13 jul '26
De vakantieperiode is voor veel organisaties een drukke tijd. Vakantieaanvragen moeten worden beoordeeld, bezettingen op peil gehouden en soms worden werktijden of roosters aangepast om de continuïteit van het werk te waarborgen. Juist daarom is dit een mooi moment om eens te kijken naar de vraag: welke rol speelt de ondernemingsraad (OR) eigenlijk bij vakantie-, verlof- en arbeidstijdenbeleid?
Het antwoord is te vinden in artikel 27 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Dat artikel geeft de OR instemmingsrecht bij een aantal belangrijke regelingen, waaronder regelingen over vakantie en verlof.
Artikel 27 lid 1 onder b WOR bepaalt dat de ondernemer de instemming van de OR nodig heeft voor de vaststelling, wijziging of intrekking van een arbeids- en rusttijdenregeling of een vakantieregeling.
Daaronder vallen bijvoorbeeld regelingen over:
Het gaat daarbij om algemeen beleid, dat herhaaldelijk toepasbaar is op een groep werknemers. Een individuele beslissing – zoals het afwijzen van één vakantieaanvraag of het incidenteel wijzigen van het rooster van een werknemer – valt dus niet onder het instemmingsrecht.
In de praktijk bestaat hierover regelmatig discussie. De OR heeft namelijk geen instemmingsrecht over primaire arbeidsvoorwaarden. Het aantal vakantiedagen waar werknemers recht op hebben, wordt in de rechtspraak gezien als zo'n primaire arbeidsvoorwaarde. Anders ligt dat bij de manier waarop, en de periode waarin, vakantie binnen de organisatie kan worden opgenomen of gepland. Juist die organisatorische afspraken kunnen wél onder artikel 27 WOR vallen.
De afgelopen jaren hebben verschillende kantonrechters verduidelijkt hoe artikel 27 WOR moet worden toegepast in discussies over vakantie, arbeidstijd en rusttijd.
Een interessante uitspraak is die van de rechtbank Gelderland uit 2021 over Recticel. Deze werkgever wilde flexibel kunnen op- en afschalen tussen twee- en drieploegendiensten, afhankelijk van de productiebehoefte. De kantonrechter stelde vast dat zo'n besluit inderdaad een arbeids- en rusttijdenregeling is in de zin van artikel 27 WOR. Toch hoefde de werkgever in dit geval geen instemming van de OR te vragen, omdat de toepasselijke ondernemingscao hierover al een uitputtende regeling bevatte. De rechter maakte daarbij wel duidelijk dat het instemmingsrecht weer herleeft zodra zo'n cao-regeling ontbreekt.
Een ander voorbeeld is de uitspraak over Qbuzz uit 2024. Daar weigerde de OR in te stemmen met nieuwe dienstroosters omdat deze volgens hem in strijd waren met de cao. De kantonrechter gaf de OR gelijk en wees het verzoek om vervangende toestemming af. Een OR kan dus goede gronden hebben om instemming te weigeren, wanneer een roosterregeling niet voldoet aan cao-afspraken of de belangen van werknemers onvoldoende beschermt.
Ook de iets oudere Rijkswaterstaat-uitspraak uit 2015 is relevant. Daar ging het om norm- of jaarroosters voor een groep werknemers. De kantonrechter oordeelde dat zulke roosters de structurele basis vormen voor het werkpatroon en daarom kunnen kwalificeren als een arbeids- en rusttijdenregeling in de zin van artikel 27 WOR. Daarbij maakte de rechter onderscheid tussen het normrooster zelf en de concrete maand- of dagroosters die daaruit voortvloeien. Voor het normrooster kan instemming van de OR nodig zijn, omdat dit een duurzame en herhaalbare regeling is. Voor de latere concrete invulling binnen die kaders – de maandroosters en dagroosters – is niet steeds opnieuw instemming vereist.
Voor ondernemingsraden is het bij wijzigingen in vakantie- of werktijdenbeleid verstandig om steeds drie vragen te stellen:
Voor bestuurders geldt hetzelfde. Een regeling die zonder de vereiste instemming wordt ingevoerd, loopt het risico dat de OR de nietigheid van het besluit inroept. Dat kan uiteindelijk leiden tot een procedure bij de kantonrechter.
Hoewel vakantiebeleid in de zomer extra zichtbaar is, speelt artikel 27 WOR het hele jaar door een belangrijke rol. Denk aan wijzigingen in ploegendiensten, invoering van nieuwe roosters, aanpassingen in verlofregelingen of afspraken over werktijden. De rode draad in de rechtspraak is duidelijk: zodra een werkgever structurele regels vaststelt over wanneer en hoe werknemers werken of vakantie opnemen, is het verstandig tijdig na te gaan of instemming van de OR vereist is. Dat voorkomt juridische discussies én draagt meestal bij aan beter gedragen beleid.
Vragen over de WOR of het instemmingsrecht? Ons team Arbeidsrecht staat de hele zomer voor u klaar. Neem gerust contact op, of schrijf u in voor onze nieuwsbrief!
30 jul 26
30 jul 26
24 jul 26
17 jul 26
16 jul 26
13 jul 26
09 jul 26
07 mei 26
07 mei 26
04 mei 26
01 mei 26
28 apr 26
Met uw inschrijving blijft u op de hoogte van de laatste juridische ontwikkelingen op dit gebied. Vul hieronder uw gegevens in om per e-mail op te hoogte te blijven.
Blijf op de hoogte van de laatste juridische ontwikkelingen in uw sector. Vul hieronder uw gegevens in om op maat gesneden juridische updates en uitnodigingen voor evenementen te ontvangen.
Volgen wat u interessant vindt
Krijg aanbevelingen op basis van uw interesses
{phrase:advantage_3}
{phrase:advantage_4}
We vragen u om uw voor- en achternaam zodat wij die kunnen gebruiken als u zich bijvoorbeeld inschrijft op een Ploum Kennisevent.
Er wordt automatisch een wachtwoord voor u aangemaakt. Zodra uw account is aangemaakt ontvangt u dit wachtwoord in een welkomstmail. U kunt er direct mee inloggen. Dit wachtwoord kunt u indien gewenst ook zelf aanpassen via de wachtwoord vergeten functie.