19 jan '26
Over tariefindeling, procederen tegen de BTI-beschikking en vertrouwen
Een bindende tariefinlichting (BTI) vraagt men aan om (rechts)zekerheid te krijgen over de tariefindeling van goederen. Die zekerheid kan echter anders uitpakken dan gehoopt. In een recente uitspraak van 28 oktober 2025, (ECLI:NL:GHAMS:2025:3337) maakt de meervoudige douanekamer van het Gerechtshof Amsterdam duidelijk dat vertrouwen in de juistheid van een bepaalde tariefpost voor een laadtoestel voor elektrische auto’s, dat bij de belanghebbende had postgevat naar aanleiding van een eerder verzoek om terugbetaling, niet zonder meer wordt gehonoreerd bij de tariefindeling in een BTI. Dat zet het verband tussen historisch vertrouwen en BTI-beschikkingen onder spanning. Jikke Biermasz bespreekt de uitspraak.
De bindende tariefinlichting is in het douanerecht hét instrument om vooraf zekerheid te verkrijgen over de tariefindeling van goederen. Die zekerheid is van groot belang voor ondernemingen: zij werkt door in kostprijs, contracten, supply chains en is relevant bij compliance-vraagstukken.
Die zekerheid is echter niet noodzakelijkerwijs de zekerheid waarop de aanvrager hoopt. Een BTI kan ook leiden tot een voor de onderneming ongunstige, maar juridisch vaststaande indeling. In dat geval is procederen tegen de BTI-beschikking geen vreemde stap, maar een logisch gevolg van de rechtsbescherming die de wet biedt.
In de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 28 oktober 2025, gepubliceerd op 19 december 2025 komt dit spanningsveld scherp naar voren. De zaak laat zien hoe zekerheid, vertrouwen en tarieftechniek zich tot elkaar verhouden in de BTI-aanvraag, de beschikking en een daarop volgende beroepsprocedure en waarom een BTI geen bevestiging is van wat in het verleden aan vertrouwen heeft postgevat.
Belanghebbende had bij de Douane een BTI aangevraagd voor een elektrisch laadstation voor voertuigen (in de uitspraak aangeduid als laadtoestel). Het product is technisch complex en vervult meerdere functies, waardoor de tariefindeling niet op voorhand vaststond. In de aanvraag verdedigde belanghebbende een indeling die aansloot bij haar eigen indelingsopvatting en eerdere ervaringen bij een verzoek om terugbetaling van douanerechten.
De Douane gaf een BTI af, maar kende aan het product een andere GN-goederencode toe dan door belanghebbende was gevraagd. Die indeling had voor belanghebbende ongunstige gevolgen. Belanghebbende maakte dan ook bezwaar tegen de BTI-beschikking. Nadat het bezwaar ongegrond was verklaard, stelde zij beroep in bij de Rechtbank Noord-Holland en vervolgens hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam.
De BTI had betrekking op een elektrisch laadtoestel dat is ontworpen om een elektrische auto via de netaansluiting van een woning of bedrijfspand op te laden met wisselstroom (AC). Het toestel wordt aangesloten op een aparte groep in de meterkast en via een laadkabel verbonden met het voertuig.
De bediening vindt plaats via een smartphone-app. Het toestel staat daartoe via 4G, LAN of WiFi in verbinding met het internet. De gebruiker kan het laden starten, laadschema’s instellen (bijvoorbeeld ’s nachts of bij lage stroomprijzen) en informatie over het laadproces aflezen op een display aan de voorzijde. Daarnaast zorgt het laadtoestel ervoor dat de maximale capaciteit van de netaansluiting niet wordt overschreden, om schade aan zekeringen te voorkomen (zogenoemd belastingbeheer).
Belanghebbende betoogde — overigens pas in hoger beroep — primair dat het laadtoestel meerdere functies vervult, waarvan stroombeveiliging de hoofdfunctie zou zijn. Het toestel zou daarom moeten worden ingedeeld onder GN-post 8536, meer in het bijzonder onder GN-postonderverdeling 8536 3010 (toestellen voor het beveiligen tegen elektrische stroom).
De Douane stelde zich op het standpunt dat het laadtoestel één duidelijke functie heeft: het opladen van elektrische voertuigen. Het belastingbeheer is slechts een ondersteunend onderdeel daarvan. Bovendien is het toestel naar zijn aard en complexiteit niet vatbaar voor indeling onder post 8536.
Het hof volgt de Douane. Het oordeelt dat het laadtoestel slechts één functie vervult, namelijk het opladen van elektrische voertuigen. Het belastingbeheer is daar slechts een klein onderdeel van. Indien het de gebruiker primair te doen zou zijn om het beschermen van de netaansluiting, zou hij eenvoudig kunnen afzien van het gebruik van het laadtoestel.
Daarnaast acht het hof indeling onder post 8536 uitgesloten vanwege de aard van het product. Post 8536 ziet op eenvoudige toestellen, zoals zekeringen, schakelaars, relais, stekkers en draadverbindingsklemmen. Het laadtoestel bevat daarentegen veel meer onderdelen, waaronder meerdere printed circuit boards met een groot aantal componenten. Daarmee past het niet binnen de reikwijdte van post 8536.
Bij deze stand van zaken is tussen partijen niet langer in geschil dat indeling dient plaats te vinden onder GN-post 8537. Het hof acht indeling in die post juist. Het laadtoestel bestaat uit een kunststof kast en is voorzien van onder meer relais, een contactdoos en draadverbindingsklemmen. Het dient voor de elektrische bediening van het laadproces en voldoet daarmee aan de bewoordingen van post 8537. Indeling onder restpost 8543 is daarom niet aan de orde.
Vervolgens resteert de vraag welke GN-postonderverdeling van post 8537 van toepassing is. De Douane stelde zich op het standpunt dat het laadtoestel moest worden ingedeeld onder GN-postonderverdeling 8537 1091, terwijl belanghebbende pleitte voor GN-postonderverdeling 8537 10 98. Het geschil spitste zich toe op de vraag of het laadtoestel beschikt over een “programmeerbaar geheugen” als genoemd in postonderverdeling 8537 1091.
Het hof beantwoordt die vraag bevestigend. Uit de stukken blijkt dat het toestel is voorzien van firmware die door middel van updates kan worden gewijzigd. De gebruikershandleiding vermeldt expliciet dat de app een update-menu bevat waarmee de gebruiker firmware-updates kan uitvoeren. Daarmee staat vast dat het laadtoestel beschikt over een programmeerbaar geheugen in de zin van GN-postonderverdeling 8537 1091.
Het hof concludeert dus dat de BTI voor de juiste GN-onderverdeling is afgegeven.
Het gerechtshof verwerpt het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel en stelt voorop dat de Douane niet gehouden is een bindende tariefinlichting af te geven voor een goederencode die zij onjuist acht. Ook indien bij de belanghebbende in het verleden vertrouwen is ontstaan over de juistheid van een bepaalde tariefindeling, kan dat vertrouwen niet leiden tot de afgifte van een BTI die in strijd zou komen met een correcte toepassing van het douanerecht. Het gerechtshof sluit hiermee expliciet aan bij de vaste rechtspraak van het Hof van Justitie, met name het arrest Timmermans Transport & Logistics en Hoogenboom Production Ltd. van 22 januari 2004 (gevoegde zaken C-133/02 en C-134/02), waarin is geoordeeld dat douaneautoriteiten een reeds afgegeven BTI mogen intrekken wanneer zij hun interpretatie van de toepasselijke tariefbepalingen wijzigen.
Daarnaast wijst het gerechtshof erop dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat in deze zaak geen sprake was van een precieze, onvoorwaardelijke en overeenstemmende toezegging. Belanghebbende zou zich wellicht met recht op het vertrouwensbeginsel kunnen beroepen als de Douane door precieze, onvoorwaardelijke en overeenstemmende toezegging gegronde verwachtingen zou hebben gewekt. Maar dat was dus niet het geval.
Een BTI is een beschikking in de zin van het Douanewetboek van de Unie en staat open voor een beroep in de zin van artikel 44 DWU. Dat houdt in dat eerst een heroverweging van de Douane in de bezwaarfase plaatsvindt en daarna zo nodig toetsing door de onafhankelijke gespecialiseerde rechter in beroep volgt. Daarna kan nog hoger beroep volgen, zoals in deze zaak, en eventueel cassatie. De rechter toetst daarbij vol of de tariefindeling die in de BTI-beschikking aan het product is toegekend door de Douane, juist is. De beoordeling vindt plaats aan de hand van:
Commerciële benamingen, beoogd gebruik of historische praktijk zijn daarbij niet doorslaggevend.
De uitspraak laat zien dat een BTI geen bevestiging is van eerdere ervaringen in de praktijk. Dat bij eerdere aangiften of controles een bepaalde indeling is gevolgd, betekent niet dat die indeling juridisch juist was of moet worden bestendigd.
Het hof maakt duidelijk dat een BTI een autonome en nieuwe beoordeling vergt. Vertrouwen dat in het verleden aan een bepaalde tariefpost is ontleend, wordt niet zonder meer gehonoreerd wanneer de Douane tot het oordeel komt dat een andere indeling objectief juist is. Correcte toepassing van het Unierecht prevaleert boven continuïteit van praktijk.
De uitspraak bevat enkele duidelijke lessen voor de praktijk.
De uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 28 oktober 2025 laat zien dat de BTI een krachtig, maar scherp instrument is. Zij biedt zekerheid, maar niet per se de gewenste. Vertrouwen uit het verleden wordt er niet automatisch door bevestigd en de Douane mag haar koers herzien.
Wie een BTI aanvraagt, vraagt dus niet alleen om zekerheid van de Douane, maar moet ook zelf overtuigd zijn van de juistheid van zijn indelingspositie en bereid zijn die zo nodig te verdedigen in een beroepsprocedure.
Deze uitspraak is illustratief voor de vragen die in de douanepraktijk met enige regelmaat spelen bij BTI-aanvragen. Ondernemingen bouwen in de loop der jaren vaak een zekere mate van vertrouwen op in een gevolgde tariefindeling, bijvoorbeeld naar aanleiding van eerdere aangiften, controles of verzoeken om terugbetaling. Een BTI-aanvraag kan dat vertrouwen bevestigen en resulteren in rechtszekerheid ten aanzien van de indeling van goederen. Echter, keerzijde van die zekerheidsmedaille is dat een BTI-aanvraag dat vertrouwen ook expliciet ter discussie kan stellen en zelfs kan doorbreken.
Binnen de douanepraktijk van Ploum begeleiden Jikke Biermasz en Arjan Wolkers en hun teamleden ondernemingen regelmatig bij dit soort trajecten. Daarbij staat steeds de vraag centraal of een BTI strategisch verstandig is, juist wanneer sprake is van historisch gegroeide indelingspraktijken. Deze uitspraak onderstreept dat een BTI niet alleen zekerheid kan brengen, maar ook spanning kan oproepen tussen historisch gegroeid vertrouwen en een hernieuwde tariefrechtelijke beoordeling. Voor de praktijk bevestigt dit dat een BTI-aanvraag zorgvuldige voorbereiding vergt en dat het essentieel is vooraf kritisch te toetsen of het eigen indelingsstandpunt bestand is tegen een volledige rechterlijke toets. Mocht u vragen hebben over tariefindeling of BTI-aanvragen, dan kunt u contact opnemen.
Contact
19 jan 26
19 jan 26
15 jan 26
13 jan 26
13 jan 26
13 jan 26
05 jan 26
31 dec 25
22 dec 25
16 dec 25
16 dec 25
15 dec 25
Met uw inschrijving blijft u op de hoogte van de laatste juridische ontwikkelingen op dit gebied. Vul hieronder uw gegevens in om per e-mail op te hoogte te blijven.
Blijf op de hoogte van de laatste juridische ontwikkelingen in uw sector. Vul hieronder uw gegevens in om op maat gesneden juridische updates en uitnodigingen voor evenementen te ontvangen.
Volgen wat u interessant vindt
Krijg aanbevelingen op basis van uw interesses
{phrase:advantage_3}
{phrase:advantage_4}
We vragen u om uw voor- en achternaam zodat wij die kunnen gebruiken als u zich bijvoorbeeld inschrijft op een Ploum Kennisevent.
Er wordt automatisch een wachtwoord voor u aangemaakt. Zodra uw account is aangemaakt ontvangt u dit wachtwoord in een welkomstmail. U kunt er direct mee inloggen. Dit wachtwoord kunt u indien gewenst ook zelf aanpassen via de wachtwoord vergeten functie.