Cessie van niet of moeilijk te innen vorderingen

02 sep '21

Auteur(s): Joost Kool, Lucas Lustermans,

De Hoge Raad heeft onlangs een arrest gewezen (HR 9 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1101) dat van belang kan zijn voor partijen die (periodiek) vorderingen overdragen. Zie voor een eerdere nieuwsbrief die in dat kader relevant zou kunnen zijn onze eerdere nieuwsbrief almede onze eerdere nieuwsbrief over de overdracht van vorderingen in het algemeen.  

Achtergrond

Het betreft de situatie waarin Vodafone Libertel B.V. (Vodafone) vorderingen op consumenten die volgen uit overeenkomsten op basis waarvan die consumenten een telefoonabonnement afnamen en tevens een ‘gratis’ toestel ter beschikking werd gesteld op wekelijkse basis over heeft gedragen aan Hoist Finance AB (Hoist) tegen betaling door Hoist van 50% van de nominale waarde van de betreffende vorderingen. De cessie van de vorderingen dient Hoist te aanvaarden, tenzij sprake is van een van de specifieke situaties die in de cessieovereenkomst zijn opgenomen. Indien blijkt dat een van die situaties zich voordoet nadat de cessie van de betreffende vordering is voltooid, heeft Hoist (mits zij daarvan tijdig gebruik maakt) op grond van de cessieovereenkomst de mogelijkheid om die betreffende vordering terug over te dragen aan Vodafone. Hoist, gespecialiseerd in het verwerven van schulden en in schuldmanagement van met name consumenten met betalingsachterstanden, heeft de incasso van de van Vodafone verkregen vorderingen uitbesteed aan een deurwaarderskantoor.

In het kader van de vorderingen die worden overgedragen is van belang dat de Hoge Raad over dergelijke overeenkomsten zoals die tussen Vodafone en de consumenten zijn overeengekomen eerder heeft geoordeeld (zie: HR 13 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1385) dat op dergelijke overeenkomsten de wettelijke regels inzake consumentenkrediet en koop op afbetaling zijn en dat, wanneer een dergelijke overeenkomst in strijd is met die regels, de consument die overeenkomst zal kunnen vernietigen en dat die vernietigingsmogelijkheid dan wel het niet van kracht zijn geworden alleen ziet op het gedeelte van de overeenkomst dat betrekking heeft op het toestel (en dus niet op het telefoonabonnement). Van belang is verder dat de Hoge Raad eerder ook al heeft geoordeeld (zie: HR 12 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:236) dat de rechter de bepalingen die van toepassing zijn op koop op afbetaling ambtshalve moet toepassen.

Hoist stelt zich in deze zaak op het standpunt dat de gecedeerde vorderingen niet bestaan omdat de rechter (zo nodig ambtshalve) kan oordelen dat de overeenkomsten geen rechtsgevolgen hebben en dat Vodafone daardoor tekortschiet in de nakoming van de cessieovereenkomst. Hoist stelt zich daarnaast op het standpunt dat de vorderingen non-conform zijn (oftewel: dat de vorderingen niet beantwoorden aan de cessieovereenkomst) omdat de onderliggende overeenkomsten kunnen worden vernietigd.

Overwegingen

De Hoge Raad concludeert onder andere dat de klacht van Hoist niet tot cassatie kan leiden voor zover die klacht is gebaseerd op het standpunt dat de gecedeerde vorderingen niet bestaan. De Hoge Raad overweegt in dat kader dat Hoist in eerste aanleg en in hoger beroep onvoldoende heeft betwist (i) dat telkens een vordering op een consument aan Hoist is overgedragen, welke vordering bestaat uit twee delen, te weten (a) een gedeelte dat ziet op kosten voor het telefoonabonnement en (b) een gedeelte dat ziet op de kosten voor de afkoop van het toestel, (ii) dat steeds hoe dan ook het deel van de overeenkomst tussen Vodafone en de consument dat betrekking heeft op de kosten voor het telefoonabonnement in stand blijft (zij het dat de waarde van die vordering mogelijk lager is dan de nominale waarde ervan) en (iii) dat dus voor elke overeenkomst tussen Vodafone en de consument hoe dan ook een bestaande vordering is overgedragen, te weten de vordering die ziet op het gedeelte dat ziet op de kosten voor het telefoonabonnement.

De Hoge Raad gaat vervolgens in op de standpunten van Hoist die betrekking hebben op de non-conformiteit van de gecedeerde vorderingen. Zoals hiervoor opgemerkt, stelt Hoist zich op het standpunt dat vorderingen non-conform zijn en daarmee (in strijd met art. 7:17 BW) niet beantwoorden aan de cessieovereenkomst. Art. 7:17 BW bepaalt dat een zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt indien zij, “mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten”. Daarbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang, maar komt het onder andere aan op hetgeen Vodafone en Hoist zijn overeengekomen en dus op de uitleg van de cessieovereenkomst tussen Vodafone en Hoist. In deze zaak is daarbij onder andere van belang dat Vodafone en Hoist in de cessieovereenkomst overeen zijn gekomen in welke gevallen sprake is van vorderingen die niet aan de overeenkomst beantwoorden in de zin van art. 7:17 BW. In de cessieovereenkomst was namelijk geregeld dat Hoist de cessie van vorderingen door Vodafone moet aanvaarden tenzij een van de specifiek in de cessieovereenkomst genoemde situaties zich voordoet (zie hiervoor). Die situaties betroffen situaties waarin de vorderingen niet of moeilijk te incasseren zijn. Dit risico van die vorderingen als gevolg van die specifieke situaties blijft op grond van de cessieovereenkomst dus voor risico van Vodafone. De situatie die zich nu voordoet, was evenwel niet opgenomen in de cessieovereenkomst. De Hoge Raad stelt dat het Hof de cessieovereenkomst zo heeft uitgelegd dat Vodafone en Hoist daarmee zijn overeengekomen dat het risico dat de overgedragen vorderingen niet of moeilijk te incasseren zijn in andere situaties dan de situaties die specifiek worden genoemd in de cessieovereenkomst voor rekening van Hoist komt. Volgens de Hoge Raad geeft dit geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is die redenering ook niet onbegrijpelijk.

De Hoge Raad is ook nog ingegaan op het standpunt van Hoist dat Vodafone in strijd met art. 7:15 BW de gecedeerde vorderingen niet vrij van alle bijzondere lasten en beperkingen heeft overgedragen. De Hoge Raad stelt dat art. 7:15 BW “geen betrekking heeft op het niet of moeilijk incasseerbaar zijn van een overgedragen vordering als gevolg van (gehele of gedeeltelijke) nietigheid of vernietigbaarheid van de overeenkomst waaruit die vordering voortvloeit”. De Hoge Raad laat het oordeel van het hof dat een dergelijke eigenschap geen bijzondere last of beperking is in de zin van art. 7:15 BW in stand.

Conclusies

Voor partijen die betrokken zijn bij transacties waarbij (periodiek) vorderingen worden overdragen op grond van een cessieovereenkomst, is het van belang goed na te denken over de eigenschappen van de over te dragen vorderingen en dit vervolgens goed vast te leggen. Zoals uit het onderhavige arrest blijkt, kan het opsommen van bepaalde eigenschappen behulpzaam zijn. Daarbij dient wel rekening te worden gehouden met de situaties die in dat geval ongeregeld zijn gelaten en partijen doen er goed aan ook voor dergelijke situaties overeen te komen wat de risicoverdeling is.

Bent u een partij die betrokken is of zal zijn bij transacties waarbij (periodiek) vorderingen worden overdragen op grond van een cessieovereenkomst en heeft u behoefte aan advies, dan kunt u uiteraard vrijblijvend contact opnemen met Lucas Lustermans (l.lustermans@ploum.nl of +31619850096) of Joost Kool (j.kool@ploum.nl of +31610177339).

Contact

Advocaat

Joost Kool

Expertises:  Banking & finance,Ondernemingsrecht, Finance, Fusies en overnames,Start-up en Scale-up,

Advocaat, Partner

Lucas Lustermans

Expertises:  Banking & finance,Ondernemingsrecht,Faillissementsrecht,Vastgoedrecht,Energierecht, Bouw en Vastgoed,Finance,Energie, Bedrijven in moeilijkheden,Fusies en overnames,Internationale sancties en exportcontrole ,

Deel dit artikel

Reageer op dit artikel

Wilt u reageren op dit artikel? Inloggen of maak een Mijn Ploum account aan om uw reactie te plaatsen


Blijf op de hoogte

Voeg deze interesses toe aan Mijn Ploum.

Expertise(s)

Onderwerp(en)

Auteur(s)

Stel direct een vraag

Inschrijven nieuwsbrief

Persoonlijke gegevens

 

Bedrijfsgegevens

Meer informatie over hoe we uw persoonlijke gegevens gebruiken, kunt u lezen in ons Privacy statement. U kunt uw voorkeuren altijd wijzigen via de link ‘Wijzig uw gegevens' of u afmelden via de link ‘Afmelden'. Deze links vindt u onderaan ieder bericht dat u van Ploum ontvangt.

* Verplicht in te vullen velden.

Geïnteresseerd in

Account aanmaken

Haal alles uit Ploum.nl. Binnen een minuut geregeld.

Ik heb al een account

Voordelen Mijn Ploum

  • Volgen wat u interessant vindt
  • Krijg aanbevelingen op basis van uw interesses
  • Snel inschrijven voor kennisevents en Ploum Academy
  • Vraag en antwoord mogelijkheden gebruiken bij artikelen

Account aanmaken

Haal alles uit Ploum.nl. Binnen een minuut geregeld.

*Verplicht in te vullen velden.

Ik heb al een account

Voordelen Mijn Ploum

Volgen wat u interessant vindt

Krijg aanbevelingen op basis van uw interesses

Snel inschrijven voor kennisevents en Ploum Academy

Reacties op artikelen plaatsen


Waarom vragen we uw naam?

We vragen u om uw voor- en achternaam zodat wij die kunnen gebruiken als u zich bijvoorbeeld inschrijft op een Ploum Kennisevent.

Wachtwoord

Er wordt automatisch een wachtwoord voor u aangemaakt. Zodra uw account is aangemaakt ontvangt u dit wachtwoord in een welkomstmail. U kunt er direct mee inloggen. Dit wachtwoord kunt u indien gewenst ook zelf aanpassen via de wachtwoord vergeten functie.