datalek ook gemeld moet (gaan) worden aan het Nationaal Cyber Security Centrum. Daar komen we in een van onze volgende blogs in deze blogreeks nog op terug.</p>

<h2>Wanneer moet een datalek gemeld worden aan de AP?</h2>

<p>De hoofdregel is dat een datalek <strong>binnen 72 uur</strong> na kennisname gemeld moet worden aan de AP. Dat hoeft niet in het geval dat het niet waarschijnlijk is dat het datalek een risico inhoudt voor de rechten en vrijheden van de bij het datalek betrokken personen. Het risico kan bestaan uit discriminatie, identiteitsdiefstal of -fraude, financieel verlies, reputatieschade, verlies van vertrouwelijkheid of ander nadeel. Om het risico te bepalen, moet een risicobeoordeling worden gemaakt. Deze risicobeoordeling kan worden gemaakt aan de hand van de volgende factoren:</p>

<ul>
	<li>De aard van het datalek;</li>
	<li>De aard, gevoeligheid en omvang van de persoonsgegevens die bij het datalek betrokken zijn;</li>
	<li>Het gemak waarmee de betrokken personen kunnen worden ge&iuml;dentificeerd;</li>
	<li>De ernst van de gevolgen voor de betrokken personen;</li>
	<li>Eventuele bijzondere kenmerken van de betrokken personen (bijv. kinderen of pati&euml;nten);</li>
	<li>Eventuele bijzondere kenmerken van de verwerkingsverantwoordelijke (bijv. een ziekenhuis of andere medische instelling); en</li>
	<li>Het aantal getroffen personen.</li>
</ul>

<h2>Wanneer moet een datalek gemeld worden aan de betrokkenen?</h2>

<p>Het datalek moet <strong>zo snel als mogelijk</strong><em> </em>worden gemeld aan de betrokken personen als het waarschijnlijk is dat het datalek een <strong>hoog risico</strong> inhoudt voor de rechten en vrijheden van de betrokken personen. Deze beoordeling vindt plaats aan de hand van dezelfde punten als die hierboven zijn weergegeven.</p>

<p>In de volgende situaties hoeft het datalek <strong>niet</strong> te worden gemeld aan de betrokken personen:</p>

<ol>
	<li>De verwerkingsverantwoordelijke heeft passende technische en organisatorische maatregelen genomen ter bescherming van de persoonsgegevens die bij het datalek betrokken zijn. Bijvoorbeeld door de gegevens te versleutelen waardoor derden niets met de gegevens kunnen.</li>
	<li>De verwerkingsverantwoordelijke heeft achteraf maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat het hoge risico voor de betrokken personen zich waarschijnlijk niet meer zal voordoen.</li>
	<li>De melding aan de betrokken personen vergt een onevenredige inspanning. Bijvoorbeeld wanneer contactgegevens niet kunnen worden achterhaald. In dat geval kan een openbare melding volstaan.</li>
	<li>De verwerkingsverantwoordelijke is een financi&euml;le onderneming (als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht).</li>
	<li>Er zijn andere legitieme redenen om niet te melden, zoals de nationale veiligheid, opsporing van strafbare feiten of in het kader van de journalistiek.</li>
</ol>

<h2>Wanneer moet een datalek gemeld worden aan andere partijen?</h2>

<p>Een datalek moet gemeld worden aan andere partijen als daar met die andere partijen afspraken over zijn gemaakt. Als jouw organisatie verwerker is voor een andere organisatie, moet een datalek in elk geval op tijd worden gemeld aan de organisatie die de verwerkingsverantwoordelijke is. De exacte tijd waarbinnen deze melding moet worden gedaan is meestal opgenomen in de verwerkersovereenkomst.</p>

<h2>Handhaving door de AP</h2>

<p>Het niet, niet correct of niet op tijd melden van een meldplichtig datalek aan de AP of betrokkenen, is een overtreding van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (&lsquo;<strong>AVG</strong>&rsquo;). Bij overtredingen van de AVG kan de AP optreden. De AP kan bijvoorbeeld een <strong>waarschuwing of een boete </strong>opleggen en die publiceren. Boetes onder de AVG kunnen per overtreding oplopen tot 10 miljoen euro of 2% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar (als dat hoger is). Als er meer aan de hand is, kunnen boetes oplopen tot de dubbele bedragen (20 miljoen euro of 4% van de jaaromzet).</p>

<h2>Eerste hulp bij datalekken &amp; cyberincidenten</h2>

<p>Wat doe je als het misgaat? Het is niet altijd mogelijk om een datalek of ander cyberincident te voorkomen. Om organisaties te helpen, hebben wij een praktisch stappenplan &lsquo;Eerste hulp bij datalekken &amp; cyberincidenten&rsquo; opgesteld. Dit stappenplan bestaat uit de volgende stappen:</p>

<h3>De 13 stappen:</h3>

<ol>
	<li>Breng de situatie in kaart.</li>
	<li>Bel de verzekeraar.</li>
	<li>Stel een crisisteam samen.</li>
	<li>Neem direct maatregelen.</li>
	<li>Check meldplicht bij het NCSC (binnen 24 uur).</li>
	<li>Meld een datalek bij de AP (binnen 72 uur).</li>
	<li>Informeer de betrokken personen.</li>
	<li>Onderzoek alternatieve leveranciers of dienstverleners.</li>
	<li>Doe aangifte bij de politie.</li>
	<li>Werk meldingen tijdig bij.</li>
	<li>Leg het incident vast in het interne register.</li>
	<li>Onderzoek of schade te verhalen is.</li>
	<li>Voorkom herhaling.</li>
</ol>

<p>Via onderstaande knop is het uitgebreide stappenplan in een infographic&nbsp;te bekijken.</p>

<p><a class="btn btn-primary" href="https://ploum.nl/uploads/Stappenplan_-_Eerste_hulp_bij_datalekken_en_cyberincidenten_-_Ploum_2026.pdf.pdf" target="_blank">Stappenplan&nbsp;&lsquo;Eerste hulp bij datalekken &amp; cyberincidenten&rsquo;</a></p>

<p style="text-align:justify">In onze volgende blogs zullen wij dit stappenplan nader toelichten.</p>

<p style="text-align:justify">Zie voor een aantal tips ook ons eerder verschenen blog:&nbsp;<a href="https://ploum.nl/nieuws/datalekken-in-de-praktijk-drie-tips" target="_blank">Datalekken in de praktijk: drie tips | Ploum</a>.&nbsp;</p>

<h2 style="text-align:justify">Neem contact met ons op</h2>

<p>Onze privacy-advocaten hebben veel ervaring met het maken van de risicobeoordeling in het kader van de datalekkenmeldplicht. Zij kunnen ook helpen meldingen aan de AP, betrokkenen en contractspartijen op te stellen als dat nodig blijkt te zijn. <a href="https://ploum.nl/specialisten?advanced-filter-categories=privacyrecht" target="_blank">Neem vrijblijvend contact met ons op</a>.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Kwartaalupdate Bestuurdersaansprakelijkheid Q3 2025]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/kwartaalupdate-bestuurdersaansprakelijkheid-q3-2025</link>
		  <pubDate>Tue, 27 Jan 2026 11:15:59 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Vincent Terlouw]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Hierbij treft u onze kwartaalupdate bestuursaansprakelijkheid Q3 aan, waarin weer veel interessante uitspraken over bestuurdersaansprakelijkheid worden behandeld.</p>

<p><a class="btn btn-primary" href="https://ploum.nl/uploads/Kwartaalupdate_Bestuurdersaansprakelijkheid_Q3_2025.pdf" target="_blank">Kwartaalupdate Bestuurdersaansprakelijkheid</a></p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[EnergyFlash oktober 2025]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/energyflash-oktober-2025</link>
		  <pubDate>Thu, 04 Dec 2025 9:32:07 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>De Energyflash is terug! Wil je op de hoogte blijven over het laatste nieuws over energie, en waar Ploum&#39;s Team Energie zich zoal mee bezighoudt?&nbsp;</p>

<p><a href="https://nieuwsbrief.ploum.nl/ct/m7/k1/Azd19CvmIkp7W8uA5Xt3X0hXm9JRBmmPpUpH9G-66NPX-17D9YSzJe92TDNsn-8s/w2N3YpTqVa54GK2" target="_blank">Schrijf je&nbsp;in&nbsp;voor de Energyflash!</a></p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<p>In onze editie van oktober lees je ander andere over:</p>

<ul>
	<li>Netcongestie en zekerheid energie als gerechtvaardigde uitzondering op de Didam-regels</li>
	<li>Geld besparen door onnodig energieverlies in utiliteitsgebouwen aan te pakken</li>
	<li>Masterclass &#39;Grip op netcongestie&#39;</li>
	<li>Grensoverschrijdende geluiden tijdens de OEUK Legal Conference 2025 in Aberdeen</li>
	<li>Regionale netbeheerders moeten zelf onderzoek doen bij Tennet-netcongestie</li>
</ul>

<p><a href="https://ploum.m7.mailplus.nl/archief/mailing-980491.html" target="_blank">Bekijk hier de Energyflash van oktober 2025</a></p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[De Wet versterking regie volkshuisvesting: een verkorting van bezwaar- en beroepsprocedures tegen woningbouwprojecten? ]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/de-wet-versterking-regie-volkshuisvesting-een-verkorting-van-bezwaar-en-beroepsprocedures-tegen-woningbouwprojecten</link>
		  <pubDate>Tue, 02 Dec 2025 2:00:40 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Alexandra Danopoulos en Tim Vlug]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>De Wet versterking regie volkshuisvesting (de &lsquo;Regiewet&rsquo;) komt eraan. De Regiewet beoogt de impasse in de aanhoudende woningnood te doorbreken met verschillende harde maatregelen. Zo is het onder meer de bedoeling dat iedere gemeente een volkshuisvestingprogramma gaat opstellen en moeten de provincies en het Rijk meer inspraak krijgen bij de lokale woonruimteverdeling. De Regiewet ligt momenteel ter (inhoudelijke) behandeling bij de Eerste Kamer. De behandeling ligt momenteel echter grotendeels stil door een &lsquo;novelle&rsquo; (een soort reparatiewet) die eerst nog door de Tweede Kamer aangenomen moet worden. Dat heeft te maken met drie amendementen bij de Regiewet die onrechtmatig of onuitvoerbaar zijn gebleken, zoals het verbieden van gemeenten om voorrang te verlenen aan statushouders bij de toewijzing van sociale huurwoningen. Omdat de Eerste Kamer de door de Tweede Kamer aangenomen versie van de Regiewet niet zelf kan wijzigen, zal eerst de door de Tweede Kamer aangenomen novelle afgewacht moeten worden. Verschillende aspecten van de Regiewet zullen ook nader worden uitgewerkt in het Besluit versterking regie volkshuisvesting (&lsquo;Regiebesluit&rsquo;).</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Versnelling procedures</h2>

<p>Een zeer belangrijk onderdeel van de Regiewet ziet op de versnelling van procedures tegen verleende omgevingsvergunningen voor woningbouwprojecten. Ook moet de vergunningprocedure z&eacute;lf vlotter gaan verlopen. Door een grote toename van bezwaren tegen woningbouwprojecten en (grote) achterstanden bij rechtbanken en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State lopen deze projecten vaak langdurige vertraging op. Ook wij merken dat in onze dagelijkse praktijk. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State <a href="https://www.raadvanstate.nl/voorrang-woningbouwzaken/" style="color:#467886; text-decoration:underline">kondigde eerder al aan</a> dat woningbouwzaken voorrang krijgen, maar dit neemt de vertraging niet volledig weg. De Regiewet beoogt hieraan verder paal en perk te stellen. Wat staat hierover in de Regiewet? Dat is onder meer het volgende:</p>

<h3>Over de vergunningprocedures z&eacute;lf:</h3>

<ul>
	<li>Het bevoegd gezag moet bevorderen dat losse aanvragen voor verschillende benodigde omgevingsvergunningen voor een woningbouwproject (bijvoorbeeld enerzijds voor het bouwen en anderzijds voor het verstoren van een beschermde soort) geco&ouml;rdineerd worden behandeld;</li>
	<li>Met het Regiebesluit wordt onder meer de &lsquo;ladder voor duurzame verstedelijking geschrapt&rsquo;. Deze &lsquo;laddertoets&rsquo; is in 2012 ingevoerd en betreft kort gezegd een motiveringseis dat bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik.</li>
</ul>

<h3>Over de bezwaar- en (hoger)beroepsprocedures:</h3>

<ul>
	<li>Het griffierecht dat een eiser moet betalen voor het starten van een beroepsprocedure tegen een woningbouwproject wordt fors verhoogd. Dit wordt EUR 500,- per natuurlijk persoon en EUR 1.000,- per niet-natuurlijk persoon;</li>
	<li>Gemeenten kunnen geen bezwaar of beroep instellen tegen door andere gemeenten afgegeven omgevingsvergunningen voor (ruimtelijke of technische) bouwactiviteiten of gewijzigde omgevingsplannen voor de bouw van een of meer woningen;</li>
	<li>Ook na indiening van het bezwaarschrift tegen een omgevingsvergunning voor een (ruimtelijke of technische) bouwactiviteit kan een bezwaarmaker het bevoegd gezag verzoeken om de bezwaarfase over te slaan en rechtstreeks beroep in te stellen (prorogatie);</li>
	<li>De regering kan in het Regiebesluit bepaalde categorie&euml;n woningbouwprojecten aanwijzen waarvoor een versnelde behandeling geldt in de beroepsfase. Door een aangenomen amendement worden dit in ieder geval &aacute;lle projecten van &eacute;&eacute;n woning of meer. In die gevallen wordt de beroepsfase bij de rechtbank overgeslagen en kan alleen beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak bij de Raad van State na de bezwaarfase. In een dergelijk geval is het indienen van een &lsquo;pro forma&rsquo; beroepschrift ook niet langer mogelijk. Verder moet (in beginsel) binnen 6 maanden na ontvangst van het verweerschrift van het bevoegd gezag een uitspraak zijn gewezen;</li>
	<li>De Afdeling bestuursrechtspraak bij de Raad van State krijgt de bevoegdheid om ambtshalve (en dus zonder instemming van partijen) te besluiten of een tweede behandeling ter zitting is vereist als het vooronderzoek op of na de eerste zitting wordt heropend of voortgezet (bijvoorbeeld door nieuw gebleken feiten en omstandigheden);</li>
	<li>De Afdeling bestuursrechtspraak bij de Raad van State krijgt de bevoegdheid om beroepsgronden tegen omgevingsvergunningen voor (ruimtelijke en technische) bouwactiviteiten met een verkorte motivering ongegrond te verklaren. In een dergelijk geval volstaat de overweging dat de beroepsgronden niet tot een gegrond beroep kunnen leiden.</li>
</ul>

<h2>Het vervolg</h2>

<p>De noodzaak van de versnelling van procedures rond vergunningverlening voor woningbouwprojecten is duidelijk. Het is echter afwachten of de Regiewet daadwerkelijk het beoogde effect zal hebben. De verwachting is dat de Regiewet na de novelle zal worden aangenomen. De inwerkingtredingsdatum ligt nog niet vast, maar lijkt momenteel voorzien in juni 2026.</p>

<p>Voorkomen is echter beter dan genezen. Het terugdringen of voorkomen van bezwaren in de voorfase van een project kan onvoorziene vertraging tegengaan. Ploum heeft zeer ruime ervaring bij het strategisch adviseren en procederen bij (woning)bouwprojecten. Wij denken dan ook graag mee. Heeft u vragen over wat de Regiewet voor u betekent? Neem dan vrijblijvend contact op met <a href="https://ploum.nl/specialisten/alexandra-danopoulos" target="_blank">Alexandra Danopoulos</a> (+316 39223800 of&nbsp;<a href="mailto:a.danopoulos@ploum.nl">a.danopoulos@ploum.nl</a>) of <a href="https://ploum.nl/specialisten/tim-vlug" target="_blank">Tim Vlug</a> (+31 6 83315984 of&nbsp;<a href="mailto:t.vlug@ploum.nl">t.vlug@ploum.nl</a>).</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Wet toekomst pensioenen: van uitstel komt schade ]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/wet-toekomst-pensioenen-van-uitstel-komt-schade</link>
		  <pubDate>Mon, 01 Dec 2025 4:09:58 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Bo Leeuwestein]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>De Wet toekomst pensioenen (Wtp) wijzigt het Nederlandse pensioenstelsel ingrijpend. Vrijwel alle pensioenovereenkomsten tussen werkgevers en werknemers worden aangepast, waarbij het karakter verschuift van een uitkeringsovereenkomst naar een premieovereenkomst met een vlakke premie en degressieve pensioenopbouw. Vanaf 1 januari 2028 zijn uitkeringsovereenkomsten niet langer toegestaan en moeten alle pensioenregelingen voldoen aan de Wtp. Tijdig handelen is cruciaal en voorkomt risico&rsquo;s voor zowel werkgevers als werknemers.</p>

<p>Eerder schreven wij over de <a href="https://ploum.nl/nieuws/de-wet-toekomst-pensioenen-denk-aan-de-ondernemingsraad" target="_blank">belangrijkste wijzigingen</a> voor werkgevers en werknemers, het <a href="https://ploum.nl/nieuws/wet-toekomst-pensioenen-het-transitieplan-en-de-ondernemingsraad" target="_blank">transitieplan</a>, en de rol van de ondernemingsraad.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Risico&rsquo;s voor werknemers</h2>

<p>Werknemers die pensioen opbouwen via een verzekeraar lopen groot risico wanneer de overstap naar het nieuwe stelsel niet op tijd gebeurt. Vanaf 2028 is pensioen dat niet is overgezet, niet langer pensioen in de ogen van de Belastingdienst. Het wordt dan gezien als een directe storting van inkomen, waarover onmiddellijk inkomstenbelasting en rente moet worden betaald. Een dure afrekening, met mogelijk negatieve gevolgen voor toeslagen en aftrekposten. Ruim 1,6 miljoen Nederlanders kan deze forse fiscale tegenvaller tegemoetzien als de overgang niet tijdig plaatsvindt.</p>

<h2>Risico&rsquo;s voor werkgevers</h2>

<p>Werkgevers zijn verantwoordelijk voor een correcte uitvoering van de pensioenregeling en voor een tijdige transitie. &nbsp;Gebeurt dit niet, dan zal de pensioenuitvoerder de uitvoeringsovereenkomst be&euml;indigen, en riskeert de werkgever boetes van de <a href="https://centraalaanspreekpuntpensioenen.belastingdienst.nl/wp-content/uploads/2025/10/251023-Memo-fiscale-gevolgen-niet-tijdig-aanpassen-pensioenregeling.pdf" target="_blank">Belastingdienst</a> wegens strijd met het onderbrengingsvereiste.</p>

<p>Tegelijkertijd blijft de arbeidsvoorwaarde pensioen voor werknemers bestaan. Zij kunnen nakoming van de oorspronkelijke pensioenovereenkomst van de werkgever vorderen. Vanaf 1 januari 2028 is nakoming van de oude regeling echter niet meer mogelijk en resteert een vordering tot schadevergoeding wegens wanprestatie. Daarnaast kunnen werkgevers aansprakelijk zijn voor schade die werknemers lijden als gevolg van de eerdergenoemde fiscale nadelen, bijvoorbeeld wegens wanprestatie, schending van goed werkgeverschap of onrechtmatige daad. Dit alles kan leiden tot aanzienlijke financi&euml;le schade, juridische procedures, en reputatieschade</p>

<p>Het niet of niet op tijd betrekken van de ondernemingsraad kan bij instemmingsplichtige wijzigingen in pensioen leiden tot nietige besluitvorming. Wanneer een werkgever te laat handelt, en aan de ondernemingsraad geen wezenlijke invloed laat, kan de ondernemingsraad dus effectief optreden door de instemming te onthouden of nietigheid van het besluit in te roepen. De werkgever resteert dan een gang naar de kantonrechter voor vervangende toestemming, maar als het eigen handelen de situatie heeft veroorzaakt, is het nog maar de vraag of die vervangende toestemming (op tijd) volgt.</p>

<h2>Begin op tijd</h2>

<p>De transitie naar het nieuwe pensioenstelsel vraagt zorgvuldige voorbereiding. De Wtp biedt kansen voor modernisering en maatwerk. Op tijd starten geeft zekerheid en regie om dit goed te onderzoeken en te regelen in overleg met werknemers en ondernemingsraden en (schaarse) pensioenadviseurs. Een late start leidt mogelijk tot hoge kosten, onzekerheid en frustratie bij werknemers(vertegenwoordigers), standaardoplossingen die niet bij de onderneming passen, en schade en aansprakelijkheid.</p>

<p>Meer weten? Neem dan contact op met onze sectie&nbsp;<a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/arbeidsrecht" target="_blank">Arbeidsrecht</a>.</p>

<p>Nog geen abonnee? Meld u dan aan voor onze&nbsp;<a href="https://ploum.nl/nieuwsbrief" target="_blank">nieuwsbrief</a>.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Advies Raad van State over wetsvoorstel inzake implementatie herziene Europese richtlijn milieucriminaliteit]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/advies-raad-van-state-over-wetsvoorstel-inzake-implementatie-herziene-europese-richtlijn-milieucriminaliteit</link>
		  <pubDate>Mon, 01 Dec 2025 1:09:59 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Jouko Barensen en Marthe Dingemanse]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Wij berichtten al <a href="https://ploum.nl/nieuws/nieuwe-europese-richtlijn-milieustrafrecht-aanstaande-ook-het-strafrecht-heeft-te-maken-met-klimaatverandering" target="_blank">eerder</a> over de herziene Europese richtlijn milieucriminaliteit (<a href="https://eur-lex.europa.eu/eli/dir/2024/1203/oj" target="_blank">Richtlijn (EU) 2024/1203</a>) (hierna: &ldquo;de Richtlijn&rdquo;). De verplichtingen uit de Richtlijn moeten ook door Nederland, op uiterlijk 21 mei 2026, in de nationale wetgeving worden ge&iuml;mplementeerd. Om dat te doen is een <a href="https://wetgevingskalender.overheid.nl/regeling/WGK026655/documenten/Raad%20van%20State/Adviesaanvraag%20aanhangig%20bij%20Raad%20van%20State/1" target="_blank">wetsvoorstel</a> gemaakt. Over dat wetsvoorstel heeft de Afdeling advisering van de Raad van State zich onlangs uitgelaten; <a href="https://www.raadvanstate.nl/adviezen/@152396/w16-25-00193-ii/" target="_blank">het advies is hier te vinden</a>.</p>

<p>Hierna volgt een korte weergave van het wetsvoorstel alsmede een korte samenvatting van het advies.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Inhoud van het wetsvoorstel</h2>

<p>Er worden twee nieuwe (commune) delicten &ndash; artt. 173c en 173 d WvSr - ingevoerd die het strafbaar stellen om producten te verkopen waarvan het grootschalig gebruik aanzienlijke schade kan veroorzaken aan de bodem, lucht, water of ecosystemen. Bij bepaalde ernstige gevallen (vernietiging van ecosystemen, &lsquo;onomkeerbare&rsquo; of &lsquo;langdurige&rsquo; milieuschade of bij dodelijke gevolgen) is sprake van strafverzwarende omstandigheden.</p>

<p>Daarnaast worden vier bestaande milieudelicten &ndash; artt. 173a en b, en 161quater en quinquies - uitgebreid met nieuwe strafverzwarende omstandigheden, zodat niet alleen gevaar voor de openbare gezondheid of het leven, maar ook aanzienlijke schade aan bodem, lucht, water of ecosystemen onder de strafbaarstellingen valt.</p>

<p>Het milieu komt hiermee centraler te staan. Verder worden in het wetboek van strafrecht definities opgenomen van de begrippen &lsquo;ecosysteem&rsquo; en &lsquo;beschermde habitat&rsquo;. Tenslotte komt in de Wet op de economische delicten (WED) een nieuwe strafverzwaringsgrond voor de ernstigste vormen van grootschalige milieuschade, waarmee ook gedragingen die verband houden met &lsquo;ecocide&rsquo; kunnen worden bestraft. Het begrip &lsquo;ecocide&rsquo; komt (nog) niet voor in de Nederlandse wetgeving, maar wel in de Richtlijn.</p>

<h2>Strafmaatverhoging dood door schuld</h2>

<p>Naast deze milieuspecifieke wijzigingen beoogt het wetsvoorstel het algemene strafmaximum voor dood door schuld in geval van roekeloos handelen van vier naar vijf jaar te verhogen (307 lid 2 Sr). Dit komt voort uit de Richtlijn, die dit voorschrijft voor specifieke milieudelicten. Middels het wetsvoorstel wordt de verhoging echter in de algemene strafbepaling doorgevoerd.</p>

<p>De Raad van State is daar kritisch over en vindt dat dit onvoldoende is gemotiveerd. Om die reden wordt geadviseerd om aanvullend te motiveren hoe de strafverhoging zich verhoudt tot de aard en ernst van het delict, in het bijzonder voor niet-milieugerelateerde handelingen en in verhouding tot andere strafbare feiten.</p>

<h2>&lsquo;Langdurige&rsquo; schade</h2>

<p>De Afdeling wijst er verder op dat het begrip &lsquo;langdurig&rsquo;, zoals dat in het wetsvoorstel voorkomt, niet wordt toegelicht. Dat wringt volgens de Afdeling met het lex-certa beginsel (voor burgers en de rechtspraak moet het duidelijk zijn welke handelingen strafbaar zijn &ndash; en waar de grens ligt). Het advies van de Afdeling is om nader toe te lichten wat onder het begrip &lsquo;langdurig&rsquo; wordt verstaan, bijvoorbeeld door een vaste termijn te hanteren. Ook zou duidelijker moeten worden hoe dit begrip zich verhoudt tot een ander begrip dat in het wetsvoorstel voorkomt, te weten het begrip &lsquo;onomkeerbaar&rsquo;.</p>

<h2>Handhaving</h2>

<p>Milieucriminaliteit is wereldwijd uitgegroeid tot de derde-grootste criminaliteitsvorm, aldus de indieners van het wetsvoorstel. Het terugdringen van vervuiling, het behoud van biodiversiteit en een verantwoord beheer van afvalstoffen wordt daardoor bemoeilijkt. De herziening van de Richtlijn is daarom volgens de regering van belang om effectief en daadkrachtig tegen deze vorm van criminaliteit op te treden.</p>

<p>De politie en het OM wijzen erop dat het wetsvoorstel een fundamentele koerswijziging betekent: van een mensgerichte (&lsquo;antropocentrische&rsquo;) naar een meer ecocentrische benadering van het milieustrafrecht.</p>

<p>Voor een effectieve uitvoering van zo&rsquo;n benadering is met name extra inzet op toezicht en handhaving noodzakelijk, aldus de Afdeling. Echter: de toelichting biedt daar vooralsnog weinig inzicht in.</p>

<p>Dat, en de vraag in hoeverre uiteindelijk gevolg wordt gegeven aan de andere adviezen van de Afdeling, zal grotendeels bepalen in hoeverre het definitieve wetsvoorstel zal kunnen bijdragen aan een effectieve(re) handhaving.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Artikel 124 DWU: systematiek, samenhang en de grenzen van het teniet-gaan van de douaneschuld]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/artikel-124-dwu-systematiek-samenhang-en-de-grenzen-van-het-teniet-gaan-van-de-douaneschuld</link>
		  <pubDate>Wed, 26 Nov 2025 8:55:56 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Jikke Biermasz]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Artikel 124 DWU is een bepaling met aanzienlijk gewicht in de douanepraktijk: het biedt de mogelijkheid dat een eenmaal ontstane douaneschuld alsnog tenietgaat wanneer dat juridisch en proportioneel gerechtvaardigd is. <a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz" target="_blank">Jikke Biermasz</a> bespreekt de hoofdlijnen van de bepaling.</p>

<p>Artikel 124 DWU bevat het centrale normatieve kader voor het tenietgaan van de douaneschuld. Wie alleen naar de opsomming in lid 1 kijkt &mdash; van onderdelen a tot en met k &mdash; ziet op het eerste gezicht een brede reeks uiteenlopende situaties. Maar bij nadere analyse ontvouwt zich een duidelijk patroon: het artikel markeert de momenten waarop de Unie geen heffingsbevoegdheid meer kan of wil uitoefenen, omdat het tariefrisico is verdwenen, een onregelmatigheid volledig is geneutraliseerd, of de belanghebbende zonder bedrieglijke intentie heeft gehandeld. Om de samenhang zichtbaar te maken, kunnen de uiteenlopende gevallen van artikel 124 DWU worden gegroepeerd in vier overzichtelijke categorie&euml;n met elk hun eigen juridische functie.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Categorie&euml;n tenietgaan</h2>

<p><strong>1. Formele be&euml;indiging van de schuld (onderdelen a en d)</strong></p>

<ul>
	<li><strong>a.</strong> De douaneschuld gaat teniet wanneer zij op grond van artikel 103 DWU niet langer aan de schuldenaar kan worden meegedeeld. Het recht om tot mededeling van de douaneschuld over te gaan, is in dat geval verjaard.</li>
	<li><strong>d.</strong> Eveneens gaat de douaneschuld teniet ten aanzien van goederen die zijn aangegeven voor een douaneregeling waaruit de verplichting tot betaling van invoer- of uitvoer rechten voortvloeit, wanneer de betreffende douaneaangifte ongeldig wordt gemaakt.</li>
</ul>

<p>Sommige gevallen raken aan de formele basis van de schuldvordering. Wanneer de douaneschuld niet langer kan worden meegedeeld (<strong>a</strong>), of wanneer de douaneaangifte ongeldig wordt gemaakt (<strong>d</strong>), ontbreekt het juridische aanknopingspunt voor inning. Het tenietgaan vloeit hier rechtstreeks voort uit het vervallen van het besluitvormings- of heffingsfundament. Dat een termijn geldt voor de mededeling van de douaneschuld en dat de douaneautoriteiten na het verstrijken daarvan geen mededeling meer mogen doen, houdt verband met de rechtszekerheid.&nbsp;&nbsp;</p>

<p><strong>2. Financi&euml;le afdoening (onderdelen b en c)</strong></p>

<p>De tweede categorie betreft het tenietgaan van de douaneschuld:</p>

<ul>
	<li><strong>b.</strong> Door betaling van de verschuldigde rechten.</li>
	<li><strong>c.</strong> Door kwijtschelding van die rechten.</li>
</ul>

<p>Hier wordt het Unierisico expliciet ingelost (betaling) of bewust opgegeven (kwijtschelding). Het betalen van de rechten (b) vormt het klassieke voorbeeld: de schuld houdt op te bestaan door volledige voldoening. Kwijtschelding (c) cre&euml;ert hetzelfde resultaat, maar door een beslissing van de douaneautoriteit die de plicht tot betaling opheft. In beide gevallen verdwijnt het financieel belang van de Unie op een expliciete manier.</p>

<p><strong>3. Tenietgaan door feitelijke onmogelijkheid van economische benutting (onderdelen e, f en g)</strong></p>

<p>De rode draad bij deze groep is dat wanneer de goederen geen enkele economische bestemming meer kunnen hebben binnen de Unie, ook de rechtvaardiging voor het moeten betalen van douanerechten komt te vervallen.</p>

<ul>
	<li><strong>e.</strong> Inbeslagname en in combinatie met verbeurdverklaring van de goederen.</li>
	<li><strong>f.</strong> Vernietiging onder douanetoezicht of afstand aan de staat.</li>
	<li><strong>g.</strong> De douaneschuld vervalt wanneer goederen volledig zijn vernietigd of onherstelbaar verloren zijn geraakt door hun aard, door overmacht of onverwachte omstandigheden, of op aanwijzing van de douane. Zij gelden als onherstelbaar verloren zodra zij voor niemand meer bruikbaar zijn.</li>
</ul>

<p>Wanneer goederen in beslag worden genomen en verbeurdverklaard (e), vernietigd onder douanetoezicht of aan de staat afgestaan (f), of wanneer sprake is van algehele vernietiging of onherstelbaar verlies door overmacht of de aard van de goederen (g), is de economische bestemming die aanleiding gaf tot de douaneschuld feitelijk uitgesloten. De goederen kunnen niet meer in het handelsverkeer van de Unie worden gebracht en genereren daarom geen tariefrisico meer.</p>

<p><strong>4. Tenietgaan door regularisatie (onderdelen h, i, j en k)</strong></p>

<p>De meest verfijnde categorie zit in onderdelen <strong>h</strong><strong> </strong>tot en met<strong> <strong>k</strong></strong>, die gezamenlijk een genuanceerd mechanisme vormen voor het corrigeren van vergissingen en regularisatie.</p>

<ul>
	<li><strong>h.</strong> De douaneschuld die is ontstaan door een verzuim onder artikel 79 DWU (niet-naleving bij invoer) of artikel 82 DWU (niet-naleving bij uitvoer) gaat teniet indien: <strong>(i)</strong> het betreffende verzuim geen re&euml;le gevolgen heeft gehad voor het juiste functioneren van de betrokken regeling en geen poging tot bedrog inhield, en <strong>(ii)</strong> alle formaliteiten om de situatie van de goederen te regulariseren naderhand alsnog worden vervuld.</li>
	<li><strong>i.</strong> Tenietgaan bij uitvoer met toestemming van de douane van goederen die in het vrije verkeer zijn gebracht op basis van een bijzondere bestemming.</li>
	<li><strong>j.</strong> Tenietgaan wanneer de preferenti&euml;le tariefbehandeling waarop artikel 78 DWU ziet, wordt geannuleerd.</li>
	<li><strong>k.</strong> De douaneschuld die op grond van artikel 79 DWU is ontstaan vervalt wanneer de schuldenaar aan de douane aantoont dat de goederen niet zijn gebruikt of verbruikt in de Unie &eacute;n het<strong> </strong>douanegebied hebben verlaten, behoudens de bedrog-uitsluiting van lid 6.</li>
</ul>

<p>Deze categorie vormt de meest genuanceerde toepassing van artikel 124, lid 1 DWU en werkt als een juridisch herstelmechanisme: zodra vaststaat dat de Unie geen nadeel heeft ondervonden en geen sprake was van bedrieglijke intentie, kan de schuld alsnog tenietgaan.</p>

<h2>De aanvullende bepalingen: leden 2 tot en met 7 van artikel 124 DWU</h2>

<p>Artikel 124 bevat meer dan alleen de opsomming van lid 1. De daaropvolgende leden bepalen de reikwijdte en grenzen van het tenietgaan.</p>

<p><strong>Lid 2 &ndash; Tenietgaan verhindert sancties niet</strong></p>

<p>Wanneer de douaneschuld op grond van onderdeel e (inbeslagname/verbeurdverklaring) tenietgaat, blijft dat zonder invloed op de mogelijkheid om sancties op te leggen indien de wetgeving van een lidstaat bepaalt dat invoerrechten of het bestaan van een douaneschuld als grondslag dienen voor de vaststelling van sancties.</p>

<p>In dit verband moet ook op artikel 125 DWU worden gewezen dat vergelijkbaar bepaalt dat het tenietgaan van de douaneschuld op basis van artikel 124, lid 1, letter h, geen beletsel vormt voor de lidstaten om sancties op te leggen wegens niet-naleving van de douanewetgeving.</p>

<p>Het straf- of boeterecht volgt een eigen logica, los van het tenietgaan van de fiscale heffing.&nbsp;</p>

<p><strong>Lid 3 &ndash; Resten van vernietigde goederen</strong></p>

<p>Bij toepassing van onderdeel g worden resten en afval geacht niet-Uniegoederen te zijn. Deze juridische fictie waarborgt dat residu niet stilzwijgend in het vrije verkeer terechtkomt.</p>

<p><strong>Lid 4 &ndash; Vaste percentages voor onherstelbaar verlies</strong></p>

<p>Wanneer vaste percentages voor onherstelbaar verlies voortvloeiend uit de aard van de goederen gelden, worden die toegepast tenzij de belanghebbende een groter werkelijk verlies aantoont. Het vierde lid bevestigt de strikte bewijsregie in verliessituaties.</p>

<p><strong>Lid 5 &ndash; Kwijtschelding werkt persoonsgebonden</strong></p>

<p>Als meerdere douaneschuldenaren hoofdelijk aansprakelijk zijn voor dezelfde douaneschuld (in de zin van artikel 84 DWU), werkt kwijtschelding uitsluitend ten gunste van degene(n) ten aanzien van wie de kwijtscheldingsbeslissing is genomen. Een douaneschuld kan dus tenietgaan ten aanzien van (een) bepaalde schuldena(a)r(en) en tegelijkertijd niet ten aanzien van (een) hoofdelijke medeschuldena(a)r(en).</p>

<p><strong>Lid 6 &ndash; De absolute grens: poging tot bedrog</strong></p>

<p>In het kader van letter k is tenietgaan uitgesloten voor degene die heeft geprobeerd bedrog te plegen. Het zesde lid verankert hiermee het beginsel dat artikel 124 DWU niet functioneert als vrijgeleide voor frauduleuze handelingen. Wilt u meer weten over de werkingssfeer van artikel 124 lid 6 DWU? Lees dan <a href="https://ploum.nl/nieuws/artikel-124-lid-6-dwu-wanneer-is-er-sprake-van-bedrog-in-het-douanerecht" target="_blank">hier</a> ons recente blog <em>&lsquo;Artikel 124, lid 6 DWU: wanneer is er sprake van &lsquo;bedrog&rsquo; in het douanerecht?&rsquo;.</em></p>

<p>De kern van artikel 124, lid 7 DWU is dit:</p>

<p><strong>Lid 7 - B<em>e</em>loningsmechanisme binnen het tenietgaan-regime </strong></p>

<p>In het geval van artikel 124 DWU zit het spreekwoordelijke venijn juist niet in de staart. Waar lid 6 ten aanzien van artikel 124, lid 1, letter k DWU een uitsluiting formuleert - geen tenietgaan ten aanzien van een persoon die poging tot bedrog kan worden verweten -, vormt lid 7 in wezen de positieve tegenhanger: het opent de deur voor tenietgaan voor degene die aantoonbaar geen bedrog heeft gepleegd &eacute;n actief heeft bijgedragen aan fraudebestrijding.</p>

<p>Lid 6 sluit de deur bij bedrog zelfs als goederen de Unie ongebruikt hebben verlaten en er dus eigenlijk geen basis voor heffing is, terwijl lid 7 bij afwezigheid van bedrog &eacute;n een bijdrage aan fraudebestrijding de deur voor tenietgaan juist opent. Lid 7 is dus niet alleen een &ldquo;geen-bedrog-bepaling&rdquo;, maar beoogt een positieve stimulans te geven: meewerken aan fraudepreventie of -opsporing kan juridisch worden gehonoreerd met het tenietgaan van de douaneschuld voor die persoon. Lid 7 sluit aan bij de derde pijler van artikel 124 DWU &ndash; geen bedrog &ndash; maar gaat een stap verder aangezien het proactieve integriteit van marktdeelnemers bevordert. Ook lid 7 past daarmee logisch binnen de systematiek van artikel 124 DWU, dat geheel is gebouwd op risico-eliminatie, proportionaliteit en goede trouw.</p>

<h2>Artikel 124 DWU: een samenhangende structuur, geen willekeurige lijst</h2>

<p>Hoewel de letters a t/m k van artikel 124, lid 1 DWU uiteenlopen van formele situaties tot praktische vernietiging en complexe regularisatie in het geval van situaties van niet-naleving, is er samenhang.</p>

<p>Het uitgangspunt is: een douaneschuld gaat teniet wanneer het tariefrisico voor de Unie objectief is verdwenen of wanneer een volledige en verifieerbare regularisatie dat rechtvaardigt, maar niet bij onvoldoende bewijs. Bij het verzuim zonder werkelijke gevolgen en het verlaten van de EU zonder gebruik of verbruik mag geen sprake zijn van poging tot bedrog.</p>

<p>Artikel 124 DWU draait in essentie om drie pijlers:</p>

<ul>
	<li>de afwezigheid van tariefrisico;</li>
	<li>volledige regularisatie;</li>
	<li>de afwezigheid van bedrog of verwijtbaarheid.</li>
</ul>

<p>Zo bezien biedt het artikel een strikte en coherente begrenzing van de heffingsbevoegdheid die voor de praktijk heel waardevol kan zijn. Het haalt de scherpe randjes ervan af. &nbsp;Wel vergt de toepassing in de praktijk een solide dossier en nauwkeurige documentatie.</p>

<h2>Vragen over douanekwesties</h2>

<p>Ploums team <a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/douanerecht" target="_blank">Douane, Handel &amp; Logistiek</a> beschikt over een gespecialiseerde douanepraktijk waarin wij adviseren over het volledige spectrum van douanevraagstukken en procederen tegen besluiten van de douane. Wij bieden een <em>one-stop-shop</em> voor douanezaken, inclusief civielrechtelijk regres, aansprakelijkheidskwesties rond douanedienstverlening, exportcontrole en sanctieregelgeving. Heeft u vragen, neem dan gerust contact op met <a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz" target="_blank">Jikke Biermasz</a> of <a href="https://ploum.nl/specialisten/arjan-wolkers" target="_blank">Arjan Wolkers</a>.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Feitelijk leidinggeven: gerechtshof veroordeelt bestuurder van grote afvalstoffenverwerker voor verkeerde opslag van asbest en accu’s en valsheid in geschriften. ]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/feitelijk-leidinggeven-gerechtshof-veroordeelt-bestuurder-van-grote-afvalstoffenverwerker-voor-verkeerde-opslag-van-asbest-en-accus-en-valsheid-in-geschriften</link>
		  <pubDate>Mon, 24 Nov 2025 5:32:48 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Marthe Dingemanse en Jouko Barensen]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws, Opinie]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Op 21 oktober 2025 deed het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak in een zaak tegen een afvalverwerkingsbedrijf (drie BV&rsquo;s) en de betrokken bestuurder. De rechtspersonen en de bestuurder werden vervolgd voor het in strijd met de omgevingsvergunning opslaan van gevaarlijke afvalstoffen en voor valsheid in geschriften. De kernvraag ten aanzien van de bestuurder was of hij feitelijk leiding had gegeven aan de gedragingen van de rechtspersonen. Die vraag beantwoordde het Hof in het arrest met ECLI:nummer: ECLI:NL:GHARL:2025:6527.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Inhoud van de zaak</h2>

<p>De tenlastelegging betrof allereerst het onrechtmatig opslaan van gevaarlijke afvalstoffen. Volgens het openbaar ministerie zouden accu&rsquo;s niet zijn opgeslagen in vloeistofdichte bakken of onder een overdekking en zou asbest niet zijn opgeslagen in afgesloten containers, waardoor in strijd met de vergunning werd gehandeld. Verder zouden afvalstoffen vanuit Duitsland worden overgebracht zonder de vereiste EVOA-kennisgeving en waren diverse inkoopnota&rsquo;s en begeleidingsbrieven voorzien van valse handtekeningen. Aan de natuurlijke persoon was tenlastegelegd dat hij feitelijk leiding zouden hebben gegeven aan de gedragingen van de rechtspersonen.</p>

<h2>Standpunt van de verdediging</h2>

<p>De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard diende te worden, omdat het bevoegd gezag het opslaan van de accu&rsquo;s in strijd met de omgevingsvergunning zou hebben gedoogd. Verder bracht de verdediging in dat de omgevingsvergunning niet zou zijn overtreden, omdat er sprake zou zijn geweest van (wel toegestane) overslag en niet van opslag. Ten aanzien van de vermeende valsheid in geschriften schetste de verdediging twee alternatieve scenario&rsquo;s waarin de ontdoeners zelf bonnen zouden hebben vernietigd of waarin derden onder hun naam accu&rsquo;s zouden hebben geleverd. Met betrekking tot het vermeende feitelijk leidinggeven stelde de verdediging dat de verdachte geen leidinggevende rol had binnen het bedrijf, maar dat zijn vader die rol had. Er zou daarom geen sprake zijn geweest van actief en effectief gedrag dat binnen de definitie van &ldquo;feitelijk leidinggeven&rdquo; valt.</p>

<h2>Oordeel van het hof</h2>

<p>Het hof verwierp het beroep op de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Het eerdere niet-handhaven door het bevoegd gezag wekte geen gerechtvaardigd vertrouwen dat strafvervolging zou uitblijven. Het hof achtte vervolgens bewezen dat de rechtspersonen de vergunningsvoorschriften structureel hadden overtreden en dat sprake was van valsheid in geschrift.</p>

<p>Daarna was de vraag aan de orde of de bestuurder feitelijk leiding had gegeven aan de verboden gedragingen van de rechtspersoon. Het hof paste daarbij het kader toe uit het overzichtsarrest feitelijk leidinggeven (HR 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:733). Voor feitelijk leidinggeven moet allereerst vaststaan dat de rechtspersoon een strafbaar feit heeft begaan. Dat is het geval wanneer de gedraging redelijkerwijs aan de rechtspersoon kan worden toegerekend, waarbij van belang is dat de gedraging in de sfeer van de rechtspersoon heeft plaatsgevonden. Nadat is vastgesteld dat de rechtspersoon het strafbare feit heeft begaan, wordt beoordeeld of een persoon feitelijk leiding heeft gegeven. Feitelijk leidinggeven kan bestaan uit actief en effectief gedrag, bijvoorbeeld beleid voeren dat onvermijdelijk tot een verboden gedraging leidt, of een wezenlijke bijdrage leveren aan een complex van handelingen waardoor een overtreding plaatsvindt. Ook passief gedrag kan voldoende zijn, bijvoorbeeld wanneer iemand bevoegd en verplicht was in te grijpen maar dat nalaat. Daarnaast vereist feitelijk leidinggeven een zelfstandig opzet: de leidinggever moet bewust de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat de verboden gedraging zou plaatsvinden.</p>

<p>Het hof stelde in deze zaak vast dat de verboden gedragingen aan de rechtspersoon konden worden toegerekend. Vervolgens oordeelde het hof dat de bestuurder actief en effectief gedrag heeft vertoond dat onder feitelijk leidinggeven valt. De verdachte werd namelijk binnen het bedrijf als leidinggevende beschouwd, nam personeel aan, gaf opdrachten en deed zich naar buiten toe voor als leidinggevende. Hij wist dat accu&rsquo;s buiten werden opgeslagen en nam geen maatregelen om dit te voorkomen, terwijl dit wel van hem mocht worden verwacht. Daarmee heeft hij de aanmerkelijke kans aanvaard dat de overtredingen zich zouden voordoen, waardoor voorwaardelijk opzet is bewezen. Het hof concludeert dat hij feitelijk leidinggaf aan de verboden gedragingen.</p>

<h2>Straf</h2>

<p>De bestuurder kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en een taakstraf van 240 uur.</p>

<p>Deze zaak bevestigt dat ook natuurlijke personen succesvol worden vervolgd voor milieu-gerelateerde fraudezaken. In dergelijke gevallen is vaker te zien dat aan bestuurders een forse werkstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Een reizend huisdier: &#8220;passagier&#8221; of &#8220;bagage&#8221;?]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/een-reizend-huisdier-passagier-of-bagage</link>
		  <pubDate>Mon, 24 Nov 2025 12:40:39 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Eveline Heijdra, Jeroen Zandt en Demi van Hove - Dinkov]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Indien u als passagier tijdens een vlucht schade oploopt door lichamelijk letsel, uitsluitend omdat het ongeluk dat het letsel veroorzaakte aan boord van het vliegtuig of tijdens het in- of uitstappen plaatsvond, dan heeft u recht op een schadevergoeding van de luchtvaartmaatschappij.&nbsp; Als u bagage meeneemt als passagier en deze bagage tijdens de vlucht beschadigd raakt of verloren gaat, dus tijdens de periode dat de bagage onder de verantwoordelijkheid van de luchtvaartmaatschappij valt, dan heeft u recht op schadevergoeding van de luchtvaartmaatschappij. De hoogte van deze vergoeding wordt bepaald door het Verdrag van Montreal. Het feit dat de schade ontstond in de periode waarin de luchtvaartmaatschappij verantwoordelijk was voor de passagier of bagage, maakt de luchtvaartmaatschappij aansprakelijk, maar deze aansprakelijkheid is beperkt. De vraag is echter hoe het zit met huisdieren die meereizen met passagiers tijdens een vlucht en die gewond raken of verloren raken tijdens de periode dat deze dieren onder de verantwoordelijkheid van de luchtvaartmaatschappij vallen. Worden deze huisdieren als passagiers beschouwd of als bagage? In deze blog behandelt Eveline Heijdra deze vraag op basis van een recente uitspraak van het Europese Hof van Justitie.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<p>Op 16 oktober 2025 heeft het Europese Hof van Justitie (hierna: HvJ EU) een <a href="https://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?mode=LST&amp;pageIndex=0&amp;docid=305206&amp;part=1&amp;doclang=NL&amp;text=&amp;occ=first&amp;cid=4363402" target="_blank">arrest </a>gewezen inzake de vraag of een huisdier dat meereist met een passagier op een vlucht moet worden beschouwd als bagage in de zin van artikel 17 lid 2 Verdrag van Montreal (hierna: VvM) en of de daarbij horende aansprakelijkheidsregeling zoals neergelegd in artikel 22 lid 2 VvM van toepassing is op schade en/of verlies aan een meereizend huisdier. Met andere woorden is een meereizend huisdier ook een passagier of is het een stuk bagage?</p>

<p>Een passagier en haar moeder hadden vliegtickets geboekt voor een vlucht van Buenos Aires (Argentini&euml;) naar Barcelona (Spanje) op 22 oktober 2019. Hun hond reisde ook mee met hen. Vanwege de grootte en het gewicht van de hond moest deze in een reisbench meereizen in het ruim. De passagier heeft de reisbench met daarin haar hond, afgegeven bij de incheckbalie zodat de hond naar het ruim van het vliegtuig kon worden gebracht. De hond is uit de reisbench ontsnapt en rond het vliegtuig gaan rennen en is niet meer teruggevonden.</p>

<p>De passagier vordert van de luchtvaartmaatschappij een vergoeding van haar immateri&euml;le schade, welke volgens haar &euro; 5.000 is en zij start een gerechtelijke procedure bij de Spaanse handelsrechter te Madrid. De luchtvaartmaatschappij Iberia erkent haar aansprakelijkheid en het recht van de passagier op schadevergoeding, maar wel binnen de grenzen van de aansprakelijkheidsregeling van artikel 22, lid 2, van het VvM. Deze aansprakelijkheidsregeling bepaalt dat de aansprakelijkheid van de luchtvervoerder in het geval van vernieling, verlies, beschadiging of vertraging van bagage beperkt is tot 1519 bijzondere trekkingsrechten (BTR ) / special drawing rights (SDR)<a href="#_ftn1" name="_ftnref1" style="color:blue; text-decoration:underline" title="">[1]</a>, wat neerkomt op ongeveer &euro; 1.800. Overigens is dit de huidige limiet, die per 28 december 2024 geldt. Ten tijde van de vlucht van deze passagiers (22 oktober 2019) was de limiet <a href="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A52024PC0403" target="_blank">1.000 BTR wat ongeveer &euro; 1.200 is</a>. Alleen wanneer de passagier bij het afleveren van de bagage aan de luchtvervoerder aangeeft dat er een bijzonder belang is bij aflevering en een verhoogde ticketprijs betaalt, moet de luchtvervoerder het bedrag van de opgegeven som betalen aan de passagier. Daarvan is in dit geval geen sprake.</p>

<p>De Spaanse rechter betwijfelt of onder het begrip &bdquo;bagage&rdquo; in de zin van artikel 17, lid 2, van het VvM huisdieren die meereizen met passagiers kunnen worden verstaan, en of de in artikel 22, lid 2 VvM vastgestelde maximale schadevergoeding van toepassing is op huisdieren. De Spaanse rechter overweegt dat dieren wezens zijn met gevoel in de zin van artikel 13 VWEU <a href="#_ftn2" name="_ftnref2" style="color:blue; text-decoration:underline" title="">[2]</a>, of in de zin van Spaans recht levende wezens met gevoel, die een emotionele band hebben met hun eigenaar. En dat het verlies van een dier volgens de Spaanse rechter een negatieve, psychologische impact heeft die in de regel niet kan worden vergeleken met de impact die wordt ervaren wanneer er slechts sprake is van het verlies van een hoop spullen die kunnen worden aangeduid met het begrip &bdquo;bagage&rdquo;. &nbsp;Onder die omstandigheden lijkt de in artikel 22, lid 2 VvM&nbsp; vastgestelde maximale schadevergoeding niet passend te zijn. Bovendien kan de negatieve, psychologische impact die wordt ervaren bij het verlies van huisdieren niet worden voorkomen door middel van een &bdquo;bijzondere verklaring omtrent belang&rdquo; aldus die rechter. Die verklaring heeft namelijk betrekking op de materi&euml;le waarde van voorwerpen.</p>

<p>De Spaanse rechter heeft om die reden het HvJ EU verzocht om een prejudici&euml;le beslissing over de volgende vraag:</p>

<p><em>&bdquo;Moet artikel 17, lid 2, van het VvM,&nbsp; gelezen in samenhang met artikel 22, lid 2 VvM &nbsp;aldus worden uitgelegd dat het niet van toepassing is op [huisdieren], daar zij niet kunnen worden aangeduid als &ndash; al dan niet als aangegeven &ndash; &sbquo;bagage&rsquo;?&rdquo;</em></p>

<p>Het HvJ EU zegt het volgende. De vraag hier is of het verlies van een huisdier, die meereist met een passagier op een vlucht, onder de aansprakelijkheidsregeling voor &bdquo;bagage&rdquo; van artikel 17, lid 2 jo artikel 22, lid 2 VvM valt, dan wel onder de regeling die van toepassing is op &bdquo;passagiers&rdquo; (artikel 17, lid 1 jo artikel 21 VvM). &nbsp;De mogelijke uitleg dat een huisdier onder het begrip &bdquo;passagiers&rdquo; valt, wordt zonder meer van de hand gewezen, aangezien artikel 1 VvM onderscheid maakt tussen personen en bagage. Uit de duidelijke bewoordingen van deze bepaling volgt dan ook dat het begrip &bdquo;personen&rdquo; overeenkomt met het begrip &bdquo;passagiers&rdquo; en dat een huisdier niet kan worden gelijkgesteld met een &bdquo;passagier&rdquo;. Daarom moet worden aangenomen dat een huisdier, waar het gaat om luchtvervoer, onder het begrip &bdquo;bagage&rdquo; valt en dat de vergoeding van de schade die ontstaat doordat het dier bij dat vervoer verloren gaat, onderworpen is aan de aansprakelijkheidsregeling voor bagage conform artikel 17, lid 2 jo artikel 22, lid 2 VvM.&nbsp; Deze uitleg past ook bij de doelstellingen die ten grondslag lagen aan het VvM. Het VvM voorziet in een stelsel van risicoaansprakelijkheid van luchtvervoerders. Dit betekent dat als er schade ontstaat aan bagage tijdens de periode van het luchtvervoer, de luchtvervoerder aansprakelijk is voor die schade, maar deze aansprakelijkheid is beperkt tot een maximum ongeacht of de daadwerkelijke schade die wordt geleden hoger is. Een dergelijk stelsel impliceert dat een &bdquo;billijk evenwicht van de belangen&rdquo; tussen luchtvervoerders en passagiers wordt bewaard<a href="#_ftn3" name="_ftnref3" style="color:blue; text-decoration:underline" title="">[3]</a>. Met het oog op het behoud van een dergelijk evenwicht voorziet het VvM in bepaalde gevallen &ndash; met name, volgens artikel 22, lid 2, bij vernieling, verlies, beschadiging of vertraging van bagage &ndash; in een beperking van de aansprakelijkheid van de luchtvervoerders, waarbij de daaruit voortvloeiende schadevergoedingslimiet &bdquo;per passagier&rdquo; moet gelden<a href="#_ftn4" name="_ftnref4" style="color:blue; text-decoration:underline" title="">[4]</a>. Aan de hand van een dergelijke schadevergoedingsbeperking kunnen passagiers gemakkelijk en snel schadeloos worden gesteld zonder dat de luchtvervoerders een zeer zware, moeilijk vast te stellen en te berekenen restitutieverplichting hebben die hun economische activiteit zou kunnen ontwrichten of zelfs lamleggen<a href="#_ftn5" name="_ftnref5" style="color:blue; text-decoration:underline" title="">[5]</a>. Het HvJ EU &nbsp;heeft er ook op gewezen dat de mogelijkheid voor de passagier om op grond van artikel 22, lid 2 VvM een bijzondere verklaring omtrent belang te doen bij de afgifte van de aangegeven bagage aan de vervoerder, bevestigt dat de begrenzing van de aansprakelijkheid van de luchtvervoerder voor schade ten gevolge van het verlies van bagage, bij het ontbreken van een dergelijke verklaring, een absolute begrenzing is die zowel de materi&euml;le als de immateri&euml;le schade omvat <a href="#_ftn6" name="_ftnref6" style="color:blue; text-decoration:underline" title="">[6]</a>. Is een passagier van mening dat de aansprakelijkheidslimiet die in geval van uit het verlies van bagage voortvloeiende schade voor de luchtvervoerder geldt te laag is, dan bestaat overeenkomstig artikel 22, lid 2 VvM dus de mogelijkheid om deze limiet door middel van die bijzondere verklaring omtrent belang bij de aflevering en tegen betaling van een eventueel verhoogd tarief te verhogen, mits de luchtvervoerder daarmee instemt.</p>

<p>Verder merkt het HvJ EU nog op dat artikel 13 VWEU niet verbiedt dat dieren worden vervoerd als &bdquo;bagage&rdquo; in de zin van artikel 17, lid 2 VvM en als zodanig worden beschouwd in verband met het in dit verdrag bepaalde aansprakelijkheidsregeling, mits bij het vervoer ten volle rekening wordt gehouden met hetgeen vereist is voor het welzijn van de dieren.</p>

<p>De conclusie van het HvJ EU is dat artikel 17, lid 2 jo. artikel 22, lid 2 VvM&nbsp; aldus moeten worden uitgelegd dat huisdieren niet zijn uitgesloten van het begrip &bdquo;bagage&rdquo; in de zin van deze bepalingen. Een huisdier moet in het kader van de aansprakelijkheidsregeling van het VvM dus beschouwd worden als &ldquo;bagage&rdquo;.</p>

<p>&nbsp;</p>

<div>
<hr />
<div id="ftn1">
<p><a href="#_ftnref1" name="_ftn1" style="color:blue; text-decoration:underline" title="">[1]</a> Special Drawing Rights (SDRs) are an asset. The value of an SDR is based on a basket of the world&rsquo;s five leading currencies &ndash; the US dollar, euro, yuan, yen and the UK pound. The SDR is an accounting unit (www.imf.org)</p>
</div>

<div id="ftn2">
<p><a href="#_ftnref2" name="_ftn2" style="color:blue; text-decoration:underline" title="">[2]</a> Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie Rome, 25-03-1957, artikel 13 &ldquo;<em>Bij het formuleren en uitvoeren van het beleid van de Unie op het gebied van landbouw, visserij, vervoer, interne markt en onderzoek, technologische ontwikkeling en de ruimte, houden de Unie en de lidstaten ten volle rekening met hetgeen vereist is voor het welzijn van dieren als wezens met gevoel, onder eerbiediging van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en gebruiken van de lidstaten met betrekking tot met name godsdienstige riten, culturele tradities en regionaal erfgoed</em>&rdquo;.</p>
</div>

<div id="ftn3">
<p><a href="#_ftnref3" name="_ftn3" style="color:blue; text-decoration:underline" title="">[3]</a> arrest van 6 juli 2023, Austrian Airlines (Eerste hulp aan boord van een luchtvaartuig), C&#8209;510/21, EU:C:2023:550, punt 25 en aldaar aangehaalde rechtspraak).</p>
</div>

<div id="ftn4">
<p><a href="#_ftnref4" name="_ftn4" style="color:blue; text-decoration:underline" title="">[4]</a> arrest van 22 november 2012, Espada S&aacute;nchez e.a., C&#8209;410/11, EU:C:2012:747, punt 30 en aldaar aangehaalde rechtspraak.</p>
</div>

<div id="ftn5">
<p><a href="#_ftnref5" name="_ftn5" style="color:blue; text-decoration:underline" title="">[5]</a> arresten van 6 mei 2010, Walz, C&#8209;63/09, EU:C:2010:251, punt 36, en 19 december 2019, Niki Luftfahrt, C&#8209;532/18, EU:C:2019:1127, punt 40.</p>
</div>

<div id="ftn6">
<p><a href="#_ftnref6" name="_ftn6" style="color:blue; text-decoration:underline" title="">[6]</a> arrest van 9 juli 2020, Vueling Airlines, C&#8209;86/19, EU:C:2020:538, punt 31 en aldaar aangehaalde rechtspraak.</p>
</div>
</div>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Ondernemingsraad en achterbanoverleg: toestaan of niet?]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/ondernemingsraad-en-achterbanoverleg-toestaan-of-niet</link>
		  <pubDate>Mon, 24 Nov 2025 11:32:59 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Bo Leeuwestein]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Wanneer een ondernemingsraad wordt betrokken bij een belangrijk voorgenomen besluit, wil de ondernemingsraad vaak weten wat leeft onder de werknemers. De ondernemer wil graag rust op de werkvloer en bescherming van vertrouwelijke informatie. De Wet op de ondernemingsraden (WOR) heeft geen duidelijke oplossing voor dit spanningsveld. Dit roept de vraag op wanneer de ondernemingsraad werknemers mag raadplegen, en wanneer niet?</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Informatie en geheimhouding</h2>

<p>De ondernemingsraad kan zijn taak alleen goed uitvoeren als hij op tijd volledige <a href="https://ploum.nl/nieuws/deel-5-van-alles-over-de-ondernemingsraad-het-informatierecht" target="_blank">informatie</a> krijgt. In <a href="https://ploum.nl/nieuws/alles-over-de-ondernemingsraad-deel-3-het-adviesrecht" target="_blank">advies</a>- en <a href="https://ploum.nl/nieuws/bijzondere-bevoegdheid-van-de-or-het-instemmingsrecht" target="_blank">instemmingstrajecten</a> gaat het dan al snel om ingrijpende gegevens: financi&euml;le analyses, reorganisatieplannen, investeringen, fusies en overnames, of zelfs sluitingen. De ondernemer moet alle informatie verstrekken die de ondernemingsraad redelijkerwijs nodig heeft voor de taakvervulling.</p>

<p>Daar staat tegenover dat de ondernemingsraad die informatie niet openbaar mag maken. De geheimhoudingsplicht uit artikel 20 WOR geldt voor alle informatie die wordt ontvangen in de hoedanigheid van ondernemingsraadslid, en voor alle informatie waarvoor de ondernemer uitdrukkelijk geheimhouding oplegt. Overtreding van die geheimhoudingsplicht kan leiden tot ontslag, zelfs op staande voet.</p>

<h2>Achterbanraadpleging</h2>

<p>Tegenover die geheimhoudingsplicht staat artikel 17 WOR: het recht van de ondernemingsraad om werknemers te raadplegen als dat redelijkerwijs noodzakelijk is. De wetgever vond het belangrijk dat werknemers weten wat de ondernemingsraad doet en dat de ondernemingsraad weet wat leeft bij de werknemers. De invulling van de achterbanraadpleging is bewust opengelaten, omdat iedere onderneming anders is. De ondernemingsraad mag zich niet volledig laten leiden door de uitkomsten en moet een <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:6243" target="_blank">eigen afweging</a> blijven maken.</p>

<p>Zolang geheimhouding geldt, mag de ondernemingsraad geen informatie delen die daaronder valt. Toch kan niet zomaar elk achterbanoverleg tegengehouden worden. De ondernemer moet afwegen of <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:2448" target="_blank">volledige geheimhouding noodzakelijk</a> is, of dat ruimte bestaat om achterbanoverleg mogelijk te maken. De ondernemer moet meedenken over werkbare alternatieven. Beperkte informatie delen, een afgestemde presentatie, of een gezamenlijke bijeenkomst met de directie en ondernemingsraad zijn soms mogelijk zonder schade voor de onderneming.</p>

<p>Van de ondernemingsraad wordt verwacht dat hij zich redelijk opstelt. Achterbanraadpleging is geen doel op zich. De ondernemingsraad moet kunnen uitleggen waarom raadpleging noodzakelijk is en in welke vorm dat kan zonder schade voor de onderneming. Een ondernemingsraad die alleen volledige openbaarheid accepteert, handelt <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHAMS:2020:2643" target="_blank">niet redelijk</a>. De ondernemingsraad mag de achterban ook niet alleen de mogelijke nadelen van het voorgenomen besluit voorhouden, maar moet eerlijk en volledig de beweegredenen van de ondernemer toelichten. De ondernemingsraad vertegenwoordigt tenslotte zowel het personeel als het belang van de onderneming.</p>

<h2>Afweging afhankelijk van het onderwerp van het voorgenomen besluit</h2>

<p>De ruimte voor achterbanoverleg hangt sterk af van het onderwerp van het voorgenomen besluit. Bij grote strategische besluiten zoals investeringen, fusie, verkoop van activiteiten, sluiting of andere artikel 25 WOR-besluiten mag de ondernemer de ondernemingsraad in het algemeen aan geheimhouding houden. De ondernemingsraad kan dan geen vertrouwelijke informatie met werknemers delen, ook wanneer de gevolgen voor werknemers ingrijpend kunnen zijn. Anders ligt het bij besluiten die gaan over arbeidsvoorwaarden en regelingen waarop artikel 27 WOR ziet. Deze onderwerpen raken de werknemers directer en hebben minder snel externe gevolgen, waardoor achterbanoverleg verbieden minder snel aan de orde is.</p>

<h2>Goede afspraken voor een werkbare praktijk</h2>

<p>Aan de start van een advies- of instemmingstraject kunnen de ondernemingsraad en ondernemer afspreken hoe zij omgaan met informatie en achterbanoverleg. Dit vergt een afweging per geval, en een redelijke opstelling van beide kanten. In de meeste gevallen ontstaat een oplossing die recht doet aan ieders belangen: informeren waar nodig, beschermen wat moet. Met een zorgvuldige afweging en een redelijke opstelling zorgen ondernemingsraad en ondernemer samen voor een succesvol medezeggenschapstraject.</p>

<p>Meer weten? Neem dan contact op met onze sectie&nbsp;<a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/arbeidsrecht" target="_blank">Arbeidsrecht</a>.</p>

<p>Nog geen abonnee? Meld u dan aan voor onze&nbsp;<a href="https://ploum.nl/nieuwsbrief" target="_blank">nieuwsbrief</a>.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Enkele valkuilen voor de AI-startup onder de AI-verordening]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/enkele-valkuilen-voor-de-ai-startup-onder-de-ai-verordening</link>
		  <pubDate>Wed, 26 Nov 2025 1:50:20 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Matthijs Gardien]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Net als elke andere <a href="https://ploum.nl/expertises/themas/start-up-scale-up" target="_blank">start-up</a>, wil ook een AI-gedreven start-up zich richten op het ondernemen en zich liever niet bezighouden met de juridische haken en ogen die bij hun AI-systeem komen kijken. Al helemaal niet als dit om nieuwe(re), en daarmee (nog) betrekkelijk onbekende/onbeminde wetgeving gaat. Toch is het voor een dergelijke onderneming van groot belang om zijn werkzaamheden te toetsen aan de AI-Verordening (AI-Act), die sinds deze zomer in werking is getreden. In dit blog wordt in een vogelvlucht uitgelegd wat de AI-Act regelt en welke valkuilen deze met zich brengt, om vervolgens een aantal tips te geven over hoe die risico&rsquo;s contractueel aan te vliegen.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>De AI-Verordening in het kort en de HRAIS</h2>

<p>De Europese AI-Act verplicht aanbieders en gebruikers om hun technologie zo veilig, transparant en controleerbaar mogelijk te maken. Net als bij andere digitale EU-wetgeving, zoals de Digital Services Act (DSA), onderscheidt de AI-Act verschillende typen aanbieders, waarbij strengere eisen gelden voor sommige dan voor andere.</p>

<p>In dat kader legt de AI-Act bijzonder strikte verplichtingen op de zogenoemde aanbieders van hoog-risico AI-systemen (HRAIS). Hierbij kan gedacht worden aan de toepassing van generatieve AI in de zorg, keuzes voor bijvoorbeeld al dan niet promotie of laten afvloeien van personeel en in het beoordelen of verschaffen van krediet.</p>

<p>Aanvullende zorgplichten voor dit soort werkzaamheden zijn een slechte ontwikkeling, maar ondernemers moeten zich er wel van bewust zijn dat de AI-Act een bepaling bevat waardoor ook aanbieders die dergelijke diensten niet rechtstreeks leveren, toch als HRAIS kunnen worden aangemerkt. Hierdoor moeten zij ineens voldoen aan strengere eisen. Als de dienst van een onderneming eenmaal wordt aangemerkt als een HRAIS, kan dit aanzienlijke gevolgen hebben voor de start-up. Niet alleen vragen de aanvullende verplichtingen een stuk meer aandacht en inspanning, ook kan de niet-naleving ervan resulteren in boetes voor de onderneming.</p>

<h2>Het contractueel inperken van risico&rsquo;s, de tips!</h2>

<p>In dat kader is het van belang om vooraf zo goed mogelijk in te schatten of je als onderneming producten of diensten aanbiedt die (alsnog) als HRAIS worden aangemerkt. Hoewel dit risico nooit volledig kan worden uitgesloten, is het wel mogelijk om het in te perken. Bij het beperken van dit risico is het raadzaam om met name prioriteit te geven aan het volgende:</p>

<ul>
	<li>Laat een naam of merk goed contractueel vastleggen;
	<ul>
		<li>Aanbieders kunnen als HRAIS worden aangemerkt als zij hun naam verbinden aan een HRAIS. Het is daarom van belang om ervoor te zorgen dat niet ieder (zakelijk) contact jouw naam of merk op hun systeem kan plaatsen.</li>
	</ul>
	</li>
	<li>Formuleer concrete en heldere gebruiksrestricties;
	<ul>
		<li>Een aanbieder kan ook als HRAIS worden aangemerkt als er een substanti&euml;le wijziging plaatsvindt in het AI-systeem. Een dergelijke contractuele bepaling voorkomt niet dat een aanbieder verwordt tot een HRAIS, maar zorgt er wel voor dat de verantwoordelijke actor aansprakelijk is op grond van wanprestatie.</li>
	</ul>
	</li>
	<li>&nbsp;Leg de parameters van het doel van het AI-systeem duidelijk en specifiek vast;
	<ul>
		<li>Een aanbieder kan alsnog onder de HRAIS-verplichtingen vallen als het doel van het AI-systeem verandert. Door de doelparameters duidelijk vast te leggen, verkleint de aanbieder het risico op aansprakelijkheid wanneer bijvoorbeeld klanten het systeem voor andere doeleinden gaan gebruiken.</li>
	</ul>
	</li>
</ul>

<h2>Kortom</h2>

<p>Hoewel de AI-Act op het eerste gezicht weinig verandert aan het speelveld voor AI-start-ups, schuilt het risico in juridische details. Een moment van onoplettendheid kan leiden tot onaangename verrassingen. Laat je als <a href="https://ploum.nl/expertises/themas/start-up-scale-up" target="_blank">start-up </a>daarom goed en tijdig adviseren en zorg voor een stevig contractueel vangnet tegen de impact van deze regelgeving!</p>

<p>Bij&nbsp;Ploum&nbsp;denken we graag met je mee, zodat jij zorgeloos kunt bouwen aan je onderneming.</p>

<div class="boxed-text"><strong>Ploum&rsquo;s Pointer:</strong>&nbsp;<br />
<br />
Wil je voor jezelf alvast een snelle scan maken van wat de AI-verordening voor jouw onderneming betekent? In de <a href="https://open.overheid.nl/documenten/8d7b5ccb-41fc-4d92-a4c2-a7fa81e66bfb/file" target="_blank">Gids AI-verordening</a> heeft het Ministerie van Economische Zaken overzichtelijk gemaakt op welke sectoren en actoren de verordening met name betrekking heeft.<br />
<br />
Een uitgebreide check? <a href="https://ploum.nl/specialisten?advanced-filter-categories=start-up-scale-up" target="_blank">Bel ons!</a></div>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[De ondernemingsraad informeren in het adviestraject: Nederlandse ondernemer kan zich niet verschuilen achter de concernleiding]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/de-ondernemingsraad-informeren-in-het-adviestraject-nederlandse-ondernemer-kan-zich-niet-verschuilen-achter-de-concernleiding</link>
		  <pubDate>Mon, 17 Nov 2025 2:48:00 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Bo Leeuwestein]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Als een internationaal concern wereldwijd reorganiseert, lijkt het voor de Nederlandse onderneming vaak een gedane zaak. De strategie is bepaald, de opdracht komt van hogerhand, en de lokale ondernemer voert slechts uit. Een recente uitspraak van de Ondernemingskamer laat weer zien dat de lokale ondernemer de eigen verantwoordelijkheden niet uit de weg kan gaan. De Nederlandse ondernemer blijft verantwoordelijk voor een zorgvuldig adviestraject, een eigen belangenafweging, en een goede informatievoorziening richting de ondernemingsraad.</p>

<p>Eerder schreven wij over het <a href="https://ploum.nl/nieuws/alles-over-de-ondernemingsraad-deel-3-het-adviesrecht" target="_blank">adviesrecht</a> &ndash; ook in <a href="https://ploum.nl/nieuws/medezeggenschap-in-internationale-concerns" target="_blank">internationale context</a> &ndash;, de rol van de ondernemingsraad bij <a href="https://ploum.nl/nieuws/de-ondernemingsraad-en-reorganisatie-wat-is-de-rol-van-de-ondernemingsraad" target="_blank">reorganisaties</a> en het <a href="https://ploum.nl/nieuws/de-ondernemingsraad-en-het-sociaal-plan" target="_blank">sociaal plan</a>, en het <a href="https://ploum.nl/nieuws/deel-5-van-alles-over-de-ondernemingsraad-het-informatierecht" target="_blank">informatierecht</a>.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Reorganisatie vanuit het concern</h2>

<p>In de zaak <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:1299" target="_blank">Micro Focus</a> ging het om de Nederlandse onderneming van een internationaal softwarebedrijf met 24.500 werknemers &ndash; het OpenText-concern. Begin juli 2024 kondigde de Canadese moederonderneming een wereldwijd &ldquo;Business Optimization Plan&rdquo; aan, waardoor 1.200 functies vervielen en 800 nieuwe functies werden gecre&euml;erd. In de Nederlandse onderneming vervielen twaalf arbeidsplaatsen.</p>

<p>De ondernemingsraad was pas op de hoogte van dit besluit nadat al ontslaggesprekken waren gevoerd met werknemers. De ondernemingsraad eiste een adviesaanvraag. De Nederlandse ondernemer stopte de uitvoering en vroeg de ondernemingsraad om advies. In de maanden daarna vonden twee overlegvergaderingen plaats, en meerdere schriftelijke ronden vraag en antwoord. De belangrijkste onderwerpen waren de onderbouwing van de reorganisatie en de ontslagvoorwaarden. De ondernemingsraad gaf begin oktober 2024 een negatief advies, waarna de ondernemer alsnog het reorganisatiebesluit nam.</p>

<p>De ondernemingsraad verzocht de Ondernemingskamer te oordelen dat Micro Focus niet in redelijkheid tot het reorganisatiebesluit kon komen, en haar te veroordelen tot intrekking en ongedaanmaking ervan.</p>

<h2>Nog wezenlijke invloed?</h2>

<p>De Ondernemingskamer oordeelde dat het besluit adviesplichtig was op grond van artikel 25 WOR. Daarover bestond tussen partijen geen geschil. Hoewel de ondernemingsraad te laat werd betrokken, heeft Micro Focus het gebrek hersteld door de be&euml;indigingsgesprekken te pauzeren en alsnog een adviestraject te doorlopen. In dat traject vond meerdere keren overleg plaats en paste de werkgever de ontslagvoorwaarden aan op verzoek van de ondernemingsraad. Daarmee had de ondernemingsraad wezenlijke invloed.</p>

<h2>Sociaal plan niet vereist</h2>

<p>De ondernemingsraad vond dat Micro Focus een sociaal plan moest hebben. Het oude sociaal plan eindigde in de maand voordat het reorganisatiebesluit werd genomen. Volgens de ondernemingsraad een vooropgezet plan om niet het sociaal plan te hoeven toepassen. Micro Focus wilde geen nieuw sociaal plan overeenkomen. Dat hoefde ook niet volgens de Ondernemingskamer. Een ondernemer is niet verplicht een sociaal plan af te sluiten.</p>

<h2>Informatievoorziening schiet tekort</h2>

<p>Waar het w&eacute;l misging, was de informatievoorziening. De ondernemingsraad stelde in het adviestraject veel vragen over de achtergrond van de reorganisatie, de gevolgen voor de Nederlandse onderneming, en de redenen voor het verval van de geselecteerde arbeidsplaatsen. Micro Focus verwees met name terug naar het concernbesluit en kwam niet veel verder dan dat de reorganisatie nodig was omdat wereldwijd de resultaten tegenvielen. Verdere financi&euml;le of bedrijfsmatige onderbouwing ontbrak.</p>

<p>Volgens de Ondernemingskamer had Micro Focus zelf moeten uitleggen wat de impact was op de Nederlandse onderneming en waarom het schrappen van juist deze functies noodzakelijk was. Dat die informatie niet beschikbaar zou zijn op lokaal niveau, is geen geldig excuus. De Nederlandse ondernemer moet, ook binnen een internationaal concern, de eigen belangen zelfstandig beoordelen en afwegen tegen het concernbelang &mdash; en dat inzichtelijk maken voor de ondernemingsraad.</p>

<h2>Zelfstandig afwegen, niet alleen uitvoeren</h2>

<p>De Ondernemingskamer oordeelde dat een Nederlandse ondernemer zich niet kan verschuilen achter de concernleiding. Een andere opvatting zou op onaanvaardbare wijze afbreuk doen aan het wettelijk stelsel van medezeggenschap volgens de Ondernemingskamer. De concernstrategie weegt mee, maar is niet doorslaggevend. De lokale ondernemer moet laten zien dat hij een zelfstandige afweging heeft gemaakt, gebaseerd op de eigen omstandigheden, belangen en cijfers. Omdat Micro Focus dat niet had gedaan, oordeelde de Ondernemingskamer dat het besluit kennelijk onredelijk was. Micro Focus moest het besluit intrekken, de gevolgen ongedaan maken, en mocht de reorganisatie niet uitvoeren.</p>

<h2>Bevestiging van eerdere rechtspraak</h2>

<p>De uitspraak in <em>Micro Focus</em> past in een duidelijke lijn in de rechtspraak: lokale ondernemingen binnen een internationaal concern blijven zelf verantwoordelijk voor naleving van de WOR en de afweging van de eigen belangen. Eerder oordeelde de Ondernemingskamer langs diezelfde lijn in de zaken <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHAMS:2013:2336" target="_blank">Watts Industries</a>, <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHAMS:2016:5232" target="_blank">Nalco</a>, <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:1310" target="_blank">Assa Abloy</a><em>, </em>en <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:519" target="_blank">Sabic</a>.</p>

<p>Wie zich beroept op een wereldwijd besluit, moet kunnen uitleggen waarom dat besluit lokaal ook redelijk en noodzakelijk is. De ondernemer kan niet volstaan met &ldquo;dat is zo besloten op het hoofdkantoor&rdquo;.</p>

<p>Meer weten? Neem dan contact op met onze sectie&nbsp;<a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/arbeidsrecht" target="_blank">Arbeidsrecht</a>.</p>

<p>Nog geen abonnee? Meld u dan aan voor onze&nbsp;<a href="https://ploum.nl/nieuwsbrief" target="_blank">nieuwsbrief</a></p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Ploum gaat samenwerken met Breaking Barriers]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/ploum-gaat-samenwerken-met-breaking-barriers</link>
		  <pubDate>Wed, 26 Nov 2025 10:32:30 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Lars Boer]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws, Ploum Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Als legal partner sluiten we ons aan bij <u><a href="https://aic4nl.nl/onze-ondersteuning/innoveren-en-groeien-met-ai/breaking-barriers/" style="color:#467886; text-decoration:underline">Breaking Barriers</a></u>; een programma dat AI-start-ups helpt om door te breken, op te schalen en impact te maken. Een mooie stap waarmee wij onze juridische expertise inzetten om jonge bedrijven te ondersteunen.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Breaking Barriers biedt AI-start-ups een springplank naar succes</h2>

<p>Het AiNed Breaking Barriers-programma begeleidt start-ups bij groei, positionering en toegang tot een waardevol netwerk. Als partner staan wij klaar om deelnemers te helpen met juridische vraagstukken; van oprichting tot contracten en intellectueel eigendom. Zo kunnen zij zich focussen op innovatie.</p>

<p>Meer weten? Bekijk de website van <a href="https://aic4nl.nl/onze-ondersteuning/innoveren-en-groeien-met-ai/breaking-barriers/" target="_blank">Breaking Barriers</a>&nbsp;of <a href="https://ploum.nl/specialisten?advanced-filter-categories=start-up-scale-up" target="_blank">neem gerust contact met ons op</a>.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Wet voor toelatingsstelsel uitzendarbeid (Wtta) aangenomen]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/wet-voor-toelatingsstelsel-uitzendarbeid-wtta-aangenomen</link>
		  <pubDate>Fri, 14 Nov 2025 11:42:54 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Anne van Vliet]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>De Eerste Kamer stemde in met het wetsvoorstel dat een toelatingsstelsel voor uitzendarbeid introduceert, de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta). De wet regelt dat uitleners enkel nog arbeidskrachten mogen uitlenen als zij beschikken over een toelating van de Minister van SZW. De veranderingen richten zich echter niet alleen op uitleners. Ook inleners krijgen verplichtingen onder de nieuwe wet. In dit artikel lichten wij toe waar organisaties rekening mee moeten houden.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Wat verandert er?</h2>

<p>De Wtta verplicht alle bedrijven die kwalificeren als uitlener om een toelating aan te vragen bij de uitvoerende instelling, de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt. Alleen uitleners die aantoonbaar eerlijk en zorgvuldig met arbeidskrachten omgaan, komen in aanmerking voor toelating. Voor deze toelating moeten uitleners onder andere kunnen aantonen dat zij het juiste loon betalen, belasting en premies afdragen, personeel correct registreren en beschikken over een recente VOG. Uitleners moeten een bankgarantie verstrekken voor de geldigheidsduur van de toelating. De garantie bedraagt EUR 100.000. Bedrijven die zijn toegelaten, worden opgenomen in een openbaar register.</p>

<p>Er komt een overgangsregeling voor bestaande uitleners met een SNA-keurmerk. Uitleners mogen onder voorwaarden tijdelijk blijven uitlenen, indien zij voor inwerkingtreding van de Wtta, op 1 januari 2027, nog niet over een definitief besluit tot toelating beschikken. Van belang is wel dat zij zich tijdig melden bij Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt en zich tijdig aanmelden voor toelating.</p>

<p>De wet legt ook verplichtingen op aan inleners. Inleners mogen alleen nog zaken doen met toegelaten uitleners die ingeschreven zijn in het handelsregister en die over een certificaat tot toelating beschikken. De inlener moet daarnaast een registratie bijhouden van de ingeleende arbeidskrachten en uitleners die de arbeidskrachten ter beschikking stellen.</p>

<h2>Voor wie geldt de verplichting tot toelating?</h2>

<p>Het vereiste van toelating geldt voor &lsquo;uitleners&rsquo;. Een uitlener is elke organisatie die arbeidskrachten ter beschikking stelt in zin van de Waadi. Onder het begrip uitleners vallen onder meer uitzendbureaus, detacheerders en payrollbedrijven. Onder bepaalde omstandigheden kunnen ook bemiddelaars van zzp&rsquo;ers onder het begrip uitlener vallen.</p>

<h2>Doorlening</h2>

<p>Doorlening &ndash; het inlenen via een tussenschakel &ndash; komt in de praktijk veel voor. De Wtta cre&euml;ert voor zowel de uiteindelijke inlener, als de doorlener een controleplicht. Een inlener moet straks niet alleen controleren of de partij met wie hij contracteert een toelating heeft, maar ook of &aacute;lle partijen in de keten toegelaten zijn. Het is voor inleners dus verstandig om contractueel vast te leggen of doorlening is toegestaan, welke informatie de uitlener moet verstrekken en afspraken te maken over verhaalsmogelijkheden bij boetes.</p>

<h2>Controles op beloning en ketenaansprakelijkheid</h2>

<p>Een ander nieuw onderdeel voor inleners is de meewerkplicht bij inspecties naar het loonverhoudingsvoorschrift. Inspectie-instellingen mogen bij de inlener controles uitvoeren om te beoordelen of uitzendkrachten gelijkwaardig worden beloond door de uitlener. Op het niet meewerken kan een bestuurlijke boete worden gesteld. Daarnaast blijven de bestaande civiele en fiscale ketenaansprakelijkheden bestaan. Betaalt een uitlener te weinig loon of draagt hij geen premies af, dan kan de inlener worden aangesproken.</p>

<h2>Handhaving</h2>

<p>Vanaf 1 januari 2028 zal de Nederlandse Arbeidsinspectie handhaven. De Nederlandse Arbeidsinspectie kan zowel bij inleners, als bij uitleners handhaven, waaronder het opleggen van boetes en, in geval van herhaling van ernstige overtredingen, kan de Nederlandse Arbeidsinspectie overgaan tot preventieve stillegging.</p>

<h2>Voorbereiding op de Wtta</h2>

<p>De Wtta vraagt een goede voorbereiding. Voor inleners is het advies om tijdig onderzoek te doen naar de uitleners in de keten en naar de overeenkomsten die daaraan ten grondslag liggen. Het is aan te raden tijdig in gesprek te treden over de eventuele aanpassing van de overeenkomsten. Inleners moeten mogelijk ook de administratie en interne processen aanpassen.&nbsp;</p>

<p>Vragen over de Wtta en de gevolgen voor uw onderneming? Neem gerust contact op met ons <a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/arbeidsrecht">Team Arbeidsrecht</a> &ndash; wij denken graag mee.</p>

<p>Nog geen abonnee? Meld u dan hier aan voor onze&nbsp;<a href="https://ploum.nl/nieuwsbrief">nieuwsbrief</a>.</p>

<p style="text-align:justify">&nbsp;</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Vijf jaar na Brexit: wat betekent dat voor uw merken in het VK?]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/vijf-jaar-na-brexit-wat-betekent-dat-voor-uw-merken-in-het-vk</link>
		  <pubDate>Tue, 02 Dec 2025 1:50:13 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Anja Pazira]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Op 31 december 2025 is het alweer vijf jaar geleden dat het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie stapte. Die datum is niet alleen symbolisch, maar heeft voor veel merkhouders ook juridische gevolgen.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<p>Deze juridische gevolgen hebben allemaal te maken met de gebruiksplicht. De gebruiksplicht houdt in dat een merkhouder zijn merk daadwerkelijk moet gebruiken voor de waren en/of diensten waarvoor het is ingeschreven. Daarmee wensen we te voorkomen dat merken alleen worden geregistreerd om anderen van de markt te houden, zonder het merk daadwerkelijk in het economisch verkeer te gebruiken. Daarnaast is dit een goede manier om de merkenregisters &ldquo;schoon&rdquo; te houden. De gebruiksplicht gaat gelden vanaf vijf jaar na de registratiedatum. Met andere woorden, de merkhouder krijgt vijf jaar de tijd om zijn merk op de markt te brengen en commercieel te gebruiken. Als het merk daarna vijf jaar onafgebroken niet is gebruikt, kan het (gedeeltelijk) worden doorgehaald wegens niet-gebruik.</p>

<p>De Brexit betekende dat Uniemerken niet langer automatisch bescherming boden in het Verenigd Koninkrijk. Om bestaande rechten te behouden is bij het einde van de overgangsperiode op 31 december 2020 automatisch voor elke geldige Uniemerkregistratie een gelijkwaardige Britse registratie aangemaakt: de zogeheten <em>UK clone registration</em>. Dit zijn letterlijke kopie&euml;n van het Uniemerk maar dan op nationaal niveau geregistreerd met een eigen Brits registratienummer en bieden dezelfde bescherming, maar dan enkel binnen het Verenigd Koninkrijk. &nbsp;</p>

<h2>Waarom is 31 december 2025 dan zo belangrijk?</h2>

<p>Na die dag kunnen eigenaren van zogenoemde <em>UK clone registrations</em> niet langer meer vertrouwen op gebruik van hun merk binnen de EU om hun rechten in het Verenigd Koninkrijk te behouden. Alleen gebruik binnen het Verenigd Koninkrijk zelf telt dan nog mee. Dit betekent dat als een merk in de afgelopen vijf jaar niet actief is gebruikt in het Verenigd Koninkrijk, het merk (gedeeltelijk) kan worden doorgehaald wegens niet normaal gebruik. Oftewel, dit is h&eacute;t moment om goed in kaart te brengen welke merken je bezit met een <em>UK clone registration</em>, en of die de afgelopen jaren daadwerkelijk in het Verenigd Koninkrijk zijn gebruikt.</p>

<p>Is dat niet het geval, maar wil je de bescherming wel behouden? Dan kun je overwegen om je merk zo snel mogelijk in het Verenigd Koninkrijk te gaan gebruiken, of eventueel een nieuwe Britse merkaanvraag in te dienen. Zo voorkom je dat waardevolle rechten verloren gaan na 31 december 2025.</p>

<p>Wil je zeker weten dat jouw merken ook na 2025 goed beschermd blijven in het Verenigd Koninkrijk? <a href="https://ploum.nl/specialisten?advanced-filter-categories=merk-en-modelregistratie">Wij kijken graag mee!</a></p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Hof van Justitie bevestigt strikte benadering douanewaarde onder het CDW bij opeenvolgende verkopen]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/hof-van-justitie-bevestigt-strikte-benadering-douanewaarde-onder-het-cdw-bij-opeenvolgende-verkopen</link>
		  <pubDate>Mon, 10 Nov 2025 4:08:30 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Jikke Biermasz]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>In het arrest Massimo Dutti (<a href="http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:62024CJ0500" target="_blank">C-500/24</a> van 30 oktober 2025) verduidelijkt het Hof van Justitie opnieuw de toepassing van de <em>first sale</em>-regel onder het oude Communautaire Douanewetboek (CDW). Daarbij onderstreept het Hof dat een eerste verkoop alleen als basis voor de douanewaarde kan dienen als al op het moment van die verkoop vaststond dat de goederen daadwerkelijk voor de EU-markt waren bestemd. <a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz">Jikke Biermasz</a> bespreekt het arrest.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Feiten in het kort</h2>

<p>Massimo Dutti kocht goederen via een Zwitserse groepsmaatschappij. De kledingartikelen gingen van Azi&euml; rechtstreeks naar Spanje en werden deels wederuitgevoerd. Voor 2014&ndash;2015 werd de prijs van de eerste verkoop van de fabrikant aan de Zwitserse entiteit aangegeven. De douane meende echter dat de tweede verkoop, van de Zwitserse entiteit aan Massimo Dutti, leidend was en corrigeerde de douanewaarde. De kwestie werd aan de Spaanse rechter voorgelegd.</p>

<h2>Prejudici&euml;le vragen</h2>

<p>De verwijzende Spaanse rechter merkte op dat een deel van de kleding na binnenkomst in de Unie in het vrije verkeer werd gebracht, terwijl een ander deel onder de douane-entrepotregeling werd geplaatst, met de mogelijkheid om die later alsnog in het vrije verkeer te brengen of weder uit te voeren. De keuze tussen directe invoer en entrepot was afhankelijk van de op dat moment geldende tariefpreferenties.</p>

<p>Tegen die achtergrond vroeg de rechter zich af hoe de uitdrukking &ldquo;<em>verkoop voor uitvoer naar het douanegebied van de Unie</em>&rdquo; moet worden uitgelegd. Is dit begrip uitsluitend verbonden aan het fysieke binnenbrengen van goederen in de Unie, ongeacht de douaneregeling en hun uiteindelijke bestemming? Of vereist het dat al bij de verkoop vaststaat dat de goederen zullen worden verhandeld op de EU-markt?</p>

<p>De Spaanse rechter legde daarom de volgende vragen aan het Hof voor:</p>

<ul>
	<li>volstaat het voor de kwalificatie &ldquo;verkoop voor uitvoer&rdquo; dat de goederen op grond van een verkoopovereenkomst de Unie fysiek/ geografisch binnenkomen, ongeacht het verdere gebruik of de douaneregeling, of moet worden aangetoond dat zij bestemd zijn voor de EU-markt?</li>
	<li>is het noodzakelijk dat wordt bewezen dat de goederen daadwerkelijk voor verhandeling binnen de Unie zijn bestemd?</li>
</ul>

<h2>Oordeel van het Hof van Justitie</h2>

<p>In het arrest bevestigt het Hof van Justitie dat:</p>

<ul>
	<li>louter binnenkomst in de EU niet genoeg is om de eerste verkoop als &ldquo;verkoop voor uitvoer naar de EU&rdquo; aan te merken;</li>
	<li>al ten tijde van de eerste verkoop vast moet staan dat de goederen voor verhandeling op de EU-markt zijn bestemd;</li>
	<li>latere feiten (bijv. daadwerkelijke invoer, wederuitvoer) niet doorslaggevend zijn als bewijs; en</li>
	<li>bij onduidelijke of flexibele bestemming er g&eacute;&eacute;n first sale mag worden gebruikt.</li>
</ul>

<p>Het Hof van Justitie blijft dus trouw aan het beginsel dat douanewaarde de werkelijke economische waarde moet weerspiegelen en dat shopping tussen opeenvolgende verkopen niet past binnen het transactiewaardestelsel.</p>

<h2>Belangrijk in context van het DWU</h2>

<p>Dit arrest ziet op een periode onder het oude CDW-regime. Onder het huidige Douanewetboek van de Unie (DWU) is de <em>first sale</em>-regel in principe losgelaten:</p>

<ul>
	<li>De laatste verkoop voorafgaand aan binnenkomst in de EU is de primaire basis voor de douanewaarde (art. 70 DWU).</li>
	<li>Gebruik van een eerdere verkoop is niet langer uitgangspunt, maar alleen in zeer beperkte en uitzonderlijke situaties nog denkbaar (en praktisch gezien vrijwel uitgesloten).</li>
</ul>

<p>Dit arrest bevestigt daarmee niet alleen de strenge voorwaarden onder het CDW, maar legt de juridische lijn neer die onder het DWU volledig is doorgetrokken: de douanewaarde volgt de laatste, economisch relevante transactie voor binnenkomst. Kortom: dit arrest bevestigt dat eerdere verkopen niet strategisch kunnen worden ingezet en dat het aantonen van de EU-bestemming in commerci&euml;le zin centraal staat bij douanewaardering &mdash; toen &eacute;n nu. Het gaat niet om de vraag of de verkoop erop is gericht dat de goederen het EU-douanegebied aan doen, maar om de vraag of vaststaat op het moment van de verkoop of zij hier worden verhandeld.&nbsp;</p>

<div class="boxed-text">Ploums praktijkgroep&nbsp;<a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/douanerecht">Douane, Handel &amp; Logistiek</a>&nbsp;combineert diepgaande juridische kennis met praktische ervaring in internationaal handels- en EU-douanerecht. Of het nu gaat om complexe vraagstukken rond import- en exportregelgeving, sanctiewetgeving of geschillen over oorsprong en classificatie: onze specialisten bieden strategisch advies en doeltreffende oplossingen die uw internationale handelsstromen soepel en compliant houden.<br />
<br />
Indien u vragen heeft over dit onderwerp of over andere kwesties rondom Douane, kunt u contact opnemen met &eacute;&eacute;n van onze teamleden of neem rechtstreeks contact op met&nbsp;<a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz">Jikke Biermasz</a>&nbsp;(j.biermasz@ploum.nl).</div>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Ploum staat ook in 2025 in de Top-Vastgoedjuristen van PropertyNL]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/ploum-staat-ook-in-2025-in-de-top-vastgoedjuristen-van-propertynl</link>
		  <pubDate>Wed, 05 Nov 2025 3:44:28 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Anton van den Heuvel]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Ploum Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Ook in 2025 staat Ploum weer in de Top-Vastgoedjuristen van PropertyNL. Dit vastgoedtijdschrift doet jaarlijks onderzoek naar de belangrijkste vastgoedkantoren van Nederland. Met dit jaar speciale aandacht voor advisering van Ploum die verband houdt met de energietransitie. Zo heeft Ploum overeenkomsten opgesteld voor aanleg en exploitatie van oplaadinfrastructuur voor elektrische voertuigen. Verder werd er bijvoorbeeld geadviseerd over de realisatie van een fabriek en terminals voor de productie van duurzame brandstof in de Rotterdamse haven. Daarnaast krijgt Ploum&rsquo;s advisering over oplossingen voor netcongestieproblemen de aandacht en de toenemende adviesrol over ESG bij huurovereenkomsten en in de dagelijkse business van vastgoedcli&euml;nten eveneens. &nbsp;&nbsp;</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<p><img alt="" src="https://ploum.nl/uploads/Afbeelding_1.png" style="height:53px; width:413px" /></p>

<p><img alt="" src="https://ploum.nl/uploads/Afbeelding_2.png" style="height:293px; width:335px" /></p>

<p><img alt="" src="https://ploum.nl/uploads/Afbeelding_3.png" style="height:746px; width:407px" /></p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Sterk merk, sterke start]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/sterk-merk-sterke-start</link>
		  <pubDate>Thu, 20 Nov 2025 3:02:27 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Anja Pazira]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Als <a href="https://ploum.nl/expertises/themas/start-up-scale-up">startup of scale-up</a> heb je duizend dingen aan je hoofd: productontwikkeling, financiering, opbouwen van je team, etc. Het beschermen van je merk voelt dan al snel als iets voor later of is pas iets wat je wilt overwegen als je startup succesvoller lijkt te worden.</p>

<p>Laat het nou juist de beginfase zijn die cruciaal is voor het vastleggen van je merkrechten, en dat is iets waar veel ondernemers vaak pas te laat achter komen. In deze blog hopen we een beter beeld te geven van het belang en de mogelijkheden als het gaat om merkrechten.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Wat zijn merkrechten eigenlijk?</h2>

<p>Om te beginnen is het belangrijk om te weten wat merkrechten nou daadwerkelijk inhouden. Een merkregistratie is de enige manier om een <u>exclusief recht</u> te krijgen op het gebruik van een naam of teken. Dit kan een woordmerk zijn, maar ook een logo of een combinatie van een woord en grafisch element.</p>

<p>Een belangrijke voorwaarde voor de registratie van een merk is dat het in beginsel niet beschrijvend mag zijn voor de waren en/of diensten waarvoor het merk zal worden gebruikt. Simpel gezegd, kan het merk FIETS dus niet voor een fietsenwinkel worden geregistreerd. Dit is een van de redenen waarom het zo belangrijk is om in een vroeg stadium al na te denken over de merkregistratie. Het komt helaas al te vaak voor dat er al veel tijd en geld is ge&iuml;nvesteerd in een bepaalde naam die uiteindelijk niet geschikt lijkt te zijn om als merk geregistreerd te worden. Als daar in een vroeg stadium al bij stil wordt gestaan, kan er bewust voor een naam gekozen worden die een zo breed mogelijke beschermingsomvang heeft en waar dus vanaf het begin direct goed in ge&iuml;nvesteerd kan worden.</p>

<p>Merkregistratie gaat via het &ldquo;<em>first to file</em>&rdquo; principe, wat o.a. betekent dat derden hetzelfde merk niet meer kunnen registreren voor dezelfde of soortgelijke waren en/of diensten. In aanvulling hierop geldt dat je pas over het exclusieve recht om het merk te mogen gebruiken beschikt, wanneer de naam en/of het teken officieel als merk is geregistreerd. Met een merkregistratie bestaat er daardoor ook een juridische basis op grond waarvan kan worden opgetreden tegen derden die zonder toestemming gebruik maken van het geregistreerde merk of van een merk dat sterk overeenstemt met jouw merkregistratie.</p>

<h2>Waarom zijn merkrechten dan zo belangrijk voor <a href="https://ploum.nl/expertises/themas/start-up-scale-up">startups en scale-ups</a>?</h2>

<p>Allereerst is je merk jouw onderscheidingselement op de markt. Dit is hetgeen waar consumenten je aan herkennen en dus het belangrijkste onderdeel van je onderneming. De exclusieve merkrechten geven je de mogelijkheid om te bouwen aan je bekendheid op de markt, geven een kwaliteitsgarantie en uiteindelijk wordt zo de goodwill van de onderneming opgebouwd. Dit alles geeft je een unieke identiteit en kan je onderscheiden op de markt. Tegelijkertijd maakt dit je ook aantrekkelijk voor concurrenten en is het dus belangrijk om je merk goed te registreren om te voorkomen dat concurrenten meeliften op jouw bekendheid en goodwill.</p>

<p>Door je merk niet in de beginfase te registreren loop je in ieder geval al de volgende risico&rsquo;s:</p>

<ul>
	<li>Een concurrent registreert eerder een vergelijkbare naam;</li>
	<li>Je wordt gedwongen tot <em>rebranding</em> met hoge kosten en reputatieschade als gevolg;</li>
	<li>Je kunt niet optreden tegen namaak of verwarringsgevaar op de markt.</li>
</ul>

<p>Wat je te allen tijde wilt voorkomen is dat je een dure juridische strijd moet voeren met uiteindelijk een volledige <em>rebranding</em> als resultaat, precies om het moment dat je begint op te schalen. Want dat is nou juist het moment dat je op de radar komt van de concurrenten.</p>

<p>Los van het voorgaande zijn merkrechten ook een belangrijk middel om meer waarde te verbinden aan je bedrijf. Het is algemeen bekend dat intellectueel eigendom een van de eerste onderdelen is waar investeerders naar kijken. Oftewel, een <a href="https://ploum.nl/expertises/themas/start-up-scale-up">startup</a> met goed vastgelegde merkrechten komt veel professioneler en aantrekkelijker over.</p>

<h2>Kortom: wacht niet te lang</h2>

<p>Je merk is meer dan alleen een naam - het is je reputatie, je herkenbaarheid en een van de belangrijkste bouwstenen van je bedrijf. Door vanaf het begin aandacht te besteden aan merkrechten, voorkom je problemen en leg je een stevige basis voor groei.</p>

<p>Bij <a href="https://ploum.nl/">Ploum </a>denken we graag met je mee, zodat jij zorgeloos kunt bouwen aan je onderneming.</p>

<p>&nbsp;</p>

<div class="boxed-text"><strong>Ploum&rsquo;s Pointer</strong><br />
<br />
Ben je een MKB of KMO? Dan kun je via een SME-voucher tot 75% van de kosten voor je Benelux of EU-merkaanvraag terugkrijgen en tot 50% voor internationale aanvragen via WIPO. Het gaat om een maximale tegemoetkoming van &euro;1.000 op offici&euml;le taksen.&nbsp;<br />
<br />
Meer weten? <a href="https://ploum.nl/specialisten?advanced-filter-categories=start-up-scale-up">Neem gerust contact op!</a></div>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Levensmiddel of niet? De juridische status van kratom onder de loep]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/levensmiddel-of-niet-de-juridische-status-van-kratom-onder-de-loep</link>
		  <pubDate>Thu, 23 Oct 2025 9:48:33 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Marijn van Tuijl, Mirjam Louws en Ferah Taptik]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Wanneer is een stof juridisch gezien een &#39;levensmiddel&#39; (of voedingsmiddel)? Die vraag is cruciaal, zeker als het product niet <em>primair</em> bedoeld is om te eten, maar wel vaak zo gebruikt wordt. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft recentelijk een belangrijke <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:CBB:2025:340" style="color:#467886; text-decoration:underline">uitspraak</a> gedaan over kratom, een populair kruid uit Zuidoost-Azi&euml;.</p>

<p>Dit blog duikt in de relevante Europese wetgeving en bespreekt hoe het CBb de juridische status van kratom heeft beoordeeld.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Wet- en regelgeving: wat is een levensmiddel?</h2>

<p>Het wettelijk kader in verband met nieuwe voedingsmiddelen is neergelegd in:</p>

<ol>
	<li>Algemene Levensmiddelenverordening (Verordening (EG) 178/2002) (&lsquo;<strong>ALV</strong>&rsquo;), met name artikel 2 waarin de definitie van levensmiddel (of voedingsmiddel) is neergelegd. In de definitie is onder meer bepaald dat hieronder niet vallen: geneesmiddelen in de zin van de Geneesmiddelenrichtlijn (sub d) en verdovende middelen en psychotrope stoffen in de zin van het Enkelvoudig Verdrag van de Verenigde Naties inzake verdovende middelen van 1961 en het Verdrag van de Verenigde Naties inzake psychotrope stoffen van 1971 (sub g);</li>
	<li>Verordening (EU) 2015/2283 betreffende nieuwe voedingsmiddelen tot wijziging van Verordening (EU) 1169/2011 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 258/97 (&lsquo;<strong>Verordening Nieuwe Voedingsmiddelen</strong>&rsquo;), met name artikel 3 (definities) en artikel 6 (de Unielijst van toegelaten nieuwe voedingsmiddelen) en het Warenwetbesluit nieuwe voedingsmiddelen en genetisch gemodificeerde levensmiddelen.</li>
</ol>

<p>Controles bij binnenkomst worden uitgevoerd op grond van Verordening (EU) 2017/625 betreffende offici&euml;le controles en andere offici&euml;le activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen (&lsquo;<strong>Controleverordening</strong>&rsquo;).</p>

<h2>De zaak: kratom bij binnenkomst geweigerd</h2>

<p>Op 24 juni 2025 wees het CBb een uitspraak (ECLI:NL:CBB:2025:340) over een zending &lsquo;<em>Mitragyna speciosa dried leaves powder</em>&rsquo; (ook wel bekend onder de naam &lsquo;kratom&rsquo;) die bij binnenkomst in Nederland werd geweigerd en in bewaring genomen. Kratom is afkomstig van een loofboom &ndash; de mitragyna speciosa &ndash; die groeit in Zuidoost-Azi&euml;. De primaire werkzame stof is mitragynine, een alkalo&iuml;de. Kratom heeft een stimulerend effect en in hogere dosis een verdovende werking. Het wordt ook wel gebruikt als recreatieve drug. De vraag die speelde was of kratom al dan niet terecht zou zijn aangemerkt als levensmiddel.</p>

<h2>De discussie: levensmiddel?</h2>

<p>De NVWA had een zending van 1.100 kg kratom in bewaringgenomen en de binnenkomst van een zending in de EU geweigerd. De reden was dat kratom volgens de NVWA als levensmiddel wordt aangemerkt in de zin van artikel 2 ALV en dit levensmiddel niet aan de wettelijke regels voor het binnen de EU brengen voldeed. Kratom mag op grond van Verordening (EU) 2015/2283 niet in levensmiddelen aanwezig zijn.</p>

<p>Appellant meende dat kratom ten onrechte in bewaring was genomen omdat het een psychotrope stof is en daarom niet als levensmiddel kan worden aangemerkt. Ook stond er op de luchtvrachtbrief vermeld dat het niet voor menselijke consumptie was. Uit de stukken (onder andere de <em>material safety data sheet</em>) van de producent was het product gekwalificeerd als kleurstof voor textiel. Het product werd door appellant al elf jaar als kleurstof verkocht en de douane merkte de zending kratom aan als een geneesmiddel.</p>

<p>Het bezwaar en beroep werden ongegrond verklaard. De rechtbank overwoog dat kratom geen geneesmiddel was en niet op de lijst voorkwam waar de uitzondering in artikel 2 onder g ALV naar verwijst. Kratom was volgens de rechtbank terecht aangemerkt als nieuw voedingsmiddel.</p>

<h2>De uitspraak van het CBb</h2>

<p>Niet in geschil was dat de rechtbank terecht had overwogen dat kratom als een levensmiddel kon worden aangemerkt, tenzij geoordeeld moest worden dat het valt onder &eacute;&eacute;n van de uitzonderingen genoemd in de definitie van levensmiddel in artikel 2 ALV. In hoger beroep is alleen nog in geschil of kratom valt onder uitzondering g van de ALV.</p>

<p>Het CBb overweegt dat kratom niet als verdovend middel of psychotrope stof is opgenomen in het Enkelvoudig Verdrag van de Naties inzake verdovende middelen van 1961 en het Verdrag van de Verenigde Naties inzake psychotrope stoffen van 1971. Dit betekent volgens het CBb dat de uitzondering van levensmiddel niet van toepassing is op kratom. Dat kratom vergelijkbaar is met stoffen die wel zijn opgenomen in deze VN-verdragen, maakt niet dat kratom ook onder de uitzondering van artikel 2, onder g, ALV valt. De duidelijke tekst van deze bepaling biedt voor een dergelijke uitleg geen enkel aanknopingspunt, aldus het CBb. Het CBb wijst er ook nog op dat een stof niet alleen een levensmiddel is als deze &ldquo;bestemd zijn&rdquo; om door de mens te worden geconsumeerd, maar ook waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij door de mens zou worden geconsumeerd.</p>

<h2>Conclusie</h2>

<p>Deze uitspraak onderstreept dat de kwalificatie als levensmiddel niet alleen afhangt van de intentie van de importeur, maar ook van de objectieve verwachting van menselijke consumptie. Voor bedrijven die stoffen importeren met een alternatieve bestemming (zoals kleurstoffen), is het dus van belang om alert te zijn op hoe deze producten juridisch kunnen worden gekwalificeerd. Daarbij maakt het, zo blijkt uit deze uitspraak, niet uit of het betreffende product al jaren (in dit geval elf jaar) als kleurstof werd verhandeld en dat uit de stukken (<em>material safety data sheet</em> en luchtvrachtbrief) volgde dat het niet voor menselijke consumptie bestemd was en dat de douane de zendingen als geneesmiddel had aangemerkt.</p>

<h2>Over Ploum&rsquo;s team Internationale Handel, Douane en Voedsel- en Warenpraktijk</h2>

<p>De specialisten van ons team Internationale Handel, Douane en <a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/voedsel-en-warenpraktijk" style="color:#467886; text-decoration:underline">Voedsel- en Warenpraktijk</a> adviseren u graag omtrent de wet- en regelgeving alsook de vereiste juridische stappen bij het importeren, verkopen dan wel ontwikkelen van (nieuwe) voedingsmiddelen. Door onze jarenlange ervaring in onder meer de Voedsel- en Warenpraktijk, kunnen wij u snel en effectief van dienst zijn. Indien u vragen heeft over dit onderwerp of over andere kwesties rondom Internationale Handel, Douane of Voedselveiligheid- en wetgeving, kunt u contact opnemen met &eacute;&eacute;n van onze teamleden of neem rechtstreeks contact op met <a href="https://ploum.nl/specialisten/mirjam-louws#:~:text=Mirjam%20houdt%20zich%20bezig%20op,Ploum%20in%20dienst%20is%20getreden." style="color:#467886; text-decoration:underline">Mirjam Louws</a> (<a href="mailto:m.louws@ploum.nl" style="color:#467886; text-decoration:underline">m.louws@ploum.nl</a>).</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Van burger naar bonenschijf? Het Europees Parlement wil vleesnamen reserveren voor echte vleesproducten]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/van-burger-naar-bonenschijf-het-europees-parlement-wil-vleesnamen-reserveren-voor-echte-vleesproducten</link>
		  <pubDate>Tue, 21 Oct 2025 10:05:43 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Marijn van Tuijl en Ferah Taptik]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws, Ploum Nieuws, Pers en media, Ploum Academy]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Brussel zet een streep door het gebruik van vleesnamen voor plantaardige producten, zoals de &lsquo;vegetarische burger&rsquo;. Het Europees Parlement stemde op 8 oktober voor een verbod op het gebruik van termen die traditioneel aan vlees zijn verbonden, zoals &lsquo;burger, &lsquo;biefstuk&rsquo; en &lsquo;worst&rsquo;. Het gebruik van deze termen dient te worden beperkt tot producten van dierlijke oorsprong. Alleen producten die daadwerkelijk vlees of andere dierlijke eiwitten bevatten, zouden straks deze benamingen mogen dragen. Het Parlement sluit hiermee aan bij signalen uit de landbouwsector over de noodzaak van duidelijke productaanduidingen.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Wat staat er precies in het voorstel?</h2>

<p>Het voorstel, bekend als <a href="https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/AGRI-AM-773314_EN.pdf" style="color:#467886; text-decoration:underline">amendement 645</a>, maakt deel uit van een reeks bredere hervormingen binnen het Europese landbouwbeleid, gericht op het versterken van de positie van boeren in de voedselketen. Het amendement, dat inmiddels is aangenomen met 355 stemmen voor en 247 tegen, bepaalt dat vlees gerelateerde termen voortaan alleen nog gebruikt mogen worden voor producten van dierlijke oorsprong. In het voorstel worden de termen &lsquo;burger&rsquo;, &lsquo;biefstuk&rsquo; en &lsquo;worst&rsquo; onder meer genoemd als voorbeelden.</p>

<p>Het Parlement motiveert het standpunt met het streven naar transparantie in productaanduiding, zoals verankerd in artikel 7 van de Etiketteringsverordening (EU) 1169/2011. Het gebruik van vleesnamen bij plantaardige producten kan volgens het Parlement misleidend zijn, tenzij duidelijk wordt gemaakt dat het om alternatieven gaat. Het voorstel benadrukt verder dat het verbod bijdraagt aan eerlijke etikettering, de positie van traditionele boeren beschermt en het Europese culinaire erfgoed ondersteunt. Deze aanpak sluit aan bij bestaande regels die bijvoorbeeld het gebruik van termen als &lsquo;melk&rsquo; of &lsquo;room&rsquo; beperken tot echte zuivelproducten.</p>

<h2>Producenten waarschuwen voor verwarring</h2>

<p>De markt plaatst kanttekeningen bij het voorstel. Producenten zoals De Vegetarische Slager wijzen erop dat consumenten de huidige termen begrijpen. Uit een onderzoek van <a href="https://radar.avrotros.nl/artikel/consumenten-snappen-wat-vegaworst-is-meerderheid-tegen-verbod-op-vleesnamen-38035" style="color:#467886; text-decoration:underline">AVROTROS</a> uit 2020 bleek dat 96% van de Nederlandse consumenten wist dat een &lsquo;vegetarische worst&rsquo; geen vlees bevat. Supermarkten zoals Aldi en Lidl waarschuwen dat het schrappen van deze vertrouwde benamingen juist kan leiden tot minder weloverwogen keuzes. Termen als &lsquo;bonenschijf&rsquo; of &lsquo;vegan disk&rsquo; zeggen immers weinig over functie, bereiding of smaakbeleving. Dit roept de kernvraag op: valt het gebruik van vleesnamen bij plantaardige producten juridisch onder misleiding?</p>

<h2>Terugblik: 2020</h2>

<p>Opvallend is dat het <a href="https://www.europarl.europa.eu/news/en/press-room/20201019BKG89682/eu-farm-policy-reform-as-agreed-by-the-parliament-and-council/7/are-veggie-burgers-tofu-steaks-or-the-use-of-yogurt-pots-going-to-be-banned" style="color:#467886; text-decoration:underline">Europees Parlement</a> in oktober 2020 nog een vergelijkbaar verbod verwierp. Destijds stemde een ruime meerderheid tegen een amendement dat het gebruik van vleesnamen door plantaardige producten zou verbieden. Onder meer de organisaties BEUC (de Europese consumentenbond) en Eurogroup for Animals spraken zich uit tegen het verbod. Zij voerden destijds met succes aan dat consumenten niet zouden worden misleid en dat een dergelijk verbod overregulering zou zijn, met negatieve gevolgen voor verduurzaming en innovatie in de voedselketen.</p>

<h2>Rechtspositie binnen het EU-recht</h2>

<p>Het voorstel behelst een wijziging van de bestaande Etiketteringsverordening via een amendement. Het Europees Parlement heeft zijn standpunt ingenomen, maar het voorstel is nog niet definitief. De Raad van de EU en de Europese Commissie moeten zich nog over het voorstel buigen. Dit gebeurt via de gewone wetgevingsprocedure, waarbij het Parlement en de Raad gezamenlijk beslissen over wijzigingen in bestaande EU-wetgeving op voorstel van de Commissie. Beide instellingen moeten de wijziging goedkeuren, eventueel na aanpassing via amendementen, voordat deze bindend kan worden. Het is voor nu dus nog onduidelijk of het verbod in bindende Europese regelgeving zal resulteren.</p>

<p>Hoewel het Parlement een duidelijke richting heeft gekozen, wijst een uitspraak van het Hof van Justitie uit 2024 wel op de grenzen van wat de lidstaten in dit kader mogen verbieden. Op 4 oktober 2024 oordeelde het Hof van Justitie (<a href="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:62023CJ0438" style="color:#467886; text-decoration:underline">zaak C&#8209;438/23</a>) dat het Franse verbod op vleesnamen voor vegetarische producten in strijd was met EU-recht. Het Hof oordeelde toen nog dat de bestaande Europese regels al voldoende bescherming bieden tegen misleiding. Volgens het Hof moet misleiding &lsquo;concreet en aantoonbaar&rsquo; zijn, in lijn met artikel 7 van de Etiketteringsverordening. De uitspraak bevestigt dat lidstaten geen verdergaand verbod mogen invoeren zonder dat sprake is van feitelijke verwarring bij consumenten. Zo ook als termen als &lsquo;burger&rsquo; of &lsquo;worst&rsquo; worden gebruikt voor plantaardige producten. Hoewel dit arrest het EU-brede voorstel niet blokkeert, kan het de interpretatie van het toekomstige verbod be&iuml;nvloeden.</p>

<h2>Nationale dimensie: de zaak van de Vegetarische Slager</h2>

<p>Ook in Nederland is het debat niet nieuw. In 2017 kreeg De Vegetarische Slager een waarschuwing van de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) voor het gebruik van namen als &lsquo;visvrije tonyn&rsquo; en &lsquo;gerookte speckjes&rsquo;. Volgens de NVWA zouden deze namen misleidend zijn onder de Warenwet. Na publieke ophef en media-aandacht trok de NVWA de waarschuwing echter weer in en erkende dat de klachten vooral gingen over de website, niet over de etiketten van de producten zelf.</p>

<p>De juridische basis voor die waarschuwing lag onder meer in artikel 7 van het Warenwetbesluit vlees, gehakt en vleesproducten, waarin staat dat aanduidingen als &lsquo;gehakt&rsquo; uitsluitend gebruikt mogen worden voor vleesproducten van een specifiek slachtdier. Dit artikel is nog altijd van kracht, maar wordt in de praktijk dus terughoudend toegepast als het om plantaardige alternatieven gaat.</p>

<h2>Wat betekent dit voor uw organisatie?</h2>

<p>Het voorstel is nog in behandeling en kan worden aangepast naar aanleiding van de opmerkingen vanuit de markt en andere betrokken partijen.</p>

<p>Wordt het definitief aangenomen, dan zal het via wijziging van de Etiketteringsverordening ge&iuml;mplementeerd worden. Organisaties moeten dan hun producten en etiketten toetsen aan die gewijzigde definities. Voor de juridische implementatie van een dergelijke verordening geldt meestal een implementatietermijn van ten minste twee jaar waardoor er op korte termijn weinig verandert in de etikettering en marketing van plantaardige producten. Dit biedt organisaties de ruimte en voldoende tijd om hun etiketten, marketing en interne processen tijdig aan te passen.</p>

<p>Het is raadzaam de ontwikkelingen nauwgezet te volgen. Tot die tijd blijft de vegetarische burger voorlopig gewoon in het schap, al is het maar bij wijze van afscheid.</p>

<p>&nbsp;</p>

<div style="text-align:center">
<hr /></div>

<p style="text-align:justify"><em>Over Ploum&rsquo;s team Internationale Handel, Douane en Voedsel- en Warenpraktijk</em></p>

<p style="text-align:justify"><em>Heeft u vragen over etikettering of over andere zaken met betrekking tot levensmiddelen? De specialisten van ons team Internationale Handel, Douane en <a href="https://ploum.nl/en/expertises-en/practice-areas/food-safety-product-compliance">Voedsel- en Warenpraktijk</a> staan u daarbij graag bij. Door onze jarenlange ervaring in onder meer de Voedsel- en Warenpraktijk, kunnen wij u snel en effectief van dienst zijn. Indien u vragen heeft over dit onderwerp of over andere kwesties rondom Internationale Handel, Douane of Voedselveiligheid- en wetgeving, kunt u contact opnemen met &eacute;&eacute;n van onze teamleden of neem rechtstreeks contact op met <a href="https://ploum.nl/specialisten/marijn-van-tuijl">Marijn van Tuijl</a> (m.vantuijl@ploum.nl).</em></p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[No-show clausules onder vuur: passagiersrechten versus contractvrijheid]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/no-show-clausules-onder-vuur-passagiersrechten-versus-contractvrijheid</link>
		  <pubDate>Mon, 20 Oct 2025 1:44:28 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Jeroen Zandt en Demi van Hove - Dinkov]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws, Ploum Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>In de luchtvaartpraktijk is het een bekend fenomeen: de zogenaamde no-show clausule. De no-show clausule geeft een luchtvaartmaatschappij de mogelijkheid om de resterende delen van een vlucht ongeldig te verklaren als een passagier niet opdaagt voor het eerste deel van de reis. Denk aan een passagier die een retourticket Amsterdam&ndash;New York&ndash;Amsterdam boekt, maar alleen de terugvlucht wil gebruiken. Of een passagier die expres een reis boekt met een overstap, met de intentie om alleen van &eacute;&eacute;n van die delen gebruik te maken. In veel gevallen kan de vervoerder die terugreis of de rest van de reis van de passagier dan annuleren op grond van de no-show clausule.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<p>In de afgelopen jaren zijn deze clausules echter onder toenemende druk komen te staan, zowel juridisch als politiek. Voor luchtvaartmaatschappijen vormt deze ontwikkeling een aandachtspunt, omdat het direct raakt aan de fundamenten van hun commerci&euml;le strategie.</p>

<h2>Juridische achtergrond</h2>

<p>No-show clausules zijn in beginsel toegestaan, mits ze transparant en duidelijk gecommuniceerd worden bij het sluiten van de vervoersovereenkomst en voorzien zijn van uitzonderingsgronden<a href="#_ftn1" name="_ftnref1" title="">[1]</a>. Voor luchtvaartmaatschappijen zijn deze clausules essentieel om de situatie tegen te gaan waarbij passagiers bewust goedkopere tickets boeken (bijvoorbeeld via een tussenstop), maar uiteindelijk alleen gebruik maken van een deel van de reis.</p>

<p>Toch zijn er in de afgelopen jaren diverse juridische uitspraken geweest waarin nationale rechters binnen de EU de no-show clausules als onredelijk bezwarend hebben bestempeld, met name wanneer de passagier geen daadwerkelijke schade veroorzaakt door niet op te dagen. In meerdere Europese landen is deze discussie actueel, met gemengde uitspraken tot gevolg.</p>

<h2>Europese druk</h2>

<p>Op Europees niveau wordt momenteel gewerkt aan een herziening van Verordening (EG) nr. 261/2004 inzake de rechten van luchtvaartpassagiers<a href="#_ftn2" name="_ftnref2" title="">[2]</a>. Deze herziening bevindt zich op dit moment in de tweede lezing bij het Europees Parlement. In dat kader wordt door de Europese instanties gepleit voor een verbod op de no-show clausules, of ten minste voor strengere regels omtrent transparantie en toegestane uitzonderingen.</p>

<p>Hoewel de Europese Commissie in de eerste instantie voorstander was van een gedeeltelijk no-show verbod, schreef zij naar aanleiding van het standpunt van de Raad over de herziening van de luchtvaartpassagiersverordening als volgt<a href="#_ftn3" name="_ftnref3" title="">[3]</a>:</p>

<p style="margin-left:47px"><em>&ldquo;No-show&rdquo;:&nbsp;Er is een volledig verbod op &ldquo;no-show&rdquo;-beleid voor terugvluchten (zonder voorwaarden) in plaats van het door de Commissie voorgestelde gedeeltelijke verbod. Volgens het voorstel van de Commissie zouden luchtvaartmaatschappijen mogen eisen dat passagiers een vergoeding betalen om een terugvlucht te nemen wanneer zij niet opdagen voor de heenvlucht. De Commissie was gekant tegen een volledig verbod op &ldquo;no show&rdquo;-beleid omdat dit het vermogen van luchtvaartmaatschappijen om indirecte vluchten aan te bieden tegen lagere prijzen dan rechtstreekse vluchten zou belemmeren of verzwakken en daardoor de concurrentie zou schaden. Toch is deze bepaling aanvaardbaar voor de Commissie, aangezien zij de passagiersrechten versterkt.&rdquo;</em></p>

<p>Voor vervoerders betekent dit dat een belangrijk instrument om tariefstructuren te handhaven onder druk komt te staan. Dit raakt niet alleen de vrijheid van contract, maar ook de financi&euml;le haalbaarheid van gedifferentieerde tarieven binnen het luchtvervoer.</p>

<h2>Wat zijn de risico&rsquo;s voor luchtvaartmaatschappijen?</h2>

<ol>
	<li><strong>Verlies van prijsdifferentiatie</strong><br />
	Zonder no-show clausules kunnen passagiers bewust goedkopere, complexere routes boeken zonder die volledig te benutten. Dit ondermijnt yield management van de luchtvaartmaatschappij.<br />
	&nbsp;</li>
	<li><strong>Toename van geschillen</strong><br />
	Passagiers die worden geconfronteerd met een geannuleerde terugvlucht klagen bij nationale handhavingsinstanties of stappen naar de rechter, met negatieve publiciteit en juridische kosten tot gevolg.<br />
	&nbsp;</li>
	<li><strong>Toezichthoudende druk</strong><br />
	Sommige nationale consumentenautoriteiten (zoals in Spanje en Itali&euml;) beschouwen het (onvoorwaardelijk) toepassen van no-show clausules al als een oneerlijke handelspraktijk.</li>
</ol>

<h2>Wat kunnen vervoerders doen?</h2>

<ul>
	<li><strong>Transparantie verbeteren</strong><br />
	Zorg dat de no-show clausule expliciet wordt vermeld tijdens het boekingsproces, met begrijpelijke uitleg van de gevolgen. Dit verkleint het risico op nietigheid wegens oneerlijke bedingen.<br />
	&nbsp;</li>
	<li><strong>Flexibiliteit inbouwen</strong><br />
	Overweeg om bij bepaalde tarieven een kosteloze reactiveringsoptie aan te bieden bij no-show, of een extra toeslag voor het &ldquo;loskoppelen&rdquo; van segmenten.<br />
	&nbsp;</li>
	<li><strong>Actief beleid op jurisprudentie</strong><br />
	Volg uitspraken in relevante jurisdicties en stem de voorwaarden hier proactief op af. In sommige landen is het al riskant om standaard no-showbeleid toe te passen zonder uitzonderingsmogelijkheid. Indien de herziening van Verordening 261/2004 zal worden aangenomen, dan zal dit voor veel luchtvaartmaatschappijen betekenen dat zij hun no-show clausules aanzienlijk zullen moeten aanpassen of helemaal zullen moeten weghalen uit hun algemene voorwaarden.</li>
</ul>

<h2>Vooruitblik</h2>

<p>No-show clausules vormen voor luchtvaartmaatschappijen een essentieel instrument om hun capaciteit effici&euml;nt te beheren en commerci&euml;le risico&rsquo;s te beperken. Tegelijkertijd zetten de Europese wetgever en nationale rechters druk op deze praktijk, wat aanleiding geeft tot heroverweging. Met de mogelijke herziening van Verordening 261/2004 in het vooruitzicht is het voor vervoerders vooral zaak om de discussie te blijven volgen en hun positie duidelijk te blijven toelichten richting beleidsmakers en passagiers.</p>

<div>&nbsp;
<hr />
<div id="ftn1">
<p><a href="#_ftnref1" name="_ftn1" title="">[1]</a> Rechtbank Amsterdam 2 juni 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:2854.</p>
</div>

<div id="ftn2">
<p><a href="#_ftnref2" name="_ftn2" title="">[2]</a> Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappel&#307;ke regels inzake compensatie en b&#307;stand aan luchtreizigers b&#307; instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 295/91.</p>
</div>

<div id="ftn3">
<p><a href="#_ftnref3" name="_ftn3" title="">[3]</a> Mededeling van de commissie aan het Europees Parlement d.d. 30 september 2025, COM(2025) 630 final, 2013/0072(COD).</p>
</div>
</div>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Fusies en Splitsingen 2025: start op tijd!]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/fusies-en-splitsingen-2025-start-op-tijd</link>
		  <pubDate>Tue, 11 Nov 2025 10:33:44 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Overweegt u een fusie of splitsing v&oacute;&oacute;r het einde van het jaar? Zorg dan dat de benodigde documenten uiterlijk <strong>20 november</strong> zijn gedeponeerd bij het handelsregister. Zo voorkomt u vertragingen tijdens de feestdagen.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<p>Een fusie of splitsing vraagt om zorgvuldige voorbereiding, waaronder mogelijk overleg met de ondernemingsraad. Wij ondersteunen u bij het opstellen van het voorstel en de bijbehorende stukken, volledig afgestemd op uw situatie.&nbsp;Begin nu met de voorbereidingen om vertraging te voorkomen.</p>

<p>Na deponering en publicatie in een landelijk dagblad volgt een wachttermijn van &eacute;&eacute;n maand. Als er geen verzet wordt aangetekend door schuldeisers, ontvangen wij daarna de verklaring van non-verzet van de rechtbank en de tweede deponeringsverklaring van het handelsregister. Door tijdig te starten, zorgt u ervoor dat het proces nog dit jaar kan worden afgerond.</p>

<p>Wij staan klaar om u te ondersteunen bij het fusie- of splitsingsproces.<br />
<br />
Heeft u vragen? Neem gerust contact op met een van onze notarissen, of uw andere gebruikelijke contact bij Ploum.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Regionale netbeheerders moeten zelf onderzoek doen bij Tennet-netcongestie]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/regionale-netbeheerders-moeten-zelf-onderzoek-doen-bij-tennet-netcongestie</link>
		  <pubDate>Wed, 15 Oct 2025 11:19:27 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Iris Brinkhof en Thomas-Jan Bruins Slot]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Netcongestie is inmiddels &eacute;&eacute;n van de grootste uitdagingen binnen de energietransitie. Het elektriciteitsnet loopt in grote delen van Nederland tegen zijn grenzen aan. <a href="https://www.acm.nl/system/files/documents/openbare-versie-geschilbesluit-woudbloem-enexis.pdf">Een recente uitspraak van de Autoriteit Consument &amp; Markt</a> (&lsquo;ACM&rsquo;) van 8 augustus 2025&nbsp;illustreert dat ook regionale netbeheerders serieus onderzoek moeten doen naar de mogelijkheden om op korte termijn deze transportschaarste te verhelpen, zelfs wanneer de netcongestie zich enkel op het landelijke elektriciteitsnet van TenneT in die regio bevindt.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Feiten</h2>

<p>In deze zaak tussen Zonnepark Woudbloem B.V. (<strong>Woudbloem</strong>) en Enexis Netbeheer B.V. (<strong>Enexis</strong>) stond de vraag centraal of de regionale netbeheerder Enexis het verzoek van Woudbloem voor transportcapaciteit terecht had geweigerd. Al sinds 2018 probeert Woudbloem 30 MVA transportcapaciteit te verkrijgen van netbeheerder Enexis voor de teruglevering van elektriciteit aan het regionale middenspanningsnet (MS-net) in het kader van een toekomstig zonnepark in Slochteren.</p>

<p>In dezelfde regio, nabij Muntendam, ligt Energiepark Duurkenakker. In de regio geldt momenteel uitwisselingslimiet van 58 MVA op het koppelstation Kropswolde, waar het regionale middenspanningsnet (MS-net) van Enexis is verbonden met het hoogspanningsnet (HS-net) van TenneT. &nbsp;</p>

<p>Na eerdere procedures bij de civiele rechter, waarin de rechtbank Oost-Brabant<a href="#_ftn1" name="_ftnref1" title="">[1]</a> Woudbloem gelijk gaf, maar het Hof Den Bosch<a href="#_ftn2" name="_ftnref2" title="">[2]</a> in hoger beroep Enexis gelijk gaf, sloot Woudbloem in juli 2024 een capaciteitsbeperkingscontract (CBC) met TenneT, hoewel ze niet beschikt over een aansluiting op het net van TenneT. Het CBC gaf volgens Woudbloem zowel Tennet als Enexis de mogelijkheid om overschrijding van de grens van 58 MVA op station Kropswolde te voorkomen door Woudbloem tegen betaling verplicht te laten afschakelen in haar teruglevering van elektriciteit op bepaalde piekomenten.</p>

<p>Woudbloem heeft op 8 juli 2024 opnieuw 30 MVA transportcapaciteit aangevraagd bij Enexis en meldde dat zij met TenneT een CBC had gesloten. Enexis vroeg daarop instemming van TenneT, maar TenneT weigerde dit op 21 augustus 2024 omdat toekenning van de capaciteit de netveiligheid zou schaden en de uitwissellimiet van 58 MVA op station Kropswolde niet kon worden verhoogd. Enexis wees om deze reden vervolgens op 29 augustus 2024 het verzoek van Woudbloem af. Na publicatie van haar congestieonderzoek bevestigde TenneT op 19 november 2024 dat de uitwissellimiet niet kan worden verhoogd. Woudbloem staat sindsdien bovenaan de wachtlijst bij Enexis. Woudbloem beschikt op nog niet over een aansluiting voor het zonnepark.</p>

<h2>Juridisch kader</h2>

<p>De ACM toetst deze kwestie aan de Elektriciteitswet 1998 (<strong>E-wet</strong>) en de Netcode elektriciteit (<strong>Netcode</strong>), waarin de verplichtingen van netbeheerders bij het uitvoeren of weigeren van transport(capaciteit) zijn vastgelegd. Het gaat om artikelen 16 en 24 van de E-wet en hoofdstuk 9 van de Netcode.</p>

<p>Enexis is als regionale netbeheerder wettelijk verplicht om een aanbod te doen voor transport (art. 24 lid 1 E-wet), tenzij hij redelijkerwijs geen capaciteit ter beschikking heeft (art. 24 lid 2 E-wet). Een eventuele weigering moet met redenen zijn omkleed (art. 24 lid 2 E-wet).</p>

<p>In dit geschil is artikel 9.6, eerste lid, van de Netcode van belang, omdat er sprake is van een verzoek om het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport. Deze bepaling ziet op de situatie dat de netbeheerder onvoldoende beschikbare transportcapaciteit heeft om de gevraagde transportcapaciteit te kunnen bieden. Als die situatie zich voordoet, moet de netbeheerder onderzoeken of de beschikbare en de gevraagde transportcapaciteit met elkaar in overeenstemming kunnen worden gebracht, bijvoorbeeld de gevraagde transportcapaciteit te verlagen, de mogelijkheid om door middel van technische maatregelen anders dan netverzwaring de beschikbare transportcapaciteit te vergroten, en naar de mogelijkheid om overeenkomstig art. 9.1, eerste lid, Netcode het optreden van fysieke congestie op te lossen (art. 9.6, eerste lid, onder a tot en met c).</p>

<p>Op grond van artikel 9.6, eerste lid, onder d, Netcode dient de netbeheerder de mogelijkheid te onderzoeken om volgens de in de artikelen 9.9 tot en met 9.11 van de Netcode opgenomen procedure congestiemanagement toe te passen. Een van die middelen is de in bijlage 12 van de Netcode beschreven capaciteitsbeperking.</p>

<p>Pas wanneer uit dit onderzoek blijkt dat dit niet mogelijk is, is de netbeheerder niet verplicht om een aanbod tot transport te doen (art. 9.6 lid 3 Netcode jo. art. 24 lid 2 E-wet). De netbeheerder motiveert schriftelijk aan de verzoeker dat hij geen aanbod doet voor het uitvoeren van transport.</p>

<h2>Oordeel ACM</h2>

<p>De ACM oordeelt dat de door Woudbloem gevraagde 30 MVA transportcapaciteit de beschikbare capaciteit overschrijdt vanwege een uitwissellimiet van 58 MW op station Kropswolde. Uit het onderzoeksrapport van TenneT blijkt dat er sprake is van netcongestie op het landelijke hoogspanningsnet van TenneT in de regio Gelderland, Drenthe en Overijsel. Enexis heeft volgens de ACM ten onrechte aangenomen dat <u>uitsluitend</u> TenneT verantwoordelijk was om de mogelijkheden te onderzoeken om de gevraagde en de beschikbare transportcapaciteit met elkaar in overeenstemming brengen (art. 9.6 lid 1 Netcode).</p>

<p>Enexis moet volgens de ACM binnen het gebied waar Woudbloem het zonnepark wil plaatsen als &lsquo;<em>betrokken netbeheerder&rsquo;</em> worden aangemerkt (art 9.9 lid 2 Netcode). Enexis kan een verzoek om transportcapaciteit daarom alleen weigeren als er na dergelijk onderzoek nog steeds onvoldoende mogelijkheid blijkt te zijn om de gevraagde en de beschikbare transportcapaciteit met elkaar in overeenstemming brengen (Art. 24 lid 2 E-wet jo. art. 9.9. lid 2 jo. 9.10 lid 1 jo. 9.6 lid 1 en 3 Netcode).</p>

<p>E&eacute;n van deze onderzoeksmogelijkheden betreft het onderzoek naar de toepassing van congestiemanagement (Art. 9.6 lid 1 sub d). Nu de technische grens van 150% in het congestiegebied is bereikt, geldt niet langer een verplichting voor Enexis als &lsquo;betrokken netbeheerder&rsquo; om congestiemanagement toe te passen (art. 9.9 lid 2 jo. art. 10 lid 2 sub d Netcode). Dit neemt volgens de ACM <u>niet</u> weg dat Enexis nog steeds onvoldoende onderzoek heeft verricht naar <em>andere</em> mogelijkheden om de gevraagde en beschikbare capaciteit met elkaar in overeenstemming te brengen. Hierbij gaat het specifiek om de mogelijkheden genoemd in art. 9.6 lid 1 sub a t/m c Netcode.</p>

<p>Nu Enexis dit heeft nagelaten, heeft zij niet tot de conclusie kunnen komen dat zij niet verplicht was om een aanbod te doen voor het uitvoeren van transport (art. 24 lid 2 E-wet jo. Art. 9.6 lid 3 Net code). De ACM komt hierdoor tot het oordeel dat de klacht van Woudbloem met betrekking tot artikel 24, tweede lid, van de E-wet, gegrond is.</p>

<h2>Implicatie voor de energiesector</h2>

<p>De uitspraak van de ACM bevestigt dat regionale netbeheerders zoals Enexis bij een verzoek tot transport dit verzoek niet kunnen weigeren met de enkele verwijzing naar congestie op het landelijke hoogspanningsnet van TenneT. Regionale netbeheerders moeten zelf onderzoeken of congestiemanagement of andere maatregelen ruimte kunnen cre&euml;ren voor nieuwe aanvragen.</p>

<p>De ACM geeft met dit besluit nog eens duidelijk aan dat de onderzoeksplicht uit de Netcode altijd geldt voor de betrokken netbeheerder. Een weigering zonder volledig onderzoek is onvoldoende.&nbsp; Voor marktpartijen (zoals bijvoorbeeld zonne- en windparken) geeft dit besluit meer duidelijkheid: zij kunnen om een zorgvuldige onderbouwing verzoek bij een weigering van transportcapaciteit.</p>

<div>
<hr />
<div id="ftn1">
<p><a href="#_ftnref1" name="_ftn1" title="">[1]</a> Rechtbank Oost-Brabant 15 juli 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:3847.</p>
</div>

<div id="ftn2">
<p><a href="#_ftnref2" name="_ftn2" title="">[2]</a> Gerechtshof &rsquo;s-Hertogenbosch 16 januari 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:82.</p>
</div>
</div>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Grensoverschrijdende geluiden tijdens de OEUK Legal Conference 2025 in Aberdeen]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/grensoverschrijdende-geluiden-tijdens-de-oeuk-legal-conference-2025-in-aberdeen</link>
		  <pubDate>Mon, 10 Nov 2025 4:14:59 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Caroline van Dam]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>In de prachtige setting van het Ardoe House nabij Aberdeen, had ik het voorrecht om in september h&eacute;t juridische evenement van het jaar van de OEUK te mogen bijwonen, <strong>de Legal Conference van de OEUK</strong>, waar zo&rsquo;n 150 juridische en commerci&euml;le spelers in de wereld van offshore energie (bedrijfsjuristen, advocaten en specialisten) bij elkaar komen voor een mooi programma met geweldige sprekers en natuurlijk voor het delen van inzichten en ervaringen.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<p><strong>Offshore Energies UK (OEUK)</strong>, is&nbsp;de belangrijkste non-profit brancheorganisatie voor de Britse offshore energiesector. Voorheen bekend als Oil and Gas UK (OGUK), vertegenwoordigt OEUK tegenwoordig meer dan 400 organisaties in de offshore-energiesector, waaronder naast olie en gas, ook windenergie, CO2-opslag (CCUS) en waterstof.&nbsp;De organisatie is gericht op het waarborgen van de energievoorziening, het behalen van klimaatdoelstellingen en het ondersteunen van de industrie door middel van informatie, lobby en samenwerking.</p>

<p>Naast aandacht voor (natuurlijk) AI-wetgeving en cyber risk en de enorme impact daarvan voor de offshore industrie, werden we getrakteerd op een palet van algemene en industrie-specifieke juridische en contractuele onderwerpen met analyses, presentaties en recente jurisprudentie. Het openingsverhaal werd verzorgd door <strong>Katy Heidenreich</strong>, o.a. algemeen directeur van de dochteronderneming van OEUK, LOGIC (Leading Offshore Energy Industry Competitiveness) die zich richt op het ontwikkelen en beheren van gedeelde tools en diensten om de effici&euml;ntie en concurrentiekracht van de Britse offshore energie-industrie in zijn geheel te verhogen, waaronder de alom gebruikte en openbare standaardcontracten en -clausules. Uiterst interessant hoe daar voor de offshore wind-industrie contractuele concepten uit de olie- en gaswereld als basis worden gebruikt maar ze tegelijkertijd tegen uitdagingen aanlopen vanwege het onzekere investeringsklimaat in offshore wind.</p>

<p>Katy&rsquo;s oproep aan de politiek om de investeringscrisis in de Britse offshore UK energie-industrie aan te pakken door middel van de nodige beleidsveranderingen met lange-termijnvisie, maakte goed duidelijk hoe grensoverschrijdend de investerings- en beleidsproblemen in de energie-sector als geheel zijn &ndash; ook een veelgehoorde oproep aan de Nederlandse kant van de Noordzee!</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Netcongestie en zekerheid energie als gerechtvaardigde uitzondering op de Didam-regels]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/netcongestie-en-zekerheid-energie-als-gerechtvaardigde-uitzondering-op-de-didam-regels</link>
		  <pubDate>Wed, 15 Oct 2025 12:53:28 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Tjinta Terlien en Sophie Cairo]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p><strong>Didam I-arrest: mededingingsruimte, tenzij (&hellip;)</strong></p>

<p>In het Didam I-arrest (<a href="https://www.inview.nl/document/id8b34a7fb44384a42bd5ea1bc381fa4f7#--ext-id-00dc15ea-74b4-423b-970f-74449ebf99e5" style="color:#467886; text-decoration:underline">ECLI:NL:HR:2021:1778</a>) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een overheidslichaam bij het aangaan en uitvoeren van privaatrechtelijke overeenkomsten, gebonden is aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het gelijkheidsbeginsel. Dit geldt ook voor de beslissing met wie en onder welke voorwaarden de betreffende overheid een overeenkomst tot verkoop van een onroerende zaak sluit. Dit betekent dat als er meerdere (potenti&euml;le) gegadigden zijn voor een bepaalde grondverkoop door de overheid, of redelijkerwijs te verwachten is dat die er zijn, aan deze gegadigden een gelijke kans moet worden geboden om deze grond te kopen.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<p>Als uitgangspunt geldt dat de overheid dan (i) een openbare selectieprocedure, met objectieve, toetsbare en redelijke criteria moet organiseren en (ii) deze selectieprocedure op gepaste wijze openbaar moet maken. Alleen als vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat er &eacute;&eacute;n serieuze gegadigde is voor een bepaalde verkoop, mag de overheid afzien van een openbare selectieprocedure. Het voornemen om de transactie in dat geval &eacute;&eacute;n-op-&eacute;&eacute;n aan te gaan, moet dan wel op basis van objectieve, toetsbare en redelijke criteria worden gemotiveerd en gepubliceerd.</p>

<p>Kortom: openbare selectie op basis van objectieve, toetsbare en redelijke criteria is het uitgangspunt. Bij de criteria op basis waarvan wordt geconcludeerd dat er maar &eacute;&eacute;n serieuze gegadigde is, komt aan overheden wel beleidsruimte toe. Sinds het Didam I-arrest zijn diverse uitspraken gedaan waaruit blijkt dat overheden op basis van maatschappelijke beleidsdoelstellingen gerechtvaardigd tot de keuze voor &eacute;&eacute;n partij kunnen komen. Het behoeft geen uitleg dat netcongestie en duurzame energie bij uitstek maatschappelijk thema&rsquo;s vormen, waar overheden beleidsdoelstellingen op formuleren. Rijst de vraag of dergelijk beleid dan ook een gerechtvaardigde uitzondering op de hoofdregel van concurrentiestelling vormt. Ja, zo blijkt inmiddels al uit drie uitspraken waarin dit vraagstuk centraal stond. Wij zetten deze graag op een rij.</p>

<h2>Ongelijke gevallen dus geen mededingingsruime?</h2>

<p><em>Rechtbank Gelderland 12 november 2024, </em><a href="https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:7902" style="color:#467886; text-decoration:underline"><em>ECLI:NL:RBGEL:2024:7902</em></a><em> </em></p>

<p>De uitspraak van de rechtbank Gelderland uit 2024 betrof een voorgenomen verkoop van een perceel door de gemeente aan een netbeheerder voor de bouw van een transformatorstation. Eisers maakten bezwaar en stelde dat de gemeente met deze verkoop het gelijkheidsbeginsel schond. De rechtbank Gelderland oordeelde echter dat van een schending van het gelijkheidsbeginsel geen sprake was en dat de verkoop niet in strijd was met het Didam I-arrest.</p>

<p>Dit oordeel werd gebaseerd op de volgende argumenten:</p>

<ul>
	<li>Van schending van het gelijkheidsbeginsel is geen sprake. De gemeente was nooit van plan geweest het perceel aan een andere partij te verkopen, zoals een aanwonende;</li>
	<li>De gemeente heeft met de voorgenomen verkoop het algemeen belang willen dienen. Het is een feit van algemene bekendheid dat in grote delen van het land sprake is van (dreiging van) netcongestie;</li>
	<li>De huidige capaciteit laat transport van nieuwe aansluitingen en/of verzwaringen van bestaande aansluitingen niet toe en overbelasting van het net dreigt. In ieder geval is het net niet toekomstbestendig, waar het niet berekend is op de steeds grotere vraag naar elektriciteit;</li>
	<li>Liander is een overheidsbedrijf, dat primair het algemeen belang dient, wettelijke taken uitvoert en niet zonder goede reden kostbare transformatiestations plaatst om de energietransitie in goede banen te leiden;</li>
	<li>Tussen de aanwonende en Liander is dan ook geen sprake van geen gelijke gevallen op grond waarvan mededingingsruimte had moeten worden geboden;</li>
	<li>Voor zover daarover anders wordt gedacht &ndash; de rechtspraak is nog in ontwikkeling en de literatuur is zoekend &ndash; geldt dat in deze zaak bij voorbaat vaststaat dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria &ndash; de noodzakelijke uitbreiding van de nutsvoorzieningen &ndash; uitsluitend Liander als enige serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de aankoop. Alleen Liander was immers bereid de grond te kopen voor het doel waarvoor de betreffende gemeente het perceel wilde verkopen.</li>
</ul>

<p>De rechtbank lijkt hiermee te hebben geoordeeld dat als sprake is van ongelijke gevallen, &uuml;berhaupt geen mededingingsruimte hoeft te worden geboden en dus ook niet aan de uitzonderingssituatie wordt toegekomen. Deze uitspraak werd in de praktijk twijfelachtig ontvangen. O&oacute;k als een overheid meent dat &eacute;&eacute;n-op-&eacute;&eacute;n verkoop gerechtvaardigd is omdat sprake is van ongelijke gevallen, dient nog altijd (i) te worden gemotiveerd op basis van welke objectieve, toetsbare en redelijke criteria tot deze conclusie is gekomen en (ii) publicatie van deze conclusie en criteria plaats te vinden. De Hoge Raad heeft dit in het later gewezen Didam II-arrest van 15 november 2024, <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2024:1661" style="color:#467886; text-decoration:underline">ECLI:NL:HR:2024:1661</a> ook expliciet bevestigd.</p>

<h2>Didam II-arrest: ongelijke gevallen dus motiveren</h2>

<p>In het Didam II-arrest heeft de Hoge Raad duidelijk gemaakt dat de Didam-regels onverkort van toepassing zijn in de situatie waarin sprake is van zakelijk objectieve voorwaarden waaraan slechts &eacute;&eacute;n partij kan voldoen. Ook in het geval dat een overheidslichaam een plan heeft ontwikkeld waarin zakelijke (objectieve) voorwaarden zijn gesteld waaraan volgens hem slechts &eacute;&eacute;n partij zal kunnen voldoen, moet het overheidslichaam motiveren waarom naar zijn oordeel op grond van de hiervoor bedoelde criteria bij voorbaat vaststaat, of redelijkerwijs mag worden aangenomen, dat er slechts &eacute;&eacute;n serieuze gegadigde in aanmerking komt.&nbsp;Deze regel strekt ertoe dat een gegadigde, die meent volgens de gestelde criteria in aanmerking te komen of meent dat de criteria niet aan de daaraan te stellen eisen voldoen, alsnog een gelijke kans krijgt.</p>

<h2>Onvoldoende capaciteit objectief, toetsbaar en redelijk criterium</h2>

<p>Niet lang na het Didam II-arrest volgde opnieuw een uitspraak met een beroep op netcongestie als rechtvaardiging van de uitzondering op de hoofdregel uit het Didam I-arrest. Anders dan de rechtbank Gelderland, oordeelde de rechtbank Midden-Nederland &ndash; in lijn met het Didam II-arrest - dat de voorliggende kwestie onder het toepassingsbereik van de Didam-regels viel, maar gerechtvaardigd een beroep werd gedaan op de uitzonderingssituatie.&nbsp; &nbsp;</p>

<p><em>Rechtbank Midden-Nederland 20 januari 2025, </em><a href="https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:94" style="color:#467886; text-decoration:underline"><em>ECLI:NL:RBMNE:2025:94</em></a><em> </em></p>

<p>In de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland uit 2025 ging het wederom om de verkoop van gemeentelijke grond aan een netbeheerder voor de plaatsing van een transformatorstation. Ook hier werd de gemeente geconfronteerd door een partij die stelde dat deze verkoop in strijd zou zijn met de Didam-regels. In deze uitspraak &nbsp;oordeelde de rechtbank Midden-Nederland dat de gemeente beleidsruimte heeft en het besluit tot &eacute;&eacute;n-op-&eacute;&eacute;n verkoop in redelijkheid had kunnen nemen. De belangrijkste argumenten waren:</p>

<ul>
	<li>Liander heeft onderbouwt dat de huidige capaciteit onvoldoende ruimte biedt voor nieuwe aansluitingen en/of verzwaringen van de bestaande aansluitingen voor onder andere het kunnen plaatsen van laadpalen voor elektrische auto&rsquo;s, het plaatsen van zonnepanelen, de overstap naar warmtepompen, - om het risico op overbelasting van het net (netcongestie) tegen te gaan;</li>
	<li>Eisers wilden de grond verkrijgen voor andere doeleinden (zoals een moestuin of bankje), maar waren niet in staat om een transformatorstation te plaatsen;</li>
	<li>Van belang is dat Liander de netbeheerder is en als netbeheerder verantwoordelijk is voor de plaatsing van trafostations. Liander is daarmee degene die deskundig is om te bepalen binnen welk gebied en op welke plekken het trafostation kan worden geplaatst. Het gaat er daarbij niet alleen om dat dit technisch, maar ook dat dit uit financieel oogpunt mogelijk is;</li>
	<li>Uit het zorgvuldigheidsbeginsel kan voortvloeien dat een gemeente de burgers bij haar besluitvorming moet betrekken. In dit geval hoefde de gemeente dat echter niet te doen omdat zij al voldoende zorgvuldig de belangen had ge&iuml;nventariseerd en meegewogen;</li>
	<li>Er hoeven gelet op het doel waarvoor de gemeentegrond wordt verkocht alleen gelijke kansen te worden geboden om de gemeentegrond te verwerven voor het plaatsen van een trafostation op de gemeentegrond;</li>
	<li>Er hoeven geen gelijke kansen te worden geboden om de gemeentegrond te verwerven voor welk doel dan ook.</li>
</ul>

<h2>Zekerheid opwekking en toevoer energie objectief, toetsbaar en redelijk criterium</h2>

<p><em>Rechtbank Noord-Holland 5 augustus 2025, </em><a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:8688" style="color:#467886; text-decoration:underline"><em>ECLI:NL:RBNHO:2025:8688</em></a></p>

<p>In de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland had de gemeente in 2005 als eigenaar van de onderliggende grond voor 20 jaar een recht van opstal verleend aan een derde partij ten behoeve van het oprichten en exploiteren van een windmolen.&nbsp;Na het verstrijken van die termijn is de gemeente voornemens opnieuw een recht van opstal te verlenen aan diezelfde partij, als &lsquo;enige serieuze gegadigde&rsquo;. De rechtbank Noord-Holland oordeelde dat beoogde partij de enige serieuze gegadigde was. De belangrijkste overwegingen waren:</p>

<ul>
	<li>Het is aan de gemeente om aan de hand van objectieve, toetsbare en redelijke criteria vast te stellen of er &eacute;&eacute;n of meerdere serieuze gegadigden in aanmerking komen voor de uitgifte, hetgeen zij ook (rechtmatig) had gedaan:
	<ul>
		<li>Niet: met de algemene beleidsuitspraak dat zij het wenselijk acht dat in projecten in het kader van de energietransitie conform het uitgangspunt van het landelijk klimaatakkoord 2019 &ldquo;50% lokaal eigendom&rdquo; burgers financieel participeren;</li>
		<li>Wel: met de keuze om bij de heruitgifte in erfpacht de zekerheid dat duurzame energie daadwerkelijk wordt opgewerkt zwaarder te laten wegen dan haar wens haar inwoners in een duurzaam energieproject financieel te laten participeren;</li>
	</ul>
	</li>
	<li>Zekerheid van de (continu&iuml;teit in) de opwekking en toevoer van energie aan het net is een redelijk criterium. Niet te betwisten valt dat het uitonderhandelen van een voortzetting van de aanwezigheid van de huidige windmolen voor de resterende technische levensduur op basis van de bestaande aansluiting een begrijpelijke en verstandige handelwijze is om de voortgang van de daadwerkelijke opwekking van duurzame energie te verzekeren;</li>
	<li>Objectief kan worden vastgesteld dat er slechts &eacute;&eacute;n gegadigde is die aan dit criterium voldoet;</li>
	<li>Eiseres is op dit moment<em>&nbsp;</em> (nog) niet in staat om te kunnen voldoen aan de doelstelling van de gemeente om duurzame energie op te wekken door middel van een windmolen op deze locatie;</li>
	<li>Ook als veronderstellenderwijs wordt aangenomen dat Eiseres&nbsp; in staat zou zijn om zelfstandig (dus anders dan slechts op basis van &lsquo;financi&euml;le participatie&rsquo;) een windmolen te (laten) plaatsen en exploiteren zou het door de gemeente geschetste probleem van onder meer de netcongestie er nog zijn;</li>
	<li>Voor een nieuwe windmolen, zou een nieuwe aansluiting moeten worden verkregen die als gevolg van netcongestie pas op zijn vroegst in 2032 aangesloten kan worden op het elektriciteitsnet.</li>
</ul>

<p>In deze uitspraak zie je een interessante samenloop van overwegingen waar een overheid voor komt te staan in het kader van de energietransitie. Enerzijds, heeft de gemeente op basis van beleid de mogelijkheid om burgers conform het klimaatakkoord voor 50% te laten participeren in projecten in het kader van de energietransitie. Anderzijds, wordt de beoogde energietransitie vertraagd door netcongestie. Deze netcongestie vormt een bedreiging voor het algemeen belang van een betrouwbare, betaalbare en duurzame energievoorziening voor burgers en bedrijven. In deze uitspraak heeft een en ander ertoe geleid dat dit algemeen belang - van een zekere toevoer van (duurzame) energie - als redelijk criterium kwalificeerde, op basis waarvan &eacute;&eacute;n-op-&eacute;&eacute;n verlening van het opstalrecht gerechtvaardigd was.</p>

<h2>Tot zover</h2>

<p>De realiteit is dat het probleem van netcongestie alleen maar groter wordt. Duurzame energieprojecten (zoals wind- en zoninstallaties, grootschalige batterijprojecten of laadstations) doen een zwaarwegend beroep op het elektriciteitsnet. Projectontwikkelaars, overheden en netbeheerders staan daardoor voor lastige keuzes: welke projecten krijgen voorrang? Hoe bewaak je een open en eerlijke markt &eacute;n hoe voorkom je dat duurzame initiatieven vertraging oplopen. In die context zullen overheden vaker genoodzaakt zijn om keuzes te maken waarbij snelheid en leveringszekerheid zwaarder wegen dan concurrentiestelling. Deze drie uitspraken zijn naar verwachting slechts nog maar het begin van een bredere juridische ontwikkeling. Waar precies de grenzen liggen van een &lsquo;gerechtvaardigde uitzondering&rsquo; op de Didam-regels bij netcongestie, zal uit de praktijk en de rechtspraak de komende jaren blijken.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Doktertje spelen of kleding? Douanekamer kiest voor 9503 00 70 bij “Doctor Role Play Set”]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/doktertje-spelen-of-kleding-douanekamer-kiest-voor-9503-00-70-bij-doctor-role-play-set</link>
		  <pubDate>Mon, 13 Oct 2025 12:39:32 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Jikke Biermasz]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>De Douanekamer van de Rechtbank Noord-Holland heeft zich onlangs uitgesproken over een zaak die op het eerste gezicht speels klinkt, maar juridisch toch wel diepgang had. In het geding stond de tariefindeling van een &ldquo;<strong>Doctor Role Play Set</strong>&rdquo; - een set met een kinder-doktersjas, kunststof medische instrumenten, een mondkapje en een naamplaatje - ter discussie. De indirect vertegenwoordiger van de importeur had het product ingedeeld als ander speelgoed (postonderverdeling 9503 00 99) met 0% invoerrecht, terwijl de Douane vond dat het ging om kleding (postonderverdeling 6203 33 90) met een invoerrecht van 12%. Dat resulteerde in &nbsp;een uitnodiging tot betaling (UTB), en uiteindelijk tot de beroepsprocedure. <a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz" target="_blank">Jikke Biermasz</a> bespreekt <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:9314&amp;showbutton=true&amp;idx=44" target="_blank">de uitspraak</a>.</p>

<p>De rechtbank kiest een genuanceerde middenweg: de set moet worden ingedeeld op basis van indelingsregel 2b in samenhang met regel 3c. De doktersjas valt buiten post 9503 van hoofdstuk 95, maar de medische instrumenten worden als een assortiment van speelgoed aangemerkt onder GN-onderverdeling 9503 00 70. Het resultaat: een lager tarief van 4,7% en een gegrond beroep voor de importeur en de indirect vertegenwoordiger.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>De kern van het geschil</h2>

<p>De kernvraag was of de &ldquo;Doctor Role Play Set&rdquo; als kleding of als speelgoed moest worden beschouwd. De set bestaat uit een kinderdoktersjas van textiel, vijf kunststof medische instrumenten (waaronder een spuit, stethoscoop met geluid, reflexhamer, otoscoop en een thermometer met display), en een mondmasker en naamplaatje.</p>

<p>De Douane stelde zich op het standpunt dat de doktersjas het wezenlijk karakter van het geheel bepaalde. Die jas is immers het grootste en meest zichtbare onderdeel van het product en zonder jas geen &ldquo;dokter&rdquo;. Volgens belanghebbenden lag dat anders. Zij vonden dat de speelgoedinstrumenten centraal staan, want d&aacute;&aacute;rmee spelen kinderen doktertje. De jas is slechts een accessoire. Bovendien wordt de set verkocht in speelgoedwinkels, niet in kledingzaken.</p>

<h2>De beoordeling van de rechtbank</h2>

<p>De rechtbank neemt als uitgangspunt dat de doktersjas inderdaad niet als speelgoed kan worden aangemerkt, omdat textiele maskeradepakken expliciet zijn uitgesloten van indeling onder de posten van hoofdstuk 95. Dat volgt uit aantekening 1(e) en 1(x) bij dat hoofdstuk. &ldquo;Maskerade&rdquo; is volgens de rechtbank een ruimer begrip dan alleen carnavalskleding: ook verkleedkleding voor rollenspel valt daaronder. De jas hoort dus thuis in hoofdstuk 62, onder post 6203.</p>

<p>Omdat de onderdelen van de set onder verschillende posten vallen kan indelingsregel 3a niet worden toegepast en moest vervolgens worden gekeken naar de indelingsregels 3b en 3c. Op grond van regel 3b zou het product worden ingedeeld naar het onderdeel dat het wezenlijk karakter bepaalt. Maar de diagnose van de rechtbank is dat dat in dit geval niet kan worden vastgesteld.</p>

<p>Een kind kan immers &ldquo;doktertje spelen&rdquo; met alleen de instrumenten, maar ook met alleen de jas. Beide onderdelen dragen evenveel bij aan de spelbeleving. De rechtbank vindt dan ook dat de doktersjas en de medische instrumenten complementair zijn: ze vullen elkaar aan, zonder dat &eacute;&eacute;n van beide domineert. Daardoor kan regel 3b niet worden toegepast.</p>

<p>En dus volgt toepassing van indelingsregel 3c: als geen wezenlijk karakter kan worden bepaald, wordt gekozen voor de post die in volgorde van nummering het laatst is geplaatst. In dit geval zijn dat post 6203 (kleding) en 9503 (speelgoed). Omdat 9503 later komt, wint die de race.</p>

<p>Binnen post 9503 kijkt de rechtbank vervolgens verder op onderverdelingsniveau. De medische instrumenten vormen volgens haar een assortiment van speelgoedartikelen: ze worden gezamenlijk verkocht, hebben allemaal een amusementsdoel en bevatten bewegende of geluid makende onderdelen. Daarmee komt de set uit op 9503 00 70, ander speelgoed, aangeboden in assortimenten of stellen.</p>

<h2>Gevolgen en betekenis</h2>

<p>Het ging in dit geval maak om een UTB van geringe omvang. Maar relatief bezien is de financi&euml;le uitkomst relevant: het percentage invoerrecht daalt van 12% (UTB) naar 4,7% (uitspraak), wat de UTB reduceert van &euro; 882,79 naar &euro; 345,76. De Douane moet daarnaast rente, proceskosten en griffierecht vergoeden.</p>

<p>Belangrijker is echter de principi&euml;le lijn die deze uitspraak trekt. De rechtbank bevestigt dat samengestelde rollenspel-sets niet automatisch onder kleding vallen zodra er een textielcomponent aanwezig is. Als het product zijn karakter ontleent aan de combinatie van verkleedkleding en speelaccessoires, kan indelingsregel 3c de doorslag geven en leiden naar hoofdstuk 95.</p>

<h2>Praktische lessen voor de praktijk</h2>

<p>Voor importeurs en douanevertegenwoordigers biedt deze uitspraak een paar nuttige handvatten:</p>

<ul>
	<li>Documenteer het assortimentskarakter. Zorg voor duidelijke foto&rsquo;s en beschrijvingen die laten zien dat het product als &eacute;&eacute;n speelset wordt verkocht.</li>
	<li>Wees alert op maskerade-elementen. Die vallen formeel buiten hoofdstuk 95, maar dat betekent niet dat de hele set daarbuiten moet worden gehouden.</li>
	<li>Onderbouw waarom geen wezenlijk karakter kan worden vastgesteld. Toon aan dat de onderdelen gelijkwaardig bijdragen aan het gebruik.</li>
</ul>

<p>De &ldquo;Doctor Role Play Set&rdquo; laat zien dat tariefindeling soms minder zwart-wit is dan ze lijkt. Waar de Douane vooral de doktersjas zag, zag de rechtbank het geheel: een speelse combinatie waarmee kinderen dokter kunnen zijn &eacute;n spelen. En dat levert niet alleen spelplezier op, maar ook een gunstiger douanetarief.</p>

<p>Ploums praktijkgroep <a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/douanerecht" target="_blank">Douane, Handel &amp; Logistiek</a> combineert diepgaande juridische kennis met praktische ervaring in internationaal handels- en EU douanerecht. Of het nu gaat om complexe vraagstukken rond import- en exportregelgeving, sanctiewetgeving of geschillen over oorsprong en classificatie: onze specialisten bieden strategisch advies en doeltreffende oplossingen die uw internationale handelsstromen soepel en compliant houden.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Hond: huisdier of arbeidsvoorwaarde?]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/hond-huisdier-of-arbeidsvoorwaarde</link>
		  <pubDate>Mon, 13 Oct 2025 9:41:56 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Anne van Vliet]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Een hond is meer dan alleen een huisdier &ndash; zo blijkt uit <a href="https://ploum.nl/nieuws/hond-huisdier-of-wapen" target="_blank">het artikel</a> dat <a href="{page_1807}" target="_blank">Zo&euml; Poortvliet</a> onlangs schreef over de inzet van honden onder het douanerecht. Ook in het arbeidsrecht kan deze vriendelijke viervoeter onderwerp zijn van juridische vragen. Uit een recente uitspraak van de <a href="http://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:5015" target="_blank">Rechtbank Midden-Nederland</a> volgt dat een hond niet alleen een huisdier is, maar dat het meenemen van een hond naar werk ook een arbeidsvoorwaarde kan zijn.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>De feiten</h2>

<p>Een werknemer werkte sinds 2019 als fysiotherapeut bij zorginstelling Careyn en nam vanaf het begin van zijn dienstverband zijn hond mee naar het werk. Een nieuwe leidinggevende voerde echter een verbod op honden op de werkvloer in, uit zorgen over hygi&euml;ne en mogelijke overlast. De werknemer legde zich daar niet bij neer en stapte naar de rechter.</p>

<h2>De kernvraag: arbeidsvoorwaarde of gedoogbeleid?</h2>

<p>De werknemer stelde dat het meenemen van zijn hond een arbeidsvoorwaarde was &ndash; een recht dat in de loop der jaren was ontstaan door een vaste gedragslijn. Careyn vond het slechts een gedoogbeleid van de vorige leidinggevende, waar zij als werkgever op grond van haar instructierecht (artikel 7:660 BW) op mocht terugkomen.</p>

<p>De kantonrechter ging daar niet in mee. Onder verwijzing naar <a href="http://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2018:976" target="_blank">de rechtspraak over verworven rechten</a> toetste de kantonrechter aan de volgende gezichtspunten:</p>

<ul>
	<li>de inhoud van de gedragslijn;</li>
	<li>de aard van de arbeidsovereenkomst en de onderlinge verhouding van partijen;</li>
	<li>de duur van de gedragslijn;</li>
	<li>wat partijen hierover hebben verklaard;</li>
	<li>de aard van de voor- en nadelen voor werknemer en werkgever;</li>
	<li>de omvang van de kring van werknemers ten aanzien van wie de gedragslijn is gevolgd.</li>
</ul>

<p>De werknemer nam de hond al zes jaar mee naar het werk, zonder enig bezwaar van de zijde van Careyn. Ook andere collega&rsquo;s mochten hun hond meenemen. Er waren nooit klachten geweest over de hond en bovendien was het meenemen van de hond van belang voor de werknemer, omdat er geen alternatieven waren voor de opvang. Omdat Careyn altijd had toegestaan dat de hond aanwezig was op het werk, mocht de werknemer erop vertrouwen dat dit onderdeel was geworden van zijn arbeidsvoorwaarden.</p>

<h2>Geen wijziging zonder instemming</h2>

<p>De tweede vraag was of Careyn de arbeidsvoorwaarde kon wijzigen. In de arbeidsovereenkomst stond geen eenzijdig wijzigingsbeding. Dat betekent dat Careyn, op grond van gewijzigde omstandigheden, een redelijk voorstel moest doen aan de werknemer. Vervolgens moest worden onderzocht of de werknemer dat voorstel in het licht van de omstandigheden moest aanvaarden.</p>

<p>Het beroep van Careyn hierop slaagde niet: er was onvoldoende sprake van gewijzigde omstandigheden of concrete klachten om het verbod te rechtvaardigen.</p>

<h2>Wat kunnen werkgevers hiervan leren?</h2>

<p>Deze uitspraak laat zien dat gewoonten op de werkvloer juridisch zwaarder kunnen wegen dan gedacht. Een &ldquo;gedoogbeleid&rdquo; kan ongemerkt veranderen in een arbeidsvoorwaarde.</p>

<p>Drie tips om problemen te voorkomen:</p>

<ul>
	<li><strong>Leg beleid vast:</strong> zet op papier wat wel en niet mag, en communiceer dat duidelijk. Zorg dat zoveel mogelijk volgens beleid wordt gehandeld.</li>
	<li><strong>Evalueer gewoonten: </strong>wat ooit tijdelijk was, kan inmiddels structureel zijn.</li>
	<li><strong>Wijzig zorgvuldig:</strong> overleg met werknemers, motiveer wijzigingen zorgvuldig en neem zo nodig een wijzigingsbeding op in de arbeidsovereenkomst.</li>
</ul>

<p>Heeft u vragen over arbeidsvoorwaarden, beleid of verworven rechten? Neem gerust contact op met het <a href="http://ploum.nl/specialisten?advanced-filter-categories=arbeidsrecht" target="_blank">Team Arbeidsrecht</a> &ndash; wij denken graag mee.</p>

<p>Nog geen abonnee? Meld u dan hier aan voor onze&nbsp;<a href="https://ploum.nl/nieuwsbrief" target="_blank">nieuwsbrief</a>.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Kwartaalupdate beroepsaansprakelijkheid Q3 2025]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/kwartaalupdate-beroepsaansprakelijkheid-q3-2025</link>
		  <pubDate>Thu, 09 Oct 2025 4:49:45 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Vincent Terlouw]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Hierbij treft u onze kwartaalupdate beroepsaansprakelijkheid Q3 aan, waarin onder andere de aansprakelijkheid van advocaten en een accountant aan bod komt en een uitspraak over notarieel tuchtrecht wordt behandeld. De kwartaalupdate bestuurdersaansprakelijkheid Q3 zal snel volgen.</p>

<p><a class="btn btn-primary" href="https://ploum.nl/uploads/Documenten/Kwartaalupdates/Kwartaalupdate_Beroepsaansprakelijkheid_Q3_2025.pdf" target="_blank">Kwartaalupdate Beroepsaansprakelijkheid</a></p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[CRvB: Werknemer met tijdelijke arbeidsovereenkomst zonder tussentijds opzegbeding behoudt WW-recht bij vaststellingsovereenkomst]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/crvb-werknemer-met-tijdelijke-arbeidsovereenkomst-zonder-tussentijds-opzegbeding-behoudt-ww-recht-bij-vaststellingsovereenkomst</link>
		  <pubDate>Tue, 07 Oct 2025 11:57:43 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Bo Leeuwestein]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Een werknemer met een tijdelijke arbeidsovereenkomst zonder tussentijds opzegbeding die instemt met een tussentijdse be&euml;indiging via een vaststellingsovereenkomst, kan t&oacute;ch recht hebben op een WW-uitkering. Dat heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) geoordeeld. Deze uitspraak maakt een einde aan de onduidelijkheid die bestond over de toepassing van artikel 19 lid 4 WW, waarover wij <a href="https://ploum.nl/nieuws/recht-op-een-ww-uitkering-bij-beeindiging-van-een-tijdelijke-arbeidsovereenkomst-zonder-tussentijdse-opzegmogelijkheid" target="_blank">eerder</a> al schreven.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Uitsluitingsgrond en de situatie</h2>

<p>In artikel 19 lid 4 WW is een uitsluitingsgrond opgenomen die bepaalt dat de werknemer geen recht heeft op een WW-uitkering tot de resterende duur van de tijdelijke arbeidsovereenkomst zou zijn verstreken, als hij meewerkt aan de be&euml;indiging van die overeenkomst zonder dat een tussentijds opzegbeding is overeengekomen. De achtergrond hiervan is dat de werknemer over die periode recht op loon prijsgeeft en dat het niet de bedoeling is dat de werknemer vervolgens de hand ophoudt bij het UWV.</p>

<p>De werknemer in deze Gelderse zaak had een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, zonder mogelijkheid deze tussentijds op te zeggen. Werkgever en werknemer besloten de arbeidsovereenkomst eerder te be&euml;indigen met wederzijds goedvinden via een vaststellingsovereenkomst. In die vaststellingsovereenkomst werd alsnog een tussentijds opzegbeding opgenomen. Het UWV weigerde de WW-uitkering, met een beroep op artikel 19 lid 4 WW, omdat het tussentijds opzegbeding niet <em>in de arbeidsovereenkomst</em> stond.</p>

<h2>Twee lijnen in de rechtspraak</h2>

<p>In de afgelopen jaren oordeelden bestuursrechters verschillend over deze situatie. Deze tegengestelde uitspraken leidden tot onzekerheid.</p>

<p>De <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:4295" target="_blank">bestuursrechter Amsterdam</a> oordeelde in 2021 dat het tussentijds opzegbeding alsnog geldig kan worden overeengekomen in een vaststellingsovereenkomst; dit is immers een schriftelijke afspraak tussen werkgever en werknemer. De uitsluitingsgrond was niet van toepassing en de werknemer ontving de WW-uitkering. Deze lijn werd ook gevolgd door de bestuursrechter Gelderland in 2022 in de zaak waarin het CRvB moest oordelen over het hoger beroep.</p>

<p>De <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBROT:2022:11427" target="_blank">bestuursrechter Rotterdam</a> oordeelde in 2022 anders &ndash; een tussentijds opzegbeding was volgens die bestuursrechter alleen geldig is als het in de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst (of een addendum daarop) is opgenomen. Het in de vaststellingsovereenkomst opgenomen beding voldeed niet aan de regels, waardoor de uitsluitingsgrond van toepassing was. Die werknemer had dus geen recht op de WW-uitkering.</p>

<h2>De Centrale Raad van Beroep schept duidelijkheid</h2>

<p><a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:CRVB:2024:791" target="_blank">De CRvB</a> heeft in 2024 in het hoger beroep op de Gelderse zaak de lijn van de bestuursrechter Amsterdam bevestigd. Volgens de CRvB stelt de wet slechts als eis dat het tussentijds opzegbeding <em>schriftelijk</em> wordt overeengekomen. De wetgever verwijst in artikel 19 lid 4 WW naar artikel 7:667 lid 3 BW en zoekt daarmee uitdrukkelijk aansluiting bij het burgerlijk recht. Er zijn volgens de CRvB geen aanknopingspunten dat een tussentijdsopzegbeding in de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst moet zijn opgenomen of in een addendum daarop. Ook een tussentijds opzegbeding dat is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst voldoet aan het schriftelijkheidsvereiste.</p>

<h2>Benadelingshandeling of verwijtbaar werkloos?</h2>

<p>In literatuur is nog de vraag aan de orde gekomen of een werknemer een benadelingshandeling pleegt of verwijtbaar werkloos is, als hij meewerkte aan een eerdere be&euml;indiging van zijn tijdelijke arbeidsovereenkomst waarin oorspronkelijk geen tussentijds opzegbeding stond. De heersende opvatting is dat dit niet het geval is. De werknemer mag meewerken aan een tussentijdse be&euml;indiging op werkgevers initiatief, mits een schriftelijk tussentijds opzegbeding is of wordt overeengekomen.</p>

<h2>Conclusie</h2>

<p>De CRvB heeft duidelijkheid gecre&euml;erd. Het standpunt van het UWV, dat alleen een tussentijds opzegbeding in de arbeidsovereenkomst zelf volstaat, is van tafel. Een dergelijk beding mag in een addendum worden opgenomen, maar ook in de vaststellingsovereenkomst. Een tijdelijke arbeidsovereenkomst zonder tussentijds opzegbeding kan tussentijds worden be&euml;indigd via een vaststellingsovereenkomst, waarin alsnog een tussentijds opzegbeding wordt opgenomen &ndash; zonder dat de werknemer zijn recht op een WW-uitkering verliest.</p>

<p>Meer weten? Neem dan contact op met onze sectie&nbsp;<a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/arbeidsrecht" target="_blank">Arbeidsrecht</a>.</p>

<p>Nog geen abonnee? Meld u dan hier aan voor onze&nbsp;<a href="https://ploum.nl/nieuwsbrief" target="_blank">nieuwsbrief</a>.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Geld besparen door onnodig energieverlies in utiliteitsgebouwen aan te pakken]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/geld-besparen-door-onnodig-energieverlies-in-utiliteitsgebouwen-aan-te-pakken</link>
		  <pubDate>Mon, 10 Nov 2025 4:19:33 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Anton van den Heuvel & Ole Kramer (CEO Saever)]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<h2>1. Het verschil tussen theorie en praktijk</h2>

<p>In de vastgoedwereld is duurzaamheid een belangrijk onderwerp. Wet- en regelgeving schrijft voor aan welke energieprestatie-eisen gebouwen moeten voldoen en energielabels zijn een vertrouwd instrument geworden. Maar is een groen label voldoende om de energietransitie echt vorm te geven? In de praktijk bestaat er een aanzienlijke kloof tussen theoretische berekeningen en het werkelijke energieverbruik van gebouwen.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<p>Veel gebouwen ogen op papier duurzaam met een A-label of een BREEAM-certificaat, maar presteren in de praktijk minder goed dan verwacht. De focus ligt vaak op het behalen van theoretische normen, terwijl het werkelijke energieverbruik nog niet standaard wordt gemonitord of geanalyseerd. Gebouweigenaren hebben niet altijd inzicht in wat een &#39;normaal&#39; verbruikspatroon is voor specifieke huurders of gebruiksfuncties.</p>

<p>Deze situatie wordt verder be&iuml;nvloed doordat energiekosten meestal worden opgenomen in de servicekosten. Huurders zien alleen een bedrag en hebben beperkt inzicht in hun daadwerkelijke verbruik. Zonder deze transparantie ontbreekt vaak de prikkel voor huurders &eacute;n verhuurders om energiebesparing gezamenlijk te realiseren.</p>

<p>Het nieuwe normaal zou moeten zijn dat een potenti&euml;le huurder vooraf vraagt: "Hoe energie-effici&euml;nt is dit gebouw het afgelopen jaar geweest en hoe is dat gerealiseerd?" Deze bewustwording maakt energieprestatie tot een vanzelfsprekend onderdeel van de huuronderhandeling, net zoals locatie en huurprijs dat nu zijn.</p>

<p>Met deze blog willen we bewustwording stimuleren bij alle betrokken partijen in de vastgoedketen: huurders, vastgoedeigenaren en beleidsmakers. Want door verder te kijken dan labels en certificaten kunnen we gebouwen daadwerkelijk verduurzamen. De energietransitie vraagt om meer dan alleen vinkjes zetten. Het is daarom tijd om niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk werk te maken van energiezuinige gebouwen.</p>

<h2>2. Wettelijke en contractuele regeling van energielabels en certificeringen</h2>

<p>Sinds 1 januari 2015 is <a href="https://ploum.nl/nieuws/gevolgen-van-ontbrekend-energielabel-bij-verkoop-verhuur-topje-van-de-ijsberg-van-energiemaatregelen">het verplicht om in iedere huurovereenkomst te vermelden</a> of bij het aangaan van de huurovereenkomst een energielabel is overhandigd.&nbsp;In de model-huurovereenkomst van de Raad voor Onroerende Zaken (ROZ) voor 230a-ruimtes (o.a. kantoren en distributiecentra) is sinds 2015 een keuzemogelijkheid opgenomen dat er wel/niet een energielabel is overhandigd. Daarmee worden partijen er in ieder geval op geattendeerd dat een pand een energielabel moet hebben, hoewel daarbij nog niet relevant was welk energielabel het gehuurde pand precies heeft.&nbsp;</p>

<p>En <a href="https://ploum.nl/nieuws/het-verplichte-energielabel-c-per-1-januari-2023">sinds 1 januari 2023 is minimaal energielabel C vereist voor kantoorpanden</a>. Het niet hebben van <a href="https://ploum.nl/nieuws/ontbinding-huurovereenkomst-wegens-ontbreken-energielabel-c">minimaal energielabel C kan leiden tot sluiting van het kantoorpand</a>.&nbsp;</p>

<p>De model-huurovereenkomst van ROZ voor 230a-ruimte bevat sinds 2015 een kort artikel over duurzaamheid: &ldquo;<em>Partijen onderkennen het belang van duurzaamheid en komen overeen elkaar te ondersteunen in het behalen van de gezamenlijk geformuleerde c.q. te formuleren doelstelling en op regelmatige basis de voortgang te bespreken.</em>&rdquo; Dit is in de praktijk vaak een lege huls, waar weinig mee wordt gedaan.</p>

<p>Sinds 2019 stelt de ROZ als aanvullende model-tekst&nbsp; &lsquo;Artikelen Green Lease (energieindex)&rsquo; beschikbaar, waarmee het hierboven genoemde duurzaamheidsartikel kan worden uitgebreid. Daarin wordt een onderscheid gemaakt tussen het hebben van energielabel A t/m C en het hebben van een energielabel lager dan C. Vervolgens kunnen daarmee diverse afspraken worden gemaakt over o.a. benodigde investeringen om het energielabel te verbeteren in de toekomst, bijvoorbeeld bij strenger wordende wet- en regelgeving. Zo is er bijvoorbeeld een regeling opgenomen voor het probleem van de <em>split incentive</em>, waarbij investeringen van de ene partij tot kostenbesparingen van de andere partij leiden. Als bijvoorbeeld verhuurder investeringen pleegt in de installaties van het gehuurde met als gevolg fors lagere energiekosten voor huurder, moet huurder die besparing&nbsp; deels aan verhuurder betalen.</p>

<h2>3. Energielabels en certificeringen: wat meten we eigenlijk en wat zegt dit?</h2>

<p>Het hebben of verkrijgen van een energielabel is dus inmiddels wettelijk geregeld en in veel gevallen ook contractueel in huurovereenkomsten. Maar het hebben van een goed energielabel zegt helaas niet zoveel over het duurzaam functioneren van een pand gedurende de looptijd van de huurovereenkomst. Het label wordt namelijk bepaald op basis van theoretische berekeningen en aannames over het gebruik van het gebouw. Het zegt iets over de potenti&euml;le energieprestatie van het gebouw, maar geeft geen garantie voor daadwerkelijk laag energieverbruik.</p>

<p>Neem bijvoorbeeld een modern kantoorpand met energielabel A. Op papier beschikt dit gebouw over een warmtepomp, hoogwaardige isolatie en een geavanceerd gebouwbeheersysteem. In theorie zou dit gebouw uitstekend moeten presteren. Maar in de praktijk kan het energieverbruik verrassend hoog uitvallen doordat de systemen niet goed op elkaar zijn afgestemd. Dat is niet alleen slecht voor de duurzaamheid van het pand, maar kan een huurder ook behoorlijk wat geld kosten.&nbsp;&nbsp;&nbsp;</p>

<p>Wat ook meespeelt is dat gebouwen vaak worden ingeregeld op een bepaalde manier in het gebouwbeheersysteem (GBS), gebaseerd op theoretische aannames over gebruik en bezetting. De werkelijke gebruikspatronen komen echter niet altijd overeen met deze aannames. Een vergaderruimte die in het GBS staat ingesteld voor dagelijks gebruik tussen 9 en 17 uur, wordt in werkelijkheid misschien maar drie keer per week gebruikt, terwijl de klimaatinstallaties wel continu draaien volgens het ingestelde schema.</p>

<p>Een energielabel is bovendien slechts een momentopname, waarna het energielabel vervolgens 10 jaar geldig is. En <a href="https://ploum.nl/nieuws/invoering-nta-8800-check-de-waarde-en-geldigheid-van-je-label">de berekeningswijze van energielabels is in 2021 strenger geworden</a>, zodat de waarde van oudere energielabels minder kan zijn.</p>

<p>Omdat verduurzaming van panden een positief effect heeft op de waarde, is een deel van de certificeringen in het verleden wel misbruikt om de waarde van vastgoed te verhogen. Erkende labels en keurmerken voor duurzaam vastgoed zijn daarmee steeds relevanter geworden. In de markt zijn dan ook beoordelingssystemen ontwikkeld. De meest bekende zijn de in Engeland ontwikkelde &lsquo;Building Research Establishment Environmental Assessment Method&rsquo; (BREEAM) en de Amerikaanse &lsquo;Leadership in Energy and Environmental Design&rsquo; (LEED). Verder is er ook de Global Real Estate Sustainability Benchmark (GRESB), waarmee ESG-prestaties van vastgoedportefeuilles worden gemeten. En met het op welzijn gerichte WELL-certificaat trekken eigenaar en huurder gezamenlijk op bij het verbeteren van de werkomgeving.</p>

<p>Binnen de vastgoedsector ligt de focus meestal op de directe relatie tussen het gebouw en het milieu. De impact die een gebruiker heeft op het functioneren van het gebouw wordt echter vaak over het hoofd gezien. Uit onderzoek blijkt dat er een cruciaal verband bestaat tussen gebruikersgedrag en milieuprestaties van gebouwen, waardoor onzekerheid ontstaat over de impact van technische oplossingen op vermindering van emissies. Huurders zouden daarom meer betrokken moeten worden bij technische oplossingen en benodigde gedragsaanpassingen.</p>

<h2>4. Huurders aan zet</h2>

<p>Huurder zouden geen genoegen moeten nemen met alleen een energielabel of algemene servicekosten zonder specificatie. Inzicht in het werkelijke energieverbruik van de gehuurde ruimte en het gebouw als geheel is veel te belangrijk. Door kritischer te zijn en de juiste vragen te stellen, kunnen huurders niet alleen kosten besparen, maar ook bijdragen aan daadwerkelijke verduurzaming.</p>

<p>Huurders kunnen aan hun verhuurder vragen om inzicht in de historische verbruiksgegevens van het pand. Hoe heeft het gebouw de afgelopen jaren gepresteerd? Zijn er seizoenspieken die verklaard kunnen worden? Een verhuurder die hier transparant over is, toont aan serieus met duurzaamheid bezig te zijn. Ook kunnen huurders aandringen op deelbemetering, zodat inzicht wordt verkregen in het eigen verbruik en dat van gemeenschappelijke ruimten. Dit maakt het mogelijk gericht maatregelen te nemen waar deze het meeste effect hebben.</p>

<p>Samenwerking is hierbij essentieel. Bijvoorbeeld door contact te zoeken met andere huurders in hetzelfde gebouw en een gebruikersplatform te vormen. Huurders staan gezamenlijk sterker in gesprekken met hun verhuurder over verbeteringen in het gebouwbeheer. Door als collectief op te treden, kunnen kosten worden gedeeld en kan er meer invloed worden uitgeoefend op beslissingen over installaties en energiebeheer.</p>

<p>In plaats van als passieve afnemer, zouden huurders zich meer moeten opstellen als actieve belanghebbende bij een goed functionerend, energiezuinig gebouw. Door als huurder initiatief te nemen, wordt bijgedragen aan de eigen bedrijfsdoelstellingen op het gebied van duurzaamheid. Ook kunnen huurders zo een gezonde druk op de vastgoedmarkt cre&euml;ren om verder te kijken dan labels alleen.</p>

<h2>5. Afsluiting: Oproep tot actie en samenwerking</h2>

<p>Energielabels bieden een nuttig uitgangspunt voor energieprestatie, maar ze vertellen niet het hele verhaal. Werkelijke verduurzaming vereist inzicht in het daadwerkelijke energieverbruik en de prestaties van gebouwinstallaties.</p>

<p>De praktijk laat zien dat er winst te behalen valt voor beide partijen. Huurders die inzicht vragen in hun energieverbruik en samenwerken met andere gebruikers in het gebouw, kunnen hun kosten verlagen en bijdragen aan effici&euml;ntere gebouwprestaties. Eigenaren die transparant zijn over verbruiksdata en investeren in monitoring en optimalisatie, behouden waarde van hun vastgoed en anticiperen op toekomstige eisen.</p>

<p>Door gebruik te maken van beschikbare technologie voor monitoring en datasystemen ontstaat een realistisch beeld van gebouwprestaties. Dit maakt gerichte verbeteringen mogelijk die daadwerkelijk effect hebben, in plaats van alleen voldoen aan theoretische normen.</p>

<p>De volgende stap in verduurzaming ligt in het combineren van labels als startpunt met continue monitoring en optimalisatie van werkelijke prestaties. Zo ontstaat duurzaamheid die zichtbaar is in zowel theorie als praktijk.</p>

<div class="boxed-text">Deze blog is een samenwerking tussen Anton van den Heuvel (vastgoedadvocaat bij Ploum) en Ole Kramer (CEO van Saever) en is onderdeel van een reeks.&nbsp;<a href="https://saever.nl/">Saever</a>&nbsp;optimaliseert het energieverbruik binnen gebouwen, door middel van haar intelligente monitorsysteem waarmee op afstand het beheer van de klimaatsystemen kan worden overgenomen met voortdurende optimalisatie en comfortverbeteringen. Met een lage investering kan zo tot wel 40% energie worden bespaard, met een gemiddelde terugverdientijd van drie jaar.<br />
<br />
Onze volgende blog zal gaan over de aankomende GACS-verplichtingen, die zowel voor gebouweigenaren als huurders erg belangrijk zijn.&nbsp;Daarin bespreken we hoe de implementatie van deze wettelijke verplichting juist kan worden omgebogen naar aanzienlijke voordelen op het gebied van energie-effici&euml;ntie, kostenbesparing en duurzaamheid. &nbsp;&nbsp;</div>

<div>
<div>
<div class="msocomtxt" id="_com_1">&nbsp;</div>
</div>
</div>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Hond: huisdier of wapen?]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/hond-huisdier-of-wapen</link>
		  <pubDate>Wed, 01 Oct 2025 11:48:06 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Zoë Poortvliet]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>De inzet van diensthonden door veiligheidsdiensten is al langer onderwerp van discussie, maar kreeg recent nieuwe aandacht na <a href="https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2570515-nederlandse-diensthonden-als-huisdier-geexporteerd-naar-israel" target="_blank">berichtgeving</a> over export van Nederlandse honden naar Isra&euml;l en hun vermeende gebruik tegen Palestijnse burgers en gedetineerden. In <a href="https://www.un.org/unispal/wp-content/uploads/2024/07/20240731-Thematic-report-Detention-context-Gaza-hostilities.pdf" target="_blank">een rapport</a> van 31 juli 2024 beschreef de Verenigde Naties (VN) getuigenissen over het &ldquo;loslaten van honden&rdquo; op gedetineerden als een vorm van marteling. Deze berichtgeving vergrootte de druk op de Nederlandse politiek om strengere regels in te voeren voor de export van dergelijke diensthonden.</p>

<p>Op dit moment worden diensthonden juridisch gezien als civiele goederen. Daardoor vallen zij niet onder de exportregels die gelden voor dual-use goederen. Voor dergelijke goederen geldt immers dat zij niet zomaar de grens over mogen. <a href="https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/moties/detail?id=2025Z07184&amp;did=2025D16322" target="_blank">Dit riep dan ook de vraag op of diensthonden kunnen worden aangemerkt als zogenoemde <em>dual-use</em>-goederen</a>: producten die zowel een civiele als een militaire toepassing kunnen hebben, en waarvoor strikte exportregels gelden.</p>

<p>In deze blog zet <a href="{page_1807}" target="_blank">Zo&euml; Poortvliet</a> uiteen wat het Europese kader voor dual-use producten inhoudt, welke soorten goederen hieronder vallen, en onderzoeken we of diensthonden daarbinnen zouden kunnen worden geplaatst.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Wat zijn dual-use goederen?</h2>

<p>De EU kent speciale regels voor zogeheten dual-use goederen &ndash; oftewel: &ldquo;producten, inclusief technologie en software, voor twee&euml;rlei gebruik&rdquo;. Deze regels zijn vastgelegd in <a href="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A02021R0821-20241108" target="_blank">Verordening (EU) 2021/821</a>. De verordening zorgt ervoor dat in alle EU-lidstaten dezelfde regels gelden voor de uitvoer, doorvoer, overdracht en handel in dit soort goederen. Artikel 2 van de verordening omschrijft dual-use goederen als:</p>

<p>&ldquo;<em>producten, met inbegrip van programmatuur en technologie, die zowel een civiele als een militaire bestemming kunnen hebben, met inbegrip van producten die kunnen worden gebruikt voor het ontwerp, de ontwikkeling, de productie of het gebruik van nucleaire, chemische of biologische wapens of hun overbrengingsmiddelen, met inbegrip van alle producten die voor niet-explosieve doeleinden kunnen worden gebruikt en op enige manier bijdragen aan de vervaardiging van nucleaire wapens of andere nucleaire explosiemiddelen</em>&rdquo;</p>

<p>Oftewel: dual-use goederen zijn goederen die zowel voor civiele als voor militaire doeleinden inzetbaar zijn. Denk bijvoorbeeld aan een drone: populair als hobby, maar inmiddels ook een belangrijk middel in <a href="https://www.volkskrant.nl/buitenland/ruslands-schaduwoorlog-tegen-europa-gaat-verder-dan-inzet-drones~b0e05622/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F" target="_blank">moderne oorlogsvoering</a>. Of aan encryptiesoftware: cruciaal voor bedrijven om hun data te beveiligen, maar net zo goed bruikbaar in cyberoorlogsvoering. Uiteraard als aan bepaalde technische parameters wordt voldaan.</p>

<p>De verordening bevat in bijlage I een lijst met tien categorie&euml;n dual-use goederen. Die loopt uiteen van nucleaire materialen en elektronica tot scheeps- en ruimtevaarttechnologie. Voor de uitvoer van deze goederen buiten de EU is altijd een vergunning vereist. Welke producten precies op de lijst belanden, is het resultaat van internationale afspraken binnen zogenoemde exportcontroleregimes. Daarbij spelen criteria een rol zoals:</p>

<ul>
	<li>het soort product en de mogelijke toepassingen;</li>
	<li>hoe gemakkelijk het product verkrijgbaar is;</li>
	<li>of het technisch goed te omschrijven en af te bakenen is; en</li>
	<li>of er effectief toezicht op de uitvoer mogelijk is.</li>
</ul>

<p>Daarnaast kent de verordening een zogeheten &lsquo;catch-all-bepaling&rsquo;. Dat betekent dat ook dual-use goederen die n&iacute;et expliciet op de lijst staan, alsnog vergunningplichtig kunnen zijn. Bijvoorbeeld als duidelijk is dat ze bestemd zijn voor massavernietigingswapens of voor militaire toepassingen in landen die onder een wapenembargo vallen.</p>

<h2>Diensthonden als dual-use?</h2>

<p>En dan de hamvraag: hoe zit het met diensthonden? Kunnen die worden gezien als dual-use? Op het eerste gezicht zou je denken van wel. Een (dienst)hond is in de eerste plaats een huisdier, maar kan dus ook worden getraind en ingezet als wapen of intimidatiemiddel. Vanuit die invalshoek lijkt een hond dus de kenmerken van een dual-use-item te hebben.</p>

<p>De <a href="https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/E-10-2025-002814-ASW_EN.html#:~:text=Animals%20are%20not%20considered%20items,list%20of%20dual%2Duse%20items." target="_blank">Europese Commissie</a> ziet dat echter anders. Nadat Nederland &ndash; op verzoek van de Tweede Kamer &ndash; dit punt in Brussel aan de orde stelde, was het antwoord van de Commissie duidelijk: dieren zijn g&eacute;&eacute;n dual-use goederen. Op 5 september jl. antwoordde de Commissie als volgt:</p>

<p><em>&ldquo;Dual-use items are defined in the Dual-Use Regulation as items, including software and technology, which can be used for both civil and military purposes, including items that could be used for nuclear, chemical or biological weapons or their means of delivery.</em><br />
<br />
<em>Animals are not considered items in the sense of the regulation and thus cannot be included in the EU list of dual-use items. To note that the EU list emanates from the multilateral export control regimes which do not list animals either.&rdquo;</em></p>

<p>Met andere woorden: de verordening kent geen aparte categorie voor dieren of andere levende wezens. En omdat de Europese lijst rechtstreeks voortvloeit uit internationale exportcontroleregimes (zoals het Wassenaar Arrangement) die ook geen dieren omvatten, is er simpelweg geen basis om honden als dual-use te classificeren.</p>

<h2>Wat betekent het als iets w&eacute;l dual-use is?</h2>

<p>Diensthonden kwalificeren dus niet als dual-use goederen en vallen dus niet onder het bereik van de verordening. Maar stel nou dat een product w&eacute;l als dual-use wordt aangemerkt, wat betekent dat dan in de praktijk? Kort gezegd: zonder vergunning mag het de EU niet uit. Voor de uitvoer van dual-use goederen moet de exporteur een vergunning aanvragen bij de bevoegde nationale autoriteit (in Nederland: de Centrale Dienst voor In- en Uitvoer, CDIU).</p>

<p>De aanvraag wordt getoetst aan Europese &eacute;n internationale criteria, waaronder:</p>

<ul>
	<li>het risico dat het product wordt gebruikt voor massavernietigingswapens of militaire toepassingen;</li>
	<li>de bestemming (land van invoer) en de eindgebruiker;</li>
	<li>het risico van mensenrechtenschendingen.</li>
</ul>

<p>Afhankelijk van de gevoeligheid kan de vergunning eenmalig, voor een specifieke transactie, of meer algemeen gelden.</p>

<h2>Wat betekent dit voor uw organisatie?</h2>

<p>Diensthonden vallen onder de huidige EU-regels dus n&iacute;et onder de noemer dual-use goederen. Maar dit is slechts &eacute;&eacute;n voorbeeld: de lijst met producten die w&eacute;l onder dit exportcontroleregime vallen, wordt alleen maar langer. Steeds meer technologie&euml;n en materialen krijgen te maken met strenge regels en vergunningseisen. Bent u benieuwd of uw producten onder dit regime vallen? Of wilt u meer inzicht in wat de dual-use wetgeving betekent voor uw organisatie? Neem dan contact op met Jikke Biermasz (<a href="mailto:j.biermasz@ploum.nl">j.biermasz@ploum.nl</a>) of Zo&euml; Poortvliet (<a href="mailto:z.poortvliet@ploum.nl">z.poortvliet@ploum.nl</a>).</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[75 jaar Wet op de ondernemingsraden: de ontwikkeling van de ondernemingsraad]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/75-jaar-wet-op-de-ondernemingsraden-de-ontwikkeling-van-de-ondernemingsraad</link>
		  <pubDate>Mon, 06 Oct 2025 4:07:11 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Anfernee Leemans]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>In 2025 bestaat de Wet op de ondernemingsraden (WOR) 75 jaar. Wat ooit begon als een bescheiden initiatief om medewerkers te betrekken bij beslissingen binnen bedrijven, is uitgegroeid tot een stevige pijler onder goed ondernemingsbestuur. Voor ondernemers en ondernemingsraden is het medezeggenschapsrecht niet alleen een juridische verplichting, maar ook een strategisch instrument.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Een terugblik: van overlegtafel tot rechtszaal</h2>

<p>Toen de WOR in 1950 werd ingevoerd, was de ondernemingsraad (OR) vooral een overlegorgaan waar de directeur nog zelf de voorzitter van was, onder het mom van samenwerking. Wel bevatte de WOR toen al een aantal belangrijke aspecten die vandaag de dag nog terugkomen: de OR had een adviesrecht, een initiatiefrecht en een recht op mededelingen ten aanzien van de economische gang van zaken binnen de onderneming. &nbsp;</p>

<p>In de loop der tijd werd steeds duidelijker dat de belangen van de OR en van de onderneming niet altijd parallel lopen. Dat heeft geleid tot een aantal wetswijzigingen. In 1971 werd vastgelegd dat de OR zowel het belang van de werknemers binnen de onderneming, als het belang van de onderneming zelf vertegenwoordigde, en werd een adviesrecht ge&iuml;ntroduceerd ten aanzien van enkele sociaaleconomische besluiten (dat we nu nog altijd terugzien in de WOR). In 1979 kreeg het medezeggenschapsrecht een volwaardig juridisch kader: de bestuurder maakte geen deel meer uit van de OR en de ondernemer moest voortaan advies of instemming vragen bij belangrijke besluiten. En dat werd &ndash; zo bleek al snel &ndash; geen papieren tijger.</p>

<h2>Waarom medezeggenschap ertoe doet</h2>

<p>Een belangrijke uitspraak uit 1980 (het Linge-ziekenhuis-arrest, <em>NJ</em> 1981, 271) maakte duidelijk: als je als ondernemer een besluit neemt zonder de OR tijdig te raadplegen, loop je niet alleen het risico te worden teruggefloten door de rechter, maar mis je ook waardevolle input vanuit een ander perspectief. Het laat zien dat de medezeggenschap vanaf dat moment serieuzer moest worden genomen. Deze overwegingen keerden recentelijk terug in de <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:1119" target="_blank">Estro-beschikking</a> uit 2023 (<em>JOR</em> 2023/207), waarin de Ondernemingskamer overwoog dat een medezeggenschapstraject de mogelijkheid biedt voor tegenspraak en reflectie vanuit de OR, waarbij een onderneming mogelijk kan worden gebaat. Medezeggenschap kan op die manier tot betere besluiten leiden die op een breder draagvlak binnen de onderneming kunnen rekenen. Het betrekken van de OR vergroot dus de kwaliteit van besluitvorming, zowel op juridisch als op strategisch vlak.</p>

<h2>Het adviesrecht van de OR: wezenlijke invloed en tijdige betrokkenheid van de OR</h2>

<p>Twee van de belangrijkste pijlers binnen de WOR betreffen het adviesrecht (van art. 25 WOR) en het instemmingsrecht (van art. 27 WOR). Het adviesrecht was aanvankelijk (in 1950) slechts beperkt tot maatregelen die tot verbetering van de technische en economische gang van zaken in de onderneming kunnen bijdragen. Gaandeweg werd het adviesrecht steeds verder uitgebreid, eerst met maatregelen die in belangrijke mate de arbeid, arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden binnen de onderneming konden be&iuml;nvloeden (1971), en vervolgens ook het overnemen of afstoten van zeggenschap over een andere onderneming (1979). &nbsp;</p>

<p>Het adviesrecht is op het oog een eenvoudige regeling. Als een ondernemer voornemens is een besluit te nemen dat valt binnen &eacute;&eacute;n van de categorie&euml;n die in art. 25 WOR is opgenomen, dan moet de ondernemer dit voornemen schriftelijk aan de OR voorleggen voordat het besluit kan worden genomen. Dat moet op een zodanig tijdstip worden gedaan, dat het advies van de OR van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit.</p>

<p>Hoewel het adviesrecht eenvoudig lijkt, blijkt de praktijk een stuk ingewikkelder. Over de jaren heen zijn bedrijven steeds groter en internationaler geworden, wat maakt dat besluiten binnen organisaties steeds complexer worden en over meerdere lagen (en zelfs in meerdere landen) worden genomen. Het wordt dus steeds moeilijker om te bepalen hoe en wanneer de OR dan precies moet worden betrokken bij de besluitvorming. Het is dan ook niet vreemd dat de meeste geschillen waarbij OR&rsquo;en betrokken zijn, zien op het adviesrecht. Uit de rechtspraak ten aanzien van het adviesrecht blijkt dat twee aspecten van belang zijn: de wezenlijke invloed en de tijdige betrokkenheid van de OR.</p>

<p>De WOR schrijft voor dat advies moet worden gevraagd op een moment dat het advies nog wezenlijke invloed kan hebben. Jurisprudentie leert dat de invulling van het begrip &lsquo;wezenlijke invloed&rsquo; zeer casu&iuml;stisch is, maar er kunnen wel bepaalde lijnen worden gedestilleerd. Zo wordt algemeen aangenomen dat een OR geen wezenlijke invloed meer kan hebben op het te nemen besluit als er geen ruimte meer is om in te gaan op door de OR aangedragen alternatieven of als een ondernemer het besluit al neemt voordat de OR zijn advies kan uitbrengen (bijvoorbeeld om dat de ondernemer vindt dat het te lang duurt en er voldoende tijd is geweest om advies uit te brengen).</p>

<p>Ten aanzien van de tijdige betrokkenheid van de OR wordt in de rechtspraak aangenomen dat van belang is dat de ondernemer geen besluiten neemt die niet meer terug te draaien zijn. Specifiek ten aanzien van de (ver)koop van ondernemingen bestaat onder juristen de discussie over de vraag of een &lsquo;intentieverklaring&rsquo; tussen partijen (bijv. een &lsquo;<em>letter of intent</em>&rsquo; of een &lsquo;<em>signing protocol</em>&rsquo;), waarna de OR pas om advies wordt gevraagd, maakt dat het besluit niet meer terug te draaien is (mede als gevolg van de <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHAMS:2017:4123" target="_blank"><em>Uniface</em>-beschikking</a> in 2017, <em>TRA</em> 2017/103). Ondanks deze discussie wordt in de praktijk veelvuldig van deze constructie gebruik gemaakt.</p>

<h2>Het instemmingsrecht van de OR: wat mag wel, wat niet?</h2>

<p>Naast het adviesrecht kennen wij het instemmingsrecht van art. 27 WOR. In de eerste WOR in 1950 was er nog geen instemmingsrecht opgenomen. Wel had de OR toen een adviesrecht ten aanzien van bepaalde onderwerpen die later uiteindelijk onder het instemmingsrecht zouden vallen, zoals het vaststellen van vakantietijden, werkroosters, ploegendiensten en schafttijden. Het instemmingsrecht volgde uiteindelijk in 1971, waarbij de OR bevoegdheden kreeg ten aanzien van het arbeidsreglement, pensioen-, spaar- en winstdelingsregelingen, een werktijd- of vakantieregeling en maatregelen op het gebied van de veiligheid, gezondheid of hygi&euml;ne in de onderneming. Gaandeweg werd het instemmingsrecht steeds verder uitgebreid tot de lijst die nu in art. 27 WOR staat opgenomen.</p>

<p>Net als bij het adviesrecht, geldt dat de regeling van het instemmingsrecht in de praktijk ingewikkelder is dan het wetsartikel doet vermoeden. Over de jaren heen zijn ook ten aanzien van het instemmingsrecht de nodige procedures gevoerd over de vraag wanneer een besluit nu precies instemming van de OR behoeft. Op dat punt heeft de Hoge Raad twee uitspraken gedaan die vandaag nog altijd relevant zijn:</p>

<ul>
	<li>In 1987 oordeelde de Hoge Raad in de AMRO-beschikking dat moet worden gekeken naar de <em>aard en de strekking</em> van een bepaalde regeling, voor de vraag of een bepaalde regeling onder een van de onderwerpen als genoemd in art. 27 WOR valt (<em>NJ</em> 1988, 93);<br />
	&nbsp;</li>
	<li>In 2002 voegde de Hoge Raad in de <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2002:AF0155" target="_blank">Holland Casino-beschikking</a> hieraan toe dat, als niet duidelijk is of een bepaalde regeling onder de reikwijdte van art. 27 WOR valt, een doorslaggevende betekenis toekomt aan de beweegredenen en de doelstelling die de ondernemer heeft met de voorgenomen regeling (<em>NJ</em> 2003, 141). Als de regeling als doel heeft om een van de in art. 27 WOR genoemde onderwerpen te regelen, valt de regeling onder het instemmingsrecht, en vice versa.</li>
</ul>

<p>Toch blijft het in de praktijk in sommige gevallen lastig. De onderwerpen die in art. 27 WOR zijn opgenomen zien op of raken aan arbeidsvoorwaarden. Tegelijkertijd bepaalt art. 27 WOR dat een OR geen inspraak heeft ten aanzien van zogenoemde &lsquo;primaire arbeidsvoorwaarde&rsquo;, &nbsp;zoals hoogte van salaris of aantal verlofdagen. Dat blijft een punt van discussie in de rechtspraak.</p>

<h2>De OR &lsquo;op maat&rsquo;: de introductie van de ondernemingsovereenkomst</h2>

<p>Aanvankelijk werd de OR in 1950 gezien als een overlegorgaan. Met de verschillende wetswijzigingen in de WOR die daarop volgden, werd de invloed van de OR op de besluitvorming binnen de organisatie steeds groter. In de praktijk gebeurde het daardoor steeds vaker dat een ondernemer en een OR afspraken maken over hoe een adviestraject of een instemmingsprocedure moest worden vormgegeven. Ook werden er afspraken gemaakt over of bepaalde besluiten al dan niet moeten worden voorgelegd aan de OR (voor advies dan wel instemming).</p>

<p>Deze praktijk heeft uiteindelijk zijn weg gevonden in de WOR. In 1998 werd de mogelijkheid om een zogeheten <em>ondernemingsovereenkomst</em> (ook wel genoemd: convenant) te sluiten in de wet vastgelegd (art. 32 WOR). De WOR voorzag in enkele &lsquo;basisvoorzieningen&rsquo; voor medezeggenschap, maar op deze wijze konden ondernemers en OR&rsquo;en een nadere invulling geven aan die basisvoorzieningen om te zorgen dat de medezeggenschap effici&euml;nt kon functioneren. In de woorden van de <a href="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24615-3.pdf/" target="_blank">wetgever</a> kon de medezeggenschap &ldquo;<em>op maat gesneden worden</em>&rdquo; (<em>Kamerstukken II</em> 1995/96, 24615, nr. 3, p. 25).</p>

<p>Met de ondernemingsovereenkomst krijgt de OR bovendien een stevigere juridische positie. Ten aanzien van de ondernemingsovereenkomst kan immers nakoming worden gevorderd; dat kan zowel (specifiek ten aanzien van het adviesrecht) op basis van de beroepsprocedure van art. 26 WOR als via de algemene &lsquo;nalevingsprocedure&rsquo; van art. 36 lid 2 WOR. Kortom: de ondernemingsovereenkomst kan belangrijke voordelen bieden.</p>

<h2>Concernstructuren: medezeggenschap houdt niet op bij de voordeur</h2>

<p>In wat recentere tijden heeft zich een andere belangrijke ontwikkeling in de medezeggenschap voorgedaan. Als gezegd, zijn bedrijven steeds groter en internationaler geworden en maken die bedrijven gebruik van concernstructuren. Dat zorgt ervoor dat medezeggenschap zich niet langer afspeelt binnen &eacute;&eacute;n juridische entiteit, binnen eenzelfde onderneming of zelfs niet binnen dezelfde landsgrenzen. Dat kan schuren met de terminologie van de WOR, die medezeggenschap regelt binnen de &lsquo;onderneming&rsquo;. Hoe moet worden omgegaan met besluiten &lsquo;van hogeraf&rsquo;?</p>

<p>In de praktijk (en de rechtspraak) heeft dit geleid tot de ontwikkeling van de begrippen <em>toerekening</em> en <em>medeondernemerschap</em>. Bij toerekening wordt het besluit van een andere onderneming toegerekend aan de onderneming waarin de OR is ingesteld. Hiermee krijgt een OR alsnog medezeggenschapsrechten ten opzichte van de eigen ondernemer. Het begrip &lsquo;toerekening&rsquo; deed zijn intrede in de medezeggenschapsrechtelijke rechtspraak in de <em>Howson Algraphy</em>-beschikking uit 1984 (<em>NJ</em> 1985/212), al was de Ondernemingskamer aanvankelijk nog terughoudend. In die tijd was het uitgangspunt dat werd aangesloten bij de vennootschapsrechtelijke besluitvorming: besluiten kunnen alleen worden genomen door het vennootschapsrechtelijke orgaan dat daartoe bevoegd is. Gaandeweg werd dat uitgangspunt steeds meer verlaten. Zo oordeelde de Ondernemingskamer in de <em>Shell Research</em>-beschikking van 1987 dat besluiten van een moedermaatschappij kunnen worden toegerekend aan de dochtermaatschappij als sprake is van daadwerkelijke betrokkenheid (&lsquo;wezenlijke inbreng&rsquo;) van de dochtermaatschappij bij de besluitvorming van de moedermaatschappij (<em>NJ</em> 1988, 382). Een concreet besluit van de dochtermaatschappij was daardoor niet langer vereist. In 1989 ging de Ondernemingskamer in de <em>PUEM</em>-beschikking w&eacute;&eacute;r een stap verder, door te oordelen dat vennootschapsrechtelijke besluitvorming relevant was, maar niet doorslaggevend (<em>NJ</em> 1990, 734). In de jaren die daarop volgden zijn de criteria voor toerekening verder aangescherpt en wordt tegenwoordig toerekening aangenomen als (i) het op hoger niveau genomen besluit&nbsp;<em>rechtstreeks ingrijpt</em>&nbsp;in de onderneming waarvoor de OR is ingesteld, en (ii) de ondernemer is&nbsp;<em>betrokken</em>&nbsp;bij de besluitvorming.</p>

<p>Iets verder dan het begrip &lsquo;toerekening&rsquo; gaat het begrip &lsquo;medeondernemerschap&rsquo;. Waar de OR bij toerekening slechts rechten heeft ten opzichte van de &lsquo;eigen&rsquo; ondernemer, geldt bij medeondernemerschap dat de OR zijn medezeggenschapsrechten kan uitoefenen tegenover een &lsquo;andere&rsquo; ondernemer (bijv. de moedermaatschappij zelf). Dit kwam voor het eerst aan de orde in de <em>Heuga</em>-beschikking uit 1994 (onder het mom van &lsquo;vereenzelviging&rsquo;, zie <em>NJ</em> 1994, 545). In deze zaak oordeelde de Hoge Raad dat een moedermaatschappij en een dochtermaatschappij moesten worden aangemerkt als &lsquo;medeondernemers&rsquo; ten aanzien van een besluit tot be&euml;indiging van een vrijwillig toegepast (verzwakt) structuurregime. De moedermaatschappij was in die zaak namelijk zowel de 100%-aandeelhouder alsook de (enige) statutair bestuurder van de dochtermaatschappij. In 2000 werd het criterium van medeondernemerschap verder aangescherpt in de <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2000:AA4735" target="_blank"><em>Grenscorrecties Den Haag</em>-beschikking</a> (<em>JAR</em> 2000/30) door de invoering van het criterium van &lsquo;stelselmatige invloed&rsquo;. Van medeondernemerschap is zodoende pas sprake als (i) de aard en strekking van het besluit&nbsp;<em>rechtstreeks ingrijpen</em>&nbsp;in de onderneming waarvoor de OR is ingesteld, en (ii) de concernleiding een zodanige&nbsp;<em>stelselmatige invloed</em>&nbsp;uitoefent &ndash; of kan uitoefenen &ndash; dat deze wordt geacht de onderneming mede in stand te houden.&nbsp;</p>

<p>Hoewel toerekening of medeondernemerschap niet snel wordt aangenomen, is duidelijk geworden dat de OR niet zonder meer kan worden genegeerd, zelfs niet als besluiten op een ander niveau (of zelfs in een ander land) binnen een groep worden genomen. Voor meer informatie over medezeggenschap in nationale of internationale concerns kunt u een <a href="https://ploum.nl/nieuws/medezeggenschap-in-internationale-concerns" target="_blank">eerdere blog</a> van ons lezen.</p>

<h2>75 jaar WOR: oud, maar zeker niet vergeten!</h2>

<p>In 75 jaar WOR is veel veranderd. Waar de OR begon als een &lsquo;simpel&rsquo; overlegorgaan, is de OR tegenwoordig niet meer weg te denken. De OR speelt een belangrijke rol binnen het ondernemingsbestuur en de betrokkenheid van de OR kan bijdragen aan betere besluitvorming. Ondanks dat men al 75 jaar met de WOR werkt, blijft het medezeggenschapsrecht in ontwikkeling.</p>

<p>Heeft u vragen over dit onderwerp of een andere kwestie rondom ondernemingsraden? Als specialisten op het gebied van medezeggenschapsrecht ondersteunen wij u graag bij:</p>

<ul>
	<li>Het begeleiden van adviestrajecten of instemmingsprocedures;</li>
	<li>Strategisch overleg met de OR of bestuurders;</li>
	<li>Conflictbemiddeling of gerechtelijke procedures;</li>
	<li>Het opstellen van reglementen en/of convenanten;</li>
	<li>Training en juridische ondersteuning van OR-leden.</li>
</ul>

<p>Neem gerust contact op met &eacute;&eacute;n van de specialisten uit ons team <a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/arbeidsrecht" target="_blank">Arbeidsrecht</a>. Ook kunt u zich inschrijven voor onze <a href="https://ploum.nl/nieuwsbrief" target="_blank">nieuwsbrief</a>: zo blijft u op de hoogte van alle ontwikkelingen op dit onderwerp.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Recht op vakantiedagen: ook na het tweede ziektejaar?]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/recht-op-vakantiedagen-ook-na-het-tweede-ziektejaar</link>
		  <pubDate>Tue, 24 Feb 2026 8:21:18 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Michelle Westhoeve]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Lange tijd werd gedacht dat een werknemer die twee jaar ziek is, daarna geen vakantiedagen meer opbouwt. De wet zegt immers dat een werknemer alleen vakantie opbouwt als hij recht heeft op loon, en dat recht stopt na twee jaar ziekte. <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:7054" target="_blank">De Rechtbank Gelderland</a>&nbsp;maakte recent echter korte metten met dit standpunt: de wet is in strijd met Europees recht, waardoor werknemers ook na het tweede ziektejaar vakantiedagen opbouwen.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<p>Het ging hier om een werknemer die al vanaf 2019 arbeidsongeschikt was en na twee jaar loondoorbetaling een IVA-uitkering ontving. Het dienstverband liep echter door, zonder dat er nog werd gewerkt of loon werd betaald: een klassiek slapend dienstverband. De werknemer heeft vervolgens in een procedure gevraagd om be&euml;indiging, m&eacute;t betaling van alle opgebouwde maar niet-genoten vakantiedagen tot aan de einddatum.</p>

<p>De werknemer had succes. Dat een werkgever mee moet werken aan be&euml;indiging van een slapend dienstverband en daarbij een transitievergoeding moet betalen, is sinds de <a href="https://ploum.nl/nieuws/hoge-raad-zet-streep-door-slapend-dienstverband" target="_blank">Xella-uitspraak</a> geen verrassing meer.</p>

<p>Interessanter is het oordeel over de vakantiedagen. De werkgever beriep zich op de tekst van de wet: volgens artikel 7:634 BW worden vakantiedagen opgebouwd over periodes waarin de werknemer loon ontvangt. De rechter ging echter mee in het betoog van de werknemer, dat inhield dat dit artikel in strijd is met Europees recht. Het Europese recht garandeert werknemers namelijk een minimaal vakantierecht dat niet afhankelijk is van het recht op loon. Ook bij langdurige arbeidsongeschiktheid bestaat dan een recht op vakantie. Omdat het Europese recht v&oacute;&oacute;r het Nederlandse recht gaat, werd in de literatuur al langer aangenomen dat er ook na het tweede ziektejaar gewoon vakantie wordt opgebouwd.</p>

<p>De rechtbank Gelderland gaat daar nu in mee en verwoordde het als volgt: &ldquo;<em>Met andere woorden: dat een werknemer alleen vakantieuren opbouwt over de tijd waarin hij aanspraak heeft op loon, is in strijd met Europees recht. Zieke werknemers bouwen de gehele ziekteperiode, en niet alleen de eerste twee jaren, volledig vakantieuren op, ongeacht of zij arbeid verrichten en ongeacht of zij recht hebben op loon.</em>&rdquo;</p>

<p>Hiermee werd artikel 7:634 BW buiten toepassing gelaten, en moest de werkgever in deze zaak een bedrag van &euro; 13.149,74 bruto afrekenen voor de opgebouwde vakantiedagen.</p>

<p>Werkgevers doen er dus goed aan om in kaart te brengen of zij momenteel nog werknemers in dienst hebben die geen recht hebben op loon, en zo ja, of het geregistreerde vakantiesaldo nog kloppend is. In het geval van een slapend dienstverband kan de eindafrekening immers veel hoger uitvallen dan verwacht.</p>

<p>Dat langdurige arbeidsongeschiktheid werkgevers veel kan kosten, is in de politiek overigens niet onopgemerkt gebleven. Zo is onlangs een <a href="https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2025Z17231&amp;did=2025D40120" target="_blank">motie</a> aangenomen van de VVD en SP om te onderzoeken hoe de loondoorbetaling in het tweede ziektejaar collectief kan worden opgevangen voor kleinere werkgevers. Ook <a href="https://www.raadvanstate.nl/actueel/nieuws/september/advies-over-beperken-compensatieregeling/" target="_blank">adviseerde de Raad van State</a>&nbsp;recent dat de transitievergoeding na twee jaar ziekte in het geheel zou moeten worden afgeschaft. Het is aan het toekomstige nieuwe kabinet om hier beslissingen over te nemen, al dan niet in het kader van een bredere herziening van het arbeidsrecht en <a href="https://ploum.nl/nieuws/eindrapport-octas-drie-varianten-voor-een-toekomstbestendig-arbeidsongeschiktheidsstelsel" target="_blank">socialezekerheidsstelsel</a>.</p>

<p>Voor het zover is, is de les van deze uitspraak in elk geval duidelijk. Werkgevers doen er goed aan rekening te houden met doorlopende vakantieopbouw, en tijdig in overleg te gaan over een be&euml;indiging. Dat kan soms trouwens <a href="https://ploum.nl/nieuws/ontslag-van-langdurige-arbeidsongeschikte-werknemer-zonder-tijdige-wia-beslissing-mogelijk" target="_blank">al eerder dan men denkt</a>.</p>

<div class="boxed-text"><strong>Update februari 2026</strong><br />
<br />
De bovenstaande uitspraak heeft veel losgemaakt. Meer werknemers zijn gaan procederen over de vraag of zij ook na het tweede ziektejaar recht hebben op vakantiedagen. Inmiddels zijn er meerdere rechters die hebben geoordeeld dat dat juist <u>niet</u> zo is, bijvoorbeeld de rechtbank Rotterdam&nbsp;<a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBROT:2026:1215" target="_blank">ECLI:NL:RBROT:2026:1215, Rechtbank Rotterdam, 11735841 HA VERZ 25-34</a>.&nbsp;De rechter oordeelt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat de vakantieopbouw stopt bij een slapend dienstverband. De werknemer in deze zaak had dus juist geen recht op uitbetaling van extra vakantiedagen.<br />
<br />
Wellicht wordt de knoop uiteindelijk doorgehakt door de Hoge Raad, maar tot die tijd is het dus nog zeker geen gelopen race voor de werknemer die langer dan 2 jaar ziek is.</div>

<p><br />
Vanzelfsprekend houden wij u op de hoogte over ontwikkelingen over dit onderwerp. Wie zich inschrijft voor onze <a href="https://ploum.nl/nieuwsbrief" target="_blank">nieuwsbrief</a>, blijft helemaal bij. Nu al vragen over zieke werknemers, vakantiedagen of het be&euml;indigen van een slapend dienstverband? Wij helpen u graag verder. Neem contact op met &eacute;&eacute;n van de specialisten uit ons team <a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/arbeidsrecht" target="_blank">Arbeidsrecht</a>!</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Onrust in de wereldwijde handel: wanneer kan een bestaand contract worden aangepast met een beroep op onvoorziene omstandigheden?]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/onrust-in-de-wereldwijde-handel-wanneer-kan-een-bestaand-contract-worden-aangepast-met-een-beroep-op-onvoorziene-omstandigheden</link>
		  <pubDate>Mon, 22 Sep 2025 10:27:46 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Daan Deveer en Jikke Biermasz]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>De wereldwijde handel is, mede door het recente heffingenbeleid van de Verenigde Staten, sterk in beweging. Onder meer logistiek- en transportbedrijven worden geconfronteerd met toenemende onzekerheid en oplopende kosten. De Nederlandse wet biedt de mogelijkheid om bestaande contracten te wijzigen op grond van onvoorziene omstandigheden. In deze blog bespreekt Daan Deveer wanneer een dergelijk beroep kan slagen.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<p>De transport- en logistieksector staat momenteel onder druk. Bedrijven zien hun kosten snel oplopen, onder meer door hogere lonen, duurdere verzekeringen en stijgende lasten. Vanaf 2026 komt daar bovendien een nieuwe vrachtwagenheffing bij, waardoor de vaak al dunne marges verder onder druk komen te staan. Ook het protectionistische beleid van de Amerikaanse president Donald Trump zorgt voor veel impact op wereldwijde logistieke ketens. Hogere invoertarieven op staal en auto&rsquo;s, en het afschaffen van vrijstellingen voor kleine zendingen, leidden niet alleen tot hogere kosten, maar ook tot vertragingen en extra administratieve lasten.</p>

<p>Voor (transport- en logistiek)bedrijven die doorgaans werken met langlopende contracten kan dit problematisch zijn: afspraken die bij het sluiten van het contract nog redelijk en uitvoerbaar leken, kunnen door gewijzigde marktomstandigheden zwaar gaan drukken of zelfs onhoudbaar worden. Het is dan begrijpelijk dat deze bedrijven zich afvragen of er mogelijkheden zijn om reeds bestaande contracten aan te passen om voor deze ontwikkelingen te compenseren.</p>

<p>In het Nederlandse contractenrecht geldt het principe <em>pacta sunt servanda</em>: afspraken moeten worden nagekomen. Ook als een afspraak achteraf ongunstig uitpakt, kunnen partijen elkaar daar in principe gewoon aan houden. Een uitzondering daarop is het beroep op &lsquo;onvoorziene omstandigheden&rsquo; (art. 6:258 BW). Op basis daarvan kan een partij de rechter verzoeken een contract te wijzigen of (gedeeltelijk) te ontbinden. Dat kan echter alleen onder (strikte) voorwaarden. Die bespreek ik hieronder.</p>

<p>Artikel 6:258 BW luidt als volgt (onderstreping toegevoegd):</p>

<p style="margin-right:25px"><em>Artikel 258 </em></p>

<ol>
	<li><em>De rechter kan op vordering van een der partijen de gevolgen van een overeenkomst wijzigen of deze geheel of gedeeltelijk ontbinden op grond van <u>onvoorziene omstandigheden</u> welke van dien aard zijn <u>dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten</u>. Aan de wijziging of ontbinding kan terugwerkende kracht worden verleend.</em></li>
	<li><em>Een wijziging of ontbinding wordt niet uitgesproken, voor zover de omstandigheden krachtens <u>de aard van de overeenkomst</u> of <u>de in het verkeer geldende opvattingen voor rekening komen van degene die zich erop beroept</u>.</em></li>
</ol>

<p>Hierna lopen we langs de voorwaarden die in dit artikel staan.</p>

<h2>Onvoorziene omstandigheden</h2>

<p>Uit lid 1 volgt dat sprake moet zijn van <em>onvoorziene omstandigheden</em>. Maar wat zijn dit nu precies? Het moet gaan om omstandigheden waar partijen bij het aangaan van de afspraken op geen enkele wijze rekening mee hebben gehouden. Daarbij is leidend of partijen de omstandigheid in kwestie op enige wijze tijdens het contracteren voor ogen hebben gehad en/of die op enige manier in de overeenkomst hebben verwerkt.</p>

<p>Is met een bepaalde omstandigheid al rekening gehouden in het contract, bijvoorbeeld via een prijsafspraak of een specifieke overmachtsclausule? Dan kun je je niet beroepen op artikel 6:258 BW.</p>

<h2>Instandhouding contract mag niet worden verwacht</h2>

<p>Naast dat sprake is van een onvoorziene omstandigheid, vereist lid 1 ook dat als gevolg van die omstandigheid <em>naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet van de partijen kan worden verwacht dat de overeenkomst ongewijzigd blijft</em>.</p>

<p>Hier moet worden gekeken naar wat redelijk is: per geval moet worden beoordeeld of het ongewijzigd laten van het contract onredelijk zou zijn gelet op de onvoorziene omstandigheden en de gevolgen die daaruit voortkomen. Uit de rechtspraak blijkt dat rechters hier zeer terughoudend in zijn, en dat zulke redelijkheidstoetsen zelden wordt gehaald. Er moet echt sprake zijn van een onvoorziene omstandigheid met zulke ingrijpende gevolgen dat het ongewijzigd laten van het contract in die specifieke situatie onredelijk zou zijn. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een situatie dat de onvoorziene omstandigheid ervoor zorgt dat een partij bij het ongewijzigd laten van het contract dreigt failliet te gaan.</p>

<h2>Geen sprake van omstandigheden die voor eigen risico komen</h2>

<p>Lid 2 geeft daarnaast aan dat er ook geen sprake mag zijn van omstandigheden die <em>krachtens de aard van de overeenkomst </em>of <em>de in het verkeer geldende opvattingen </em>voor rekening komen van degene die een beroep doet op artikel 6:258 BW.</p>

<p>De zinsnede &ldquo;<em>krachtens de aard van de overeenkomst&rdquo; </em>heeft betrekking op contracten waarbij bepaalde risico&rsquo;s of veranderingen inherent zijn aan het soort overeenkomst of markt, en die dus vooraf voor de partijen kenbaar zouden moeten zijn. Denk aan contracten met een speculatief karakter, zoals een valutatransactie.</p>

<p>Met &ldquo;<em>in het verkeer geldende opvattingen</em>&rdquo; wordt gedoeld op dat de verzoekende partij zelf verantwoordelijk kan worden gehouden voor de geleden schade, bijvoorbeeld doordat zij nalatig was in het nemen van maatregelen om de gevolgen van de onvoorziene omstandigheden te voorkomen, of doordat de omstandigheden binnen haar eigen risicosfeer vielen.</p>

<h2>Wanneer kan een beroep op onvoorziene omstandigheden wel slagen?</h2>

<p>Uit het voorgaande blijkt dat de voorwaarden voor een succesvol beroep op onvoorziene omstandigheden streng zijn. Maar: het is niet onmogelijk. Hieronder volgen twee voorbeelden.</p>

<p>De Hoge Raad oordeelde in 2021 dat huurders van bedrijfsruimte, die door coronamaatregelen hun omzet niet of nauwelijks konden draaien, bij huurovereenkomsten afgesloten v&oacute;&oacute;r 15 maart 2020, in principe een beroep kunnen doen op onvoorziene omstandigheden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de huurprijs.<a href="#_ftn1" name="_ftnref1" style="color:#467886; text-decoration:underline" title="">[1]</a></p>

<p>Ook in 2021 oordeelde de voorzieningenrechter in Rotterdam dat foodbedrijf Plukon haar contract met Nippon CO2 uit 2018 niet kon afdwingen. Nippon had aangevoerd dat zij te maken kreeg met extreme en onverwachte prijsstijgingen door een combinatie van onvoorziene omstandigheden: de coronapandemie, schaarse gasvoorraden in Europa, maatregelen tegen klimaatverandering, een tekort aan energie door beperkte wind- en waterkrachtproductie, afgenomen kolengebruik en het niet kunnen voldoen aan de vraag naar gas door leveranciers zoals Rusland. De rechter oordeelde daarom dat een beroep op onvoorziene omstandigheden niet op voorhand kon worden uitgesloten, en wees de vordering van Plukon af.<a href="#_ftn2" name="_ftnref2" style="color:#467886; text-decoration:underline" title="">[2]</a></p>

<h2>Conclusie<strong> </strong></h2>

<p>Kortom: contracten moeten in principe worden nagekomen, ook bij schommelingen in de markt. Uitzonderingen vanwege onvoorziene omstandigheden zijn mogelijk, maar daarvoor moet een partij goed kunnen onderbouwen dat de omstandigheden daadwerkelijk onvoorzien en ingrijpend zijn. Het loont daarom om contracten vooraf goed op te stellen zodat ze beter bestand zijn tegen economische en geopolitieke verrassingen.</p>

<p>Heeft u vragen over het voorgaande, uw contractuele verhouden of over andere juridische onderwerpen? Het <a href="https://ploum.nl/expertises/sectoren/transport-en-logistiek" target="_blank">transport- en logistiek</a> team van Ploum heeft veel ervaring met juridische kwesties verband houdend met die sector en helpt u graag.</p>

<div>
<hr />
<div id="ftn1">
<p><a href="#_ftnref1" name="_ftn1" style="color:#467886; text-decoration:underline" title="">[1]</a> HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1974. <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2021:1974&amp;showbutton=true&amp;keyword=ECLI%253aNL%253aHR%253a2021%253a1974&amp;idx=1" style="color:#467886; text-decoration:underline">Link</a> naar de uitspraak.</p>
</div>

<div id="ftn2">
<p><a href="#_ftnref2" name="_ftn2" style="color:#467886; text-decoration:underline" title="">[2]</a> Rb. Rotterdam 30 november 2021, ECLI:NL:HR:RBROT:2021:13392. <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBROT:2021:13392" style="color:#467886; text-decoration:underline">Link</a> naar de uitspraak.</p>
</div>
</div>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[De ondernemingsraad en het sociaal plan]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/de-ondernemingsraad-en-het-sociaal-plan</link>
		  <pubDate>Fri, 19 Sep 2025 12:07:37 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Bo Leeuwestein]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws, Opinie]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Bij (<a href="https://ploum.nl/nieuws/medezeggenschap-in-internationale-concerns" target="_blank">internationale</a>) <a href="https://ploum.nl/nieuws/de-ondernemingsraad-en-reorganisatie-wat-is-de-rol-van-de-ondernemingsraad" target="_blank">reorganisaties</a> speelt de ondernemingsraad een belangrijke rol, met name voor het <a href="https://ploum.nl/nieuws/alles-over-de-ondernemingsraad-deel-3-het-adviesrecht" target="_blank">adviesrecht</a>. Een belangrijke vraag bij ingrijpende reorganisaties is hoe de gevolgen voor boventallige werknemers worden geregeld. Vaak wordt dit vastgelegd in een sociaal plan. Zo&rsquo;n plan bevat afspraken over bijvoorbeeld ontslagvergoedingen (die hoger zijn dan de wettelijke <a href="https://ploum.nl/nieuws/10-jaar-wwz-wat-hebben-we-geleerd-van-het-nieuwe-ontslagrecht" target="_blank">transitievergoeding</a>), begeleiding naar ander werk, en andere financi&euml;le of praktische faciliteiten.</p>

<p>Traditioneel worden sociaal plannen met vakbonden overeengekomen. Maar in de praktijk speelt steeds vaker juist de ondernemingsraad een belangrijke rol bij de totstandkoming van het sociaal plan.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Waarom de ondernemingsraad steeds vaker wordt betrokken</h2>

<p>Ondernemers ervaren dat onderhandelen met vakbonden soms stroef verloopt. Vakbonden behartigen in de eerste plaats de belangen van hun leden en van werknemers in het algemeen. Ook het eigenbelang van de vakbond speelt mee. Vakbonden kunnen druk uitoefenen door <a href="http://ploum.nl/nieuws/het-stakingsrecht-na-de-arresten-enerco-en-amsta" target="_blank">collectieve acties</a> te organiseren.</p>

<p>Een ondernemingsraad staat dichter bij de onderneming en kent de werkvloer beter. De ondernemingsraad moet op grond van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) bovendien niet alleen de belangen van de werknemers, maar ook die van de onderneming meewegen. Gesprekken met de ondernemingsraad over een sociaal plan kunnen leiden tot meer maatwerk, minder onrust, en sneller resultaat.</p>

<p>Daarnaast is de <a href="http://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/dashboard-arbeidsmarkt/werkenden/vakbondslidmaatschap" target="_blank">organisatiegraad</a> van vakbonden in veel sectoren laag. Vaak is dan geen cao van toepassing en zijn er te weinig vakbondsleden binnen het reorganiserende bedrijf. Vakbonden bedanken dan als zij worden uitgenodigd voor onderhandelingen over een sociaal plan &ndash; een verplichting op grond van de Wet Melding collectief ontslag. Dan ligt het voor de hand om de ondernemingsraad bij het sociaal plan te betrekken. In sectoren waar de organisatiegraad hoog is, zijn de vakbonden (vrijwel) niet buiten de deur te houden.</p>

<h2>Juridische status: ondernemingsovereenkomst</h2>

<p>Een sociaal plan dat met de ondernemingsraad wordt overeengekomen is een ondernemingsovereenkomst in de zin van artikel 32 WOR. Dat is geen cao, maar een schriftelijke overeenkomst tussen de ondernemer en de ondernemingsraad. Daarin kunnen zelfs afspraken staan over <a href="https://ploum.nl/nieuws/de-invloed-van-de-ondernemingsraad-op-arbeidsvoorwaarden" target="_blank">primaire arbeidsvoorwaarden</a>, zolang er geen cao is die dit al regelt &ndash; de cao gaat dan voor, ook wel het primaat van de cao genoemd.</p>

<p>Werknemers zijn niet automatisch gebonden aan zo&rsquo;n sociaal plan met de ondernemingsraad. Dit kan worden opgelost door een incorporatiebeding in de arbeidsovereenkomst op te nemen. Dat betekent dat de werknemer vooraf ermee instemt gaat dat afspraken tussen de ondernemingsraad en de ondernemer automatisch doorwerken in de arbeidsovereenkomst. Gebruikelijker is dat het sociaal plan wordt aangeboden aan een boventallige werknemer via een <a href="https://ploum.nl/nieuws/de-bedenktermijn-bij-het-sluiten-van-een-beeindigingsovereenkomst" target="_blank">vaststellingsovereenkomst</a>, en dat de werknemer dit aanvaardt.</p>

<h2>Kan de ondernemingsraad nakoming van het sociaal plan afdwingen?</h2>

<p>Ja, dat kan. De ondernemingsraad heeft geen rechtspersoonlijkheid, maar uit de WOR en rechtspraak volgt dat de ondernemingsraad <a href="https://ploum.nl/nieuws/jaaroverzicht-medezeggenschap-2024" target="_blank">naar de rechter kan stappen</a> als de ondernemer gemaakte afspraken niet nakomt. In de <a href="http://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:10667" target="_blank"><em>Ardent</em></a>-uitspraak oordeelde de rechter dat de ondernemingsraad als contractspartij naleving van het sociaal plan kon eisen.</p>

<p>Bij een grote reorganisatie kan het voorkomen dat zoveel mensen vertrekken dat te weinig leden overblijven om de ondernemingsraad te laten voortbestaan of dat de verplichting van de ondernemer om een ondernemingsraad te hebben vervalt. Uit <a href="http://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHAMS:2016:2020" target="_blank">rechtspraak</a> <a href="http://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHAMS:2017:625" target="_blank">volgt</a> dat een ondernemingsraad, of zelfs een voormalige ondernemingsraad, t&oacute;ch bevoegd kan blijven om afspraken via de rechter af te dwingen.</p>

<h2>Een duidelijker wettelijk kader</h2>

<p>Omdat ondernemingsraden steeds vaker betrokken zijn bij de totstandkoming van sociaal plannen, is een duidelijker wettelijke regeling wenselijk. De WOR zou uitdrukkelijk de bevoegdheid van de ondernemingsraad kunnen regelen om namens werknemers een sociaal plan af te sluiten &eacute;n de naleving daarvan af te dwingen. Dat geeft meer zekerheid.</p>

<h2>Conclusie</h2>

<p>De betrokkenheid van de ondernemingsraad bij sociaal plannen is in opkomst. Voor werkgevers en HR-professionals biedt dit kansen: de ondernemingsraad kent het bedrijf, kan sneller schakelen en behartigt zowel de belangen van werknemers als die van de onderneming. Een sociaal plan met de ondernemingsraad vraagt om tijdige betrokkenheid, zorgvuldige onderhandeling, en duidelijke schriftelijke afspraken.</p>

<p>Vragen hierover? Neem dan contact op met onze&nbsp;<a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/arbeidsrecht" target="_blank">sectie Arbeidsrecht</a>.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[CRvB: WGA-voorschotten tóch toe te rekenen aan eigenrisicodragers]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/crvb-wga-voorschotten-toch-toe-te-rekenen-aan-eigenrisicodragers</link>
		  <pubDate>Fri, 19 Sep 2025 12:03:18 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Bo Leeuwestein]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p><a href="https://ploum.nl/nieuws/wga-voorschotten-mogen-niet-aan-de-werkgever-eigenrisicodrager-erd-worden-toegerekend" target="_blank">Eerder</a> schreven wij over een uitspraak van de <a href="http://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:6039" target="_blank">Bestuursrechter Arnhem</a> waarin was beslist dat WGA-voorschotten niet mochten worden toegerekend aan een Eigenrisicodrager (ERD). De wet bood daarvoor geen duidelijke grondslag volgens de bestuursrechter. Ook de bestuursrechters <a href="http://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:4604" target="_blank">Utrecht</a> en <a href="http://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBOVE:2023:2708" target="_blank">Almelo</a> kwamen tot dit oordeel. Op 5 september 2024 oordeelde de <a href="http://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:CRVB:2024:1717" target="_blank">Centrale Raad van Beroep</a> (CRvB), in hoger beroep tegen de Almelose zaak, echter anders. WGA-voorschotten mogen w&eacute;l aan een ERD worden toegerekend.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Wel of geen wettelijke grondslag</h2>

<p>Een werkgever ERD draagt de lasten van de WGA-uitkering van (ex-)werknemers. Door <a href="https://ploum.nl/nieuws/eindrapport-octas-drie-varianten-voor-een-toekomstbestendig-arbeidsongeschiktheidsstelsel" target="_blank">achterstanden bij het UWV</a> wordt vaak <a href="https://ploum.nl/nieuws/ontslag-van-langdurige-arbeidsongeschikte-werknemer-zonder-tijdige-wia-beslissing-mogelijk" target="_blank">niet tijdig beslist op de WIA-aanvraag</a>. Als het UWV in zo&rsquo;n geval WGA-voorschotten uitbetaalt, speelt de vraag of het UWV die voorschotten ook aan de werkgever ERD kan toerekenen en kan verhalen.</p>

<p>Tot 2022 bestond voor toerekening en verhaal van voorschotten geen wettelijke basis. Daarom besliste de <a href="http://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:CRVB:2023:316" target="_blank">CRvB in maart 2023</a> nog dat dit niet mocht. Maar met de <a href="http://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/35897_verzamelwet_szw_2022" target="_blank">Verzamelwet SZW 2022</a> is per 1 januari 2022 een extra zin toegevoegd aan artikel 84 lid 3 Wet WIA. Die zin bepaalt dat de regels over verhaal van uitkeringen ook gelden voor voorschotten.</p>

<p>In de uitspraak van september 2024 bevestigt de CRvB dat dit betekent dat het UWV de WGA-voorschotten mag toerekenen aan en verhalen op werkgevers ERD. De wetgever heeft een uitdrukkelijke verhaalsgrondslag gecre&euml;erd, wat ook de bevoegdheid tot toerekening impliceert volgens de CRvB. Als voorschotten wel verhaald mogen worden, maar niet kunnen worden toegerekend, is de wetswijziging in de Verzamelwet SZW 2022 namelijk zinloos. Dat deze wijziging via een Verzamelwet tot stand is gekomen, doet niet af aan de geldigheid ervan.</p>

<h2>Gevolgen voor werkgevers ERD</h2>

<p>De uitspraak van 5 september 2024 is een wending in de lijn van de rechtspraak. Waar de CRvB in 2023 onder oud recht nog oordeelde dat voorschotten niet aan werkgevers ERD mochten worden toegerekend, en verschillende bestuursrechter oordeelden dat dit ook onder huidig recht het geval was, heeft de CRvB nu bevestigd dat toerekening en verhaal van voorschotten sinds 1 januari 2022 wel degelijk mogelijk is.</p>

<p>De gevolgen voor werkgevers ERD zijn niet groot: als de (ex)werknemer recht heeft op een WGA-uitkering, dan wordt het verhaalde voorschot hiermee verrekend, en als geen recht bestaat op een WGA-uitkering, dan stort het UWV het verhaalde bedrag terug met rente (en eventuele schade). Werkgevers ERD doen er toch goed aan hiermee rekening te houden in hun financi&euml;le planning &eacute;n in de afstemming met hun verzekeraar &ndash; die over het algemeen pas uitkeren na een definitieve WIA-beslissing, waardoor de werkgever ERD tijdelijk de lasten zelf draagt.</p>

<p>Meer weten? Neem dan contact op met onze&nbsp;<a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/arbeidsrecht" target="_blank">sectie Arbeidsrecht</a>.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Sudoku-boekjes tellen mee als “tijdschriften”: wat het recente arrest van het Hof van Justitie in zaak C-375/24 betekent voor de btw en tariefindeling]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/sudoku-boekjes-tellen-mee-als-tijdschriften-wat-het-recente-arrest-van-het-hof-van-justitie-in-zaak-c-375-24-betekent-voor-de-btw-en-tariefindeling</link>
		  <pubDate>Tue, 16 Sep 2025 9:37:22 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Jikke Biermasz]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Kunnen periodiek uitgegeven cijfersudoku-boekjes zonder veel doorlopende tekst worden gezien als tijdschriften in de zin van post 4902 van de Gecombineerde Nomenclatuur? Het Hof van Justitie heeft deze vraag bevestigend beantwoord in zijn arrest van 1 augustus 2025 in zaak C-375/24 (<em>Keesing Deutschland GmbH / Finanzamt f&uuml;r K&ouml;rperschaften II</em>). <a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz" target="_blank">Jikke Biermasz</a> bespreekt de uitspraak die relevant is voor uitgevers. Want in landen die hun verlaagde btw-tarief aan de indeling onder GN-post 4902 koppelen, komen zulke uitgaven dus in aanmerking voor het lage btw-tarief. De verwijzingszaak heeft, net als een sudoku, een logische uitkomst. Of het nou om een boekje met woordzoekers, kruiswoordraadsels of Zweedse puzzels dan wel cijfersudoku&rsquo;s gaat: voor de indeling in de GN maakt het niet uit en dus ook niet voor het btw-tarief.&nbsp;&nbsp;&nbsp; &nbsp;</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2><strong>De kern van de zaak</strong></h2>

<p>Keesing bracht een &ldquo;<em>Sudoku-Varianten Spezial</em>&rdquo; uit: gebrocheerde papieren boekjes van ongeveer honderd pagina&rsquo;s, door nietjes bij elkaar gehouden, met een kort voorwoord, colofon, uitleg, 88 sudokupuzzels, waarbij enkele cijfers van 1 tot en met 9 al in een rasterpatroon zijn ingevuld, de oplossingen en achterin een advertentie. Elk deel heeft een titel, nummer en uitgiftedatum, en het boekje verschijnt elke acht weken.</p>

<p>Dit resulteerde in een geschil over het toe te passen btw-tarief. Keesing paste in Duitsland het verlaagde btw-tarief van 7% toe, gebaseerd op de indeling onder tariefpost 4902 (<em>&ldquo;Kranten, tijdschriften, ook indien ge&iuml;llustreerd of reclamebevattend&rdquo;</em>). De Duitse fiscus weigerde dat en vond dat de boekjes onder GN 4911 (&ldquo;<em>Ander drukwerk,</em> [&hellip;]&rdquo;) vallen, omdat ze geen &lsquo;echte&rsquo; doorlopende tekst zouden bevatten en dus geen &ldquo;[&hellip;]<em> </em><em>periodische Druckschriften, </em>[&hellip;]&rdquo; (de Duitse bewoording voor tijdschriften in GN-post 4902) zouden zijn.</p>

<p>De Duitse verwijzende rechter legde aan het Hof van Justitie de vraag voor of periodieke sudoku-publicaties die vooral uit cijfers bestaan uitgesloten zijn van indeling onder GN-post 4902 (&ldquo;<em>Kranten, tijdschriften</em> [&hellip;]&rdquo;), omdat post 4902 noodzakelijkerwijs zou veronderstellen dat drukwerk hoofdzakelijk uit lettercombinaties bestaat. En zo cijfersudoku&rsquo;s niet onder post 4902 kunnen worden ingedeeld, wilde de Duitse rechter weten of het verlaagde btw-tarief gezien het gelijkheidsbeginsel en het neutraliteitsbeginsel niet ook dient te worden toegepast op de levering van puzzelboekjes met cijfersudoku&rsquo;s die weliswaar niet onder post 4902 vallen, maar vanuit het oogpunt van de gemiddelde consument hetzelfde doel dienen of hem dezelfde voldoening verschaffen als lettersudoku&rsquo;s en kruiswoordraadsels, die duidelijk onder post 4902 van de GN moeten worden ingedeeld.</p>

<h2><strong>Het juridische kader</strong></h2>

<p>Artikel 98 van de btw-richtlijn bepaalt dat lidstaten verlaagde tarieven mogen toepassen op categorie&euml;n uit bijlage III (o.a. boeken, kranten en tijdschriften). Ze mogen de GN gebruiken om die categorie&euml;n precies af te bakenen. GN post 4902 ziet nogmaals op: &ldquo;<em>Kranten en tijdschriften, ook indien ge&iuml;llustreerd of reclamebevattend.</em>&rdquo;</p>

<p>De GS- en GN-toelichtingen zijn volgens vaste rechtspraak niet bindend, maar w&eacute;l richtinggevend bij de interpretatie van tariefposten. Bij Hoofdstuk 49 maakt de GS-toelichting duidelijk dat de aard van de tekens (letters, cijfers, muzieknotatie, braille, illustraties) niet bepalend is voor artikelen die onder tariefpost 4902 vallen. Het periodieke karakter is van belang: dezelfde titel, regelmatige verschijning, gedateerd, vaak genummerd.</p>

<h2><strong>Hoe loste het Hof van Justitie de puzzel op? </strong></h2>

<p>Het Hof van Justitie vertrekt vanuit de objectieve kenmerken en eigenschappen van producten en de bewoordingen van de posten, gelezen in het licht van alle taalversies en de GS-toelichting.</p>

<p>Het Hof kijkt dus naar de taalversies van GN-post 4902 van alle lidstaten. Bijzondere aandacht is er echter voor de Engelse en de Franse taalversies, aangezien die overeenstemmen met respectievelijk de Franse en de Engelse taalversies van GS-post 4902. De GN is immers opgesteld op basis van het Geharmoniseerd Systeem, waarvan alleen de Franse en de Engelse tekst authentiek zijn volgens het GS-verdrag. De GN mag de draagwijdte van de GS-posten niet wijzigen. Waar de Duitse versie spreekt van &ldquo;periodische <em>Druckschriften</em>&rdquo;, gebruiken de Franse en Engelse versie neutralere termen (&ldquo;<em>periodicals</em>&rdquo;, &ldquo;<em>publications p&eacute;riodiques imprim&eacute;es</em>&rdquo;) zonder eis van tekstdominantie.</p>

<p>Deze interpretatie wordt bevestigd door de GS-toelichting bij post 4902 die zegt dat zulke publicaties &ldquo;meestal uit gedrukte teksten bestaan&rdquo;, maar ook grotendeels ge&iuml;llustreerd kunnen zijn of zelfs hoofdzakelijk uit gravures kunnen bestaan. Het woord &ldquo;meestal&rdquo; is belangrijk: het impliceert dat tekst g&eacute;&eacute;n harde voorwaarde is. Het beslissende kenmerk is periodieke publicatie met de gebruikelijke uitingsvormen (titel, datering, nummering). &ldquo;Drukwerk/gedrukt&rdquo; ziet niet op de aard van de tekens; cijfers, de letters van het alfabet, muzieknoten, braille en illustraties vallen er allemaal onder.</p>

<p>Wat betreft de vergelijking van de taalversies van de lidstaten, overweegt het Hof van Justitie dat als er verschillen zijn tussen taalversies bij de interpretatie van een unierechtelijke bepaling moet worden gekeken naar de algemene opzet en de doelstelling van de regeling waarvan zij een onderdeel vormt. Ook constateert het Hof van Justitie dat alleen de Duitse taalversie verwijst naar &ldquo;drukwerken&rdquo;. De taalversies van de andere lidstaten doen dat niet.</p>

<p>Het Hof van Justitie concludeert dat als de &ndash; nog door de verwijzende rechter af te ronden - &nbsp;feitelijke kwalificatie klopt (periodiciteit, datering, nummering, serie onder &eacute;&eacute;n titel), sudoku-boekjes onder GN-post 4902 vallen, ook al bestaan ze hoofdzakelijk uit cijferpuzzels. Omdat die voorwaarde hier is vervuld, hoeft het Hof van Justitie de tweede (voorwaardelijke) vraag over het gelijkheids- en neutraliteitsbeginsel niet meer te beantwoorden. Tijdschriften hoeven dus niet hoofdzakelijk uit doorlopende alfabetische tekst te bestaan. Sudoku-boekjes die periodiek verschijnen voldoen in beginsel aan GN-post 4902.</p>

<h2><strong>Betekenis voor de praktijk</strong></h2>

<p style="text-align:justify">Het arrest laat ruimte voor de indeling van niet-tekstgedreven tijdschriften onder GN-post 4902. Tijdschriften hoeven niet hoofdzakelijk tekst te bevatten. Ook publicaties die vooral uit cijfers, symbolen of beeld bestaan, kunnen onder post 4902 vallen, zolang ze periodiek zijn en aan de vormkenmerken (titel, datering, nummering) voldoen.</p>

<p style="text-align:justify">In lidstaten die het verlaagde btw-tarief expliciet aan GN-post 4902 koppelen (zoals Duitsland), versterkt dit arrest de positie van uitgevers van puzzel- en beeldperiodieken om het lage tarief toe te passen.</p>

<p style="text-align:justify">De uitkomst voorkomt willekeur en cre&euml;ert een gelijk speelveld. Dat is logisch. Het is immers lastig uit te leggen waarom bijvoorbeeld cryptogrammen of rebussen wel in aanmerking komen voor toepassing van een verlaagd btw-tarief, maar boekjes met cijfersudoku&rsquo;s niet. Het Hof van Justitie kiest voor een functionele benadering waarin periodiciteit en publicatievorm leidend zijn. Uitgevers en retailers kunnen hiermee uit de voeten.</p>

<p style="text-align:justify">In de praktijk zien wij regelmatige dat verschillen in taalversies van Unierechtelijke bepalingen een rol spelen bij interpretatievraagstukken. Het Hof van Justitie geeft enkele handvatten om de puzzel te leggen. Bij de interpretatie is de algemene opzet en de doelstelling van de regeling waarvan de bepaling deel uitmaakt van belang. Voor zover het een tariefindelingsvraagstuk betreft moet gekeken worden naar de Engelse en Franse taalversies omdat die op wereldwijd GS-niveau authentiek zijn en GN-posten zich wat betreft uitleg en reikwijdte hebben te schikken naar de GS. Ook springt in het oog dat het Hof van Justitie het van belang acht dat de Duitse taalversie alleen staat. Het vergelijken van taalversies loont in de praktijk regelmatig de moeite.&nbsp;</p>

<h2><strong>Conclusie: net als bij de Sudoku zit de oplossing in de juiste indeling </strong></h2>

<p>Het Hof bevestigt dat de vorm en periodiciteit centraal staan bij post 4902, niet de tekstdominantie. Periodieke sudoku-boekjes met duidelijke datering en nummering zijn dus tarief-technisch tijdschriften. Dat maakt de weg vrij voor het verlaagde btw-tarief in landen die indeling onder post 4902 als criterium gebruiken.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Help, een datalek! Wat nu? - Deel 1: datalekken]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/help-een-datalek-wat-nu-deel-1-datalekken</link>
		  <pubDate>Wed, 29 Apr 2026 10:49:38 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Lisanne Bruggeman]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<h2>Eerste hulp bij datalekken en cyberincidenten &ndash; deel 1: datalekken</h2>

<p style="text-align:justify">Een verkeerd geadresseerde e-mail, een vergeten update of een gerichte cyberaanval; datalekken en andere incidenten rondom <a href="https://ploum.nl/expertises/rechtsgebieden/cybersecurity" target="_blank">cybersecurity</a> zijn in het huidige digitale tijdperk helaas niet meer weg te denken. De gevolgen kunnen groot zijn. Snel en zorgvuldig handelen is daarom cruciaal. Maar, wat kwalificeert nu precies als een datalek of cyberincident, hoe voorkom je dit &eacute;n wat moet je doen als het kwaad al is geschied?</p>

<p style="text-align:justify">In dit blog staan wij stil bij de vraag wat een datalek is en geven we het stappenplan &lsquo;Eerste hulp bij datalekken &amp; cyberincidenten&rsquo; mee. In onze volgende blogs zullen we onder meer kijken naar cyberincidenten in het algemeen, de meldplicht bij datalekken en cyberincidenten en gaan we nader in op de vraag of en hoe dit soort incidenten te voorkomen zijn.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2 style="text-align:justify">Wat is een datalek?</h2>

<p style="text-align:justify">We spreken van een datalek als er volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (<strong>AVG</strong>) een &ldquo;inbreuk in verband met persoonsgegevens&rdquo; is. Dit houdt in dat persoonsgegevens door een inbreuk op de beveiliging verloren zijn gegaan, vernietigd of gewijzigd, dat er ongeoorloofde toegang toe is verkregen of dat deze ongeoorloofd zijn verstrekt. Dat hoeft niet met kwade bedoelingen te gebeuren. Ook een e-mail waarbij de ontvangers per ongeluk in de cc in plaats van de bcc zijn opgenomen kan al een datalek zijn.</p>

<p style="text-align:justify">Datalekken zijn grofweg in drie categorie&euml;n te verdelen:</p>

<ul>
	<li style="text-align:justify"><strong>Inbreuk op de vertrouwelijkheid:</strong> persoonsgegevens worden ingezien door of gedeeld met onbevoegden.</li>
	<li style="text-align:justify"><strong>Inbreuk op de integriteit:</strong> persoonsgegevens worden onbedoeld of ongeoorloofd gewijzigd.</li>
	<li style="text-align:justify"><strong>Inbreuk op de beschikbaarheid:</strong> persoonsgegevens zijn (tijdelijk) niet toegankelijk of worden vernietigd.</li>
</ul>

<p style="text-align:justify">Een datalek is vaak een cyberincident, maar niet elk cyberincident is ook een datalek. Een datalek moet meestal worden gemeld aan de Autoriteit Persoonsgegevens, maar niet altijd. Betrokken personen hoeven alleen te worden ingelicht als er voor hen een hoog risico is. Andere partijen moeten worden ge&iuml;nformeerd volgens de contractuele afspraken die zijn gemaakt. &nbsp;</p>

<h2 style="text-align:justify">Gevolgen</h2>

<p style="text-align:justify">De gevolgen van een incident zijn vaak groot. Zo kunnen diensten of producten ontoegankelijk zijn, denk bijvoorbeeld aan elektronische pati&euml;ntdossiers die niet geraadpleegd kunnen worden. Ook kunnen gevoelige gegevens op straat komen te liggen, zoals recent het geval was bij het datalek bij het laboratorium voor het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker.</p>

<p style="text-align:justify">Organisaties kunnen daarnaast te maken krijgen met verminderd klantvertrouwen, reputatieschade en hoge herstelkosten. Betrokkenen kunnen te maken krijgen met reputatieschade en identiteitsfraude. Als blijkt dat de AVG overtreden is, dan kunnen betrokkenen die schade hebben geleden schadevergoeding claimen en kan de AP een waarschuwing geven of boete opleggen.</p>

<h2 style="text-align:justify">Eerste hulp bij datalekken &amp; cyberincidenten</h2>

<p style="text-align:justify">Wat doe je als het misgaat? Het is niet altijd mogelijk om een datalek of ander cyberincident te voorkomen. Om organisaties te helpen, hebben wij een praktisch stappenplan &lsquo;Eerste hulp bij datalekken &amp; cyberincidenten&rsquo; opgesteld. Dit stappenplan bestaat uit de volgende stappen:</p>

<h3 style="text-align:justify">De 13 stappen:</h3>

<ol>
	<li style="text-align:justify">Breng de situatie in kaart.</li>
	<li style="text-align:justify">Bel de verzekeraar.</li>
	<li style="text-align:justify">Stel een crisisteam samen.</li>
	<li style="text-align:justify">Neem direct maatregelen.</li>
	<li style="text-align:justify">Check meldplicht bij het NCSC (binnen 24 uur).</li>
	<li style="text-align:justify">Meld een datalek bij de AP (binnen 72 uur).</li>
	<li style="text-align:justify">Informeer de betrokken personen.</li>
	<li style="text-align:justify">Onderzoek alternatieve leveranciers of dienstverleners.</li>
	<li style="text-align:justify">Doe aangifte bij de politie.</li>
	<li style="text-align:justify">Werk meldingen tijdig bij.</li>
	<li style="text-align:justify">Leg het incident vast in het interne register.</li>
	<li style="text-align:justify">Onderzoek of schade te verhalen is.</li>
	<li style="text-align:justify">Voorkom herhaling.</li>
</ol>

<p>Via onderstaande knop is het uitgebreide stappenplan in een infographic&nbsp;te bekijken.</p>

<p><a class="btn btn-primary" href="https://ploum.nl/uploads/Stappenplan_-_Eerste_hulp_bij_datalekken_en_cyberincidenten_-_Ploum_2026.pdf.pdf" target="_blank">Stappenplan&nbsp;&lsquo;Eerste hulp bij datalekken &amp; cyberincidenten&rsquo;</a></p>

<p style="text-align:justify">In onze volgende blogs zullen wij dit stappenplan nader toelichten.</p>

<p style="text-align:justify">Zie voor een aantal tips ook ons eerder verschenen blog:&nbsp;<a href="https://ploum.nl/nieuws/datalekken-in-de-praktijk-drie-tips" target="_blank">Datalekken in de praktijk: drie tips | Ploum</a>.&nbsp;</p>

<h2 style="text-align:justify">Neem contact met ons op</h2>

<p style="text-align:justify">Op zoek naar meer informatie over datalekken of andere cyberincidenten? Neem vrijblijvend contact op met een van onze advocaten als je vragen over het stappenplan hebt of als jouw organisatie ondersteuning nodig heeft.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Tariefindeling op het snijvlak van het douane- en levensmiddelenrecht: wanneer is vis “ongeschikt voor menselijke consumptie”?]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/tariefindeling-op-het-snijvlak-van-het-douane-en-levensmiddelenrecht-wanneer-is-vis-ongeschikt-voor-menselijke-consumptie</link>
		  <pubDate>Mon, 01 Sep 2025 12:09:40 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Jikke Biermasz]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>De tariefindeling van goederen lijkt op het eerste gezicht een puur douanerechtelijk vraagstuk. Toch komt in de praktijk geregeld de vraag op of bij de indeling ook rekening moet worden gehouden met andere Europese rechtskaders, zoals het levensmiddelenrecht. Dat spanningsveld wordt scherp zichtbaar in de verwijzingszaak C-406/25 (Skatteministeriet/ FF Skagen), waarin de Deense rechter (Vestre Landsret) prejudici&euml;le vragen aan het Hof van Justitie heeft gesteld. <a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz" target="_blank">Jikke Biermasz</a> bespreekt de verwijzingszaak.</p>

<p>Centraal staat de douanetechnische tariefindeling van vis en visresten: behoren deze tot Hoofdstuk 3 van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN) (&ldquo;vis, geschikt voor menselijke consumptie&rdquo;) of tot Hoofdstuk 5 (&ldquo;dode dieren, niet geschikt voor menselijke consumptie&rdquo;)? Het antwoord lijkt technisch, maar heeft verstrekkende gevolgen voor de toepassing van douanerechten en voor de interactie tussen douane- en voedselrechtelijke normen.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Achtergrond van de zaak</h2>

<p>De Deense onderneming FF Skagen A/S importeerde grote hoeveelheden vis uit Noorwegen, waaronder blauwe wijting, zandspiering, zilverkabeljauw en horsmakreel. De vis werd verwerkt tot producten voor de diervoederindustrie in de vorm van vismeel, visolie en nertsenvoer. Bij een inspectie door de Deense douane (Toldstyrelsen) bleek dat de onderneming de vangsten had ingedeeld onder Hoofdstuk 5 van de GN.</p>

<p>Een cruciale rol speelde het gebruik van conserveringsmiddelen. Uit facturen bleek dat op zee azijnzuur of een ander zuur aan de vangsten was toegevoegd om bederf tegen te gaan. Volgens de Deense voedselautoriteiten mag vis die is behandeld met azijnzuur niet worden verkocht voor menselijke consumptie. Ook de opslag en koeling aan boord voldeed niet aan de strikte voorschriften van het levensmiddelenrecht.</p>

<p>Force Technology, een analyse-instituut, concludeerde na visuele en zintuiglijke inspectie dat drie van de vier onderzochte partijen vis geschikt waren voor menselijke consumptie en &eacute;&eacute;n partij niet. De beoordeling was echter niet geaccrediteerd en riep daardoor twijfel op.</p>

<h2>Verloop van de procedure</h2>

<p>In 2018 besloot de Deense douane dat de ingevoerde vis moest worden ingedeeld onder Hoofdstuk 3 van de GN (vis geschikt voor menselijke consumptie) wanneer de TVB-N-waarden (een indicator voor bederf) beneden 35 of 60 lagen, afhankelijk van de soort.</p>

<p>De onderneming vocht dit aan bij de Landsskatteret, die in 2020 oordeelde dat de vis juist onder Hoofdstuk 5 van de GN moest worden ingedeeld, omdat toevoeging van zuur de vangst bij invoer ongeschikt maakte voor menselijke consumptie.</p>

<p>Het Ministerie van Belastingen ging in hoger beroep bij de Vestre Landsret. Daar staat de kernvraag centraal: bepaalt het levensmiddelenrecht mede of een product in douanerechtelijke zin geschikt is voor menselijke consumptie?</p>

<h2>Relevante regelgeving</h2>

<h3>Douanewetgeving</h3>

<p>Het geschil draait uiteraard om de tariefindeling van de ge&iuml;mporteerde vis. De tariefindeling van goederen is geregeld bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief. De GN is opgenomen in bijlage 1 bij deze verordening.</p>

<p>Zowel Hoofdstuk 3 als Hoofdstuk 5 ziet op visproducten. Daarbij omvat Hoofdstuk 3 vis geschikt voor menselijke consumptie. Onder Hoofdstuk 5 daarentegen worden vis en bijproducten ingedeeld die naar hun aard of toestand ongeschikt zijn voor menselijke consumptie. Wettelijk bepalend zijn op grond van de algemene indelingsregels primair de bewoordingen van de posten (en postonderverdelingen) en de aantekeningen op de Afdelingen en Hoofdstukken. Aantekening 1, onder c) op Hoofdstuk 3 bepaalt dat vis ongeschikt voor menselijke consumptie niet onder Hoofdstuk 3 thuishoort:</p>

<p><em>&ldquo;1. Dit hoofdstuk omvat niet: </em></p>

<p><em>[...]</em></p>

<p style="margin-left:47px"><em>c. &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; vis (levers, kuit en hom daaronder begrepen), schaaldieren, weekdieren en andere ongewervelde waterdieren, dood en naar hun aard of naar de toestand waarin zij zich bevinden ongeschikt voor menselijke consumptie (hoofdstuk 5); </em>[...]<em>&rdquo;</em></p>

<p>Aantekening 1, onder a bij Hoofdstuk 5 is de tegenhanger hiervan:</p>

<p><em>&ldquo;1. Dit hoofdstuk omvat niet:</em></p>

<ol>
	<li><em>voor menselijke consumptie geschikte producten, andere dan darmen, blazen en magen van dieren, in hun geheel of in stukken, en bloed van dieren (vloeibaar of gedroogd);&rdquo;</em></li>
</ol>

<h3>Levensmiddelenrecht</h3>

<p>In de verwijzingsbeschikking passeert een scala verordeningen uit het EU levensmiddelenrecht de revue, zoals:&nbsp; &nbsp;</p>

<ul>
	<li>Verordening 178/2002 (algemene beginselen en regels levensmiddelenwetgeving).</li>
	<li>Verordeningen 852/2004 en 853/2004 (levensmiddelenhygi&euml;ne en specifieke hygi&euml;nevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong).</li>
	<li>Verordening 2074/2005</li>
	<li>Verordening 1333/2008 (levensmiddelenadditieven).</li>
	<li>Verordening 1069/2009 (verordening dierlijke bijproducten).</li>
</ul>

<p>Deze dubbele set regels leidt tot de kernvraag: kan de kwalificatie &ldquo;ongeschikt voor menselijke consumptie&rdquo; in de GN los worden gezien van het voedselrecht of spelen de hygi&euml;ne- en additievennormen uit dat recht een rol in het kader van de tariefindeling?&nbsp;</p>

<h2>Argumenten van partijen</h2>

<p>Ter onderbouwing van haar standpunt dat de vis correct was ingedeeld onder Hoofdstuk 5 van de GN voerde FF Skagen A/S onder meer aan:&nbsp;</p>

<ul>
	<li>Tariefindeling moet gebaseerd zijn op objectieve kenmerken en eigenschappen (arrest <em>Digitalnet)</em>;</li>
	<li>Volgens vaste rechtspraak (arrest <em>Kawasaki</em>) kan ook de bestemming relevant zijn, mits deze objectief uit de kenmerken van het product blijkt.</li>
	<li>De woorden &ldquo;ongeschikt voor menselijke consumptie&rdquo; zijn in de GN niet gedefinieerd, zodat aansluiting moet worden gezocht met de gebruikelijke betekenis van &ldquo;geschikt&rdquo; of &ldquo;ongeschikt&rdquo; voor menselijke consumptie. Dit zou volgens FF Skagen A/S zijn gebaseerd op de normen van het levensmiddelenrecht.&nbsp;</li>
	<li>Toevoeging van zuur en overschrijding van TVB-N-waarden zijn objectieve kenmerken die maken dat de vis feitelijk ongeschikt is voor menselijke consumptie. Dit standpunt wordt gedeeld door de Deense voedselautoriteiten, die stellen dat vangsten met toegevoegd azijnzuur ongeacht hun TVB-N-waarde ongeschikt zijn voor menselijke consumptie. De toevoeging van zuur is onlosmakelijk verbonden met het gebruik van de vis voor de productie van diervoeder.</li>
</ul>

<p>Het Skatteministeriet voerde daarentegen aan dat alle ingevoerde soorten vallen onder de posten van Hoofdstuk 3 en dat het bij de tariefindeling alleen zou gaan om de vraag of de toestand van de vis menselijke consumptie uitsluit. Het begrip &ldquo;ongeschikt voor menselijke consumptie&rdquo; in de GN zou zelfstandig, los van het voedselrecht, moeten worden uitgelegd. Pas als consumptie een risico voor de gezondheid zou opleveren, is indeling onder Hoofdstuk 5 gerechtvaardigd.</p>

<h2>Prejudici&euml;le vragen</h2>

<p>De Vestre Landsret twijfelt gelet op de argumenten van de partijen over de juiste tariefindeling. Daarom zijn twee prejudici&euml;le vragen aan het Hof van Justitie gesteld. voorgelegd. In feite is de eerste vraag de hoofdvraag. Het komt erop neer dat de Deense rechter wil weten hoe het begrip &ldquo;ongeschikt voor menselijke consumptie&rdquo; in de relevante aantekening bij Hoofdstuk 3 van de GN moet worden uitgelegd.</p>

<p>De tweede vraag is slim gekozen. Daarin wordt het Hof van Justitie namelijk gevraagd om uitleg te geven bij zijn antwoord op de eerste vraag. De Deense verwijzende rechter somt zeven omstandigheden ((a) tot en met (g)) op en wil graag weten of die omstandigheden voor het Hof van Justitie van invloed zijn voor het antwoord op de eerste vraag. Voor de praktijk is deze manier van vraagstelling in een prejudici&euml;le procedure van belang omdat het inzicht geeft in de factoren die in een concrete casus moeten worden meegewogen. Het gaat samengevat om de vraag of de volgende aspecten relevant zijn:</p>

<ol>
	<li>de toevoeging van azijnzuur of ander zuur dat niet is goedgekeurd voor menselijke consumptie;</li>
	<li>de gemiddelde TVB-N-waarde is hoger dan 25 tot 35 overeenkomstig Verordening (EG) 2074/2005;</li>
	<li>bulkopslag waarbij de TVB-N-waarde van een deel van de vis boven de norm uitkomt;</li>
	<li>niet-naleving van de levensmiddelenhygi&euml;ne voorschriften met inbegrip van de Verordeningen (EG) nrs. 178/2002, 852/2004, 853/2004, 854/2004, 1333/2008, en 1069/2009);</li>
	<li>de documentatie die uitwijst dat de vis uitsluitend voor diervoeder bestemd is;</li>
	<li>het oordeel van Deense voedselautoriteiten dat vis met zuur niet geschikt is voor menselijke consumptie (ongeacht de TVB-N-waarde daarvan);</li>
	<li>de invoer als bijproduct onder Verordening (EG) nr. 1069/2009.</li>
</ol>

<p>Kortom: moet rekening worden gehouden met de voedselregelgeving bij de tariefindeling van de vis?</p>

<h2>Het spanningsveld tussen het douane- en levensmiddelenrecht</h2>

<p>De zaak raakt aan een fundamentele vraag in het Unierecht: in hoeverre zijn de afzonderlijke wetgevingskaders strikt gescheiden, en in hoeverre be&iuml;nvloeden zij elkaar? In dit verband kan worden opgemerkt dat:</p>

<ul>
	<li>in het kader van de <strong>douanetechnische tariefindeling </strong>objectieve productkenmerken en eigenschappen&nbsp; leidend zijn. Daarnaast moet niet uit het oog worden verloren dat de GN is gebaseerd op het op wereldwijd niveau afgestemde Geharmoniseerd Systeem. Dat is een &lsquo;groter&rsquo; verband dan de EU. De GN bevat echter open begrippen zoals &ldquo;ongeschikt voor menselijke consumptie&rdquo;, die niet nader zijn gedefinieerd.</li>
	<li>het <strong>levensmiddelenrecht</strong> zeer gedetailleerde normen bevat ten aanzien van hygi&euml;ne, additieven, TVB-N-waarden en bepaalt of producten al dan niet in de handel mogen worden gebracht.</li>
</ul>

<p>De crux is of het Hof van Justitie zal oordelen dat laatstgenoemde normen &ldquo;doorsijpelen&rdquo; naar het douanerecht, waardoor de voedselregelgeving feitelijk medebepalend wordt voor de douane-indeling.</p>

<h2>Mogelijke impact van de zaak</h2>

<p>Het arrest dat nog volgt kan verstrekkende gevolgen hebben voor ondernemingen in de visverwerkende industrie: een indeling onder Hoofdstuk 3 kan leiden tot andere douanerechten dan onder Hoofdstuk 5.</p>

<p>Ook voor de douanepraktijk is het interessant. Afhankelijk van de antwoorden van het Hof van Justitie moeten mogelijk in bepaalde gevallen normen uit het levensmiddelenrecht worden betrokken bij de interpretatie van posten en postonderverdelingen van de GN. Dat zou dan in bredere zin kunnen (gaan) gelden voor de indeling van producten die vallen onder posten en onderverdelingen met begrippen die in de GN niet, maar in productregelgeving w&eacute;l, nader zijn geduid. Voor de rechtsorde van de EU volgt vermoedelijk een interessant precedent dat houvast biedt bij de vraag of, en zo ja, in hoeverre aparte wetgevingskaders (douane-, voedsel-, milieu- en farmaceutisch recht et cetera) elkaar kunnen be&iuml;nvloeden.</p>

<p>Kiest het Hof van Justitie voor een autonome, gescheiden uitleg van de regelgevende raamwerken van de EU of voor een meer ge&iuml;ntegreerde, verbindende koers? Strikt genomen dient de indeling van goederen autonoom te geschieden, op basis van de objectieve kenmerken en eigenschappen van een product, zoals omschreven in de bewoordingen van de GN-posten, postonderverdelingen en de aantekeningen bij de Afdelingen en Hoofdstukken.</p>

<p>Tegelijkertijd kan geen enkel kader in de praktijk volledig ge&iuml;soleerd functioneren. Het is immers allemaal EU-recht en de praktijk is niet gebaat bij onbegrijpelijke, tegenstrijdige uitkomsten onder de verschillende wetgevingskaders waarmee bedrijven die goederen importeren, exporteren of in de handel brengen parallel moet werken. Waar systemen elkaar raken, ontstaat onvermijdelijk spanning en de noodzaak tot afstemming en verbinding.&nbsp;&nbsp; &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;</p>

<h2>Conclusie</h2>

<p>De Deense verwijzingsbeschikking in zaak C-406/25 illustreert scherp het snijvlak van het douanerecht en het levensmiddelenrecht. Waar de GN het begrip &ldquo;ongeschikt voor menselijke consumptie&rdquo; gebruikt zonder definitie, biedt het levensmiddelenrecht een gedetailleerd normatief kader. De kernvraag is of de douane dit kader moet integreren in de tariefindeling.</p>

<p>De keuze voor ofwel een strikte scheiding en een autonome uitleg van de GN ofwel een kruisbestuiving waarbij voedselrechtelijke normen mede bepalen of een product in douanerechtelijke zin consumptiegeschikt is, is aan het Hof van Justitie. Welke benadering het Hof van Justitie ook kiest, de uitspraak zal richtinggevend zijn voor de verhouding tussen EU-kaders die elk hun eigen logica kennen, maar in de praktijk niet los van elkaar functioneren.</p>

<p>De zaak onderstreept dat de indeling van goederen niet alleen een technische exercitie is, maar ook raakt aan fundamentele vragen over de integratie van Europees recht.</p>

<p>Razend interessant. Wordt vervolgd...</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Waarom iedere start-up een advocaat nodig heeft die het speelveld kent?]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/waarom-iedere-start-up-een-advocaat-nodig-heeft-die-het-speelveld-kent</link>
		  <pubDate>Tue, 26 Aug 2025 1:51:33 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>De beginfase van een start-up is vaak een rollercoaster. Er is een idee, een team en een enorme dosis ambitie. Maar tussen het eerste pitchdeck en de eerste ondernemingsronde liggen talloze beslissingen die de toekomst van je bedrijf mede bepalen &ndash; ook op juridisch vlak.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<p>Mijn naam is <a href="https://ploum.nl/specialisten/sabin-tigu" style="color:#467886; text-decoration:underline">Sabin Tigu</a>, advocaat bij Ploum in Rotterdam. Al ruim tien jaar adviseren wij met ons Team Start-up, <a href="https://ploum.nl/expertises/themas/start-up-scale-up" style="color:#467886; text-decoration:underline">start-ups en scale-ups</a> op de juridische aspecten van ondernemen. In die tijd heb ik veel ondernemingen zien groeien, maar ook zien worstelen met terugkerende valkuilen &ndash; vaak niet uit onwetendheid, maar simpelweg omdat juridische zaken in de vroege fase meestal geen prioriteit lijken te hebben. Begrijpelijk, maar riskant. <a href="https://ploum.nl/specialisten?advanced-filter-categories=start-up-scale-up" style="color:#467886; text-decoration:underline">Wij helpen je daar graag bij</a>.</p>

<h2>De juridische realiteit van een jonge onderneming</h2>

<p>Start-ups leven in een wereld van snelheid, innovatie en risico. Dat botst soms met het klassieke juridische denken &ndash; traag, formeel en voorzichtig. Wij zien onze rol daarom niet als die van remmer, maar als meedenkende partner die helpt om snelheid mogelijk te maken, zonder na&iuml;ef te zijn over de risico&rsquo;s.</p>

<p><strong>Waar lopen jonge ondernemers tegenaan? Denk aan:</strong></p>

<ol>
	<li>Slecht vastgelegde afspraken tussen oprichters &ndash; wat als &eacute;&eacute;n van jullie eruit wil?</li>
	<li>IP-rechten die niet goed zijn overgedragen aan de BV &ndash; wie is eigenlijk eigenaar van de broncode, het idee of het merk?</li>
	<li>Algemene voorwaarden die niet aansluiten op de business.</li>
	<li>Onhandig opgezette cap tables &ndash; die de volgende investeringsronde kunnen frustreren.</li>
	<li>Onduidelijke afspraken met freelancers of early hires &ndash; met potentieel kostbare gevolgen.</li>
</ol>

<h2>Juridische houvast zonder ruis</h2>

<p>De meeste start-ups willen vooral weten: Wat is het risico? Wat moet ik nu regelen, en wat kan wachten? Precies daar ligt onze focus: de vertaalslag maken van juridische complexiteit naar praktische keuzes. Met onze no-nonsense mentaliteit, zorgen we voor een duidelijke aanpak. Geen ellenlange memo&rsquo;s, maar heldere uitleg, afgestemd op de fase waarin je zit &ndash; of je nu net je eerste product op de markt brengt, of al met angel investors praat.</p>

<p>Wij begrijpen we dat je als start-up vaak veel tegelijk wilt regelen, maar dat de cashflow (nog) niet meegroeit met je ambitie. Daarom werken we regelmatig met fixed fees, zodat je vooraf weet waar je aan toe bent &ndash; zonder verrassingen achteraf. We denken mee met jouw fase, tempo en budget, zodat juridische ondersteuning geen obstakel wordt, maar juist een versneller.</p>

<p>Daarnaast bieden we de zogeheten nachtrustdossiers aan: veel start-ups hebben ooit juridische documenten van het internet geplukt &ndash; statuten, arbeidsovereenkomsten, NDA&rsquo;s &ndash; zonder precies te weten of ze wel kloppen of toepasbaar zijn. Voor een zeer aantrekkelijke prijs controleren wij deze documenten, signaleren risico&rsquo;s en geven je waar nodig concrete adviezen. Geen overbodige luxe, maar juist iets dat ondernemers direct meer zekerheid &eacute;n gemoedsrust oplevert. Vandaar de naam: juridisch advies dat zorgt voor een goede nachtrust.</p>

<p>Wil je meer informatie over wat wij voor jou kunnen betekenen? <a href="https://ploum.nl/specialisten?advanced-filter-categories=start-up-scale-up" style="color:#467886; text-decoration:underline">Neem vrijblijvend contact met ons op</a>!</p>

<h2>Waarom wij dit doen?</h2>

<p>Wij geloven in ondernemerschap en innovatie &ndash; en vinden het fascinerend om juridische structuren mee te bouwen aan iets dat morgen groot kan zijn. Of het nu gaat om het opzetten van een BV-structuur met oog op toekomstige groei, het sluiten van de eerste investeringsdeal of het beschermen van je technologie: wij hebben het de afgelopen jaren allemaal voorbij zien komen &ndash; en meestal meerdere keren.</p>

<p>En dat is meteen het voordeel van werken met iemand die dit pad kent: je hoeft het niet allemaal zelf uit te vinden. Bij Ploum helpen wij je om valkuilen te vermijden die wij anderen al hebben zien maken.</p>

<h2>Tot slot</h2>

<p>Starten is lef hebben. Maar groeien vraagt ook om structuur. En juist die structuur kunnen we als juristen samen met jou neerzetten &ndash; zodat jij je kunt richten op wat jij het liefst doet: bouwen aan je bedrijf.</p>

<h2>Op de hoogte blijven?</h2>

<p>Dit is de eerste blog in een reeks waarin wij praktische inzichten delen voor start-ups en scale-ups &ndash; over oprichtersaandelen, IP, investeringsrondes, contracten met teamleden en andere juridische vraagstukken die je vroeg of laat tegenkomt als ondernemer.</p>

<p>Wil je op de hoogte blijven van nieuwe blogs? Volg ons op <a href="https://www.linkedin.com/company/ploum/" style="color:#467886; text-decoration:underline">LinkedIn</a> of houd<a href="https://ploum.nl/" style="color:#467886; text-decoration:underline"> onze website</a> in de gaten.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Het Palmstråle-arrest: btw-vrijstelling bij wederinvoer en de rol van formele douane-verplichtingen]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/het-palmstrale-arrest-btw-vrijstelling-bij-wederinvoer-en-de-rol-van-formele-douane-verplichtingen</link>
		  <pubDate>Mon, 18 Aug 2025 10:20:36 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[Jikke Biermasz]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Op 12 juni 2025 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie een belangrijk arrest gewezen in de zaak <a href="http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:62024CJ0125" target="_blank">C-125/24</a> (Palmstr&aring;le). De zaak draaide om de vraag of een ondernemer bij de wederinvoer van goederen in de EU aanspraak kan maken op btw-vrijstelling, ook wanneer bepaalde formele douaneverplichtingen niet zijn nagekomen. De uitspraak is van belang voor bedrijven die internationaal goederen verplaatsten. <a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz" target="_blank">Jikke Biermasz</a> bespreekt het arrest en de praktische implicaties.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2>Kern van de zaak</h2>

<p>De Zweedse ondernemer AA vervoerde twee paarden naar Noorwegen voor deelname aan wedstrijden. Bij terugkeer naar Zweden (en dus de EU) reed AA de grens over zonder de dieren bij de douane aan te brengen of een aangifte voor het vrije verkeer te doen. Bij een controle stelde de Zweedse douane vast dat er geen invoerrechten verschuldigd waren (het betrof immers terugkerende goederen), maar wel dat btw moest worden betaald: ruim 41.000 Zweedse kronen (ca. &euro; 3.750). De douaneautoriteit stelde dat voor btw-vrijstelling bij wederinvoer niet alleen de materi&euml;le voorwaarden (de goederen keren terug in ongewijzigde staat), maar ook de formele voorwaarden (aanbrengen en aangifte) moeten zijn vervuld. Omdat AA dit had nagelaten, werd de vrijstelling geweigerd.</p>

<h2>De rechtsvraag</h2>

<p>De zaak werd aan de hoogste Zweedse bestuursrechter voorgelegd. Deze vroeg zich af of artikel 86, lid 6, Douanewetboek van de Unie (DWU) restrictief moet worden uitgelegd, in die zin dat de voorwaarden van artikel 203 DWU in alle gevallen moeten zijn vervuld opdat btw-vrijstelling kan worden verleend, dan wel of deze vrijstelling ook moet worden toegepast wanneer niet is voldaan aan de formele voorwaarden van artikel 203 DWU. De Zweedse hoogste bestuursrechter verwees de zaak naar het Hof van Justitie en vroeg of de btw-vrijstelling bij wederinvoer (art. 143, lid 1, onder e), btw-richtlijn) steeds afhankelijk is van volledige naleving van de formele vereisten van het DWU, ook als er geen sprake is van fraude.</p>

<h2>Juridisch kader</h2>

<h3>Btw-richtlijn (2006/112/EG)</h3>

<p>Artikel 143, lid 1, onder e) van de btw-richtlijn bepaalt dat wederinvoer van goederen in ongewijzigde staat is vrijgesteld van btw, mits de goederen ook voor vrijstelling van invoerrechten in aanmerking komen.</p>

<h3>Douanewetboek van de Unie</h3>

<p>Artikel 203 DWU voorziet in vrijstelling van invoerrechten bij terugkerende goederen die de EU binnen drie jaar opnieuw binnenkomen, mits zij worden aangegeven en voldoen aan de voorwaarden.</p>

<p>Artikel 86, lid 6, DWU breidt deze vrijstelling uit naar gevallen waarin een douaneschuld ontstaat door het niet naleven van verplichtingen (zoals het aanbrengen bij de douane), zolang er geen poging tot bedrog in het spel is.</p>

<h2>Het oordeel van het Hof van Justitie</h2>

<p>Het Hof maakte korte metten met de strikte lezing van de Zweedse autoriteiten.</p>

<h3>Materi&euml;le voorwaarden zijn leidend</h3>

<p>Het Hof benadrukte dat uit de bewoordingen van artikel 143 van de btw-richtlijn volgt dat de btw-vrijstelling voor de wederinvoer van goederen in de toestand waarin zij zijn uitgevoerd, met name afhankelijk is van de voorwaarde dat deze goederen &ldquo;<em>in aanmerking komen voor vrijstelling van invoerrechten</em>&rdquo;. De Uniewetgever heeft er uitdrukkelijk voor gekozen om de toepassingsvoorwaarden van de btw-vrijstelling af te stemmen op de materi&euml;le en formele voorwaarden die het DWU stelt voor de vrijstelling van invoerrechten voor terugkerende goederen.</p>

<p>In deze zaak stond vast dat aan de materiele voorwaarden was voldaan, maar niet aan de formele. De paarden waren immers niet aangebracht en ook niet aangegeven bij de Zweedse douane. Het Hof van Justitie verwijst echter naar artikel 79, lid 1, letter a DWU: de douaneschuld die door niet naleving kan ontstaan en overweegt dat artikel 86, lid 6 DWU de vrijstelling van artikel 203 DWU uitbreidt tot gevallen waarin er een douaneschuld ontstaat krachtens artikel&nbsp;79 DWU, mits de niet-naleving die tot deze schuld heeft geleid geen poging tot bedrog inhoudt.</p>

<p>Interessant is dat het Hof van Justitie overweegt dat artikel&nbsp;86, lid&nbsp;6, DWU zijn nuttige werking grotendeels zou verliezen indien deze bepaling zo strikt zou moeten worden uitgelegd dat zij niet van toepassing is op een geval als in de Palmstr&aring;le-zaak omdat niet is voldaan aan de formele voorwaarden om in aanmerking te komen voor een vrijstelling van invoerrechten. De toepassing van artikel&nbsp;79, lid&nbsp;1, onder&nbsp;a), DWU &ndash; en dus van artikel&nbsp;86, lid&nbsp;6, DWU &nbsp;&ndash; veronderstelt immers juist dat dergelijke voorwaarden niet zijn nageleefd.</p>

<p>Kortom, de materiele voorwaarden zijn leidend en prevaleren boven de formele voorwaarden. Als goederen terugkeren in dezelfde staat en inhoudelijk voldoen aan de voorwaarden voor vrijstelling van invoerrechten, dan moet ook btw-vrijstelling mogelijk zijn.</p>

<h3>Formele fouten mogen geen blokkade zijn</h3>

<p>Het enkele feit dat AA haar paarden niet had aangebracht of aangegeven, mag de vrijstelling niet automatisch uitsluiten. Artikel 86, lid 6, DWU is juist bedoeld om fouten van goede trouw te corrigeren.</p>

<h3>Goede trouw en geen bedrog</h3>

<p>Alleen wanneer er aanwijzingen zijn van fraude of bewuste ontduiking, kan de vrijstelling worden geweigerd. Als enkel van nalatigheid sprake is moet de vrijstelling blijven gelden.</p>

<h2>Betekenis van het Palmstr&aring;le-arrest</h2>

<p>Het arrest geeft ondernemers meer rechtszekerheid. Ook wanneer zij door onachtzaamheid niet alle formaliteiten naleven, behouden zij in principe recht op vrijstelling, zolang zij te goeder trouw hebben gehandeld. Dit voorkomt dat bedrijven onevenredig zwaar worden gestraft voor administratieve missers, terwijl de materi&euml;le situatie niet ter discussie staat.</p>

<p>De douaneautoriteiten zullen zorgvuldig moeten afwegen of er sprake is van poging tot bedrog of slechts van nalatigheid. Alleen bij fraude mag vrijstelling worden geweigerd. Dit vergt een genuanceerdere beoordeling en kan leiden tot meer discussie tussen ondernemers en douane. In de praktijk zien wij die al regelmatig ontstaan.</p>

<p>Het arrest sluit aan bij een bredere tendens in het EU-recht: goede trouw beschermen en disproportionele gevolgen van formele fouten vermijden.</p>

<p>Niettemin doen ondernemers er verstandig aan de regels te kennen en te volgen om problemen te voorkomen. Het kan immers in de praktijk lastig zijn te bewijzen dat er geen sprake is van poging tot bedrog, maar slechts van nalatigheid. In de praktijk zal dit afhangen van de omstandigheden, documentatie en gedragingen van de ondernemer. Ook ligt een risico op rechtsongelijkheid op de loer. Nationale autoriteiten kunnen verschillend om gaan met het begrip goede trouw.&nbsp;</p>

<h2>Conclusie</h2>

<p>Het Palmstr&aring;le-arrest verduidelijkt de verhouding tussen douanerecht en btw bij wederinvoer. Het Hof stelt dat materi&euml;le werkelijkheid boven formaliteiten gaat: als goederen ongewijzigd terugkeren, mag een ondernemer de btw-vrijstelling niet verliezen door formele omissies, tenzij er sprake is van fraude. Dit arrest biedt ondernemers bescherming tegen disproportionele financi&euml;le gevolgen, maar legt ook een verantwoordelijkheid bij douaneautoriteiten om zorgvuldig met goede trouw om te gaan.</p>

<p>Ploum heeft een gespecialiseerde douanepraktijk. Mocht u vragen hebben op het gebied van douane of invoer-btw, neemt u dan contact op met <a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz" target="_blank">Jikke Biermasz</a> of <a href="https://ploum.nl/specialisten/arjan-wolkers" target="_blank">Arjan Wolkers</a>.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
		<item>
		  <title><![CDATA[Het Tauritus-arrest: een ijkpunt voor de douanewaarde bij voorlopige prijzen]]></title>
		  <link>https://ploum.nl/nieuws/het-tauritus-arrest-een-ijkpunt-voor-de-douanewaarde-bij-voorlopige-prijzen</link>
		  <pubDate>Mon, 11 Aug 2025 1:37:23 +0000</pubDate>
		  <dc:creator><![CDATA[]]></dc:creator>
		  <category><![CDATA[Juridisch Nieuws]]></category>
		  <description><![CDATA[<p>Op 15 mei 2025 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie in het <a href="https://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&amp;docid=299642&amp;pageIndex=0&amp;doclang=NL&amp;mode=lst&amp;dir=&amp;occ=first&amp;part=1&amp;cid=3817278" style="color:blue; text-decoration:underline"><em>Tauritus</em>-arrest (C-782/23)</a><strong> </strong>duidelijkheid verschaft over de toepassing van de transactiewaardemethode binnen de EU-douanewetgeving (DWU). <a href="https://ploum.nl/specialisten/jikke-biermasz" style="color:blue; text-decoration:underline">Jikke Biermasz</a> bespreekt de uitspraak die houvast biedt aan bedrijven die werken met flexibele of formule-gebaseerde prijsschema&rsquo;s.</p>]]></description>
		  <content:encoded><![CDATA[<h2><strong>Achtergrond van <a href="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:62023CJ0782" style="color:blue; text-decoration:underline">het <em>Tauritus</em>-arrest</a></strong></h2>

<p>Het Litouwse bedrijf Tauritus had tussen oktober 2015 en april 2017 diesel en vliegtuigbrandstof (kerosine) ingevoerd in de EU. Bij de douane in Litouwen werden deze goederen aangegeven op basis van voorlopige prijzen, zoals opgenomen in koopcontracten en pro-forma (dus onoffici&euml;le, voorlopige) facturen.</p>

<p>De definitieve prijs voor de brandstoffen werd pas n&aacute; invoer vastgesteld, op basis van marktprijzen en wisselkoersen over een vooraf afgesproken periode. Dit was contractueel overeengekomen met de leveranciers. De uiteindelijke prijs kon daardoor zowel hoger als lager uitvallen dan de voorlopige prijs. De vaststelling gebeurde in bijlagen bij de aankoopovereenkomsten, waarna definitieve facturen werden uitgereikt.</p>

<p>In de invoeraangiften gebruikte Tauritus de voorlopige prijs als douanewaarde. Deze werd vastgesteld aan de hand van in de Unie beschikbare gegevens met toepassing van de zogenoemde fallback-methode. Het bedrijf maakte gebruik van de vereenvoudigde aangifteprocedure zoals toegestaan in het DWU. Zodra de onderneming de definitieve facturen ontving, diende zij meestal verzoeken in tot wijziging van de in haar douaneaangiften vermelde waarde.</p>

<p>Bij een controle achteraf bleek echter dat Tauritus bij dertien zendingen g&eacute;&eacute;n wijziging van de douanewaarde had gevraagd, terwijl de definitieve facturen een hogere prijs vermeldden dan de voorlopige waarde in de vereenvoudigde aangiften. De Litouwse douane paste daarop alsnog de transactiewaardemethode van artikel 70, lid 1, DWU toe en nam de in de definitieve facturen vermelde prijs als douanewaarde. Hierdoor werden aanvullende bedragen voor invoer-btw en vertragingsrente nagevorderd.</p>

<p>Tauritus ging hiertegen in beroep, wat leidde tot twee prejudici&euml;le vragen van de hoogste Litouwse bestuursrechter aan het Hof van Justitie.</p>

<h2><strong>Prejudici&euml;le vragen van de Litouwse verwijzende rechter</strong></h2>

<p>De Litouwse rechter vroeg het Hof van Justitie of artikel 70, lid 1, DWU zo moet worden uitgelegd dat de transactiewaardemethode niet kan worden toegepast als bij de aanvaarding van de aangifte alleen een voorlopige prijs bekend is, die later &ndash; op basis van objectieve criteria &ndash; wordt aangepast tot een definitieve prijs waarop partijen geen invloed hebben. Daarnaast werd de vraag gesteld of de douane actief moet worden ge&iuml;nformeerd over prijsaanpassingen na vrijgave van de goederen.</p>

<h2><strong>Arrest van het Hof van Justitie</strong></h2>

<h3><strong>Transactiewaarde blijft leidend</strong></h3>

<p>Het Hof bevestigde dat de transactiewaardemethode ook geldt bij voorlopige prijzen, mits er sprake is van objectieve prijsmechanismen en gebruik van de vereenvoudigde aangifte. Zodra de definitieve prijs bekend is, moet een aanvullende aangifte worden ingediend.</p>

<p>De EU-douanewetgeving beoogt immers een billijk, uniform en neutraal systeem voor de vaststelling van de douanewaarde, waarbij willekeurige of fictieve waarden worden uitgesloten. De transactiewaardemethode is de primaire methode; andere methoden zijn aanvullend en mogen alleen worden toegepast als de transactiewaarde niet kan worden gebruikt. Het DWU voorziet uitdrukkelijk in een dwingende hi&euml;rarchie tussen de verschillende methoden voor vaststelling van de douanewaarde. Kan de transactiewaardemethode worden gebruikt, dan moet die worden toegepast. Deze methode wordt in principe gezien als de meest geschikte methode. Hier is dus geen keuzevrijheid.&nbsp;&nbsp;</p>

<p>In dit geval voorzagen de contractuele afspraken in een verplichte herziening van de voorlopige prijs, op basis van objectieve en vooraf vastgestelde factoren buiten de wil van partijen. Daarmee was de definitieve prijs al vanaf de ondertekening van de overeenkomst bepaalbaar. De situatie van artikel 70, lid 3, onder b), DWU &ndash; waarbij de prijs afhankelijk is van een voorwaarde waarvoor geen waarde kan worden vastgesteld &ndash; deed zich hier niet voor.</p>

<p>Dat de definitieve prijs bij aanvaarding van de aangifte nog niet was bepaald, staat dus aan het gebruik van de transactiewaardemethode niet in de weg. Het is voldoende dat contractueel vaststaat dat de prijs verplicht wordt herzien op basis van objectieve factoren, buiten de invloedsfeer van de contractspartijen. Het Hof van Justitie wijst terecht op de bewoordingen van artikel 70 DWU. De transactiewaarde is niet slechts de werkelijk voor de betrokken goederen betaalde prijs, maar evenzeer de voor de goederen &ldquo;<em>te bepalen prijs</em>&rdquo;.&nbsp;&nbsp;</p>

<p>Het Hof concludeerde dat in de situatie van Tauritus de waarde moest worden bepaald via de transactiewaardemethode, gebruikmakend van de vereenvoudigde procedure van de artikelen 166 en 167 DWU. De tweede vraag werd niet beantwoord.</p>

<h3><strong>Relatie tot het <em>Hamamatsu</em>-arrest</strong></h3>

<p>Het Hof benadrukte dat het <a href="https://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&amp;docid=198053&amp;pageIndex=0&amp;doclang=NL&amp;mode=lst&amp;dir=&amp;occ=first&amp;part=1&amp;cid=3839633" style="color:blue; text-decoration:underline"><em>Hamamatsu</em>-arrest (C-529/16)</a> overeind blijft, maar niet vergelijkbaar is. In <em>Hamamatsu</em> ging het om verrekenprijzen binnen &eacute;&eacute;n concern, waarbij achteraf winst werd toegerekend op basis van interne criteria &ndash; dus zonder objectieve basis.</p>

<p>In <em>Tauritus</em> ging het juist om vooraf contractueel vastgelegde, controleerbare berekeningen op basis van objectieve, van de contractspartijen onafhankelijke factoren. Het arrest maakt duidelijk dat het DWU ruimte laat voor moderne, realistische prijsschema&rsquo;s.</p>

<h3><strong>Praktische implicaties voor bedrijven</strong></h3>

<p>Importeurs kunnen prijsformules blijven gebruiken, mits deze vooraf vastliggen, objectief en transparant zijn. Daarbij moeten zij gebruikmaken van de vereenvoudigde aangifte en tijdig een aanvullende aangifte indienen zodra de definitieve prijs bekend is.</p>

<h2><strong>Conclusie</strong></h2>

<p><em>Tauritus</em> vult de leemten aan die <em>Hamamatsu</em> openliet en sluit aan bij internationale <em>guidance</em>, zoals WCO Technical Case Study 14.4, waarin objectief onderbouwde prijsformules worden geaccepteerd.</p>

<p>Het arrest markeert een belangrijk ijkpunt in de douanewaardepraktijk. Het bevestigt het belang van transparante, objectieve prijsbepaling en biedt ruimte voor flexibele, formule-gebaseerde waarderingen. Voor bedrijven betekent dit wel dat zij contractuele afspraken helder en zorgvuldig moeten vastleggen, en dat de prijsbepaling gebaseerd moet zijn op objectieve criteria waarover partijen geen zeggenschap hebben.</p>]]></content:encoded>
		</item>
	  
    </channel>
</rss>