30 sep '26
Wanneer is vis "ongeschikt voor menselijke consumptie" voor douanedoeleinden?
In september 2025 besprak Jikke Biermasz de prejudiciële verwijzing van de Deense rechter in de zaak Skatteministeriet / FF Skagen (C-406/25). Centraal stond de vraag of vis die op grond van het levensmiddelenrecht niet (meer) voor menselijke consumptie in de handel mag worden gebracht, daarmee automatisch ook voor douanedoeleinden moet worden beschouwd als "ongeschikt voor menselijke consumptie". De zaak raakte daarmee een fundamentele vraag op het snijvlak van het douane- en levensmiddelenrecht: hoe verhouden verschillende Unierechtelijke regelgevingskaders zich tot elkaar wanneer zij dezelfde goederen beoordelen vanuit een verschillende juridische doelstelling?
Met zijn arrest van 10 september 2026 heeft het Hof van Justitie hierover meer duidelijkheid verschaft. Het arrest is niet alleen relevant voor de visverwerkende industrie, maar heeft potentieel bredere betekenis voor situaties waarin open begrippen uit de Gecombineerde Nomenclatuur (GN) raken aan begrippen die elders in het Unierecht nader zijn ingevuld.
Het Hof begint met een bevestiging van vaste douanerechtelijke rechtspraak. De tariefindeling van goederen moet plaatsvinden aan de hand van de objectieve kenmerken en eigenschappen van die goederen zoals die blijken uit de bewoordingen van de GN-posten en de relevante aantekeningen. Voor de rechtszekerheid en een uniforme toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief moet het beslissende criterium in beginsel daarin worden gezocht. Daarbij staat centraal of de betrokken vis op het moment van inklaring geschikt was voor menselijke consumptie.
Het arrest past tevens in de vaste lijn van de rechtspraak over de rol van de bestemming bij de tariefindeling. De bestemming van een product kan slechts dan als objectief indelingscriterium fungeren wanneer zij inherent is aan het product en uit diens objectieve kenmerken en eigenschappen blijkt. Bovendien komt aan de bestemming pas betekenis toe wanneer de indeling niet reeds op grond van de objectieve kenmerken en eigenschappen van het product kan worden vastgesteld. Dat verklaart waarom het Hof de bestemming voor diervoeder wel relevant acht, maar niet beslissend. De beoordeling blijft uiteindelijk gericht op de feitelijke staat en objectieve kenmerken van de vis zelf.
Deze overwegingen zijn van belang omdat zij bevestigen dat de GN een autonoom douanerechtelijk instrument blijft. De tariefindeling wordt niet rechtstreeks bepaald door andere onderdelen van het Unierecht. Het Hof verwerpt daarmee impliciet de gedachte dat een levensmiddelenrechtelijke kwalificatie automatisch zou doorwerken in de douanerechtelijke indeling.
De meest interessante passage van het arrest bevindt zich naar mijn mening in de rechtsoverwegingen 65 tot en met 67. Daar behandelt het Hof uitdrukkelijk de vraag of de Unieregelgeving inzake levensmiddelen en levensmiddelenhygiëne mag worden betrokken bij de uitleg van het begrip "ongeschikt voor menselijke consumptie". Het Hof antwoordt bevestigend, maar brengt daarbij een belangrijke nuance aan. De levensmiddelenregelgeving is volgens het Hof "op zich niet beslissend" voor de indeling onder een bepaalde GN-post. Zij vormt echter wel een element dat in aanmerking mag worden genomen bij de beoordeling van de objectieve kenmerken en eigenschappen van het product.
Daarmee kiest het Hof voor een tussenweg. Het levensmiddelenrecht bepaalt de tariefindeling niet, maar mag evenmin volledig buiten beschouwing worden gelaten. Anders gezegd: het douanerecht blijft leidend bij tariefindeling, terwijl het levensmiddelenrecht een ondersteunende interpretatieve functie vervult.
Vervolgens werkt het Hof uit welke factoren relevant kunnen zijn voor de beoordeling of vis naar haar aard of toestand ongeschikt is voor menselijke consumptie.
In de eerste plaats noemt het Hof de toevoeging van azijnzuur of andere zuren aan onverwerkte vis. Daarbij verwijst het Hof naar de levensmiddelenregelgeving waaruit volgt dat dergelijke producten niet als levensmiddel in de handel mogen worden gebracht. Ook het oordeel van de bevoegde voedselautoriteiten dat de vis daardoor ongeschikt is voor menselijke consumptie, mag door de nationale rechter worden meegewogen.
In de tweede plaats kent het Hof betekenis toe aan overschrijding van de TVB-N-grenswaarden. Volgens het Hof kan overschrijding van de relevante TVB‑N-grenswaarden wijzen op een vergevorderde staat van ontbinding en daarmee op een risico voor de menselijke gezondheid. Dergelijke gegevens zeggen iets over de objectieve toestand van het product en zijn daarom relevant voor de douanerechtelijke beoordeling.
Daarnaast acht het Hof ook bulkopslag van vis relevant wanneer binnen een partij exemplaren voorkomen die zich reeds in een vergevorderde staat van ontbinding bevinden. In dat geval kan sprake zijn van besmettings- of verontreinigingsrisico's die de geschiktheid voor menselijke consumptie beïnvloeden.
Van bijzonder belang is verder dat het Hof uitgebreid aandacht besteedt aan de naleving van de Europese levensmiddelenhygiënewetgeving. Volgens het Hof zijn overtredingen van die regelgeving relevant omdat deze voorschriften juist zijn ontworpen om gezondheidsrisico's, bederf en verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen. Niet-naleving kan daarom een aanwijzing vormen dat een product objectief bezien niet langer geschikt is voor menselijke consumptie.
Ook handelsdocumenten krijgen een rol in de beoordeling. Het Hof oordeelt dat documenten waaruit blijkt dat de goederen uitsluitend voor de productie van diervoeder zijn gevangen, verkocht of verwerkt, relevante aanwijzingen kunnen vormen voor de objectieve kenmerken en eigenschappen van het product. Bestemming alleen is niet doorslaggevend, maar mag wel worden meegewogen.
Ten aanzien van de ingevoerde visresten acht het Hof bovendien van belang dat deze als categorie 3-materiaal in de zin van Verordening 1069/2009 waren aangemerkt. Ook die omstandigheid kan aanwijzingen opleveren voor de beoordeling of de goederen naar hun toestand ongeschikt zijn voor menselijke consumptie.
Het arrest bevestigt uiteindelijk dat de verschillende regelgevingskaders van het Unierecht niet volledig los van elkaar functioneren. Het Hof houdt vast aan de autonomie van de GN, maar erkent tegelijkertijd dat normen uit het levensmiddelenrecht waardevolle aanwijzingen kunnen bieden voor de invulling van open begrippen zoals "ongeschikt voor menselijke consumptie".
Juist daarin ligt de bredere betekenis van deze uitspraak. Het Hof maakt duidelijk dat het douanerecht en het levensmiddelenrecht weliswaar verschillende functies vervullen, maar in de praktijk regelmatig aan elkaar raken. Levensmiddelenrechtelijke normen bepalen niet de tariefindeling, maar kunnen wel een relevant aanknopingspunt vormen bij de beoordeling van de objectieve kenmerken en eigenschappen van een product. Voor de praktijk betekent dit dat normen uit het levensmiddelenrecht relevant kunnen zijn bij de uitleg van begrippen uit de GN, zonder dat daarmee afbreuk wordt gedaan aan het autonome karakter van de tariefindeling. Dat maakt de uitspraak ook van belang voor toekomstige vraagstukken op het snijvlak van verschillende Europese regelgevingskaders.
Binnen de praktijkgroep Douane, Handel en Logistiek van Ploum adviseren wij ondernemingen over douane-, voedsel-, waren- en productregelgeving in Europees en internationaal perspectief. Daarbij gaat het niet alleen om tariefindeling, oorsprong en douaneprocedures, maar ook om de wisselwerking met productveiligheids-, levensmiddelen-, sanctie- en markttoezichtregelgeving. Het arrest FF Skagen laat zien dat vraagstukken op het snijvlak van het douane- en levensmiddelenrecht niet goed kunnen worden beoordeeld vanuit één rechtsgebied alleen. Juist waar deze rechtskaders elkaar raken, is een geïntegreerde juridische analyse noodzakelijk.
Contact
19 okt 26
13 okt 26
08 okt 26
30 sep 26
28 sep 26
25 sep 26
23 sep 26
16 sep 26
07 sep 26
20 aug 26
07 aug 26
30 jul 26
Met uw inschrijving blijft u op de hoogte van de laatste juridische ontwikkelingen op dit gebied. Vul hieronder uw gegevens in om per e-mail op te hoogte te blijven.
Blijf op de hoogte van de laatste juridische ontwikkelingen in uw sector. Vul hieronder uw gegevens in om op maat gesneden juridische updates en uitnodigingen voor evenementen te ontvangen.
Volgen wat u interessant vindt
Krijg aanbevelingen op basis van uw interesses
{phrase:advantage_3}
{phrase:advantage_4}
We vragen u om uw voor- en achternaam zodat wij die kunnen gebruiken als u zich bijvoorbeeld inschrijft op een Ploum Kennisevent.
Er wordt automatisch een wachtwoord voor u aangemaakt. Zodra uw account is aangemaakt ontvangt u dit wachtwoord in een welkomstmail. U kunt er direct mee inloggen. Dit wachtwoord kunt u indien gewenst ook zelf aanpassen via de wachtwoord vergeten functie.