19 jan '26
ECLI-nummer: ECLI:NL:RBOVE:2025:6116
Op 16 oktober 2025 deed de Rechtbank Overijssel een uitspraak in een opvallende strafzaak waarin het draaide om afvalstoffen. Opvallend, vanwege het aantal zittingsdagen (7). Opvallend, omdat het OM een boete eiste van EUR 20 miljoen. Opvallend, omdat (personen van) de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (“STAB”) in de zaak rapporteerde(n) als deskundige. En opvallend, omdat het om de Nederlandse Aardolie Maatschappij (“NAM”) ging. Maar ook de uitspraak was opvallend, omdat de rechtbank de verdachte vrijsprak.
Heel kortgezegd betrof de tenlastelegging handelingen met (gevaarlijke) afvalstoffen/afvalstromen die in strijd met het bepaalde in de omgevingsvergunning gedurende een periode van 12 jaar zouden hebben plaatsgevonden. De tenlastelegging bestond uit 6 verschillende verwijten, die samenhingen met verschillende stromen die op verschillende plaatsen in de inrichting ontstonden.
De definitie van het begrip ‘gevaarlijke afvalstof’ staat in de Kaderrichtlijn Afvalstoffen (“Kra”) en in de Wet milieubeheer (“Wm”). Er wordt in beide regelingen verwezen naar Bijlage III bij de Kra, waarin is opgenomen wanneer afvalstoffen gevaarlijke eigenschappen hebben. Daarnaast worden in de Europese afvalstoffenlijst (“Eural”) afvalstoffen ingedeeld als gevaarlijk of niet-gevaarlijk. Aan elke afvalstof wordt een (6-cijferige) Euralcode toegekend. Dat gebeurt op basis van de herkomst van de afvalstof. Indien, uitgaande van die herkomst, bij een code met een * wordt uitgekomen, dan is sprake van een gevaarlijke afvalstof. Dat leidt nog wel eens tot discussies, omdat in sommige gevallen de praktische vraag ontstaat of de ‘gevaarlijke’ afvalstof in kwestie wel echt gevaarseigenschappen bezit (vgl. ECLI:NL:GHAMS:2025:1846). Met andere woorden, of het feit dat een afvalstof een code met een * zou moeten krijgen op basis van de herkomst ook per definitie betekent dat een afvalstof zonder gevaarseigenschappen als gevaarlijk wordt aangemerkt.
In deze zaak was de vraag of de afvalstromen die op verschillende plekken in de inrichting vrijkomen bij de winning van aardgas als gevaarlijke afvalstoffen moesten worden aangemerkt.
De rechtbank besloot om de STAB in te schakelen voor de beantwoording van die vraag. Het OM en de verdediging kregen de gelegenheid om vragen te formuleren. Voor de beantwoording van die vragen benoemde de rechtbank vervolgens drie personen van de STAB als deskundigen.
We zoomen in op het eerste tenlastegelegde feit. De STAB wees erop dat sprake was van een samengestelde stroom van productiewater uit het aardgaszuiveringsproces en verontreinigd hemelwater. Deze samenvoeging van productiewater en verontreinigd hemelwater was naar de mening van de STAB vergund in de revisievergunning. Daarbij was niet van belang dat bij het verlenen van de vergunning mogelijk niet door het bevoegd gezag was onderkend dat de stroom productiewater moest worden aangemerkt als gevaarlijke afvalstof, aldus de STAB.
De STAB beschouwt die nieuwe, samengestelde stroom van productiewater en verontreinigd hemelwater als een aparte stroom. Daar dient opnieuw een Euralcode voor te worden bepaald. De STAB onderzocht of die Euralcode een code moest zijn met een “*” (gevaarlijke afvalstof) of niet. Men concludeerde dat wanneer de kwikconcentratie in die stroom 1.000 mg/l of hoger zou bedragen sprake zou zijn van een afvalstof die als gevaarlijk zou hebben te gelden. Uit alle genomen monsters bleek echter dat de hoogste gemeten concentraties ver onder deze grenswaarde lagen. Daarom concludeerde de STAB dat geen sprake was van gevaarlijk afval. De STAB keek dus (ook) naar de eigenschappen van de afvalstof, en niet alleen naar de herkomst.
Volgens het OM was het productiewater vanwege de herkomst en vanwege het feit dat het productiewater kwik bevat een “absoluut gevaarlijke afvalstof”. Het OM stelde dat het mengen van die “absoluut gevaarlijke afvalstof” met het verontreinigde hemelwater nooit vergund mogen worden vanwege het mengverbod in de Regeling Europese afvalstoffenlijst.
De rechtbank volgde deze redenering echter niet. Zij keek naar artikel 10.54a Wm (oud), waarin het mengverbod was opgenomen (sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is artikel 10.54a Wm vervallen, en zijn specifieke regels in het Besluit activiteiten leefomgeving opgenomen die in sommige gevallen net als voorheen kunnen leiden tot een vergunningplicht). Twee elementen waren van belang: het mengen van gevaarlijke afvalstoffen is verboden (lid 1), tenzij het bij vergunning is toegestaan (lid 2). Daarmee concludeerde de rechtbank dat ook mengen van “absoluut gevaarlijke afvalstoffen” kan worden vergund. Verder volgde de rechtbank het rapport van de STAB, waardoor de uiteindelijke “gemengde” afvalstroom door de rechtbank als niet gevaarlijk werd aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het eerste tenlastegelegde feit om die reden niet bewezen en sprak de NAM daarvan vrij.
Voor wat betreft de andere 5 tenlastegelegde feiten kwam de rechtbank ook niet tot een bewezenverklaring. Deels omdat niet bewezen kon worden dat het daar om onvergunde afvalstromen ging, en deels omdat niet bewezen kon worden dat het gevaarlijke afvalstoffen betrof. Ook bij de conclusies die de rechtbank ten aanzien van de overige feiten trok waren de bevindingen van de STAB in meer of mindere mate relevant.
Vanzelfsprekend is de uitspraak een forse tegenvaller voor het OM, dat een zeer hoge boete had geëist van EUR 20 miljoen, en ook de beweerdelijke illegale verdiensten van ruim EUR 5,5 miljoen wenste te ontnemen. Het persbericht van het OM waarin de strafeis werd toegelicht was niet mis te verstaan. Zo stelde het OM onder andere:
“De samenleving moet erop kunnen vertrouwen dat een grote en machtige speler als de NAM zich aan de regels houdt. De historie op het gebied van aardgaswinning en de ontwikkelingen daar omheen in de maatschappij, zou aanleiding moeten zijn om een integere en zorgvuldige houding aan te nemen. Uit verschillende tapgesprekken blijkt echter dat daar geen sprake van was bij de leiding van de NAM. Toen mogelijk ook de rol van leidinggevenden in beeld kwam bij het OM, zijn er vanuit de NAM niet succesvolle pogingen gedaan om op het hoogste politieke niveau invloed uit te oefenen.”
Doordat de NAM volledig werd vrijgesproken werd echter geen boete opgelegd, en ook geen voordeel ontnomen.
De rol van de STAB als deskundige in deze strafzaak lijkt van substantieel belang te zijn geweest. Of de STAB in toekomstige strafzaken wederom als deskundige zal optreden moet worden afgewacht. Het is ons niet bekend of het OM in hoger beroep is gegaan. Een nuancering van het eerder uitgevaardigde persbericht hebben we in ieder geval niet aangetroffen.
19 jan 26
19 jan 26
15 jan 26
13 jan 26
13 jan 26
13 jan 26
05 jan 26
31 dec 25
22 dec 25
16 dec 25
16 dec 25
15 dec 25
Met uw inschrijving blijft u op de hoogte van de laatste juridische ontwikkelingen op dit gebied. Vul hieronder uw gegevens in om per e-mail op te hoogte te blijven.
Blijf op de hoogte van de laatste juridische ontwikkelingen in uw sector. Vul hieronder uw gegevens in om op maat gesneden juridische updates en uitnodigingen voor evenementen te ontvangen.
Volgen wat u interessant vindt
Krijg aanbevelingen op basis van uw interesses
{phrase:advantage_3}
{phrase:advantage_4}
We vragen u om uw voor- en achternaam zodat wij die kunnen gebruiken als u zich bijvoorbeeld inschrijft op een Ploum Kennisevent.
Er wordt automatisch een wachtwoord voor u aangemaakt. Zodra uw account is aangemaakt ontvangt u dit wachtwoord in een welkomstmail. U kunt er direct mee inloggen. Dit wachtwoord kunt u indien gewenst ook zelf aanpassen via de wachtwoord vergeten functie.