31 dec '25
2025 markeert een bijzonder jaar voor het medezeggenschapsrecht. De Wet op de Ondernemingsraden (WOR) vierde haar 75-jarig bestaan. Wij schreven er dit blog over.
In 2025 zijn artikel 25 (adviesrecht) en artikel 27 (instemmingsrecht) WOR weer meermaals in de rechtspraak aan de orde geweest. In eerdere blogs bespraken wij de reikwijdte van het adviesrecht en het instemmingsrecht. In dit jaaroverzicht belichten wij de belangrijkste uitspraken uit 2025 die deze rechten verder hebben ingevuld.
Een Nederlandse vennootschap, behorend tot een internationale groep, wilde een aandelenregeling beëindigen zonder instemming van de OR. De OR had instemming onthouden en riep de nietigheid in van het zonder zijn toestemming genomen besluit tot beëindiging van de aandelenregeling. De vennootschap vroeg vervolgens vervangende toestemming aan de kantonrechter. Die oordeelde dat de aandelenregeling een arbeidsvoorwaardenregeling betrof en dat het afschaffen daarvan onder artikel 27 WOR viel. Dat het besluit om de aandelenregeling te beëindigen was genomen door de moedermaatschappij maakte dit niet anders. Het besluit van de moedermaatschappij greep volgens de rechtbank namelijk rechtstreeks in op de secundaire arbeidsvoorwaarden van een relevante groep werknemers van de vennootschap. Vervangende toestemming werd geweigerd omdat de weigering van de OR om instemming te verlenen niet onredelijk werd geoordeeld in verband met het ontbreken van een (aanvullende) compensatieregeling.
In de hoger beroepszaak van PPD/Thermo Fisher vernietigde het hof Den Haag de beslissing van de rechtbank Rotterdam dat de overgang van het Long-Term Incentive Program (LTI) naar het Thermo Fisher Equity Award Program (EAP) na een overname door een Amerikaans bedrijf instemmingsplichtig was. Onder het LTI kregen alle werknemers in functieschaal 8 en hoger een gegarandeerde bonus. Bij het EAP werd de toekenning afhankelijk van prestaties, budget en voordracht
Volgens de rechtbank veranderde met deze overgang het beoordelingskader wezenlijk: waar voorheen iedere werknemer binnen de schaal recht had op een bonus, kreeg nu slechts een beperkt aantal medewerkers die beloning. Dat zag de rechtbank als een trendbreuk, omdat de onderlinge rangorde van beloningen veranderde.
Het hof komt echter tot een tegenovergesteld oordeel. Volgens het hof is er géén sprake van een wijziging van de beloningssystematiek. De functiegroepen die in aanmerking komen voor een langetermijnbeloning zijn immers hetzelfde gebleven. Ook het doel van de regeling – een beloning op lange termijn voor hogere functies – bleef ongewijzigd. Dat de toekenning niet langer gegarandeerd is, maar afhankelijk van prestaties en budget, raakt volgens het hof alleen de hoogte en verdeling van de beloning, niet de systematiek van waardering tussen functies.
Asus Europe wilde het aantal verplichte kantoordagen verhogen binnen een hybride werkregeling, zonder instemming van de OR. De rechtbank Amsterdam oordeelde dat een thuiswerkregeling of een regeling over hybride werken is aan te merken als een regeling op het gebied van arbeidsomstandigheden en dus het instemmingsrecht van de OR van toepassing is. Zonder instemming van de OR mag de regeling niet worden gewijzigd. Deze uitspraak bevestigt dat structurele wijzigingen in thuiswerkbeleid instemmingsplichtig zijn.
De OR stelde dat hij een bovenwettelijk instemmingsrecht had verkregen ten aanzien van de regeling maaltijdvergoeding. De OR beriep zich op artikel 32 lid 2 WOR en voerde aan dat de regeling in 2013 met instemming van de OR was ingevoerd en sindsdien niet zonder instemming gewijzigd mocht worden. Rechtbank Den Haag oordeelde echter dat als er geen schriftelijke overeenkomst is waarin een bovenwettelijk instemmingsrecht is vastgelegd, moet worden beoordeeld of dit recht op een andere manier is overeengekomen. De OR moet daarbij feiten stellen en – bij betwisting – bewijzen waaruit dit kan worden afgeleid. De OR slaagde daarin niet, waarbij de rechtbank erop wees dat:
Micro Focus nam een reorganisatiebesluit op concernniveau waarbij in Nederland 12 arbeidsplaatsen kwamen te vervallen en legde dit zonder voldoende lokale informatie voor aan de OR van de Nederlandse werkmaatschappij. De Ondernemingskamer oordeelde dat de informatieverstrekking aan de OR onvoldoende was geweest omdat een duidelijke onderbouwing van de impact op de Nederlandse organisatie en een zelfstandige belangenafweging tussen het concernbelang en het lokale belang ontbrak.
De verwijzing naar een wereldwijd Business Optimization Plan was niet genoeg; ook lokale gevolgen moeten inzichtelijk worden gemaakt. De conclusie was dan ook dat Micro Focus bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen.
In deze zaak stond het adviesrecht centraal. Escience had een strategisch besluit genomen met aanzienlijke gevolgen voor de organisatie en het personeel, zonder het advies van de OR daarover af te wachten. De Ondernemingskamer licht toe dat er twee voorwaarden gelden voordat een ondernemer een besluit mag nemen zonder het advies van OR af te wachten: (i) de OR moet voldoende gelegenheid hebben gehad om te adviseren, maar heeft dit desondanks niet tijdig gedaan en (ii) van de ondernemer kan in redelijkheid niet worden verwacht nog langer te wachten met het nemen van een besluit. De Ondernemingskamer concludeert in dit geval dat Escience bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot het besluit.
In deze zaak stond de vraag centraal of een vervoersbedrijf in redelijkheid geheimhouding mocht opleggen aan de OR over een voorgenomen besluit om niet in te schrijven op een concessie voor openbaar vervoer in een bepaalde regio. De OR wilde de achterban en vakbonden raadplegen over het besluit, mede omdat het personeel mogelijk zou overgaan naar een andere entiteit binnen het concern in plaats van de concessiehouder. De ondernemer stelde echter dat openbaarmaking van deze informatie concurrentiegevoelig was en schadelijk kon zijn binnen het aanbestedingstraject. De kantonrechter oordeelde in kort geding dat de ondernemer in redelijkheid geheimhouding mocht opleggen. De OR mocht alternatieve scenario’s bespreken met de achterban, zolang niet werd onthuld dat het niet-inschrijven de voorgenomen strategie was. Geheimhouding op grond van artikel 20 WOR kan dus gerechtvaardigd zijn bij strategische en concurrentiegevoelige besluiten, mits de OR voldoende ruimte houdt om zijn medezeggenschapstaak uit te voeren binnen redelijke grenzen.
In deze hoger beroep zaak is door hof Amsterdam geoordeeld dat Albert Heijn in redelijkheid het besluit heeft kunnen nemen tot instelling van een gemeenschappelijke ondernemingsraad (GEMOR). Volgens het hof is voldoende aannemelijk gemaakt dat instelling van een GEMOR – in verband met de structuur van de organisatie en de verwevenheid van de werkmaatschappijen - bevorderlijk is voor een goede toepassing van de WOR in de betrokken ondernemingen.
De rechtspraak van 2025 bevestigt opnieuw dat medezeggenschap geen formaliteit is. Of het nu gaat om instemmingsrecht bij thuiswerkbeleid, advies bij reorganisaties of de grenzen van geheimhouding: medezeggenschap speelt op veel vlakken een belangrijke rol.
Meer weten over medezeggenschap? Klik hier voor onze andere blogs over dit onderwerp. U kunt zich ook inschrijven voor onze nieuwsbrief. Of neem contact op voor een cursus of workshop medezeggenschap op maat!
Bent u OR-lid, bestuurder, HR-professional of legal counsel en hebt u vragen over medezeggenschap? Neem dan contact op met onze specialisten uit het team Arbeidsrecht. We denken graag met u mee!
31 dec 25
22 dec 25
16 dec 25
16 dec 25
15 dec 25
15 dec 25
15 dec 25
11 dec 25
11 dec 25
11 dec 25
11 dec 25
03 dec 25
Met uw inschrijving blijft u op de hoogte van de laatste juridische ontwikkelingen op dit gebied. Vul hieronder uw gegevens in om per e-mail op te hoogte te blijven.
Blijf op de hoogte van de laatste juridische ontwikkelingen in uw sector. Vul hieronder uw gegevens in om op maat gesneden juridische updates en uitnodigingen voor evenementen te ontvangen.
Volgen wat u interessant vindt
Krijg aanbevelingen op basis van uw interesses
{phrase:advantage_3}
{phrase:advantage_4}
We vragen u om uw voor- en achternaam zodat wij die kunnen gebruiken als u zich bijvoorbeeld inschrijft op een Ploum Kennisevent.
Er wordt automatisch een wachtwoord voor u aangemaakt. Zodra uw account is aangemaakt ontvangt u dit wachtwoord in een welkomstmail. U kunt er direct mee inloggen. Dit wachtwoord kunt u indien gewenst ook zelf aanpassen via de wachtwoord vergeten functie.