Nederland betaalt onder protest € 659 miljoen aan Brussel vanwege onenigheid over de afdracht van invoerheffingen op zonnepanelen

02 Dec '20

Auteur(s): Jikke Biermasz, Marijn van Tuijl,

Op 30 november 2020 heeft Minister Hoekstra van Financiën de Najaarsnota 2020 aan de Tweede Kamer toegestuurd[1] met daarin de laatste stand van zaken aangaande uitgaven en inkomsten voor het lopende begrotingsjaar. Het jaar 2020 is vanwege de Corona-crisis op alle fronten, ook financieel, een onvoorspelbaar jaar geweest.

Betaling van circa € 659 miljoen vanwege invoerrechten zonnepanelen

Voor de douanepraktijk is relevant dat de Najaarsnota voor Buitenlandse Zaken op pagina 69 aan de uitgavenkant onder de noemer “Invoerrechten zonnepanelen” een bedrag van maar liefst € 823.8 miljoen vermeldt dat Nederland aan Brussel betaalt. In de toelichtende opmerkingen wordt achtergrondinformatie over deze betaling verschaft. Nederland heeft een conflict met de Europese Commissie over de verschuldigdheid van eigen middelen. De Europese Commissie zou zich op het standpunt stellen dat de Nederlandse douane ten onrechte geen antidumping- en compenserende rechten op bepaalde importen van zonnepanelen heeft (na)gevorderd. De betaling van € 823.8 miljoen aan de EU schatkist die onder voorbehoud en in de hoop op een constructieve dialoog met de Europese Commissie wordt gedaan, wordt deels goedgemaakt door een ontvangst van € 164,8 miljoen voor de vergoeding van perceptiekosten.

Afdrachtplicht EU lidstaten aan Brussel

Heffingen die bij de invoer van goederen uit derde landen in de EU van toepassing (kunnen) zijn, zoals onder meer antidumping- en compenserende rechten op producten van oorsprong of verzonden uit bepaalde landen, zijn zogenoemde ‘eigen middelen’ van de EU. De douaneautoriteiten van de lidstaat waar een invoeraangifte plaatsvindt, heffen en innen deze belastingen van de EU en zijn gehouden deze vervolgens aan Brussel af te dragen. Hier staat een vergoeding van 20% ter dekking van perceptiekosten tegenover. Het geschil met de Europese Commissie lijkt de Nederlandse staat dus effectief circa € 659 miljoen te gaan kosten. Een flinke tegenvaller. Temeer ook omdat de Nederlandse douane zich, sinds de instelling in 2013 van de maatregelen om ongeoorloofde dumping- en subsidiepraktijken met betrekking tot goedkope Chinese zonnepanelen tegen te gaan, zeer actief heeft opgesteld om de maatregelen te handhaven en voor substantiële bedragen navorderingen aan importeurs en, in sommige gevallen ook, logistiek dienstverleners heeft opgelegd. Het zal lastig uit te leggen zijn aan marktdeelnemers die met uitnodigingen tot betaling van de Nederlandse douane zijn geconfronteerd en daarover in slepende procedures verzeild zijn geraakt, dat de Europese Commissie in feite van mening is dat de Nederlandse douane nog veel meer had moeten navorderen. Vanwege nalatigheid op dat punt, krijgt Nederland nu zelf de rekening gepresenteerd.

Verschil van inzicht over de interpretatie van Maleisië en Taiwan verordeningen

Meer specifiek zou tussen Nederland en de Europese Commissie verschil van inzicht bestaan over de juiste uitleg van de ontwijkingsverordeningen die begin 2016 van kracht werden op zonnepanelen en cellen verzonden uit Maleisië en Taiwan.

In 2013 stelde de EU op de invoer van zonnepanelen en cellen van oorsprong of verzonden uit de Volksrepubliek China een antidumping- en antisubsidieheffing in van in totaal 64,9% over de douanewaarde bij invoer[2]. Na verloop van tijd rees het vermoeden dat deze maatregelen op grote schaal via de nabij gelegen landen Maleisië en Taiwan werden ontweken met als gevolg de mogelijke ondermijning van de maatregelen tegen de Chinese zonnepanelenindustrie. Naar aanleiding van een klacht van een in de EU gevestigde producent, werd medio 2015 een onderzoek ingesteld naar ontwijkingspraktijken die door middel van verschepingen via Maleisië en Taiwan zouden plaatsvinden en destijds werd ook een registratieplicht ingesteld. Dit onderzoek resulteerde in februari 2016 in de uitbreiding van de definitieve anti-dumping- en antisubsidierechten op Chinese zonnepanelen en cellen tot zonnepanelen en cellen verzonden uit Maleisië en Taiwan, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit die landen, met uitzondering van zonnepanelen en cellen afkomstig van vrijgestelde ondernemingen.[3]

Verzonden uit...

Over de interpretatie van deze uitbreidingsmaatregelen zouden Nederland en de Europese Commissie naar verluidt dus van mening verschillen. Het zou dan gaan om gevallen waarin uit cellen van oorsprong uit Maleisië of Taiwan in andere derde landen, zoals Mexico, Vietnam of India, zonnepanelen vervaardigd werden en die zonnepanelen na fabricage ook vanuit die andere derde landen naar de EU werden verzonden om voor het vrije verkeer aan te worden gegeven. Op zich is de heersende leer dat de fotovoltaïsche cellen de oorsprong van zonnepanelen bepalen. Daar gaat het hier echter niet om. De uitbreidingsmaatregelen zijn in dergelijke gevallen evident niet van toepassing. Bij de toepassing daarvan gaat het immers niet zozeer om de oorsprong, maar om de uitleg van het begrip “verzonden uit”. Aangezien de zonnepanelen na fabricage in Mexico, Vietnam of India vanuit die landen naar de EU werden verzonden, kunnen zij niet worden beschouwd als vanuit Maleisië of Taiwan naar de EU verzonden zonnepanelen.

In de uitbreidingsverordeningen zijn de begrippen ‘verzending’ of ‘verzonden uit’ niet gedefinieerd. Ook in het Douanewetboek van de Unie en de daarop gebaseerde verordeningen is geen duidelijke begripsomschrijving opgenomen. In de toelichting op het Enig Document bij vak 15[4] is wel de aanwijzing te vinden dat als het land van verzending c.q. van uitvoer heeft te gelden het derde land van waaruit de goederen aanvankelijk naar de EU werden verzonden, tenzij er sprake is van een handelstransactie, zoals verkoop of veredeling, dan wel in het geval dat in een tussenliggend land een niet (enkel) aan het vervoer van de goederen gerelateerd oponthoud heeft plaatsgevonden. Kortom, als er wel een handelstransactie heeft plaatsgevonden, of een oponthoud in een tussenliggend land, dat niet enkel verband hield met het vervoer van de goederen, dan is het tussenliggende land dus het land van verzending. Uiteraard zal een en ander van geval tot geval moeten worden beoordeeld. Echter, aan het fabriceren in Mexico, Vietnam of India van zonnepanelen uit Maleise of Taiwanese cellen, zal in het algemeen een handelstransactie ten grondslag liggen. Bovendien is sprake van een niet-transport gerelateerd oponthoud. Ik denk dat als het om deze zaken gaat, Nederland inderdaad een punt heeft. Er was geen juridische basis om invoerheffingen (na) te vorderen en dus ook niet om deze af te dragen. Maar de Europese Commissie denkt daar dus anders over.

Mogelijke inbreukprocedure bij Hof van Justitie

Minister Hoekstra zou advies van de Landsadvocaat hebben ingewonnen en hoopt aan de hand daarvan eerst nog in dialoog met de Commissie te gaan voordat een inbreukprocedure bij het Hof van Justitie wordt gestart om te bepalen wie het bij het rechte eind heeft.

Toch nog een nieuwe ontwikkeling in het zonnepanelen-dossier

De maatregelen tegen Chinese zonnepanelen zijn in september 2018 komen te vervallen. Maar dit is dan toch nog weer een uiterst interessante wending in het inmiddels roemruchte zonnepanelen-dossier, na vele procedures over vermeende eenvoudige oorsprongsfraudes, verdenkingen van ontwijkingspraktijken en besluiten tot intrekking van de deelname van bepaalde Chinese fabrikanten/exporteurs aan de Minimum Invoer Prijs overeenkomst al dan niet met de ongeldigverklaring van verbintenisfacturen. Verrassend is ook dat de Nederlandse overheid ditmaal een rol speelt die in feite contrair is aan de rol die de douane normaliter in nationale procedures vervult. Nederland verdedigt in deze zaak immers dat de ontwijkingmaatregelen niet van toepassing zijn en dat daarom van verschuldigdheid van invoerheffingen en de afdracht daarvan geen sprake kan zijn. Ik ben benieuwd of de standpunten van Nederland nog interessante perspectieven gaan opleveren voor nationale douaneprocedures.

 

Voetnoten

[1] Najaarsnota 2020 | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl

[2] Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 1239/2013 respectievelijk nr. 1238/2013.

[3] Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 2016/185 respectievelijk nr. 2016/184.

[4] Bijlage 18 bij Verordening (EU) 2016/341.

Reageer op dit artikel

Wilt u reageren op dit artikel? Inloggen of maak een Mijn Ploum account aan om uw reactie te plaatsen


Stel direct een vraag

Inschrijven nieuwsbrief

Persoonlijke gegevens

 

Bedrijfsgegevens

Meer informatie over hoe we uw persoonlijke gegevens gebruiken, kunt u lezen in ons Privacy statement. U kunt uw voorkeuren altijd wijzigen via de link ‘Wijzig uw gegevens' of u afmelden via de link ‘Afmelden'. Deze links vindt u onderaan ieder bericht dat u van Ploum ontvangt.

* Verplicht in te vullen velden.

Geïnteresseerd in

Account aanmaken

Haal alles uit Ploum.nl. Binnen een minuut geregeld.

Ik heb al een account

Voordelen Mijn Ploum

  • Volgen wat u interessant vindt
  • Krijg aanbevelingen op basis van uw interesses
  • Snel inschrijven op kennisevents en Ploum Academy
  • Vraag en antwoord mogelijkheden gebruiken bij artikelen

Account aanmaken

Haal alles uit Ploum.nl. Binnen een minuut geregeld.

*Verplicht in te vullen velden.

Ik heb al een account

Voordelen Mijn Ploum

Volgen wat u interessant vindt

Krijg aanbevelingen op basis van uw interesses

Snel inschrijven op kennisevents en Ploum Academy

Reacties op artikelen plaatsen


Waarom vragen we uw naam?

We vragen u om uw voor- en achternaam zodat wij die kunnen gebruiken als u zich bijvoorbeeld inschrijft op een Ploum Kennisevent.

Wachtwoord

Er wordt automatisch een wachtwoord voor u aangemaakt. Zodra uw account is aangemaakt ontvangt u dit wachtwoord in een welkomstmail. U kunt er direct mee inloggen. Dit wachtwoord kunt u indien gewenst ook zelf aanpassen via de wachtwoord vergeten functie.