Arbitrale vonnissen in consumentenzaken: de voorzieningenrechter als beschermengel

Voeg toe aan Mijn interesses

15 Nov '19

Auteur(s): Suzanne Poutsma, Dorine ten Brink,

Op 8 november 2019 heeft de Hoge Raad antwoord gegeven op prejudiciële vragen over de tenuitvoerlegging van arbitrale vonnissen in consumentenzaken.[1] Deze prejudiciële vragen betreffen de rol van de rechter indien hem om toestemming wordt gevraagd een arbitraal vonnis tegen een consument ten uit voer te leggen: moet de rechter ambtshalve, dat wil zeggen ook als de consument daar niet om vraagt, beoordelen of voldaan is aan bepaalde regels die consumenten beschermen? Het antwoord daarop is “ja” en dat is goed nieuws voor consumenten.  

Arbitrage

Arbitrage is een vorm van particuliere geschilbeslechting. Een arbiter is een particuliere rechter, die door partijen is aangewezen, en dus niet een overheidsrechter. De bevoegdheid van de arbiter om over een geschil te beslissen berust op een afspraak tussen partijen. De afspraak voor arbitrage wordt vastgelegd in een arbitraal beding. Arbitrale bedingen komen veel voor in algemene voorwaarden, de “kleine lettertjes”. Keuze voor arbitrage betekent dat afstand wordt gedaan van het (grondwettelijk) recht op toegang tot de overheidsrechter. Voor de tenuitvoerlegging van een arbitraal vonnis moet toestemming worden gekregen van de voorzieningenrechter.  

De zaak

Stichting Intermaris heeft tegen een consument een procedure gevoerd voor het scheidsgerecht Stichting Arbitrage Rechtspraak Nederland. Inzet van de procedure was de betaling van een huurachterstand. De consument is in de procedure niet verschenen, zodat het scheidsgerecht de vordering bij verstek heeft toegewezen.  

Verlof

Anders dan een vonnis van de overheidsrechter, kan een arbitraal vonnis niet zonder meer ten uitvoer worden gelegd. Daarvoor is verlof tot tenuitvoerlegging van de voorzieningenrechter nodig: de zogeheten exequaturprocedure (artikel 1062 lid 1 Rv). Omdat Stichting Intermaris het arbitrale vonnis ten uitvoer wil leggen, heeft zij de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam verzocht dit verlof te verlenen. Verlof kan in beginsel slechts op beperkte gronden worden geweigerd. De voorzieningenrechter mag het gevraagde verlof alleen weigeren indien de voorzieningenrechter na summierlijk onderzoek is gebleken dat aannemelijk is dat het vonnis zal worden vernietigd op een van de gronden genoemd in artikel 1065 lid 1 Rv. Dat is het geval indien een geldige arbitrageovereenkomst ontbreekt, of wanneer het vonnis, of de wijze waarop dit tot stand kwam, in strijd is met de openbare orde. Het is echter de vraag hoe dit summiere onderzoek door de voorzieningenrechter zich verhoudt tot de verplichting voor de Nederlandse rechter om ambtshalve te toetsen of voldaan is aan Europese en nationale regels op het gebied van consumentenrecht. Daarbij moet onder meer gedacht worden aan artikel 6:236, aanhef en onder n BW. Op grond van dit artikel in de wettelijke algemene-voorwaarden-regeling is een beding dat erin voorziet in de beslechting van een geschil door een ander dan de rechter die volgens de wet bevoegd zou zijn, onredelijk bezwarend is, tenzij het beding de wederpartij een termijn gunt van tenminste een maand om voor beslechting van het geschil door de volgens de wet bevoegde rechter te kiezen. Deze bepaling is bedoeld om te ervoor te zorgen dat consumenten de toegang tot de gewone rechter (de overheidsrechter) niet te gemakkelijk kan worden ontnomen. Verder moet gedacht worden aan de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten.   Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap heeft ruim 10 jaar geleden – in zijn arrest van 4 juni 2009[2] - al overwogen dat de Richtlijn betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten, die tot doel heeft de consumentenbescherming te versterken, een maatregel vormt die onontbeerlijk is voor de verbetering van de levensstandaard en van de kwaliteit van het bestaan binnen de Europese Gemeenschap. Met andere woorden: het belang van de Richtlijn kan moeilijk onderschat worden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter betekent dit dat een arbitraal vonnis waarin de Richtlijn niet of op onjuiste wijze is toegepast, wat betreft zijn inhoud kennelijk in strijd is met de Nederlandse openbare orde in de zin van artikel 1063 Rv. Dit zou meebrengen dat de voorzieningenrechter ambtshalve moet toetsen of de arbiter de Richtlijn ambtshalve (uit zichzelf) en juist heeft toegepast.  

Prejudiciële vragen

Gelet op het bovenstaande besluit de voorzieningenrechter, voordat hij over het verzoek om verlof tot tenuitvoerlegging beslist, prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. Een prejudiciële vraag is een rechtsvraag van een rechter aan een hoger gerecht (bijvoorbeeld – zoals in dit geval – aan de Hoge Raad der Nederlanden) betreffende de uitleg van een rechtsregel. In deze zaak betreffen de prejudiciële vragen betreffen kort gezegd of de rechter bij een verzoek tot het verlenen van verlof voor de tenuitvoerlegging van een arbitraal vonnis, verplicht is ambtshalve te beoordelen of is voldaan aan bepaalde regels van zowel Europees als nationaal consumentenrecht.  

Uitspraak van de Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelt – kort gezegd – dat de voorzieningenrechter die een verzoek om toestemming tot tenuitvoerlegging van een arbitraal vonnis in een consumentenzaak beoordeelt, verplicht is om ambtshalve na te gaan of:

  • (i) het arbitrale beding oneerlijk is in de zin van het Europese consumentenrecht;
  • (ii) het beding op grond waarvan de vordering tegen de consument in het arbitrale vonnis is toegewezen oneerlijk is in de zin van het Europese consumentenrecht;
  • (iii) het arbitrale beding de consument een termijn gunt van ten minste een maand om er alsnog voor te kiezen dat het geschil aan de overheidsrechter wordt voorgelegd; en of
  • (iv) de consument daadwerkelijk de in het arbitrale beding opgenomen termijn van ten minste een maand is gegund.

 

Gevolg

Als de voorzieningenrechter na ambtshalve onderzoek tot de conclusie komt dat het aannemelijk is dat het arbitrale beding of het beding waarop de vordering is gebaseerd oneerlijk is of dat de consument niet voldoende bedenktijd is gegund om alsnog voor de overheidsrechter te kiezen, dan zal de voorzieningenrechter in beginsel het verlof tot tenuitvoerlegging moeten weigeren. Dat heeft tot gevolg dat het arbitrale vonnis tegen de consument niet ten uitvoer kan worden gelegd. De voorzieningenrechter heeft dus een belangrijke poortwachterfunctie en is er om er op toe te zien dat de rechten van de consumenten goed en effectief worden beschermd.  

Wij helpen u graag

Wilt u meer weten over het bovenstaande onderwerp? Neem dan contact op met Dorine ten Brink of Suzanne Poutsma. [1] Zie: Hoge Raad 8 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1731. [2] Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen 4 juni 2009, ECLI:EU:C:2009:350, (Pannon).

Reageer op dit artikel

Wilt u reageren op dit artikel? Inloggen of maak een Mijn Ploum account aan om uw reactie te plaatsen


Blijf op de hoogte

Voeg deze interesses toe aan Mijn Ploum.

Stel direct een vraag

Inschrijven nieuwsbrief

Persoonlijke gegevens

 

Bedrijfsgegevens

Meer informatie over hoe we uw persoonlijke gegevens gebruiken, kunt u lezen in ons Privacy statement. U kunt uw voorkeuren altijd wijzigen via de link ‘Wijzig uw gegevens' of u afmelden via de link ‘Afmelden'. Deze links vindt u onderaan ieder bericht dat u van Ploum ontvangt.

* Verplicht in te vullen velden.

Geïnteresseerd in

Account aanmaken

Haal alles uit Ploum.nl. Binnen een minuut geregeld.

Ik heb al een account

Voordelen Mijn Ploum

  • Volgen wat u interessant vindt
  • Krijg aanbevelingen op basis van uw interesses
  • Snel inschrijven op kennisevents en Ploum Academy
  • Vraag en antwoord mogelijkheden gebruiken bij artikelen

Account aanmaken

Haal alles uit Ploum.nl. Binnen een minuut geregeld.

*Verplicht in te vullen velden.

Ik heb al een account

Voordelen Mijn Ploum

Volgen wat u interessant vindt

Krijg aanbevelingen op basis van uw interesses

Snel inschrijven op kennisevents en Ploum Academy

Reacties op artikelen plaatsen


Waarom vragen we uw naam?

We vragen u om uw voor- en achternaam zodat wij die kunnen gebruiken als u zich bijvoorbeeld inschrijft op een Ploum Kennisevent.

Wachtwoord

Er wordt automatisch een wachtwoord voor u aangemaakt. Zodra uw account is aangemaakt ontvangt u dit wachtwoord in een welkomstmail. U kunt er direct mee inloggen. Dit wachtwoord kunt u indien gewenst ook zelf aanpassen via de wachtwoord vergeten functie.