Verjaring van regresvorderingen in het vervoerrecht

12 apr '22

Auteur(s): Marijn van Tuijl, Mirjam Louws,

Boek 8 BW bevat eigen (korte) verjaringsbepalingen. Op 4 februari 2022 wees de Hoge Raad een arrest over de verjaring van regresvorderingen in het vervoerrecht[1]. Artikel 8:1720 BW, waarin een “bonus” termijn van drie maanden is opgenomen, stond centraal. Uit het arrest blijkt dat dit artikel in de praktijk snel over het hoofd wordt gezien[2], want het werd in de feitelijke instanties bij de rechtbank en het hof niet genoemd. Pas bij de Hoge Raad kwam deze bijzondere verjaringsregeling voor regresvorderingen naar voren. In deze blog bespreekt Mirjam Louws dit arrest.

Het “vergeten” artikel 8:1720 BW: extra termijn van drie maanden

Waar ging het om? Iris Shipping B.V. (“Iris”) en Somtrans N.V. (“Somtrans”) hebben een rompbevrachtingsovereenkomst gesloten op grond waarvan Iris voor de duur van vijf jaar een motortankschip heeft verhuurd aan Somtrans. Een korte tijd nadat de overeenkomst geëindigd was, bleek medio 2014 uit onderzoek dat de gasolie aan boord van het schip niet aan de geldende wetgeving voldeed. Somtrans werd door Iris aansprakelijk gesteld voor de mogelijke gevolgen daarvan. In deze zaak was de vraag aan de orde of de regresvordering van Iris op Somtrans was verjaard. De regresvordering was ontstaan omdat de Belastingdienst (een aantal jaren later, medio 2018) aan Iris een naheffingsaanslag accijns had opgelegd op grond van feiten waarvoor Somtrans verantwoordelijk was (mengen van witte gasolie met rode gasolie). Iris meende dat de verjaringstermijn pas was gaan lopen op de dag volgende op de dagtekening van de naheffingsaanslag (en dus in 2018 en niet al in 2014).

Het hof oordeelde (zonder artikel 8:1720 BW te noemen) dat die regresvordering verjaard was: Iris zou Somtrans pas na het verstrijken van de verjaringstermijn van een jaar van artikel 8:1730 BW[3] hebben gedagvaard. Iris ging in cassatie. Zij klaagde er onder meer over dat het hof ten onrechte was voorbijgegaan aan artikel 8:1720 BW (welk artikel het hof ambtshalve had moeten toepassen): Ingevolge artikel 8:1720 lid 1 BW begint (behoudens artikel 8:1712 BW) ten behoeve van een vervoerder of een afzender, voor zover deze verhaal zoekt op een partij bij een exploitatie-overeenkomst, voor hetgeen door hem aan een derde is verschuldigd, een nieuwe termijn van verjaring. Die drie maanden termijn begint te lopen met de aanvang van de dag, volgende op de eerste van de volgende dagen:

  1. de dag waarop hij, die verhaal zoekt, aan de tot hem gerichte vordering heeft voldaan of
  2. de dag waarop hij, die verhaal zoekt, ter zake in rechte is aangesproken of
  3. de dag waarop de verjaring, waarop hij, die verhaal zoekt, beroep zou kunnen doen, is gestuit of
  4. de dag waarop de termijn van de verjaring of het verval van de rechtsvordering waarvoor verhaal wordt gezocht, is verlopen, waarbij geen rekening wordt gehouden met een mogelijkerwijs door partijen overeengekomen verlenging.

Procureur-Generaal Vlas was in zijn conclusie van mening dat deze klacht van Iris zou moeten falen omdat er in feitelijke instanties geen beroep op was gedaan. De regels van verjaring worden (ook in het vervoerrecht) niet ambtshalve toegepast, maar slechts nadat een partij daarop een beroep heeft gedaan.

De Hoge Raad oordeelt echter dat deze klacht slaagt. De Hoge Raad komt Iris te hulp door langs de lijn van artikel 25 Rv, waarin bepaald is dat de rechter ambtshalve rechtsgronden aanvult, alsnog betekenis toe te kennen aan artikel 8:1720 BW, ook al leek Iris daar pas oog voor te hebben in cassatie. Er werd betekenis toegekend aan het feit dat Iris wel bij de rechtbank en het hof had aangevoerd dat de verjaringstermijn pas was aangevangen op de dag volgende op de dagtekening van de naheffingsaanslag en dat de rechtsvordering dus tijdig was ingesteld. De zaak wordt nu voor verdere behandeling terugverwezen naar het hof Arnhem. De uitkomst is nog niet bekend, maar het vermoeden is dat het aanvangsmoment van de verjaringstermijn wordt gelinkt aan de naheffingsaanslag. De vraag is dan wel onder welke van de vier in artikel 8:1720 lid 1 BW opgenomen aanvangsmomenten deze vordering zal worden geschaard. Heeft Iris de naheffingsaanslag van de belastingdienst voldaan (sub a)? Is Iris door de belastingdienst in rechte aangesproken of wordt het opleggen van een naheffingsaanslag daarmee gelijk gesteld (sub b)? Of is sprake van de in sub c of d genoemde gevallen? We zullen het tegen die tijd zien.

Slotsom

Dat verjaringstermijnen in het (nationale en internationale) vervoerrecht aanzienlijk korter zijn dan in gevallen buiten het vervoerrecht is alom bekend: één en soms twee jaar. Bij een schadeclaim is het belangrijk om direct actie te ondernemen zodat de vordering niet kan verjaren. Bij regresvorderingen in het vervoerrecht is het goed om termijnen in de gaten te houden en in het bijzonder oog te hebben voor de “bonus” termijn van artikel 8:1720 BW en de daarin vervatte vier aanvangsmomenten. Stuit termijnen tijdig en maak indien mogelijk verlengingsafspraken.

Indien u vragen heeft over dit onderwerp of aanverwante thema’s dan helpen de specialisten van ons team Internationale Handel, Douane en Productveiligheid u graag. Door onze jarenlange ervaring in onder meer de (internationale) handel en logistiek kunnen wij u snel en effectief van dienst zijn. U kunt rechtstreeks contact opnemen met Marijn van Tuijl (m.vantuijl@ploum.nl) of Mirjam Louws (via: m.louws@ploum.nl).

 

[1] ECLI:NL:HR:2022:122, hier te raadplegen.

[2] Dit blijkt het arrest zelf en ook uit het feit dat het trefwoord “8:1720” op www.rechtspraak.nl maar vier hits opbrengt.

[3] Artikel 8:1730 lid 1 BW geeft onder meer voor regresvorderingen die zijn gegrond op een overeenkomst tot rompbevrachting een verjaringstermijn van een jaar. Het artikel geeft, zoals gebruikelijk het vervoerrecht aanzienlijk kortere termijnen dan in gevallen buiten het vervoerrecht. Artikel 8:1730 lid 2 BW houdt onder meer in dat de artikelen 8:1713 BW tot en met 8:1722 BW van toepassing zijn, welke wetsartikelen zijn geschreven voor goederenvervoer (zo luidt het kopje van afdeling 2, titel 20 Boek 8 BW). Artikel 8:1717 BW schrijft voor dat de verjaringstermijn van een vordering gegrond op een tijdbevrachting gaat lopen op de dag na die waarop de uitvoering van de overeenkomst is geëindigd.

Contact

Advocaat, Partner

Marijn van Tuijl

Expertises:  Voedsel- en warenpraktijk,Douanerecht,Transportrecht, Food,Transport en logistiek,Haven en douane, Douane en internationale handel,Handhaving en sancties,Internationale sancties en exportcontrole ,E-commerce,

Advocaat

Mirjam Louws

Expertises:  Douanerecht,Transportrecht,Voedsel- en warenpraktijk, Transport en logistiek,Haven en douane,Food, Douane en internationale handel,E-health,E-commerce,

Deel dit artikel

Reageer op dit artikel

Wilt u reageren op dit artikel? Inloggen of maak een Mijn Ploum account aan om uw reactie te plaatsen


Blijf op de hoogte

Voeg deze interesses toe aan Mijn Ploum.

Heeft u vragen over de informatie op deze pagina?

Neem contact op via onderstaand telefoonnummer of stuur ons een e-mail.

Toon alle contactgegevens

Stel direct een vraag

Inschrijven nieuwsbrief

Persoonlijke gegevens

 

Bedrijfsgegevens

Meer informatie over hoe we uw persoonlijke gegevens gebruiken, kunt u lezen in ons Privacy statement. U kunt uw voorkeuren altijd wijzigen via de link ‘Wijzig uw gegevens' of u afmelden via de link ‘Afmelden'. Deze links vindt u onderaan ieder bericht dat u van Ploum ontvangt.

* Verplicht in te vullen velden.

Geïnteresseerd in

Account aanmaken

Haal alles uit Ploum.nl. Binnen een minuut geregeld.

Ik heb al een account

Voordelen Mijn Ploum

  • Volgen wat u interessant vindt
  • Krijg aanbevelingen op basis van uw interesses
  • Snel inschrijven voor kennisevents en Ploum Academy
  • Vraag en antwoord mogelijkheden gebruiken bij artikelen

Account aanmaken

Haal alles uit Ploum.nl. Binnen een minuut geregeld.

*Verplicht in te vullen velden.

Ik heb al een account

Voordelen Mijn Ploum

Volgen wat u interessant vindt

Krijg aanbevelingen op basis van uw interesses

Snel inschrijven voor kennisevents en Ploum Academy

Reacties op artikelen plaatsen


Waarom vragen we uw naam?

We vragen u om uw voor- en achternaam zodat wij die kunnen gebruiken als u zich bijvoorbeeld inschrijft op een Ploum Kennisevent.

Wachtwoord

Er wordt automatisch een wachtwoord voor u aangemaakt. Zodra uw account is aangemaakt ontvangt u dit wachtwoord in een welkomstmail. U kunt er direct mee inloggen. Dit wachtwoord kunt u indien gewenst ook zelf aanpassen via de wachtwoord vergeten functie.