11 mrt '26
We schreven er al eerder over: de vakantieopbouw na het tweede ziektejaar. Toch is er nog altijd onduidelijkheid over de vraag of een werknemer tijdens het slapend dienstverband na twee jaar ziekte nog vakantiedagen opbouwt. Hierover zijn meerdere procedures gevoerd, maar is het tot tegenstrijdige uitspraken gekomen. Daar gaat binnenkort verandering in komen, want de Rotterdamse kantonrechter is voornemens om aan de Hoge Raad een prejudiciële vraag te stellen:
“Bouwt een arbeidsongeschikte werknemer – anders dan artikel 7:634 lid 1 BW bepaalt – vakantiedagen tegen loonwaarde op tijdens een slapend dienstverband?”
Het gaat in deze zaak om de afwikkeling van een dienstverband van een werkneemster die sinds juli 2023 arbeidsongeschikt is. De loondoorbetalingsverplichting van de werkgever eindigde na 104 weken, per 27 juli 2025. Ongeveer een maand later, op 21 augustus 2025, laat de werkgever weten het dienstverband met de werknemer te beëindigen. Tussen 27 juli 2025 – toen werkneemster twee jaar arbeidsongeschikt was – en 21 augustus 2025 is sprake geweest van een slapend dienstverband. De werkneemster vraagt om uitbetaling van vakantiedagen die tijdens dit slapend dienstverband zijn opgebouwd.
Een slapend dienstverband is de periode waarin het dienstverband nog niet is geëindigd, maar de arbeidsongeschikte werknemer geen recht op loon en geen re-integratieverplichtingen meer heeft. Vakantiedagen worden op grond van artikel 7:634 BW alleen opgebouwd over de arbeidsduur waarover een werknemer loon ontvangt. Het recht op vakantie wordt dus gekoppeld aan het recht op loon. Nu de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever eindigt na het tweede ziektejaar, zou een werknemer gelet op artikel 7:634 BW ook geen vakantiedagen meer opbouwen. Vervolgens kan twee kanten op worden geredeneerd.
Aan de ene kant vindt men houvast in het Europese recht. In tegenstelling tot Nederland, waar het recht op vakantie wordt gekoppeld aan het recht op loon, koppelt Richtlijn 2003/88/EG het recht op vakantie aan het verrichten van arbeid. Maar daarop is een uitzondering, en dat is ziekte. Voor de opbouw van vakantie wordt geen onderscheid gemaakt tussen werknemers die wegens ziekte geen arbeid verrichten en werknemers die wél gewoon hebben gewerkt.
Lidstaten mogen geen aanvullende voorwaarden stellen aan het ontstaan van het recht op vakantie. Nederland doet dat met artikel 7:634 BW wel, maar dat mag in deze uitleg dus niet. Hoezeer de Nederlandse rechter gehouden is tot richtlijnconforme interpretatie, biedt dat hier geen soelaas. Richtlijnconforme uitleg zou in dit geval contra legem (oftewel: tegen de wetsbepaling in) zijn, wat de rechter niet is toegestaan.
Artikel 31 lid 2 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: ‘Handvest’) biedt hier echter wel uitkomst. Het Europese Hof van Justitie heeft namelijk in het Max Planck-arrest verduidelijkt dat het aan de nationale rechter is om een nationale regeling in strijd met artikel 31 lid 2 Handvest, buiten toepassing te laten. Dit leidt er dus toe dat artikel 7:634 BW buiten toepassing zou moeten worden gelaten, en de opbouw van vakantie na het tweede ziektejaar gewoon doorgaat.
Aan de andere kant kunnen er specifieke omstandigheden zijn die een afwijking op het recht op vakantie rechtvaardigen. Van zulke omstandigheden zou in geval van een slapend dienstverband sprake kunnen zijn.
Kenmerkend voor een slapend dienstverband is namelijk dat de kernverbintenissen van de arbeidsovereenkomst, te weten arbeid en loon, niet meer hoeven te worden nageleefd. De arbeidsovereenkomst is als het ware inhoudsloos geworden. Daarmee verliest het recht op vakantie zijn doel. Vakantiedagen zijn immers bedoeld om werknemers in staat te stellen om uit te rusten en te herstellen van het werk en om over een periode van ontspanning en vrije tijd te beschikken. Aangezien er tijdens een slapend dienstverband geen werk meer is om van te herstellen, kunnen deze doelen niet meer worden behaald.
Daar komt bij dat de werknemer na het tweede ziektejaar vaak terugvalt op een socialezekerheidsuitkering, die in beginsel tijdens vakantie doorloopt zodat op die wijze voorzien wordt in vakantie met behoud van uitkering. Als een werknemer in dezelfde periode ook nog betaalde vakantiedagen opbouwt, is dat dus dubbelop. Het zou dan het meest voor de hand liggen dat de werknemer met een slapend dienstverband na het tweede ziektejaar niet ook nog vakantiedagen opbouwt.
Over dit onderwerp werden in het najaar van 2025 al Kamervragen gesteld. Volgens het kabinet is de Nederlandse vakantiewetgeving niet in strijd met het Europees recht. Het kabinet was dan ook niet van plan om tot een wetswijziging over te gaan. Toch blijven de literatuur en de rechtspraak verdeeld. Om aan die verdeeldheid een definitief eind te maken, gaat de Rechtbank Rotterdam de Hoge Raad vragen de knoop door te hakken.
Daarmee is deze kwestie misschien nog niet definitief beslecht. Het is goed mogelijk dat de Hoge Raad op zijn beurt weer prejudiciële vragen moet stellen aan het Europese Hof van Justitie. Het kan dus nog wel even duren voordat er een definitief einde komt aan deze (rechts)onzekerheid.
Tot die tijd doen werkgevers er goed aan om voorzichtigheidshalve de arbeidsovereenkomst na afloop van het tweede ziektejaar zo snel mogelijk te beëindigen als er geen arbeidsmogelijkheden meer zijn voor de werknemer, om te voorkomen dat er nog vakantiedagen worden opgebouwd en moeten worden uitbetaald.
Wij houden u graag op de hoogte over dit onderwerp. Heeft u op dit moment al vragen? Neem gerust contact op met het Team Arbeidsrecht – wij denken graag mee. Nog geen abonnee? Meld u dan hier aan voor onze nieuwsbrief.
11 mrt 26
10 mrt 26
23 feb 26
23 feb 26
17 feb 26
04 feb 26
03 feb 26
28 jan 26
27 jan 26
19 jan 26
19 jan 26
15 jan 26
Met uw inschrijving blijft u op de hoogte van de laatste juridische ontwikkelingen op dit gebied. Vul hieronder uw gegevens in om per e-mail op te hoogte te blijven.
Blijf op de hoogte van de laatste juridische ontwikkelingen in uw sector. Vul hieronder uw gegevens in om op maat gesneden juridische updates en uitnodigingen voor evenementen te ontvangen.
Volgen wat u interessant vindt
Krijg aanbevelingen op basis van uw interesses
{phrase:advantage_3}
{phrase:advantage_4}
We vragen u om uw voor- en achternaam zodat wij die kunnen gebruiken als u zich bijvoorbeeld inschrijft op een Ploum Kennisevent.
Er wordt automatisch een wachtwoord voor u aangemaakt. Zodra uw account is aangemaakt ontvangt u dit wachtwoord in een welkomstmail. U kunt er direct mee inloggen. Dit wachtwoord kunt u indien gewenst ook zelf aanpassen via de wachtwoord vergeten functie.